jongerenwerkloos
Afbeelding via Pikist, beeldbewerking door auteur
Identiteit

De crisis legt bloot hoe zwak de positie van jongeren op de arbeidsmarkt is

Jonge flexwerkers en freelancers zijn de eersten die in een crisis op straat komen te staan. “Hopelijk pakken werkgevers, politici en de overheid dit na de crisis aan.”
29 juli 2020, 1:25pm

De 23-jarige Romée werkt al zo’n drieënhalf jaar in een Italiaans restaurant in Rotterdam. Ze heeft een nul-urencontract en werkte ongeveer twintig uur per week, om zo haar studies te kunnen betalen. Aan het begin van de coronacrisis werd haar twee weken op voorhand verteld dat het restaurant ging sluiten. Het restaurant kon rekenen op geld van de overheid, waardoor Romée doorbetaald werd, weliswaar voor minder uren. “Ik heb toen mijn studentenlening maar op maximaal gezet, zodat ik gelukkig net rond kon komen,” vertelt ze. “Mijn huisgenoot, die ook in de horeca werkte, had minder geluk. Hij werd op staande voet ontslagen en moest het doen met vierhonderd euro aan overheidssteun per maand. We hadden allebei voor de crisis allemaal festivaltickets gekocht, omdat we dachten dat we deze zomer weer veel geld konden verdienen. Dat zit er nu niet in.” 

Als gevolg van de coronacrisis is het aantal werklozen in Nederland gestegen, van 273.000 in maart tot 404.000 in juni. Volgens het CBS neemt de werkloosheid het meest toe onder jongeren tussen de 15 en 25 jaar: zo’n 107.000 jongeren die voor de crisis werk hadden, zitten nu thuis. Wat betekenen deze cijfers voor de toekomst? Legt de fragiele positie van jongeren op de arbeidsmarkt een groter probleem bloot?

Frank Notten, woordvoerder economie van het CBS, geeft duiding bij deze cijfers. “Het aantal jongeren met werk nam direct na het uitbreken van de crisis flink af”, zegt hij, “maar dat betekent niet dat het aantal werkloze jongeren gestegen is.” Hij legt uit dat het werkloosheidscijfer bestaat uit jongeren die werk zoeken en ook beschikbaar zijn. Een groot deel van de jongeren die in het begin van de crisis zonder werk kwam te zitten, is echter niet meteen op zoek gegaan naar een nieuwe baan. “Vergeleken met het begin van de pandemie zie je nu dat het aantal werkzoekenden weer is gestegen, waardoor ook het aantal werkloze jongeren stijgt,” vertelt hij. 

Volgens Notten komt dat doordat een groot deel van die jongeren werkzaam was in de horeca. Omdat ze wisten dat de horeca een tijd gesloten zou blijven, zijn ze niet direct naar ander werk gaan zoeken. Een andere reden waarom jongeren de dupe zijn van de crisis, is door het type werk dat ze doen: flexwerk, of werk met een nul-urencontract. “In een crisis zijn dit het soort werknemers dat massaal ontslagen wordt,” legt hij uit. 

Ook de 29-jarige Nawal voelt de gevolgen van de crisis. Voordat de pandemie uitbrak, werkte ze als kok in een Amsterdams restaurant. Daarnaast is ze freelancer. “Omdat ik freelancer ben, lag ik er aan het begin van de crisis als eerste uit,” vertelt ze. “Na een tijdje kreeg ik TOZO, maar ik moet het nu met de helft van mijn normale inkomen doen.” Nawal legt uit dat ze snel weer op zoek is gegaan naar ander werk, maar dat is tot nu toe niet gelukt. “Ik merk dat veel mensen nu niet willen investeren in een nieuwe werkkracht,” vertelt ze.

Dat het aantal werkloze jongeren stijgt, maar er weinig stijging is in het aantal werkzoekenden, is uniek aan deze pandemie. Het illustreert namelijk hoezeer de industrie waarin vooral jongeren werken op z’n gat ligt. Dat beaamt Notten, maar volgens hem is er weinig reden om de toekomst voor jongeren somber in te zien: volgens hem zal diezelfde groep jongeren, die vanwege hun flexibiliteit zo aantrekkelijk voor werknemers is, na de crisis snel weer aangenomen worden.

Volgens econoom en professor aan de Universiteit Utrecht Joop Schippers legt de crisis een veel groter probleem bloot: namelijk dat de werksituatie van jongeren in de horeca, de situatie van flexwerkers en jongeren met een nul-urencontract dringend aan verandering toe is. Schippers doet al jarenlang onderzoek naar ongelijkheid op de arbeidsmarkt. In april schreef hij een stuk over over de Nederlandse ‘verslaving aan flexwerk’, zoals hij het zelf noemt. “Voor de coronacrisis zag je al een aantal zorgwekkende ontwikkelingen voor jongeren op de arbeidsmarkt,” legt hij uit. “Jongeren krijgen namelijk steeds vaker als een soort default een flexibel contract. Er zijn weinig werkgevers die een jongeren spontaan een vast contract geven, of dat überhaupt overwegen.” 

Alhoewel Schippers beaamt dat jongeren, juist omdat ze zo flexibel zijn, na de crisis waarschijnlijk weer sneller een baan zullen vinden, vindt hij de huidige crisis hét moment om aan de alarmbel te trekken. “Juist omdat jongeren de afgelopen jaren overwegend flexwerk deden, is er weinig wat hen beschermt,” vertelt hij. Het resultaat daarvan zie je nu in deze crisis: jonge flexwerkers en freelancers zijn de eersten die op straat komen te staan. 

Romée en Nawal hebben dit aan den lijve ondervonden. “Al mijn vrienden die ontslagen zijn, hebben begrip voor de situatie,” vertelt Romée. “Toch vind ik het raar dat we allemaal accepteren dat dit het nieuwe normaal is. Ik kan bijvoorbeeld niet de ene week drie dagen werken en de andere vijf, terwijl mijn contract zogenaamd zegt dat ik wel die vrijheid zou moeten krijgen, omdat ik de zekerheid van een vast contract opoffer. Als ik nu ziek ben of op vakantie ga, verdien ik niets. En als er er een crisis is, ben ik niet zeker van mijn inkomsten.”

De crisis is niet enkel een deuk in Nawals financiële situatie, maar ook in haar zelfvertrouwen. “Ik ben graag freelancer, maar de onzekerheid is ontzettend vervelend,” vertelt ze. “Doordat ik nu geen werk kan vinden, kruipt de gedachte dat ik een mislukkeling ben er sneller in. Je denkt: shit, ik werk zo hard, maar in een crisis als deze, maakt al dat harde werk bijna niets uit.” Ook Romée ziet de toekomst niet rooskleurig in. “Ik ben nu al bang voor de tijd dat ik afstudeer en geen studielening meer heb om op terug te vallen,” vertelt ze. 

Ook los van de coronacrisis is het niet altijd even gezond voor de moraal en de ontwikkeling van een werknemer om constant te worden ingezet als flexwerker. “Door flexwerk bind je je als werknemer nooit echt aan je bedrijf. Als je een nieuwe werknemer krijgt met het idee dat die daar nog jaren zal werken, dan ga je investeren in diegene. Dan ga je deel uitmaken van het team. Bij flexwerkers gebeurt dat niet,” legt Schippers uit. “Het gaat soms zo ver dat een flexwerker niet eens mee mag met het bedrijfsuitje, of geen kerstpakket krijgt. Dat werkt twee kanten op: als je die werknemers als tweederangs behandelt, gaan ze zich daar ook naar gedragen.” 

Nawal denkt dat dit niet altijd het geval is. “Ik heb juist het gevoel dat je je als freelancer uit de naad werkt, omdat je jezelf constant wil bewijzen. Je hoopt dat je opnieuw ingehuurd zal worden of zelfs aangenomen zal worden.”

Volgens Schippers is er in de afgelopen decennia veel veranderd. “Vroeger waren bedrijven veel meer gericht op de mensen die er werken, zodat die samen een gemeenschap vormden. Die gemeenschap moest zich zien te rooien in goede en slechte tijden,” vertelt hij. Hij ziet hierin ook een verschil tussen een bedrijf met een zogenaamd stakeholdersmodel en een shareholdersmodel. Bij dat laatste zijn de mensen die er werken veel minder van belang, omdat er veel meer gefocust wordt op de waarde van het bedrijf op de markt. Werknemers zijn slechts een kostenpost. Alhoewel er begin dit jaar al een discussie was over de problemen die flexwerk opleveren, zijn er weinig concrete plannen om er iets aan te doen. “Ik betreur het hoe weinig mensen zich hier van aantrekken,” vertelt Schippers. “Hopelijk pakken werkgevers, politici en de overheid dit na de crisis aan.”

Het werkloosheidsprobleem in de horeca duidt volgens Schippers op nog een ander probleem, namelijk de horeca zelf. Hij is van mening dat veel bedrijven in deze sector niet duurzaam en vitaal genoeg om te overleven tijdens een crisis. “De vraag is dus: is het slim van jongeren om massaal in de horeca te werken?”, zegt hij. Deze crisis is volgens Schippers bij uitstek het moment werk te zoeken in een andere branche, omdat er andere sectoren zijn die beter floreren tijdens deze crisis. Voorbeelden daarvan zouden de IT-sector, de zorg en het onderwijs zijn. “Als je als jongere na je studie eerst graag wil werken in de horeca of bij een bedrijf dat festivals organiseert, kun je beter even kijken of je je kan bijscholen in een andere richting. Als je nog aan het studeren bent, kijk dan welke keuzevakken je nog kunt kiezen die beter inspelen op de huidige situatie op de arbeidsmarkt. Je kunt ook kijken of je werk kan vinden dat specifiek voor deze coronacrisis nodig is. Mensen die alert reageren op waar nu behoefte is, kunnen een heel eind komen.” 

Of die banen voorhanden zijn, of daar niet ook wordt gewerkt met flexwerkers en freelancers, en of dit ook het soort werk is waar je gelukkig van wordt, is weer een ander verhaal. Toch ziet Nawal ook een gouden randje aan de vervelende situatie waarin ze zit: “Als freelancer ben ik het gewend om te dealen met momenten dat je wat minder verdient. Ik heb geleerd creatiever te denken en mogelijkheden zoeken in de arbeidsmarkt. Ik ben nu aan het denken over hoe ik meer voor mezelf kan werken, onafhankelijk van anderen. Door alle moeite die ik in mezelf steek, krijg ik misschien veel meer terug.”