Opgroeien met een psychotische pa is vreselijk moeilijk en soms hilarisch

“Het is een hele vieze man”, zei de politieagent tegen mij. “Hij gooide zijn ondergezeken T-shirt recht in mijn gezicht. Dat is toch niet normaal?”

door Peter Klosters; illustraties door Fernando Leon
|
jan. 26 2018, 2:15pm

Wanneer het duidelijk is dat je vader manisch depressief is en gevoelig is voor psychoses, ga je jezelf afvragen waar het is begonnen. Waar het bij mijn vader escaleerde is duidelijk. Dat was in de zomer van 2007 op zijn ijzeren skûtsje vol mensen die dachten dat ze een dagje gingen varen.

Mijn vader was de schipper, had dagen niet geslapen en begon bij een brug tussen twee Friese meren te beweren dat hij de nieuwe Messias was. Hij schreeuwde: “Ik ben Jezus en ik weet allang wat er straks gaat gebeuren!” Tot grote schrik van de brugwachter en de bemanning van zijn boot, klauterde de zelfbenoemde profeet op de brug en liet kennen dat hij eraf wilde springen.

Uiteraard geloofden de aanwezigen niet in een goede afloop van de aangekondigde sprong. Hij werd van de brug gesleurd en de politie was al onderweg. Voor het eerst in zijn leven werd mijn vader opgenomen in een psychiatrische inrichting.

Als kind had ik geen idee dat mijn vader anders was. Wel dronk hij erg veel, vooral in de zomer. Hij werkte als camping- en restauranteigenaar in Terkaple – een heel klein dorpje in Friesland tussen de Friese meren. Daar moest hij in het hoogseizoen de hele dag hard werken en ’s nachts ontlaadde hij met veel bier. In mijn puberteit werd zijn drankgebruik heftiger, en de uitbarstingen die daar bij kwamen kijken extremer. Meestal waren de nachten bij mijn pa aan de bar ontzettend gezellig; dan klonk zijn gezang en schaterlach over de hele camping. Maar de sfeer kon opeens omslaan, en dan werd mijn vader plotseling onredelijk en zelfs agressief. Dan zocht hij ruzie met iedereen. Ook met mij. Toen ik zestien was smeet hij een keer na een zware dag woedend een glas bier in mijn gezicht, nadat ik hem niet had geholpen in de keuken terwijl ik dat wel beloofd had. Mijn vader haalde ook alles uit de kast tijdens ruzies met een buurman waarmee hij jarenlang in de clinch lag. Waar het uiteindelijk om draaide stelde weinig voor, maar mijn pa vond het meestal reden genoeg om na elke confrontatie de hele buurt wakker te schreeuwen.

Of het jarenlang feesten, de woedeuitbarstingen en de nachten die hij doorhaalde de oorzaak zijn geweest van de diagnose die hij uiteindelijk kreeg, of juist iets dat voortkwam uit het feit dat hij manisch depressief was, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat de eerste keer dat mijn vader was opgenomen een beangstigende periode was. Ik was bang dat hij nooit meer normaal zou worden. Bang dat hij voor de rest van zijn leven die merkwaardige man zou blijven die ik nauwelijks herkende.

Het eerste bezoek aan mijn vader op de gesloten afdeling, resulteerde in een huilbui van Leeuwarden tot aan mijn woonplaats Heerenveen. Ik besefte dat ik mijn vader zou kunnen kwijtraken. Toch liet ik in het openbaar niks merken. Niemand mocht mijn verdriet zien, omdat ik vond dat ik sterk moest zijn. Wanneer ik over de situatie van mijn vader moest praten, deed ik er meestal een beetje lacherig over. Niet dat ik het niet serieus nam. Ik wilde het gesprek gewoon niet zoveel lading meegeven. Vooral om mezelf te beschermen tegen ongewilde emoties.

Na de diagnose snapte ik ook waarom m’n pa altijd zoveel geld uitgaf. Zijn impulsieve aankopen waren symptomen van zijn manische depressie. Mijn vader had met al die betalende gasten een hoop geld in zijn portemonnee, waar hij auto’s van kocht – meestal oude barrels – en in de zomer bootjes. Niet alleen motorbootjes, ook flinke schepen. Met een camping, een restaurant en een woonboerderij als onderpand, kan zelfs iemand die de realiteit kwijt is een nieuwe hypotheek krijgen.

Gelukkig werd mijn vader na zijn opname geleidelijk aan weer de oude. Dat duurde echter wel een paar maanden. Een patroon dat de afgelopen tien jaar zich steeds herhaalde. Hyper worden in het voorjaar, psychotisch worden in de zomer en een beetje bijkomen in het najaar. Ik raakte er bijna aan gewend. Toch was ik nooit immuun voor de momenten dat ik aan zijn ogen kon zien dat mijn vader goed in de war was. Ik heb nooit gedacht dat mijn vader bezeten is geweest, maar toch begrijp ik goed dat men vroeger bij psychotische mensen een priester erbij haalde. Iemand die je dierbaar is, wil je helpen. Mijn vader wilde alleen geen hulp. Niet in de vorm van een vrijwillige opname. Ook niet in de vorm van medicatie. Hij wilde absoluut geen pillen slikken.

Als ik voorstelde dat hij misschien eens met iemand van de GGZ moest praten, op het moment dat hij weer dreigde door te draaien, zei hij: “Ik bepaal zelf wel wat ik doe!” Mijn vader reageerde meestal boos als ik mijn bezorgdheid uitsprak. Op dat moment was hij al dagen wakker, lag zijn woonkamer vol met gebroken glas en misten alle deuren van de keukenkastjes. Vaak had hij dan al aardig wat mensen zonder reden gebeld en huilend te woord gestaan.

Vaak kreeg hij kort daarop last van dwangneuroses. Dan telde hij als een bezetene ramen of tegels, of wees hij onophoudelijk ritmisch steeds dezelfde voorwerpen aan. Soms sloeg hij voortdurend met beide handen op zijn knieën, terwijl hij alleen maar ‘shit’ mompelde. “Shitterdeshit shit shiiiit!”

In de periodes dat mijn vader rustig en helder is praat ik soms met hem over wat er in zijn psychotische periodes is gebeurd. Hij heeft mij een jaar of vijf terug eens verteld waarom hij toegaf aan dat neurotische gedrag. “Het is heel beangstigend. Zelfs nu als ik eraan terugdenk,” vertelde hij over de zomer daarvoor waarin hij drie keer gedwongen werd opgenomen. Hij slikte zijn tranen in voordat hij verder kon. “Het voelde alsof ik een soort puzzel moest oplossen en ik kon daar niet mee stoppen. Anders zou er iemand doodgaan. Soms dacht ik dat ik er iemand onsterfelijk mee kon maken.

Mijn vader heeft er een gruwelijke hekel aan om opgesloten te zitten. Daarom was het altijd lastig om hem te laten opnemen. Terwijl dat de afgelopen jaren juist noodzakelijk was. De regels voor een gedwongen opname zijn om goede redenen heel streng – in Nederland kun je absoluut niet zomaar iemands vrijheid ontnemen. Er moet een strafrechtelijke aanleiding voor zijn, of iemand moet een gevaar vormen voor zichzelf of anderen. Mijn vader moest dus in principe eerst ernstig in de fout gaan of een gevaar vormen, en meestal was er dan al behoorlijk wat schade aangericht. Iemand die zijn hele huisraad in de tuin gooit en al zijn geld verscheurt, is nog geen gevaar.

Wel stapte mijn vader regelmatig in verwarde toestand in een van zijn roestbakken, en scheurde als een bezetene over de Friese landweggetjes. Dit was ontzettend gevaarlijk – het enige voordeel daarvan was dat het een aanleiding was voor een opname.

Meer dan eens zat hij vast in het buitenland. Misschien dat hij in een onbekende omgeving sneller en heftiger psychotisch wordt. Gelukkig heeft hij altijd een doorlopende reisverzekering gehad – erg handig voor als hij in de bak belandde tijdens bijvoorbeeld een beestachtige vakantie op Sint Maarten. Meneer was compleet doorgedraaid in het hotel waar hij verbleef. Hij had geen kleren aan, maar zijn nagels waren wel netjes gelakt. Met een paar telefoontjes naar de crisisdienst van de verzekeraar kwam mijn vader onder begeleiding naar Nederland. Een paar jaar later gebeurde iets soortgelijks, maar toen werd hij overgevlogen vanuit Griekenland. Ik heb geen idee hoeveel premie hij nu betaalt.

Sinds zijn eerste opname in 2007 heeft mijn vader bijna elk jaar wel minstens een week in de gesloten inrichting gezeten. Daar hebben de artsen hem, met behulp van medicatie, wel weer terug in de realiteit kunnen krijgen. Hij vond het zelf altijd totaal onnodig, maar ik was iedere keer blij om hem langzaam maar zeker minder hysterisch te zien worden. Te zien dat hij eindelijk besefte dat mijn broertje niet doodgaat. Hem eindelijk te zien zwijgen over zijn denkbeeldige hond die zogenaamd door de buurman is vermoord.

Helaas werd soms ook die opgejaagde versie van m’n vader weer uit de kliniek ontslagen. “Even een psychiatertje om de tuin leiden,” kondigde hij wel eens grappend aan als er een beoordelend gesprek zou gaan plaatsvinden. Mijn vader is een intelligente man. Hij is ook charmant en kan goed inschatten wat er van hem verwacht wordt. Daarnaast heeft hij niet altijd met dezelfde psychiater te maken gehad. Soms werd hij beoordeeld door een arts die mijn vader totaal niet kende. Mijn vader was soms bij de pinken genoeg om deze onbekende arts in te palmen en hem of haar ervan te overtuigen dat hij niet achter gesloten deuren thuishoort. Zijn laatste psychiater zei erbij dat het niet meer van deze tijd is om iemand tegen zijn wil in langdurig vast te houden. Bij mijn vader hield het verblijf bij de GGZ meestal na een week op.

Als mijn vader middenin die geestelijk instabiele fase zat, nam hij zijn ziekte nooit serieus. Hij hield nooit rekening met wat het zijn naasten deed. Er was volgens hem nooit iets aan de hand en niemand hoefde volgens mijn vader zorgen over hem te maken. Die nonchalante houding maakte me vaak ontzettend kwaad. Vooral omdat het niet tot hem doordrong hoeveel stress hij veroorzaakte. Soms heb ik daardoor weleens iets gezegd of gedaan waar ik spijt van heb.

In een berichtje van de vriendin van mijn pa, las ik dat mijn vader twee pitbulls ging kopen. Hij was net uit de gesloten inrichting, maar meldde zich nog wel op vrijwillige basis elke dag bij de GGZ. Ik was dus in de veronderstelling dat het goed ging en dat hij zijn situatie serieus nam. De impulsieve aankoop van de honden, die hij voor mij en zijn psychiater verborgen hield, bewees het tegendeel en maakte me ontzettend kwaad. Op dat moment had ik het helemaal gehad met hem en ik ging het hem duidelijk maken ook.

“Hoe haalt hij het in zijn hoofd,” schreeuwde ik woedend in mijn auto. Ik wilde dit koste wat het kost voorkomen. Ik wilde geen pitbulls opvangen zodra hij weer bij de GGZ suf zit te knikkebollen van de zware antipsychotische medicatie.

Ik had na het lezen van dat berichtje nooit in die auto moeten stappen. Die honden kreeg ik niet uit zijn hoofd gepraat, ondanks mijn woeste geschreeuw. Ik sleurde hem het hele huis door en schreeuwde tot mijn stem ermee ophield. Het loste niets op. Ik heb nu alleen het beeld op mijn netvlies van een huilende vader die ineen kruipt omdat hij bang is dat ik hem zal slaan. Hoewel mijn vader mij dit heeft vergeven, voel ik dat het ons permanent heeft beschadigd. En dat om een paar honden, die bovendien na twee maanden weer zijn weggebracht. Agressie is natuurlijk geen middel tegen geestesziekten, maar voor mij was er op dat moment een bom gebarsten.

Naast je agressie in bedwang houden is het heel belangrijk om op de hoogte te zijn. Ik heb alle contactpersonen van alle betrokken instanties opgeslagen in mijn telefoon. Ik bel ze direct als ik vermoed dat de hersenen van mijn vader weer achterstevoren in zijn schedel zitten. Het is altijd goed om de experts op dit gebied in te schakelen voor een extra oogje in het zeil.

Misschien was alles met de juiste medicatie niet gebeurd. Hij slikt nu sinds een jaar voor het eerst dagelijks pillen om de hypomanische pieken uit te vlakken. Dat lijkt goed te gaan, maar ik ben nog voorzichtig met juichen. Hij slikt ze namelijk met grote tegenzin, dus het is maar afwachten hoe lang hij ermee doorgaat.

Ondanks alle stress, woede en moeilijke situaties, ben ik toch ook dol op mijn vader en zijn de situaties waar hij in belandt – naast pijnlijk – soms ook hilarisch. Ooit wilde hij een biertje drinken in de kroeg, en raakte hij bij het parkeren een andere auto. Een gemiddeld persoon zou zijn eigen voertuig wegzetten en het verder oplossen met de verzekering. Die ouwe van mij niet. Hij parkeerde zijn auto midden op de weg voor zijn stamkroeg, lichtte de politie in en haalde intussen wat te drinken.

Met een glas pils in zijn hand wilde hij de agenten te woord te staan. Die waren daar alleen niet erg van gediend, en dachten waarschijnlijk dat hij straalbezopen was. Op een autoritaire manier eiste een jonge agent de autosleutels van mijn pa. Iedereen die mijn vader een beetje kent, weet dat je hem niets moet bevelen. Mijn vader riep: “Krijg jij de tering maar!” en smeet met een welgemikte worp zijn eigen autosleutels in de plomp.

Volgens zijn vrienden in de kroeg is mijn vader vervolgens met grof geweld naar de grond gewerkt. In de cel bekeek hij zijn schrammen en blauwe plekken en besloot hij wraak te nemen. Mijn vader trok zijn T-shirt uit, piste zijn kledingstuk helemaal doorweekt en wachtte af.

“Het is een hele vieze man”, zei de agent later tegen mij. “Hij gooide zijn ondergezeken T-shirt recht in mijn gezicht. Dat is toch niet normaal?” Ik had inmiddels gehoord hoe hij mijn papa had aangepakt, en kon alleen maar antwoorden met: “Ach, dat is mijn vader.”

Meer VICE
VICE-kanalen