Nachtclub handen omhoog
Beeld door Amacrobert via Adobe Stock 

Nachtclubuitbaters over het gebrek aan waardering voor clubcultuur

“Als je clubben ‘vertier’ noemt, begrijp je het gewoon niet.”
Tim Fraanje
Amsterdam, Netherlands
3.9.20

Zeggen dat de pandemie een enorme partykiller is, zou het understatement van het jaar zijn. Er waren geen festivals, de clubs zijn al maanden dicht en gisteren werd tijdens Rutte’s persconferentie duidelijk dat het nog wel even gaat duren voordat we weer (legaal) in onze meest blitse disco-outfit een dansvloer mogen betreden. Dat is kut, voor iedereen, en voor veel nachtclubeigenaren is het zelfs een strop van jewelste. “Ik vind het verschrikkelijk voor ze”, erkende de minister president zuinigjes, alsof hij het zelf prima nog even kon uitzingen in deze grauwe, feestloze ellende (straks wordt het nog winter ook, brrr). We belden drie nachtclubuitbaters over hoe zij de toekomst van het feesten voor zich zien, en of er niet toch nog wat lichtpuntjes van hoop glitteren.

Jorn Lukaszczyk is de uitbater van de Utrechtse technokelder Basis, en één van de nachtclubeigenaren die zich hebben verenigd in Stichting Nachtbelang. De stichting heeft een eigen, alternatief protocol opgesteld, waardoor clubnachten weer door zouden moeten kunnen gaan. Maandag gingen ze daarover in gesprek met de minister, voor het eerst sinds de sluiting van de clubs. Het was een verkennend gesprek, en dus is het geen verrassing voor Jorn dat de clubs toch dichtblijven. “Maar ik heb wel met verbazing naar de persconferentie zitten kijken. Dat er gewoon zo’n belangrijk onderdeel van het leven van mensen, en zéker van jonge mensen, voor onbepaalde tijd wordt gesloten, en dat in één zin. Een belediging voor ondernemers, en een belediging voor jongeren. Jongeren worden in de hoek gezet: jullie zijn de schuldigen en ga je eens gedragen.”

Toch denkt Jorn dat de gesprekken die nu eindelijk gestart zijn constructief worden. “Met de mensen die daar aan tafel zitten en het protocol dat wij hebben geschreven, moét daar gewoon iets goed uitkomen. We zijn er een half jaar mee bezig geweest en we durven te zeggen dat uitgaan in een club op een veilige manier mogelijk is. Ik denk dat veel beleidsmakers er een heel verkeerd beeld op nahouden van wat het uitgaansleven precies is. Minister Grapperhaus heeft natuurlijk al meerdere malen bewezen dat hij geen groot fan is van dit soort culturele zaken.” Grapperhaus pleitte eerder bijvoorbeeld voor minder festivals, zodat er ook minder drugs zouden worden gebruikt.

Burgemeester Bruls van Nijmegen, die voorzitter is van de veiligheidsregio’s, erkende afgelopen week wel dat er “vertier” moet komen voor de jeugd, omdat ze zich anders teveel gaan vervelen. Daarover is Jorn positief. “Ik denk dat hij ook niet helemaal heeft begrepen hoe het uitgaansleven in elkaar steekt, maar hij erkent in ieder geval wel het probleem.” Jorn “leest tussen de regels door” dat Bruls hierbij doelt op feesten, en niet op bijvoorbeeld sjoelavonden of wandeltochten. “Eigenlijk zegt ‘ie: we krijgen jongeren niet onder de duim, ze gaan illegale feesten bezoeken. De oplossing gaat zijn: we moeten de jongeren weer feesten geven. Op een veilige manier, maar niet té aangepast, want dat zittende feesten werkt niet. Je kunt de jonge mensen niet zittend houden, dan moet je de hele tijd politieagent gaan spelen.”

Clubs als Club NYX en de Chicago Social Club experimenteerden met zit-feesten en hielden daar inderdaad al snel mee op. Toch kán het wel, zo bewijst bijvoorbeeld De Marktkantine in Amsterdam. “Elke vrijdag en zaterdag doen we de Grote Kleine Clubshow, daarbij maken we eigenlijk gebruik van de algemene horecaregels. Je geeft mensen een zitplaats, er is een dj en een bepaald timeslot”, zegt clubeigenaar Eelko Anceaux. “Dat pakt heel goed uit, eigenlijk. Mensen vinden het toch leuk. Het is niet het clubben zoals we dat kennen, maar wel een variant daarop. Een beetje nachtclubberig, in de oude zin des woords.”

Lichtelijk tamme feesten zijn nog altijd beter dan helemaal geen feesten, als je het mij vraagt. Eelko hoopt desondanks dat er snel weer meer mogelijkheden komen: “De Marktkantine is op zijn best als ie vol zit, een kolkende club.” Hij hoopt dat de versoepelingen van de maatregelen op tijd komen. “We zijn er maar tijdelijk, de duur van ons bestaan hangt af van wanneer het gebouw gesloopt gaat worden voor nieuwbouwwoningen.”

Eelko wil echter niet koste wat het kost open. “Ik begrijp veel: ik behoor zeker niet tot het kamp van corona-ontkenners of de complotdenkers. Maar ik vind het wel schokkend dat er zo weinig woorden aan worden vuilgemaakt. Het belang en de waarde van nachtleven en de nachtcultuur, en alles wat daar omheen hangt, wordt wel heel weinig gewaardeerd. Er gaat nu iets kapot wat in tientallen jaren is opgebouwd, en wat je niet zomaar terug krijgt. Ik denk dat dat grote invloed gaat hebben op alles – de sfeer van de stad, de manier waarop mensen samenleven.”

Hij denkt dat er “ongetwijfeld” ooit weer officiële dancefeesten gegeven gaan worden, ook als de overheid niks doet. “Maar het hele ecosysteem brokkelt nu af. De hele scene. Alles staat met elkaar in verbinding, de artiesten, promotors, beveiliging, de toiletjuffrouw.” Er komt dan ook actie, aanstaande zaterdag, op het museumplein. “Wij zijn met alle Amsterdamse clubs een actie aan het voorbereiden om aandacht voor onszelf op te eisen, en duidelijk te maken wat er aan de hand is. Er is natuurlijk toch hoe je het ook wendt of keert, een enorme behoefte aan dansen, uitgaan, daar wordt toch te makkelijk overheen gestapt.”

Marlies Timmermans is directeur van het Utrechtse poppodium EKKO, dat tot voor kort ook dance-avonden programmeerde. Nu niet meer: er mogen maar maximaal zestien mensen de zaal in, wat een beetje een mager is voor een party. “We gaan hoorcolleges geven op andere locaties, een soort listening bar.” Daarnaast gaan er concerten op grotere locaties plaatsvinden.

EKKO krijgt naast de corona-steun voor ondernemers ook steun vanuit het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. “Daardoor zijn we in 2020 nog safe.” Subsidie is een zeldzaamheid in het nachtleven, en EKKO krijgt die voornamelijk omdat ze popmuziek programmeren. “Wij als poppodium zeggen: elektronische muziek is evengoed cultuur, het is artistiek interessant en vernieuwend. Wij benadrukken het belang van de nachtcultuur.”

Dat nachtclubs als horeca worden gezien, is volgens haar één van de problemen waar de sector nu tegenaan loopt. “Het is goed dat er actiegroepen zijn die de belangen van het nachtleven behartigen, maar ik vond al lang voor deze crisis er was dat nachtcultuur erkend moet worden als cultuurvorm. Nu zijn we daar misschien alweer te laat mee. In Nederland wordt de dance-industrie altijd als goed voorbeeld aangehaald, bijvoorbeeld als het gaat over de exportwaarde van dj’s, maar nu wordt het eigenlijk helemaal niet serieus genomen. Ondernemerschap is natuurlijk supergoed, maar ik denk dat we vooral het verhaal moeten vertellen over de waarde van het nachtleven. De discussie gaat nu heel erg over capaciteit en economie, niet over de inhoud en de artistieke kwaliteit van deze sector. In het nachtleven wordt veel gratis cultuur gemaakt, het kost de overheid niets.”

Volgens Marlies zijn mensen in het nachtleven er aan gewend om hun eigen problemen op te lossen, maar komt die zelfredzaamheid ze nu duur te staan. “De overheid denkt: het is horeca, dat wordt wel weer vervangen. Maar dat is wel een beetje makkelijk.” Ze is er dan ook niet over te spreken dat Bruls het over “vertier” had. “Dan begrijp je het ook gewoon niet.”