Advertentie
Identiteit

Anna Blaman was een lesbische schrijver die overliep van erotiek en eenzaamheid

Vooral religieuze partijen maakten zich erg druk om de lesbische scènes, zoals die waarin ze dijen omschreef als “uiteengeweken zeeschelpen” en oksels als “wiergrotten”.

door Amarens Eggeraat
02 november 2019, 8:30am

Beeldbewerking door Dymphie Huijssen

Er moeten talloze Nederlandse vrouwen en meisjes zijn geweest die zich voor het eerst bewust werden van hun lesbische gevoelens terwijl ze een boek van Anna Blaman (1905-1960) lazen. In de bundel Langoureus Verlangen herinnert schrijver Xaviera Hollander zich bijvoorbeeld dat Blamans boek Eenzaam Avontuur haar een “warm gevoel in de onderbuik” gaf: “Opeens begon ik erg naar de aanwezigheid van een lieve, sensuele vrouw te hunkeren.”

Want al ziet ze er op foto’s erg keurig uit, met haar zware brilmontuur en de kleine sjaaltjes om haar nek, Anna Blaman schreef vol overgave over haar erotische verlangen naar vrouwen.

In haar gedichten klinkt seks met een vrouw vaak als een duik in een stilstaand poeltje op het strand. “Steeds heerlijker ontschaalt zich ‘t weke wervelloze dier” schrijft ze in het gedicht Prinses. “Wat is begeerlijker dan sterven in haar zuigarmen en tussen wier”. In Ik droomde beschrijft ze dijen als “uiteengeweken zeeschelpen” en oksels als “wiergrotten”.

Dat was bijzonder, want tijdens Blamans leven werd er niet openlijk over homoseksualiteit gepraat.

In 1911, toen ze zes jaar oud was, werd in Nederland het artikel 248bis van de Zedelijkheidswet ingevoerd, met als expliciet doel om de zogenaamde ‘verspreiding’ van homoseksualiteit tegen te gaan. Seks tussen meerderjarigen en minderjarigen van hetzelfde geslacht kon met een forse gevangenisstraf worden bestraft, en minderjarig bleef je destijds tot je 21e (terwijl je vanaf 16 jaar al wel heteroseksuele ontucht mocht plegen).

In Een stilzwijgende samenzwering: Lesbische vrouwen in Nederland, 1920-1970 schrijft historicus Judith Schuyf dat dit homofobe artikel ervoor zorgde dat homoseksualiteit vrijwel onzichtbaar werd. Het werd gezien als iets crimineels, dus werd erover gezwegen. Ook al lag je als vrouw elke avond innig verstrengeld in bed met je vriendin, je benoemde het niet. Homoseksuele gevoelens konden alleen worden beleefd in een maatschappelijk isolement.

Voor Anna Blaman, die als Johanna Petronella Vrugt geboren werd in Rotterdam, voelde dat isolement misschien ergens wel vertrouwd. Ze was een ongezond kind, een schriel meisje met rode bultjes op haar huid en pijn in haar maag, waardoor ze veel tijd doorbracht in bed en weinig vrienden kon maken. Haar vader, een succesvolle fietsenmaker, overleed jong, waarna haar moeder een pension begon om geld te verdienen. Voor Anna was er in dat pension een speciale kamer, die goed verduisterd kon worden. In die donkere kamer zat ze haar migraines uit, las ze talloze boeken, schreef ze gedichten en droomde ze over de mooie meisjes waar ze keer op keer hopeloos verliefd op werd.

Blaman debuteerde tijdens de Tweede Wereldoorlog: in 1941 verschijnt haar roman Vrouw en Vriend, over een gevoelige jongeman en zijn onbeantwoorde liefde voor een vrouw. Een recensent, die verbonden was aan de NSB, noemt het boek ‘ontaard’, vol personages die van ‘een debiele morele gezondheid’ zijn.

Maar het grote schandaal kwam in 1949, met het boek Eenzaam Avontuur – twee jaar nadat De Avonden van Gerard Reve een soortgelijke controverse veroorzaakte. Blaman schreef de roman om de breuk van haar relatie met Alie Bosch, de mooie verpleegster die haar tijdens de Hongerwinter had verlaten voor een dansleraar, te verwerken. Net als in Vrouw en Vriend lijkt ze zich vooral te vereenzelvigen met haar heteroseksuele mannelijke personages, maar dit keer komen er ook homoseksuele personages voor.

Eenzaam Avontuur veroorzaakte een schok in het inmiddels sterk verzuilde Nederland. Het boek diende als dankbaar referentiepunt in homoseksuele communicatie: als je subtiel wilde laten weten dat je op vrouwen viel, dan kon je discreet een exemplaar bij je dragen of zichtbaar neerleggen op je salontafel. Vooral religieuze partijen maakten zich erg druk om de erotische scènes en de beschrijvingen van homoseksualiteit. In de pers wordt het boek flink bekritiseerd, met name door mannen die het schijnbaar onverteerbaar vonden dat een vrouw op deze manier over hartstocht en lustgevoelens schreef.

Ter gelegenheid van de Boekenweek van 1949 organiseerde de schrijver Albert Helman een Boekentribunaal, een op het eerste gezicht ludiek bedoelde discussieavond over Eenzaam Avontuur in de vorm van een rechtszaak. Hij klaagde Blaman aan wegens ‘misdaden tegen de literatuur’ en nodigde haar uit om te komen getuigen. Blaman bleef thuis, en in haar afwezigheid maakte Helman haar boek en haar persoon met de grond gelijk. Ze zou leiden aan imbeciliteit en psychologische instabiliteit, ze zou een ongezonde obsessie hebben voor slechte gebitten, niet kunnen schrijven en vooral niet begrijpen ‘waarom mannen door vrouwen aangetrokken worden.’

Blaman voelde zich gekwetst. Toch had het Boekentribunaal voor haar een goede kant, want er waren erg veel mensen die zich kwaad maakten om het gedrag van Helman. Krantenartikelen uit die tijd lezen als een soort papieren twitter-rel: er was ontzettend veel ophef om de ophef. Bovendien hielp het schandaal de verkoopcijfers: Eenzaam Avontuur werd een bestseller, en Blaman leefde het leven van een succesvolle schrijver. Ze gaf drukbezochte lezingen, reed op haar motorfiets naar Parijs om wijn te drinken met existentialisten, publiceerde talloze verhalen en artikelen en hield er een hele rits minnaressen op na.

Waarom ze ooit voor het pseudoniem Anna Blaman koos, heeft ze overigens altijd strikt geheim gehouden. Er bestaan wel een aantal theorieën: volgens haar zus Corrie was die naam vanuit de geestenwereld naar boven gekomen, terwijl ze een séance hielden. Anderen lezen er een ingewikkelde liefdesverklaring aan Alie Bosch in: ‘Ann’ à B. l’aman’, waarbij de ‘B’ voor Bosch staat, of ‘MAN van Alie Bosch’.

De bekendste uitleg is dat Blaman staat voor ‘Ben Liever Als Man’, maar helemaal zeker is dat niet. Florette Dijkstra, die in 2010 een korte biografie over Blaman schreef, gelooft er bijvoorbeeld niet zo in: “Anna Blaman had mannelijke hoofdpersonen nodig om haar gevoelens voor vrouwen te verwoorden en zei dat ze ‘masculien’ dacht en voelde, maar het gaat te ver om te zeggen dat zij ‘liever als man’ was.”

De reacties op het werk van Blaman bleven sterk verdeeld. In De Telegraaf wordt er nooit een positief woord over haar geschreven. “Twee duizend gulden vloeien uit de gemeentekas naar de portemonnee van Anna Blaman – u en ik mogen daar aan betalen…” schreef columnist Johan Luger als ze in 1950 een prijs krijgt van de gemeente Amsterdam. Haar manier van schrijven wordt te somber gevonden, “Wéér is bijna elke mond een donkere afgrond vol rottende tanden in een puisterig gelaat, weer vindt ge geen handen die niet kleverig of op zijn minst klam zijn…” klaagde een recensent in 1951.

Andere kranten, zoals Het Vrije Volk en het Algemeen Handelsblad zijn positiever. Blaman wordt geprezen voor haar vernieuwende proza en haar psychologische diepgang. In een verslag in Het Vrije Volk wordt Eenzaam Avontuur omschreven als “een uiting van ‘zelfbevestiging’ van de schrijfster, waarbij het eenzaam avontuur – erotisch extreem, schokkende en trillend van pijn, ten slotte menselijk van droeve waarheid – door de lezer herkend wordt.”

In 1957 won Anna Blaman de P.C.Hooftprijs. Drie jaar later overleed ze, op 55-jarige leeftijd.

Na haar dood raakt ze een tijdlang in te vergetelheid; haar graf wordt in 1980 geruimd, zonder dat iemand het opmerkte. Maar inmiddels wordt Blaman weer gezien als een van de belangrijkste auteurs van de twintigste eeuw.

In het Literatuurmuseum in Den Haag vind je haar naam tussen die van schrijvers als Reve en Hermans, in het Pantheon van Nederlandse literaire grootheden. In Rotterdam, de stad waar ze haar hele leven woonde, is ze al helemaal goed zichtbaar: er zijn kunstwerken, festivals en bibliotheekzalen aan haar gewijd.

Die herwaardering van Blaman is terecht, al was het maar omdat ze een levensbelangrijk voorbeeld was van wat een vrouw kon zijn, behalve een brave moeder en echtgenote. Ze was op geen enkele manier aan een man verbonden, ze leefde los van elke patriarchale structuur en bewees dat vrouwen hun eigen seksuele verlangens hadden.

En al kwam ze zelf nooit expliciet uit haar homoseksualiteit, haar boeken waren een broodnodig referentiepunt voor lesbische vrouwen, in een tijd waarin homoseksualiteit zo goed als onbespreekbaar was.

In 1969, negen jaar na haar Anna Blamans dood, werd er voor het eerst echt geprotesteerd tegen artikel 248bis, door homoseksuele studenten die het Binnenhof bestormden. In 1971 werd het afgeschaft. Vanaf die tijd werd homoseksualiteit steeds zichtbaarder – activisten eisten met steeds meer succes hun plaats in de maatschappij op. Maar het werk van Anna Blaman herinnert ons eraan dat eigenzinnige lesbische vrouwen altijd al bestonden.

Tagged:
lesbisch
Literatuur
lhbt+
Anna Blaman