Dzenan
Srebrenica

"Ik heb mijn Bosnische vader nooit gekend, maar op Youtube vond ik beelden van hem"

Dzenan (28) werd geboren in Srebrenica, in Bosnië. Zijn vader kwam om in de oorlog. Van kleins af aan googlet hij zijn naam, in de hoop informatie te vinden.
door Dzenan
foto's door Karim Jobe
zoals verteld aan Nina Stefanovski
06 juli 2020, 4:28pm

Voorafgaand aan de herdenking van de Val van Srebrenica aanstaande zaterdag, sprak VICE met jongeren die geboren zijn, of een achtergrond hebben in verschillende delen van de Balkan. Zij dragen de gruwelen die daar hebben plaatsgevonden nog altijd met zich mee. We maakten er vijf lees- en luisterverhalen over. Lees of luister hier een introductie, die je van historische context voorziet.

"Toen begin jaren negentig de Bosnische oorlog begon, woonde mijn gezin in een dorp in de provincie Srebrenica. Naarmate de tijd verstreek, en de oorlog dichterbij kwam, besloot mijn vader dat we met het gezin zouden schuilen in de kelder van de buren, die net als wij islamitische Bosniërs waren. Dat schuilen hebben we ongeveer drie of vier weken gedaan. Toen de oorlog ons dorp bereikte, en er geruchten rondgingen dat er burgers werden vermoord, besloot mijn vader dat de kinderen en vrouwen daar weg moesten. We vertrokken in een propvolle bus van het Rode Kruis richting Slovenië, naar een veilige plek. Mijn vader ging niet mee – er ging een gerucht dat Bosnische moslims geëxecuteerd zouden worden bij haltes die door het Bosnisch-Servische leger waren opgezet.

Mijn vader, die in Srebrenica bij de militaire politie werkte als commandant, bleef achter om de Bosnische moslims en de rest van het volk te beschermen. Uiteindelijk heeft dat zijn leven gekost.

Dzenan als baby met zijn familie in het opvangcentrum in Slovenië.

Toen mijn moeder dat nieuws hoorde, in het opvangcentrum in Ljubljana, wist zij meteen hoe laat het was: er is geen weg meer terug naar Srebrenica. Ze hoorde ook dat andere familieleden onderweg waren naar Nederland, dat een goede opvangplek zou zijn voor mensen uit voormalig Joegoslavië. In Nederland kwam ons gezin terecht in verschillende asielzoekerscentra, waarna we door een Nederlands gezin heel verwelkomend zijn opgevangen. We hebben zeven maanden op een boerderij in Brabant gewoond.

De woonboerderij in Brabant.

Het ontvangst op de woonboerderij in Brabant.

Veel spullen hebben we niet kunnen meenemen uit Srebrenica. Het enige wat mijn oma en moeder bij zich hadden was een klein koffertje. De rest van de bezittingen hadden ze thuis gelaten, waardoor er weinig spullen van mijn vader zijn overgebleven. Het enige wat we nog van hem hebben, is een riem en een zakhorloge. Die liggen nu in mijn kamer. Soms pak ik ze op en kijk ik ernaar. Ik heb mijn vader niet bewust meegemaakt, omdat ik toen hij stierf nog maar een baby was.

De riem van Dzenans vader.

Het zakhorloge van Dzenans vader.

Ik heb lang gezocht naar beeldmateriaal van hem. Als kind googelde ik voortdurend zijn naam, in de hoop foto’s of video’s van hem te vinden. Het zoeken was lastig, omdat ik door de jaren heen zoveel verschillende verhalen van verschillende mensen heb gehoord over wat er is gebeurd, en waar mijn vader zich precies heeft bevonden. Ik kon niet gericht zoeken, en dat maakte me verdrietig. Totdat ik met overlevenden in Bosnië sprak die mijn vader hebben zien omkomen. Dankzij die informatie kon ik gerichter zoeken en heb ik uiteindelijk een video van hem kunnen vinden op YouTube.

De mensen die mijn vader hebben gekend zeggen altijd dat ik sprekend op hem lijk. Ze worden er emotioneel van. Dat ik op hem lijk, daar ben ik ook zelf achtergekomen door die video. Ik kijk het filmpje regelmatig. Hij wordt geïnterviewd door een journalist, en vertelt over waarmee hij bezig is. Ook zie je hem met verschillende soldaten lopen. Ik heb een screenshot gemaakt van die video, en daar een schilderij van laten maken. Als ik de woonkamer binnenloop, is dat portret het eerste wat ik zie.

Door de jaren heen heb ik mensen ontmoet die iets van mijn vader weten. Soms word ik toegevoegd op Facebook, met de vraag of ik de zoon van Mirza ben, omdat ze me over mijn vader willen vertellen. Daardoor weet ik nu beter wat voor iemand hij was, en hoe hij is omgekomen.

De print van Dzenans vader

Niet alleen mijn vader, maar ook mijn oom, neef, een hoop kennissen van mijn ouders en buren zijn overleden. Dat heeft veel impact gehad op mij en mijn gezin. Op jonge leeftijd zie je dat mensen in je omgeving verdrietig zijn, en alleen nog maar over de oorlog kunnen praten. Ik ben blij dat mijn moeder ons in veiligheid heeft weten te brengen. De band met mijn moeder is heel sterk: zij heeft in haar eentje twee jongens op het rechte pad gezet. Je kan wel zeggen dat ik een moederskindje ben.

Dzenan en zijn moeder in het opvangtehuis in Slovenië

Srebrenica herdenk ik ieder jaar door naar de herdenking in Den Haag te gaan en de elf kilometer lange vredesmars te lopen. Vijf jaar geleden heb ik ook een toespraak mogen houden op het Vredesplein. Ook ben ik op mijn tiende begonnen van het schrijven van raps over de gebeurtenissen in mijn jongere jaren. Ik kwam erachter dat ik mijn emoties daar goed in kon verwerken. Ik heb meerdere raps opgenomen over Srebrenica en mijn vader. Daarnaast ga ook regelmatig naar Srebrenica, waar ik het graf van mijn vader bezoek en bij de massabegraafplaats, een paar kilometer van mijn vaders graf, de overledenen herdenk.

De splitsingen van voormalig Joegoslavische landen zorgden ervoor dat mensen sterker willen benadrukken wie zij zijn, waar ze vandaan komen en waar ze bijhoren. Soms merk je dat nog wel, en dat er onderling provocaties zijn. De ene hangt zijn Bosnische vlag uit het raam, de ander een Servische. De ene draagt nadrukkelijk een maan en een ster om zijn nek, terwijl de ander met een groot kruis om zijn nek rondloopt. Ook heb ik Bosniërs en Serviërs bij het zwembad gezien die enorme religieuze symbolen op hun rug hebben getatoeëerd. Het lijkt wel een gewenning geworden dat deze mensen willen benadrukken waar ze voor staan, terwijl zo’n tatoeage niets zegt over hoe je een geloof belijdt. Ik heb het idee dat de voormalig Joegoslaven, die in het buitenland wonen, minder de drang hebben om dat te benadrukken, aangezien zij er niet dagelijks mee worden geconfronteerd.

Dzenans huis na de oorlog in Potočari, Srebrenica

Ik hoorde verhalen van mijn oma dat je voor de oorlog kon zijn wie je wilde. Tito, tot de jaren tachtig president van Joegoslavië, wilde geen nadruk leggen op geloof of etniciteit. Het hoefde van hem niet aan de grote klok gehangen te worden.

Zelfs na 25 jaar kun je nog de spanning voelen tussen verschillende bevolkingsgroepen. In Facebookgroepen over Srebrenica waar ik lid van ben, wordt er dagelijks over die verschillen gepraat. Of die spanning blijft of niet hangt sterk af van de manier waarop ouders het overbrengen aan hun kinderen. Ik ga later aan mijn kinderen niet alleen over de oorlog vertellen, maar ook over de harmonie die er daarvoor was.

In Srebrenica heeft de grootste genocide plaatsgevonden die Europa gekend heeft sinds de Tweede Wereldoorlog. Ook Nederland heeft er een rol in gespeeld. Toch hebben jongeren in Nederland geen flauw idee wat Srebrenica is. Ik weet dat de docent op de middelbare school door het onderwerp heen raasde. Dat vind ik raar, omdat Srebrenica helemaal niet ver van ons vandaan ligt. Het is achttien uur rijden vanuit Nederland. Een afstand die menig Nederlander aflegt om op vakantie te gaan."