Vice_Kunst_Final2
Illustratie door Mathilde Bindervoet
Identiteit

Kunstenaars over seksisme en grensoverschrijdend gedrag in de kunstwereld

"Voordat dit gebeurde, leefde ik zorgeloos, zei ik op alles ‘ja’. Sindsdien ben ik veel voorzichtiger. Hij heeft dat van me afgepakt."
MB
illustraties door Mathilde Bindervoet
11.11.20

Een paar weken geleden kreeg ik een DM op Instagram van Juliana*. Er moest haar iets van ‘t hart, ze was er namelijk “op ziek nare wijze achter gekomen hoe seksistisch de kunstwereld is”, zo schreef ze. Ze deelde dit met mij, een journalist, omdat ze zocht naar “een veilige manier” om haar verhaal met de buitenwereld te delen. Als zij dit niet-anoniem zou doen, zou dat haar carrière ernstig schaden. 

Toevallig − of niet toevallig, dus − verscheen vorig weekend in NRC een artikel over een Nederlandse kunstenaar die jarenlang carrière maakte, ondanks beschuldigingen van aanranding en verkrachting. Kunstinstellingen, galeriehouders en zelfs de politie waren meerdere malen gewaarschuwd over zijn wangedrag, maar tevergeefs.

Het stuk zorgde voor veel ophef. ‘Bizar!' was een veelgehoorde reactie, maar andere mensen waren juist helemaal niet verrast: met de hashtag #notsurprised werd duidelijk dat dit verhaal, waarin een zogenaamde bad boy vrouwen (en mannen) misbruikt en ondertussen een succesvolle carrière kan hebben, er een van zovelen is. 

Ik vroeg drie kunstenaars, waaronder Juliana*, naar hun ervaringen met seksisme en seksueel grensoverschrijdend gedrag in de kunstwereld. 

Juliana *(24) is kunstenaar en werd seksistisch bejegend tijdens haar opleiding

Ik las het NRC-artikel met een knoop in mijn maag. Het verhaal is verschrikkelijk en misselijkmakend, maar ja, het verbaast me niets. Ik weet als jonge vrouw hoe de kunstwereld eruitziet: doordrenkt met seksisme. Grensoverschrijdend gedrag komt veel voor en niemand doet iets. Iedereen staat erbij en kijkt ernaar. 

Als ik een grote show of opening heb, doe ik altijd een pak aan. Als ik een jurkje zou dragen, word ik minder serieus genomen. Op zo’n event zijn bijna alleen maar mannen in pak. Ze stellen geen serieuze vragen over mijn werk en ik zie ze vooral verlekkerd naar me kijken.

‘Welk laag uitgesneden shirtje heb je daarvoor moeten aantrekken?’ vroegen mannelijke docenten herhaaldelijk op de kunstacademie als ik een kans kreeg voor een expositie. Ook adviseerden ze me continu om ‘gewoon lief te lachen’ en ‘een drankje te komen doen’ na schooltijd in een café.

Soms negeerde ik dat soort opmerkingen, omdat ik er moe van werd. Als ik er wel iets van zei, werd ik ‘boze vrouw’ genoemd. Regelmatig was ik het lachertje onder mannelijke docenten en medestudenten, omdat ik voornamelijk feministisch werk maak. Ik heb het idee dat werk pleasend moet zijn voor de male gaze, het mannelijk oog, anders mag het er niet zijn. 

Na mijn afstuderen kwam ik bij een galeriehouder terecht. Als beginnend kunstenaar is dat echt een kans. We werkten goed samen, maar na een jaar kwam ik er via een vriendin achter dat hij misbruik maakte van jonge kunstenaars. Ik heb mijn mentor geraadpleegd, een rasechte feminist notabene. Zij zei dat dit is hoe de kunstwereld wereld werkt en dat ik het ‘in de doofpot’ moest stoppen. Als ik mijn mond open zou trekken, zouden galeries niet meer met me willen werken, waarschuwde ze me ook. En als ik grensoverschrijdend gedrag wilde voorkomen, kon ik volgens haar het beste vertegenwoordigd worden door een homoseksuele galeriehouder. Momenteel heb ik geen alternatief, dus zit ik nog bij hem − anders heb ik niks meer. 

Door dit soort ervaringen vraag ik me af of dit wel de wereld is waarin ik wil werken. Maar de vraag zou eigenlijk moeten zijn: wanneer gaan we stoppen met het geven van een podium aan mensen die misbruik maken van hun machtspositie?

Simone* (29) is kunstenaar en werd geïntimideerd door de directeur van een kunstinstelling 

Een paar jaar geleden studeerde ik af met een kunstwerk over seks. Ik was in de wolken toen een instelling vroeg of ik met mijn project bij hen wilde exposeren. Maar tijdens de eerste meeting kreeg ik gelijk een raar gevoel: de baas, een oude man, stelde op een agressieve, opdringerige manier hele gedetailleerde vragen over mijn eigen seksleven. Ik voelde me niet op m’n gemak en lachte het weg.

Diezelfde week kreeg ik een sms van hem of we onze samenwerking gingen vieren met het team. Dat leek me leuk. Toen ik die avond aanbelde op het adres dat hij had doorgegeven, zei hij: “Kom maar naar boven, ik woon hier.” Hij deed open in een trainingsbroek waarin ik alles kon zien zitten, dat vond ik al ongemakkelijk. Ik was de eerste gast, dus vroeg ik hem wanneer de rest kwam. “Oh nee, het is alleen jij en ik,” zei hij. Ik schrok me rot en voelde me in de val gelokt. Hij wilde een wijntje inschenken, maar ik verzon een smoesje dat ik vroeg op moest dus geen alcohol kon drinken – ik was bang dat hij me dronken zou voeren en misbruik van me zou maken. 

De hele avond maakte hij flirterige opmerkingen, ik weet niet meer precies wat-ie zei, maar het voelde als een poging om mij in bed te krijgen. Ik was verstijfd van angst, omdat ik wist dat ik al zo diep in de situatie zat en zelfs bij hem thuis was. Ik stuurde een berichtje naar onze familie-app: ‘Ik voel me onveilig, als jullie over een uur niks horen: ik ben hier.’ Toen ik wegging probeerde hij me op mijn mond gedag te kussen, wat ik kon ontwijken. Later hoorde ik dat-ie dit soort dingen ook bij stagiaires deed.

Na mijn expo heb ik zijn nummer geblokkeerd. Achteraf denk ik: ik had er wat van moeten zeggen. Maar ik kwam net van de kunstacademie en dacht dat als ik niet ‘gezellig’ mee zou doen, mijn project zou worden afgeblazen. Andere mensen die daar werkten zeiden dat hij ‘gewoon zo is’ − daardoor vertrouwde ik minder op mijn intuïtie. Ik schaamde me ervoor dat dit had kunnen gebeuren. Ergens twijfelde ik ook aan mezelf: stel ik me niet aan? 

Nu pas omarm ik mijn woede. Het komt me m’n strot uit dat ik me kwetsbaar opstelde met dit project, en daar misbruik van is gemaakt. Voordat dit gebeurde, leefde ik zorgeloos, zei ik op alles ‘ja’. Sindsdien ben ik veel voorzichtiger. Hij heeft dat van me afgepakt − ook al wil ik hem die eer niet geven. 

Lavina* (32) werd op haar kunstopleiding lastiggevallen door een medestudent

Tijdens mijn kunstopleiding werd ik constant lastig gevallen door een veel oudere medestudent. Als ik ‘s avonds alleen in het atelier was, wist hij me altijd te vinden. Hoe groot en leeg het lokaal ook was, hij ging pal naast me staan. Heel bedreigend voelde dat. Op het moment dat ik zei dat ik dat onprettig vond, zei hij: “Het lokaal is van iedereen, ik mag gaan en staan waar ik wil. Dan ga jij toch ergens anders heen?” Hij gaf mij daardoor het gevoel dat ík gek was.

Ik werd heel opgefokt van hem en was bang dat hij nog verder zou gaan. Ik voelde dat hij dat wilde: alles wat hij zei was met een flirterige ondertoon, en dat vond ik heel smerig. Het allerergst vond ik dat mijn vrijheid werd aangetast. Als ik in het atelier was, was ik constant alert. Ik wist: ik ben een kleine vrouw, hij een grote man. Hij zou me fysiek de baas zijn.

Met medestudenten had ik het erover, die hadden ook last van hem. Ik ben naar iemand van de schoolleiding toe gegaan en heb het geprobeerd aan te kaarten in een gesprek, maar er werd gezegd dat ze er niks mee konden. Terwijl ik weet dat ik niet de enige ben, meerdere studenten hebben geklaagd. Maar het zou zijn woord tegen het mijne zijn, en er viel volgens hen niks te bewijzen. 

In de kunstwereld is het belangrijk dat je jezelf goed kan verkopen, je moet niet ‘zwak’ zijn. Ik was bang dat ik zwak zou overkomen als ik het aan de grote klok zou hangen en dat het mijn carrière zou schaden. Dus hield ik mijn mond. Uiteindelijk ben ik afgestudeerd en heb ik hem nooit meer gezien.

Ik was niet verrast door het artikel in NRC. Ik dacht: natuurlijk speelt dit. De kunstenaar in het stuk werd gezien als een ‘creatief genie’, zo wordt iemand met een ziekelijke fascinatie en afwijkend gedrag binnen de kunstwereld blijkbaar neergezet. Ik denk dat hij daarom zo lang z’n gang heeft kunnen gaan. Het is fijn dat er meer openheid komt, maar ik ben bang dat er niet veel gaat veranderen. Uiteindelijk zijn het vooral mannen die het voor ‘t zeggen hebben in deze wereld, en zij krijgen zelf niet – of in ieder geval veel minder – te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag. 

*De namen zijn om privacy-redenen gefingeerd. Echte namen zijn bekend bij de redactie.