Advertentie
Music by VICE

Ook nuchter laat Dikke Dennis zijn lul zien aan wildvreemde mensen

En toch stopt Peter Pan Speedrock, de ruigste band van Nederland, ermee.

door Timo Pisart
04 augustus 2016, 10:21am


foto's door de auteur

“Ja, het zit zo: ik ben drie jaar geleden afgekickt in de kliniek. Toen ik eruit kwam, broodnuchter, toen was het verhaal effe helemaal anders. Als je altijd zwaar onder invloed op het podium staat, zo van WOAHHHHH, en nu opeens nuchter? Dan komt alles een beetje op je af, weet je wel? Ik moest echt een trucje gaan spelen om weer Dikke Dennis te zijn. Daarvoor wás ik dat gewoon. Behalve als de coke op was. Dan wilde ik meteen naar huis.”

Officieel is hij dus al een tijdje mascotte-af, vat hij zelf maar eens pienter samen. Maar nog altijd is het een bijzondere verschijning, de inmiddels 51-jarige Dennis Overweg. Oud-taxichauffeur, voormalig tatoeëerder, ex-junkie en hardrock-mascotte met een lichaam als een dagboek: links op zijn voorhoofd de schoppenaas, rechts ‘rock ’n roll’, en zijn hele borst en armen vol herinneringen, hartjes en schunnige teksten.

Hij is net vanuit Amsterdam in z’n cabriootje komen aantuffen en hier in Eindhoven tegenover me op de bank geploft naast zijn maatje Bart Geevers (liefkozend ‘de lange’ genoemd), de bassist van Peter Pan Speedrock. Tijd om nog een laatste keer terug te blikken op al die wilde jaren, want vanaf november 2016 is de taaiste band van Nederland niet meer: Peter Pan Speedrock stopt ermee. In de afgelopen twintig jaar heeft het Eindhovense drietal elk jongerencentrum van Zierikzee tot Klazienaveen tien keer platgespeeld, bierrecord na bierrecord verbroken en zo’n beetje elk festival in elke uithoek van het land afgebroken. Ja, en getourd door Rusland, de VS en onlangs zelfs Japan. Er is nog een laatste ererondje: 12 augustus spelen ze op het Last Night On Earth-festival in de Marktkantine, een weekje later op Sleazefest, een hele sloot aan festivals en jongerencentra, om vanzelfsprekend te eindigen in de Effenaar.

Een woestere, stuggere band zal Nederland waarschijnlijk nooit meer kennen. Dennis heeft het al eens uitgerekend, zegt-ie vandaag: 1,3 miljoen euro aan coke ging er door zijn neus naar binnen. Ook Bart (bassist), andere Bart (drummer) en Peter (die ene waar de band naar vernoemd is) hebben het beest dat rock ’n roll heet wel getemd. De gezichten van Bart en Dennis zijn gehavend, het lichaam een dagje ouder, maar in de ogen weerspiegelt nog een ondeugende fonkeling waardoor ze er zeker vijftien jaar jonger uitzien.

Ik verwachtte een teringzooi aan te treffen in het huis van bassist Bart, het enige bandlid zonder kinderen. Zo eentje waar de woonkamer ruikt naar oud bier en zware shag, in de tuin verroeste gitaren liggen en de bank brandplekken en ranzige vlekken herbergt. Maar nee: ik belandde in een keurig rijtjeshuis in een kneuterig volkswijkje in Eindhoven, met op de brievenbus de sticker “NEE, géén patat | JA, wél friet”.

Dennis wrijft eens met zijn hand over de smetteloze leren bank: “Nieuw bankie?” Bart: “Ja! Nu nog een nieuw tafeltje en nieuw kleed.” “Meteen maar een nieuw wijf erbij dan, hè?”

Waar waren we gebleven? Oja, als mascotte van Peter Pan Speedrock was Dennis voor velen het gezicht van de band, maar sinds zijn bezoek aan de Jellinek was-ie eigenlijk al geen lid meer. “Dat was wel effe moeilijk voor me. Ik had geleerd om afstand te doen van alle plekken met zuipen, snuiven en hoeren. Nou, dan moet je dus niet bij de band zitten.” Bulderlach. “Er kwam altijd wel een dronken vrouw het podium op, die zo blublublub haar tieten in m’n gezicht drukte. Ik stond dan zo van..” Hij doet voor hoe hij z’n gezicht ertussen steekt en met de tong uit de mond bungelend heen en weer slingert. “Helemaal geil! Helemaal gestoord! Die eerste keer nuchter op het podium dacht ik: kuuuuut, als er maar niemand het podium opklimt. Zo’n wijf dat keihard ‘DIKKE DENNISSSSSS!!!!’ in mijn oor brult, daar heb ik dus effe helemaal geen zin in.”

Maar sinds Peter Pan Speedrock heeft aangekondigd te stoppen, is hij er weer bij, hoor. “Ik heb er weer zin in gekregen, heel gek is dat. En de jongens ook, maar dat kan Bart je beter vertellen. Sinds ze weten dat ze uit elkaar gaan, zit er juist weer een opbloei in.”

Dat klopt, zegt Bart. Waar Dennis het ene moment bijna spiritueel overkomt en zich het volgende moment gedraagt als een opvliegerige clown, is Bart een stuk stugger en constanter. De hele tijd relativeert ie z’n enthousiasme met opmerkingen als “ja, nee, de meeste Amerikaanse bands hebben natuurlijk nog veel meer getourd”, maar enthousiast is-ie zeker. “Er zijn mensen in de band die denken: zijn we voor de 27ste keer in dat kleine kuthonk. Ik heb dat eigenlijk helemaal niet, ik vind het nog steeds keigezellig.”

Zo’n band is Peter Pan Speedrock ook, eentje die uitblinkt voor dronken en bezweette menigten. Een beetje ranzig moet het zijn. Daarom zagen ze met lede ogen aan hoe ouderwetse poppodia tegen de grond gingen voor schone nieuwe panden, zegt Bart. “Aan de ene kant is het natuurlijk mooi dat er hier geld in is gestopt, maar het slaat vaak door. Kijk, als je als rock ’n roll-band ergens komt en er hangt een bordje ‘niet op de muren schrijven’ en voor de rest staat de muur vol met wie het geweldige pand wel niet gesponsord heeft, dat heeft in principe weinig met rock ’n roll te maken. Wel eens jammer, de meeste van die nieuwe betonnen blokken zijn net iets te klinische panden waar nauwelijks is nagedacht wat er eigenlijk moet gaan gebeuren. Het zit helemaal vol met rare liften, trappen en gangetjes. Je verdwaalt erin, de sfeer is vaak ver te zoeken. Doorfeesten heeft vaak ook weinig zin, want niemand komt backstage. Vroeger was het één deurtje verderop, nu moet je de lift in en vijf pasjes laten zien. In Japan was dat heel anders: daar weet je niet waar je terechtkomt, maar het is altijd gaaf. In Amerika ook: dan weer een kroeg, dan weer bij iemand achterin de tuin of in een burgerbar. Dat heeft wel z’n charme.”

Noisey: Voor mij gaat rock ’n roll gepaard met een opgewonden, beetje dronken gevoel. Als ik aan Japan denk – waar jullie dit jaar juist voor ’t eerst speelden – denk ik aan gereserveerde mensen die stil zijn, achteraf heel hard klappen en vervolgens weer weglopen.
Bart
: Nee, mensen gaan daar echt helemaal uit hun plaat. Het is onvoorstelbaar. Vooruit, wel op een hele beheerste manier. Maar eh, de laatste show van die tour, in Tokio, kwam er een Nieuw-Zeelander kijken. Die had het iets te erg naar z’n zin, en hij begon keihard te pogoën. Dat doen Japanners ook, maar dan wel beschaafd. Dus die Japanners keken wel zo van: wat doet die in godsnaam?

Maar Bart benadrukt het nog maar eens: ouderwets ranzig jeugdhonk of gloednieuw poppaleis, stinkende Amerikanen of gereserveerde Japanners, hij geeft elke show de volle honderd procent. “Zodra je het podium opstapt, dan vergeet je alles. Al ben je totaal verkankert van drie weken touren of zit je er helemaal doorheen.”

Dennis: Zelfs als-ie doodziek was. Geen hond die het merkt zodra hij op het podium staat.
Bart: Nou ja, één keertje dan, in Haarlem. Toen had ik een bijbalinfectie, pijn deed dat, jongen.

Je klinkt alsof de band wat jou betreft nog wel even had kunnen doorkachelen.
Bart
: Zeker, ik kan nog tien jaar door. We hadden eindelijk een goede Amerikaanse boeker, een tour in Japan, nog meer volle zalen. Er zat nog steeds een stijgende lijn in. Tegelijkertijd: een nieuwe plaat maken was niet meer gelukt. De vorige keer was een redelijk drama, ik voelde me daar niet happy bij. Nu de studio ingaan? Dan waren we alsnog gestopt, en dan zonder mooi afscheid. Goed, ik ben alweer bezig om nieuwe bands op te zetten.
Dennis: Maar voor mij is dit het laatste, hoor. Ik deed toch al alleen dat ene dingetje [Schoppenaas, een Nederlandse vertaling van Ace of Spades van Mötorhead].

En dat terwijl iedereen om je heen dacht: die Dennis gaat gewoon sterven in het harnas, zoals Lemmy.
Bart
: Sterker nog: ik ken hem al dik vijfentwintig jaar. In het eerste jaar gingen we eens op stap in Amsterdam, en reden we terug naar Eindhoven. Ik dacht: ‘We krijgen morgen een telefoontje dat-ie er niet meer is.’
Dennis: Dat heb ik zelf ook heel vaak gedacht, en mijn dokter ook. Ik kreeg suikerziekte, zwaar overgewicht, en had ook nog eens een keer dat drugsprobleem erbij. De dokter zei: ‘Je lichaam trekt het gewoon niet meer. Je moet kiezen: of je stopt, of het is binnen vijf jaar wel afgelopen.’ Ik dacht aan Hazes en Herman Brood, die zijn allebei op hun vijftigste doodgegaan. Maar goed, ik heb ook nog een zoon van 27, ik hoop nog een keer opa te worden. Ik wil dat nog wel meemaken. Dus toch maar naar de dokter geluisterd.

Er zit ook wel romantiek in, toch? Als je al zo lang op dat pad loopt, en naar dat bijna onvermijdelijke einde toe stevent. Ik kan me ook voorstellen dat je speelde met het idee: dit is de manier waarop ik de boeken inga. Hoe lelijk dat ook klinkt, er zit bijna iets moois in dat noodlot.
Dennis
: Ja, man. Dat is ook heel mooi. Ik heb het wel verheerlijkt in mijn hoofd. Ik heb zelfs weleens geopperd om op het podium met een gun door mijn hoofd te schieten. Zij allemaal: ‘Nee niet doen Dikke, doe normaal!’ Maar opeens kon ik niet meer ademen, ik was zwaar, had last van die suikerziekte en moest insuline prikken. Het was gewoon… ik was er een beetje klaar mee na dertig jaar seks, drugs en rock ’n roll. Maar nog effe, hè? Ik heb nergens spijt van, ik zou het precies zo overdoen.

Bart, heb je nooit een moment gedacht: het kan zo niet meer met Dennis? Als het zo slecht ging, moest je hem daar toch mee kunnen confronteren?
Bart
: Nee, nou… jawel, maar dat ging niet eens zozeer over zijn levensstijl, maar over zijn woonplaats. Hij woonde in een klein schimmelkamertje onder de grond, onderin zijn tattooshop. Daar werd-ie op een gegeven moment gewoon doodongelukkig van. Jarenlang hebben we geprobeerd hem zover te krijgen daar iets aan te doen. Maar hij luisterde niet, dus toen hebben we ’t toch maar opgegeven.

Vroeger rende je het liefst naakt over het podium, met alle aandacht op je gevestigd. En nu? Ben je zonder vier gram coke per dag een ander mens geworden?
Dennis
: Ik ben altijd mezelf geweest. Ik was altijd al zo. Dat was de reden dat ik het zo lang heb volgehouden: ik kon het ook betalen, ik had de shop en ik verdiende goed. Ik heb er nooit voor hoeven stelen of vrienden hoeven oplichten. Ik ben altijd eerlijk en straight geweest, best bijzonder voor een junk. Maar verder? Nee, ik ben niet veranderd. Dat klinkt misschien een beetje raar. Ik zie er soms provocerend uit, alsof ik het expres opzoek, maar ik ben gewoon zo.

Opeens staat hij op en doet hij twee stappen naar voren. Ik kan zijn adem zo’n beetje ruiken, terwijl hij zijn broek (en onderbroek, of had hij die niet aan? Het gebeurt zo snel dat ik er geen erg in heb) uittrekt en met zijn piemel zwaaiend naar me kijkt. Hij maakt oogcontact, breed grijnzend. “HIERO! KIJK! PAK AAN!”, brult hij. “Kijk, er staat geen publiek, hè? Zo ben ik gewoon!”

Zo sta je opeens oog in oog met de piemel van Dikke Dennis. Ja, ook clean is-ie zo. Ik weet niet zo goed hoe ik moet reageren, en terwijl hij met zijn broek nog op zijn enkels staat probeer ik het gesprek toch maar gaande te houden.

Eh, dat afkicken is natuurlijk niet alleen stoppen met drugs, maar eh.. ook een heel traject waar je aan jezelf moet gaan werken… Dus eh..
[Dennis trekt zijn broek weer aan] Ja, dat is wel anders geworden. Ik ben best wel spiritueel geworden. Eerst dacht ik: fuck off met je yoga, maar toen ik ging afkicken kwam ik er diep vanbinnen toch mee in aanraking.

Ik zie jou nog niet ’s ochtends vroeg op een yogamatje een zonnegroet doen.
Dennis
: Ja, dat is ook wel weer overdreven. Maar ik ben wat helderder in het leven, denk meer na en rust meer uit. In dat Amerikaanse twaalfstappenplan om af te kicken moet je een hogere macht zoeken. Een paar in de kliniek hadden God gekozen, anderen kiezen een omaatje of hun dooie cavia. Daar ben ik niet zo van, ik ben mijn eigen hogere macht. Dus ik heb G.O.D. gekozen. Good Old Dennis. Heel boeddhistisch, en toch ook weer niet. Toen ik stopte met drugs, ben ik alles kwijtgeraakt: mijn shop, mijn huis. Ik stond helemaal op straat.

Je had toch gewoon tatoeëerder kunnen blijven?
Dennis
: Nou, ik kwam uit de afkickkliniek en ging de shop binnen en daar wilde ik meteen de dealer bellen, als een reflex. Ik had daar zoveel gebruikt. Nee, ik heb alles weggedaan, maar in drie jaar tijd heb ik alles weer voor elkaar: een huissie, een cabrioletje, een brommertje, een zwembad in de tuin en zelfs een paard. Niet voor mij, maar voor mijn vriendin. Dat is het spirituele: als je goed bent, rein met jezelf, dan verdien je dat. Ik ben geen fucker, ik ben geen naaier. Ik ben altijd eerlijk geweest.

Bart, als je dat soort van huiselijke leventje van Dennis nu ziet, denk je dan: daar ben ik ook aan toe?
Bart
: Nee joh! Ik doe niets liever dan in het busje stappen, een beetje slap ouwehoeren met die mannen, een show doen en daarna doorfeesten. Ik vind het ook wel fijn om af en toe thuis te zijn, maar alsjeblieft niet te lang. Ik heb nu ook echt zin in iets nieuws. Er was ooit een rockabilly-band, The Planet Rockers. Die gasten waren begin jaren negentig opeens mega-populair. Hun zanger, Sonny George, had op z’n vijftigste pas voor het eerst een gitaar aangeraakt.
Dennis: [komt er ineens weer tussen] Dat is het antwoord op het leven: wees eerlijk en straight. Dan kun je een hoop bereiken. We kwamen in tenten als Paradiso, daar stond in de backstage een glas met rietjes en spiegeltjes klaar voor ons. ‘Hee daar heb je die dikke!’, zeiden ze ook wel, dan haalden ze de drugshond even weg. En kwam de wijkagent bij de winkel, die wist natuurlijk wat daar allemaal gebeurde. Hij klopte altijd aan en riep eerst: ‘Is alles weg?’ Kon je snel alles wegdoen, voordat hij binnenkwam.
Bart: Dat is ook zo, als je niemand ermee lastigvalt, wat is dan het probleem?
Dennis: Nog zo’n mooi verhaal. Had ik een lijntje gesnoven op tv, hadden twee mensen aangifte gedaan. De wijkagent kwam langs om dat te vertellen. Ik zeg hem: ‘Dick’, want hij heet Dick, ‘als Robert De Niro wordt neergeschoten op tv, is het dan nep of denk je dat-ie echt dood is?’ Dus hij: ‘Oh, dat was nepcoke.’ Ik: ‘Nee, natuurlijk niet, lul, dat snuif ik toch niet? Maar dat moet je wel tegen die mensen zeggen!’ Hij: ‘Weet je wat, Dennis? Je bent zo eerlijk, je hebt helemaal gelijk.’ Hij kwam ook wel eens langs bij de winkel, stond ik buiten op mijn dealer te wachten. Hij stond een babbeltje te maken, en ik zie zo die dealer voorbij rijden: wegwezen. ‘Dick, je moet weg!’ ‘Ik moet weg?’ ‘Ja, want die dealer rijdt net voorbij en die stopt niet voordat jij weg bent.’ Omdat ik eerlijk en straight was, werd me véél meer vergeven. Nu nog steeds, hoor. Als ik zin heb om belletje te gaan trekken, waarom niet? Ik heb een zoon van 27, die zegt nu: ‘Pa, hou nou eens op, wordt eens volwassen!’ Nee hoor, nooit.

Een heleboel mensen kijken nostalgisch terug op hun jeugd, maar waarom zou je daar afstand van nemen?
Bart
: Precies! Dat is het mooie aan rock ’n roll. Het is een wat ongezondere levensstijl dan gemiddeld, maar op een bepaalde manier houdt het je toch jong. Als ik mensen van mijn generatie tegenkom met een gezinnetje en alles netjes zoals het hoort, die zien er drie keer zo oud uit als ik. Wij gaan vanavond gewoon weer een bandje kijken, hoor. En ken je die gast in dat wielrennerspak, met al die festivalbandjes? Roger, heet-ie. Een paar jaar terug hebben we op zijn vijftigste verjaardag gespeeld. Dat vind ik echt schitterend, zulke gasten. In de ogen van de meeste mensen is hij gek, maar ik vind het fantastisch: hij gaat er gewoon voor.

Ik hef mijn blikje Bavaria: “Op de eeuwige jeugd.” Dennis neemt nog eens een slok van zijn water. Hij tikt op zijn buik: zelfs geen sapje voor hem. “Zo blijf ik jong, hè? En nou ja, ik heb een vriendin van 24, dat helpt ook. Nog zo’n mooi rock ’n roll-verhaal. Ze was eerst met m’n zoon. ‘Blij dat ik ervan af ben’, zei hij. ‘Nee man, het is een lekker wijf’, zei ik. Hij: ‘Ik hoef d’r niet, hoor.’ ‘Oké, neem ik ‘r wel.’ Ja, dat houdt je ook jong, hè?”

En toch voelt zij zich meer volwassen dan jij?
Dennis grijnst zijn gouden tand bloot: “Haha, natuurlijk!”


Peter Pan Speedrock speelt nog een paar shows waaronder op Last Night On Earth in de Marktkantine op 12 augustus, een avond waar rock het epicentrum vormt en waar ook Death Alley, Shaking Godspeed en zZz spelen. Kaarten koop je hier.