Advertentie
Woorden van Meningsuiting

Het zijn de vrouwen die Amerika gaan redden van Trump

De weg naar een vrouwelijke presidentskandidaat is lang geweest. Het zouden nu zomaar eens de vrouwen kunnen zijn die de verkiezingen zullen gaan bepalen.

door Jill Filipovic
08 november 2016, 12:00am

Als Hillary Clinton dinsdag de verkiezingen wint en Amerika redt van de gevaren van Trump als president, bedank dan in godsnaam even de eerste de beste vrouw en de eerste feminist die je tegenkomt.

Het zijn namelijk de vrouwen die Clinton steunen die haar de verkiezingen kunnen laten winnen. Voornamelijk gekleurde vrouwen, hoogopgeleide witte vrouwen en vrijgezelle vrouwen zijn aanhangers van Clinton. En het zijn de feministen die decennia lang de fundering hebben gelegd om ons op dit punt te brengen.

Terwijl Clinton een diverse groep mensen achter zich heeft staan, hangt Trumps kandidaatschap (gericht tegen de gevestigde orde) ironisch genoeg voornamelijk af van de traditioneel gezien meest machtige groep: witte mannen. Witte mannen die niet hebben gestudeerd stemmen op Trump (evenals getrouwde witte vrouwen), maar ook afgestudeerde witte mannen doen dit. Als alleen mannen mochten stemmen, zou — volgens onderzoek van FiveThirtyEight — Trump 350 kiesmannen krijgen tegenover 158 voor Clinton. Als alleen witte mannen mochten stemmen, zou Trump slechts 45 van alle kiesmannen mislopen.

Dit is geen toeval. Elke Amerikaanse verkiezing sinds 1980 heeft een kloof tussen de seksen gekend, waarbij vrouwen vaak de Democratische kandidaat steunden en de mannen de Republikeinse. Maar de kloof is dit jaar wel erg uitgesproken, voornamelijk binnen de subgroepen onder vrouwen die het meest waarschijnlijk naar de stembus zullen gaan. Hoog opgeleid zijn, een vrijgezelle status hebben en financiële vrijheid kennen, vergroot de kans dat de vrouw een supporter is van Clinton. Hoe onafhankelijker en zelfstandiger een vrouw is, hoe groter de kans dat ze zal stemmen op een kandidaat met een feministische inborst.

Dat er nu vrouwen in een positie belanden waarbij ze afwijken van de politieke keus van hun vader of echtgenoot, is relatief nieuw. Toen vrouwen in de VS in 1920 kiesrecht kregen, werkte er maar één op de tien vrouwen buitenshuis. Nog minder studeerden af. In de eerste helft van de twintigste eeuw hadden vrouwen nog de neiging jong te trouwen, kinderen te krijgen in hun vroege twintiger jaren, en financieel afhankelijk te blijven van een mannelijke autoriteit — een vader of een echtgenoot —voor de rest van hun leven. Kiesrecht was een vroege feministische overwinning, en met die nieuw ontdekte politieke macht kwam ook de uitbreiding in de sociale en economische macht van de vrouw — vrouwen gingen vaker het hoger onderwijs in en begonnen meer buitenshuis te werken. De hoeveelheid kinderen die ze kregen nam af, de leeftijd waarop ze kinderen kregen ging juist omhoog.

Maar toen kwam de antifeministische terugslag: in de jaren vijftig, toen Hillary Clinton zelf nog een kind was, zagen vrouwen veel van hun sociale winst weer afnemen nadat veel gezinnen zich terugtrokken in de buitenwijken, en vrouwen weer meer kinderen op jongere leeftijd kregen. (De hoeveelheid tienermoederschappen piekte, ondanks alle zorgen hierover, in 1957.)

Wat er hierna gebeurde is al vaak verteld, en met een goede reden: het was een van de meest gevolgrijke sociale veranderingen in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Nieuwe bewegingen in de jaren zestig en zeventig, omtrent gelijkheid tussen de seksen, veranderden het landschap voor vrouwen opnieuw. Feministen kwamen op voor het verkrijgen van anticonceptie, voor abortus, voor regels die slachtoffers van huiselijk geweld en verkrachting beschermden, en voor gelijkheid in educatie en op de werkvloer. Vrouwen waren vrijer dan ooit om genot en hun ambities na te streven op hun eigen voorwaarden, en ze kozen ervoor om steeds later in hun leven aan kinderen te beginnen. Steeds meer vrouwen gingen naar de universiteit en studeerden af; steeds meer vrouwen bekleedden een leidende functie in de regering en de industrie.

De dochters en kleindochters van de vrouwen die het kiesrecht hadden veiliggesteld voerden deze kiesgerechtigde macht uit. De vrijheid en informatie die zij verkregen, samen met educatie, lichamelijke autonomie en meer diverse sociale rollen, leidden tot de conclusie dat hun interesses misschien anders waren dan die van hun vaders en echtgenoten. Terwijl de Republikeinse partij zich ontwikkelde als een partij van witte, Christelijke tradities en anti-feminisme, begonnen vrouwen kandidaten te steunen die expliciet achter hun rechten en vrijheden stonden, en voor hen streden om een groter stuk van de 'American pie'.

Dit hadden ze in zekere zin afgekeken van mannen. Mannen, met name witte mannen, zijn lange tijd afhankelijk geweest van de regering, die hen op allerlei manieren hulp bood. De G.I. Bill of Rights hielp veel witte mannen bij het kopen van hun eerste huis, kort na de Tweede Wereldoorlog. Daarmee legden ze niet alleen de fundering voor de witte gezinnen uit de suburbs van de VS, maar ook voor familiale rijkdom die generaties lang zou voortduren. Allerlei projecten (vaak projecten die iets te maken hadden met infrastructuur) die door de regering werden gefinancierd, zorgden voor banen voor miljoenen mannen – vaak zonder diploma op zak. Uitkeringen voor werkelozen of mensen met een beperking zorgden dat mannen ook in zwaardere tijden konden rondkomen. De subsidies voor arbeiders waren vaak duidelijk bedacht vanuit een mannelijk perspectief: huishoudelijke hulp (een sector die voornamelijk uit vrouwen bestond) was een categorie die van origine niet gedekt werd door Social Security. En van de vrouwen die thuis bevielen werd nog niet gevonden dat ze compensatie of steun van de regering verdienden — ook al zorgde het thuisblijven van de vrouwen, in de traditionele gezinnen, ervoor dat hun mannen in staat waren om buitenshuis te werken.

Vrouwen eisen al decennia lang dat politici nu ook in hun behoeften gaan voorzien, maar het is een langzaam proces. De VS is nog altijd een land zonder verplicht betaald zwangerschapsverlof of een genationaliseerd kinderopvangsysteem. De vereiste dat verzekeringsmaatschappijen de volledige prijs van anticonceptie vergoeden is een heel recente ontwikkeling (verzekeraars hoeven nog altijd niet op te draaien voor de kosten van een abortus). Maar nu vrouwen hun publieke macht hebben vergroot, hebben de problemen die impact hebben op het leven van vrouwen ook meer aandacht gekregen.

De Republikeinen zijn decennialang de partij van witte mannelijke welvaart geweest.

Conservatieve verslaggevers hebben deze opmars naar gelijkheid van vrouwen vaak omschreven alsof vrouwen de hele tijd allerlei cadeautjes van de regering eisen De Amerikaanse man, in dit opzicht, heeft zichzelf gemaakt. De Amerikaanse vrouw is chronisch behoeftig.

"Hillary Clinton heeft de stemmen van de vrijgezelle vrouw nodig. Ik noem hen de 'Beyoncé-kiezers' — de 'single ladies'," zei Fox News-presentator Jesse Watters in 2014. "Obama overtuigde de single ladies vorige keer met 76 procent, wat bijna een kwart van het electoraat vormde. Ze zijn afhankelijk van de regering omdat ze niet afhankelijk zijn van hun echtgenoten. Ze hebben anticonceptie nodig, gezondheidszorg, en vinden het heerlijk om te praten over gelijke lonen."

Dit is in veel opzichten wat er ten grondslag ligt aan de genderkloof: de afgelopen decennia zijn de Republikeinen de partij van witte mannelijke welvaart geweest, en nu zijn ze boos dat vrouwen en gekleurde mensen om hun deel vragen. Dat is min of meer de drijvende kracht achter het kandidaatschap van Trump, maar hij maakt alleen maar luider en duidelijker wat er al langer door velen in de Republikeinse partij werd gefluisterd. Republikeinen beweren voor minder overheidsbemoeienis te zijn, maar hebben maar wat graag initiatieven en bedrijfsvriendelijk beleidsvormen gesteund die mannen disproportioneel ten goede komen, en de overheid net groot genoeg houden om zich te bemoeien met de medische beslissingen van vrouwen.

Veel leden van de Republikeinse partij lijken te denken dat vrouwen eigenlijk gewoon mislukte mannen zijn, wezentjes met vreemde extra lichaamsdelen die ervoor zorgen dat we een voorkeursbehandeling eisen – gratis voorbehoedsmiddelen zodat we zoveel seks kunnen hebben als we willen, betaalde vakanties zodat we baby's eruit kunnen persen.

Deze strategie heeft gewerkt omdat veel Amerikanen stilzwijgend accepteren dat een vrouw zijn betekent dat je offers moet maken. Vrouwen werden lang geacht om hun eigen belangen onderschikt te maken aan die van anderen – om onbaatzuchtig al hun liefde en energie aan hun kinderen te geven, om hun identiteit te laten versmelten met die van hun echtgenoot, om zichzelf eten te ontzeggen om een onmogelijk schoonheidsideaal te bereiken. Om iets voor onszelf op te eisen lijkt hebberig, of nog erger: de vrouw die seksueel onverzadigbaar is, is een hoer; de moeder die zichzelf op de eerste plaats zet onvergefelijk.

De vrouwen die Clinton steunen zijn de vrouwen die het minst afhankelijk zijn van mannen en de traditionele witte Amerikaanse gezinsstructuur.

Tegenwoordig zorgt een breder feministisch bewustzijn ervoor dat steeds meer vrouwen deze cultus van vrouwelijke opoffering verwerpen, terwijl ze wel vasthouden aan het idee dat er een collectieve sociale verplichting is om anderen te helpen. Millennialvrouwen, die met een overweldigende meerderheid Clinton steunen, zijn grotendeels opgegroeid in huishoudens waarin de moeders werkten. Jonge vrouwen gaan vaker studeren dan onze mannelijke leeftijdsgenoten. We delen veel issues met jonge mannen – studieschuld, minder werkgelegenheid – maar hebben ook onze eigen problemen: ongewenste zwangerschappen voorkomen en vroegtijdig afbreken, en hetzelfde willen verdienen als onze mannelijke collega's. Maar vrouwen zijn niet een minderheidsgroep – we zijn de helft van de bevolking. En daar beginnen we ons nu eindelijk naar te gedragen.

Daarom zijn de vrouwen die Clinton steunen de vrouwen die het minst afhankelijk zijn van mannen en de traditionele witte Amerikaanse familiestructuur – vrijgezelle vrouwen, gekleurde vrouwen, vrouwen die universitair geschoold zijn. En ondertussen voelt door Trump, een man die opschept over seksueel geweld, feministisch activisme nog dringender. Misschien wordt dit het jaar dat veel vrouwen zich collectief realiseren dat er grenzen zitten aan wat ze bereid zijn te pikken van de mannen die ze verkiezen – en misschien zelfs thuis.

Dat Hillary Clinton überhaupt dit punt heeft bereikt, toont aan hoe ver Amerikaanse vrouwen al gekomen zijn. Als ze wint, zal het niet alleen zijn omdat vrouwen stemmen; het zal zijn omdat feministen eindelijk een kritieke massa van vrouwen hebben overtuigd dat onze belangen en prioriteiten net zo belangrijk zijn als die van mannen. Dit is de eerste presidentsverkiezing waarbij het achteloze seksisme van een kandidaat een groot probleem was – een nederlaag voor Trump zal betekenen dat vrouwen die normen en waarden massaal hebben verworpen.

Het kandidaatschap van Trump is op zich natuurlijk een backlash tegen de successen van het feminisme, en als Clinton wint zal dat de motor achter de opkomst van Trump niet zomaar stilleggen – de mannen die boos zijn dat ze niet meer volledig de touwtjes in handen hebben zullen blijven. Maar ze zullen in de minderheid zijn, en hun rangen zullen steeds verder uitdunnen.

Hopelijk zal deze incarnatie van uitstervende witte mannelijke macht op woensdagochtend voor eens en altijd verslagen worden. En daarvoor mag je een feminist bedanken. Of op z'n minst, als Trump wint, kan je ons daarvan niet de schuld geven.