Levenslessen

De lessen die ik leerde uit mijn dagboek van toen ik tien was

Tussen de gênante liefdesverklaringen en ruzies ontdekte ik een paar basisprincipes van het leven die ik uit het oog verloren was.
19 januari 2018, 5:15pm
Alle foto's via auteur.

Onlangs was ik in enkele stoffige dozen op zolder op zoek naar een oud broekpak met zebraprint van mijn moeder. Hoewel ik die helaas nooit gevonden heb, kwam ik wel een andere parel uit het verleden tegen: mijn dagboek van toen ik tien jaar oud was. Op de voorkant van het felroze boekje staat die muis Diddle, en het slotje kan niet meer sluiten door de obscene hoeveelheid foto’s, briefjes en stukjes haar die ik erin geplakt heb. Jarenlang schreef ik er zorgvuldig mijn dromen, frustraties en fantasieën in.

Ik opende het boekwerk en verloor mezelf een paar uur in mijn puberaal verleden. Het herlezen van sommige passages bezorgde me klotsend okselzweet, iets wat herkenbaar moet zijn voor iedereen die ooit een dagboek bij heeft gehouden. De teksten zijn genadeloos gênant: ik was een regelrechte bitch over mijn beste vriendinnen, zei dat mijn moeder "mijn dromen kapot maakte" omdat ik niet al mijn geld mocht uitgeven aan "een klein piepeendje" op de rommelmarkt, en schreef "Ii is main" (oftewel "he is mine") over mijn sexy dansdocent Gregory, die danste “als een heftige tijger, miauw.”

Maar toch vond ik tussen het kriebelige handschrift door ook een ongedwongen, naïeve en pure versie van mezelf. Als tienjarige eiste ik enkel van m'n liefje dat hij aardig is en eventueel "piekjes met gel" als kapsel heeft. De enige statussymbolen op het speelplein waren Pokémon-kaarten. Je grootste wens was simpelweg wonen in een gigantische lavalamp, die ook nog eens een mega glijbaan is.

Nu ben ik soms te bewust bezig met wat een man van me denkt, mijn eigen outfit, mijn LinkedIn-pagina en stijl van mijn Instagramfeed. En een lavalamp als huis is als vijfentwintigjarige natuurlijk geen goede investering meer. Je moet namelijk sparen voor een écht huis en de lavalampstijl past bovendien niet in je overdreven hippe, scandinavische interieur. Dus nu berg je die dromen op en ben je blij met een kamer die zo groot is als een schoenendoos van 650 euro.

En dat is eigenlijk verdomd jammer. Want er is natuurlijk helemaal niks leuk aan een scandinavisch interieur dat én niet glijdt én geen lava vormt. Maar ik vraag me ook af of de ‘volwassen’ versie van mezelf wel echt wijzer is geworden. Daarom probeerde ik te leren van mijn tienjarige zelf.

Liefde

Hoewel ik urenlang kan huilen als ik een compilatie zie van filmpjes van mensen die ten huwelijk gevraagd worden, ben ik op het gebied van liefde een beetje een koele kikker. Ik heb me erbij neergelegd dat – hoe graag geliefden elkaar ook zien – er altijd een reële kans bestaat dat iemands hart verpulverd en uitgespuwd wordt. En noem me een cynisch en verzuurd mens, maar uiteindelijk zijn we allemaal alleen op dit godvergeten aardje. Soit, ik word nog steeds erg graag verliefd, maar ben ook zodanig op m’n hoede dat het niet zo snel meer gebeurt.

Vijftien jaar – en heel wat liefdesverdriet – geleden, was ik hopeloos romantisch. In mijn dagboek schrijf ik dat de “perfect boy” me het gevoel moet geven dat ik erg speciaal ben. Ook moet hij me zacht vastpakken (zie tekening), me goed kussen en “zeeeeer romantisch” zijn. Meer niet. Er staat niets over de emotionele intelligentie van de jongen of het feit dat hij ook een voorliefde moet hebben voor Duits-Expressionistische cinema. Gewoon een flinke dosis aantrekkingskracht, een goed kontje en “sexaepel” was genoeg.

Ik hou van…Jongens die véél ouder zijn, jongens met een strak kontje, jongens met “kotjes” [buikspieren], jongens met een sterk “sexaepel”, jongens die “stoer” zijn = mannen. Als ik nu zo nadenk vind ik alle jongens van mijn klas zo’n kleine peuters.

Wat heb ik geleerd?
Hoewel ik niet per se passioneel tongetje wil draaien met iemand die dingen zegt als “ik ben geen racist, maar…”, lijkt het me een verademing om potentiële liefdes niet bij voorbaat al onder de loep te nemen. En ik vind het een veel beter idee om niet meer vanaf het begin bang te zijn om verlaten te worden.

Jaloezie en onzekerheden

Man, wat haat ik het als ik jaloers ben. Ik walg van mezelf als ik mijn vriendinnen iets niet gun en ik kan mezelf volledig gek maken als mijn vriendje met andere vrouwen bezig is. Maar zelfs al verzet ik me met man en macht tegen die onzekerheid, kan ik soms verscheurd worden door dat vreselijk holle gevoel in m’n maag. Jaloezie is een afgrijselijke eigenschap en dat is misschien de reden waarom volwassen mensen hun kinderachtig venijn constant proberen te legitimeren. Ze gunnen hun succesvolle collega geen geluk, “want ze is echt wel veranderd sinds haar boek is uitgekomen. Wist je trouwens dat de derde zin ervan bijna letterlijk overgenomen uit ‘Tous les hommes sont mortels’ van Simone De Beauvoir? De dief.”

"Ze (Femke) noemde me weer een trut. En toch ben ik niet boos. Want misschien ben ik wel een trut. Die altijd gemeen doet. Ik weet het niet."

Als tienjarige ben je ook jaloers. Als je beste vriendin met een andere vriendin chillt, bijvoorbeeld. Of het feit dat je buurmeisje een gameboy heeft, terwijl jij het moet doen met een onvolledige puzzel van een grazend lammetje. Maar dat zeg je dan ook rechtuit, zonder enige schaamte, in haar gezicht. En zonder dat je je er, blijkbaar, iets van aantrekt. Zoals die keer dat ik jaloers was omdat mijn vriendinnetje meer aandacht kreeg van jongens dan ik. Of het moment dat ik me afvroeg of ik misschien me wel gedroeg als een trut tijdens een ruzie met vriendinnetjes. Ik schreef het neer in mijn dagboek, sprak hen erop aan en plots wordt het probleem, wat op het eerste gezicht gigantisch onoverkomelijk leek, compleet irrelevant.

Wat heb ik geleerd?
Aangezien jaloezie vooral voortkomt uit onzekerheid, ga ik genoeg zelfvertrouwen kweken zodat ik dit rotgevoel nooit meer hoef te hebben. Maar uit mijn dagboek heb ik óók geleerd dat het beter is om zo eerlijk mogelijk te zijn. Dus, Camille, als je dit leest, de volgende keer dat je alweer de eerste prijs krijgt op de playbackshow van de bonte avond in camping ‘De Drie Padden’ in Waddinxveen, ga ik hoogstwaarschijnlijk stikjaloers zijn en je dus niet feliciteren. Zo, dat lucht op.

Geen schaamte

Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd. En alhoewel dat een hartstikke boeiende studie is, zijn er ook – net zoals in alle andere studies – enkele minpuntjes. Naast het vooruitzicht van jarenlange werkloosheid en bijbanen als barista, word je er ook omringd door mensen die urenlang kunnen praten over de politieke relevantie en het katharsis-effect van het Grieks theater van de jaren zestig. En man, wat vind ik dat gezapig. Maar ik heb nu eenmaal vijf jaar van mijn leven opgeofferd aan de kunstgeschiedenis, wat betekent dat ik geacht word t-shirts te dragen met daarop “Earth without art is just ‘eh’“ en mijn kat Pierre-Auguste Renoir moet noemen. Maar in mijn dagboek was ik onverbiddelijk naar dingen die me niet interesseerden. Als beloofd wordt dat ik naar een “stripfestival” mag gaan, maar in de plaats daarvan een poppenkast te zien krijg van “Tijl Uilenspel”, schrijf ik in mijn dagboek “spaar mij”.

"Vandaag zouden we naar het “stripfestival” gaan, maar het enigste wat we gezien hebben was een poppenkast van “Tijl Uilenspiegel” (spaar mij)."

Wat heb ik geleerd?
Tienjarigen trekken zich geen reet aan van ‘wat hoort en wat niet’ en het boeit hen geen ene fuck wat anderen vinden. Ze lezen geen recensies – die heel spontaan hun eigen mening lijken te worden – terwijl ze nippen van een speciaalbiertje. Ze haten niet op films die wellicht hoog aangeschreven staan maar stiekem een dom plot hebben, om te laten zien hoe hard ze op de hoogte zijn van de laatste trends in theater, muziek en film. Tienjarigen vinden Shrek bijvoorbeeld “megacool”. En weet je wat, daar hebben ze verdorie gelijk in. Shrek is de shit.

"Ik heb vandaag naar Shrek 2 gekeken. Hij is “mega cool”. Hij gaat over een oger (zie tekening) die een oger vrouw heeft. Die oger vrouw is eigenlijk een prinses. Iedereen wil een stukje steken tussen hun liefde. Er komt ook een lieve kat in voor en die kijkt zo: (tekening)"

Ik ben nu vijftien jaar ouder en volgens de wet volwassen. En vijfentwintig jaar vallen en opstaan heeft me bijvoorbeeld geleerd dat bepaalde dingen kunnen kwetsen, zoals de tekening hierboven met mislukte haiku die ik maakte van mijn docent. Of dat mijn moeder gelijk had dat ik geen vijftig euro moest uitgeven aan plastic meuk op de rommelmarkt.

Maar ik heb vooral geleerd dat ik best een beetje meer die onbevangen puber uit 2005 mag zijn. Ik ga me weer zonder angst storten in passionele relaties en ik ga goudeerlijk zijn over mijn eigen en andermans lelijke karaktertrekjes. Ik ga, de volgende keer dat iemand een vier uur durend verhaal afsteekt over het katharsis-effect van een of ander obscuur toneelstuk, hen beleefd verzoeken om hun hautaine snaters te houden. En als ik mezelf betrap op jaloezie omdat iemand stoeft over zijn tiende druk van boek vijf, ga ik stoppen met klagen en er verdorie zelf aan beginnen. Maar bovenal ga ik zonder schaamte van de daken schreeuwen dat Shrek nog altijd mijn lievelingsfilm is. En dat zal niet zomaar veranderen, hoe oud en wijs ik ook word.