Jamrock in Paradiso

Gentrificatie is een grote bedreiging voor een nieuwe roaring twenties

Als we echt een ongebreideld party-decennium willen is alleen waardering voor nachtclubs niet genoeg. 
Tim Fraanje
Amsterdam, NL
8.7.21
Untitled_Artwork 90
In de serie Tot de zon opkomt doen we verslag van wat hopelijk een glorieuze wederopstanding van het Nederlandse nachtleven zal zijn.

Anderhalf jaar lang waren de nachtclubs gesloten vanwege de pandemie, maar inmiddels zijn ze weer open. Dat is een mooie gelegenheid om eens flink dansend uit je plaat te gaan, maar ook om stil te staan bij hoe het er nou eigenlijk voor staat met dat hele nachtleven. De afgelopen maanden hebben veel mensen gefantaseerd over een decennium waarin ze hun feestdrift onbeperkt konden botvieren. En hoewel er wat faillissementen waren, lijkt het er voorlopig op dat er nog genoeg clubs over zijn waar je dat kunt doen. Zijn er, behalve nieuwe uitbraken van besmettelijke ziekten, nog obstakels te overwinnen of staat niets een nieuwe roaring twenties meer in de weg? We zochten het uit. 

Hoewel je zou denken dat anderhalf jaar gesloten zijn de nachtmerrie van elke clubeigenaar is, ging het ook voor de pandemie al slecht met het fenomeen nachtclub. “Er komen al jaren minder nachtclubs, die trend lijkt zich in hetzelfde tempo voort te zetten.” vertelt Leonie van Spronsen, van Spronsen en Partners, een horeca-trendbureau dat onder andere elk jaar het aantal nachtclubs telt. “Al is het de vraag of de clubs die 2020 hebben overleefd ook 2021 doorkomen.” 

Ze stuurt me een overzichtelijk tabelletje, waar ik niet vrolijk van word. In de meeste provincies is de afname van de clubs gestaag, van vijf naar vier, of van zes naar vijf. In Limburg schommelt het tussen de negen en tien. De hardste afname vond plaats in Noord Holland, de provincie die de meeste clubs telt waarvan het grootste deel zich in de hoofdstad bevindt. Vooral 2016 en 2017 waren kennelijk helse jaren voor clubs: negen van de vijfendertig clubs verdwenen. Volgens Spronsen komt dat onder andere door de concurrentie van festivals. De laatste drie jaar is het aantal clubs echter redelijk stabiel, en de pandemie lijkt daar niet per se verandering in te brengen. 

Advertentie

Pieter De Kroon, de eigenaar van de Chicago Social Club die ook actief is als voorzitter van het Overleg Amsterdamse Clubs is in ieder geval positief gestemd als ik hem opbel. Dat is verrassend, want tijdens de verplichte clubsluiting liet hij zich als lid van belangenvereniging Nachtbelang nog wel eens kritisch uit over het coronabeleid. Hij noemde het onder andere de “doodsteek” voor clubs. Vooralsnog valt dat blijkbaar mee. “Er is geen zaak door Covid gesloten. De School is natuurlijk aan het begin van die periode dichtgegaan, maar of dat daadwerkelijk door Covid is geweest, weet ik niet.” Pieter verklaart zijn eerdere kritiek door het gebrek aan perspectief tijdens de pandemie. “Het duurde steeds langer, en dan ben je heel erg bezig met: wanneer mogen we nou eindelijk weer eens wat? En ik had ook verwacht dat we wat gefaseerder open zouden moeten.” Nu is hij blij dat zijn club weer open is. Hij kijkt vooruit, en denkt dat het Amsterdamse nachtleven gewoon zal verder gaan als voor de pandemie. “Soms komt er een club bij, soms gaat er één weg.” De nieuwe Roaring Twenties zullen zich volgens hem dan ook niet uiten als extra clubs, maar als meer waardering voor het bestaande nachtleven. “Dat hoop ik althans. Dan krijg je een positievere vibe. En die was al goed hoor, begrijp me niet verkeerd.” 

Die waardering komt niet alleen van het dankbare clubvolk. Ook de gemeente Amsterdam presenteerde afgelopen week met veel tamtam hun eerste zogenaamde Nachtvisie in Sexyland World. Ze zeggen het nachtleven te willen “ondersteunen en versterken” en gaven de partyhausse van de komende maanden ook een concrete financiële zwengel met een extra steunpakket voor het boeken van dj’s en artiesten. Ook willen ze meer 24-uursvergunningen gaan verstrekken. In de hoofdstad lijkt het dus de goede kant op te gaan. 

Toch is waardering niet altijd genoeg, blijkt als ik bel met Merlijn Poolman, de nachtburgemeester van Groningen. Ook daar zegt de gemeente het nachtleven een warm hart toe te dragen. Ze hebben onder andere ingestemd met de komst van een nachtstadhuis, waar mensen geholpen kunnen worden als ze te hard gaan op de drugs of te maken hebben met seksuele intimidatie. Vergunningen voor het verruimen van sluitingstijden zijn hier niet aan de orde, want de nachthoreca mag al sinds de jaren ‘80 zelf bepalen hoe laat het feest is afgelopen. Dat vooruitstrevende beleid probeert Merlijn nu te exporteren naar andere steden. “Het leidt tot meer cultuur, meer muziek, en het is ook goed voor de economie, want er wordt meer bier verkocht. En veiligheid, want er zijn altijd wel mensen op straat. Een peukje aan het roken ofzo.”  

De gemeente Groningen heeft met hun sluitingstijdenbeleid goud in handen. Helaas is er wel een groot tekort aan plekken waarin je een nieuwe club kunt beginnen, of een oude club kunt voortzetten. “Nachtclub OOST is bijvoorbeeld op zoek naar een nieuwe locatie, maar het is nog maar de vraag waar dat gaat zijn. Zij gaven de binnenstad verdieping, tussen al die top40-studentenkroegen. Die moeten er ook zijn, maar OOST had hele interessante boekingen, en het was een plek waar iedereen helemaal veilig zichzelf kan zijn. Het was al voor corona slecht gesteld qua muzikaal aanbod in de binnenstad. Vroeger had je veel meer plekken waar je gratis je lokale djs kon zien.” 

Volgens Poolman heeft corona daar zeker een slechte invloed op gehad, maar een ander, veel structureler probleem is gentrificatie. “Je had hier bijvoorbeeld de Allround Underground. Dat was een alternatief keldertje. Maar daar worden nu appartementen boven gebouwd. We hebben een grote woningnood in Groningen, met al die studenten. Een pandeigenaar wil liever acht appartementen dan een tent waar bandjes optreden en zaalverhuur is. Die lui geven geen reet om de levendigheid van de binnenstad.” 

Hoewel sommige clubs dus ten onder zijn gegaan aan de pandemie, heeft de anderhalf jaar zonder nachtleven er ook voor gezorgd dat we extra goed beseffen hoe belangrijk het is. Maar zolang huurinkomsten trekken nog belangrijker gevonden wordt zal het niet opschieten met dat feestdecennium. Voor een écht glorieuze jaren twintig zullen we een kwaal moeten overwinnen die hardnekkiger is dan het coronavirus: blinde geldzucht.