Advertentie
online misbruik

Wat je moet doen als je naaktfoto op het internet rondslingert

We vroegen experts naar advies voor als het internet zich tegen je keert.

door Melisa Can
10 april 2018, 2:51pm

Afbeelding via Getty Images, via VICE US

Haatberichten, bedreigingen, identiteitsfraude en het ongewenst plaatsen van persoonlijke informatie zijn allemaal vormen van misbruik waar internetters online mee te maken kunnen krijgen. Ook bangalijsten en exposed-groepen - waarin voornamelijk vrouwen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond ‘ontmaskerd’ worden omdat ze kech (hoer) zouden zijn - zorgen voor problemen die nu hoog op de politieke agenda staan. Zo pleitte de VVD afgelopen donderdag voor een ‘superspoedprocedure’ om slachtoffers van wraakporno, internetpesten, sextortion (chantage door middel van het delen van persoonlijke seksuele content) en andere vormen van online misbruik beter te beschermen. Denk aan het sneller offline halen van beelden, maar ook het hoger beboeten van daders.

Er wordt gewerkt aan de verbetering van wettelijke procedures, maar wat kun je zelf doen als zoiets je overkomt? We vroegen een paar experts op het gebied van internetveiligheid en online misbruik om advies.

Naaktfoto’s

Als er een naaktfoto van je wordt verspreid, is het raadzaam om eerst steun te zoeken bij iemand die je vertrouwt. “Als je minderjarig bent, ga dan bijvoorbeeld naar je ouders, of een vertrouwenspersoon van school,” adviseert Jacqueline Kleijer, deskundige op het gebied van online veiligheid onder jongeren en mede-oprichter van de website Stappenplan Sexting. “En als je volwassen bent, ga dan naar een goede vriend of vriendin die je vertrouwt. Dat vangnet is namelijk ook nodig om volgende stappen te zetten.”

Wat zijn de volgende stappen? “Ten eerste is het altijd goed om de naaktfoto’s te rapporteren bij de sociale media waar ze op staan,” vertelt Petra Hoekman, hulplijnmedewerker bij helpwanted.nl – een website die jonge mensen die te maken krijgen met online seksueel misbruik soelaas biedt. “De meeste sociale media hebben ook een knopje (in-app optie) of formulier voor het rapporteren van naaktfoto’s, en er bestaan websites als tineye.com. Daarmee kun je zien op welke sites jouw foto opduikt, zodat je dat bij die sites kunt melden,” vervolgt ze. “Zeker in het geval van mogelijke kinderporno zijn sociale media zoals Instagram of Facebook er vaak wel toe bereid om de foto’s er zo snel mogelijk af te halen.”

Hoekman legt uit dat er een belangrijk verschil bestaat tussen het rondsturen van naaktfoto’s van minderjarigen en meerderjarigen. “Als er foto’s van minderjarigen worden verspreid, dan valt dat onder kinderporno. En dat is strafbaar.”

Volgens Robbert Salome, woordvoerder van de nationale politie, is het belangrijk om altijd aangifte te doen. Neem dan alles mee dat kan dienen als bewijsmateriaal. “Bijvoorbeeld screenshots, de websites waar de naaktfoto’s op te vinden zijn, en informatie over de mogelijke dader, zodat die eventueel gevonden kan worden,” legt hij uit. “Ook als je ouder dan achttien jaar bent en een naaktfoto van jou wordt verspreid, is het slim om aangifte te doen. In zo’n geval is er namelijk sprake van smaad, omdat er tegen jouw wil in informatie van jou wordt verspreid.”

Online stalken

Hoekman legt uit dat je een online stalker het best kunt rapporteren, blokkeren en negeren. Maar helaas werkt dit niet altijd. “Ik kreeg laatst een melding van een meisje dat herhaaldelijk lastig werd gevallen. De dader maakte steeds nieuwe accounts aan, waardoor het hem telkens toch weer lukte om berichten naar het slachtoffer te sturen,” zegt ze. Ook in zo’n situatie is het volgens Hoekman toch het beste om de stalker te blijven negeren, en die accounts te blijven rapporteren bij de betreffende sociale media.

En wat als dat toch echt niet werkt? “Wat ik de laatste tijd ook steeds meer zeg tegen slachtoffers, is dat je de dader moet melden dat je er iets aan gaat doen – door bijvoorbeeld te zeggen dat je bewijsmateriaal hebt opgeslagen waarmee je naar de politie kunt gaan. Op die manier kun je de daders ook afschrikken, en het heft toch weer een beetje in eigen handen nemen.”

Online bedreigingen

Hoekman vertelt dat online bedreigingen vaak gepaard gaan met afpersberichten, “waarin er wordt gedreigd dat bepaalde documenten online worden gezet. Afpersers vragen dan om geld, of om nog meer naaktfoto’s. Slachtoffers zijn bang voor die bedreigingen, en daardoor doen ze wat de dader vraagt. Toch is mijn advies om niet op die bedreigingen in te gaan. Je krijgt namelijk geen enkele garantie dat de beelden verwijderd worden,” legt ze uit.

Stijn Jaspers van veiliginternetten.nl – een van de partijen achter de meldknop die bij online misbruik ingezet kan worden, vertelt me wat je wél kunt doen, namelijk “het aangeven van de haatberichten of bedreigingen bij de website waar je ze ontvangt.” Ook Kleijer adviseert - wederom - de bedreigers te rapporteren, te blokkeren, te negeren en aangifte te doen. Een dader kan natuurlijk alsnog langs die online ‘blokkade’ heen gaan, door bijvoorbeeld een anonieme haatpagina aan te maken. Maar ook dan is het volgens Kleijer voor je eigen welbevinden heel belangrijk om het contact zoveel mogelijk te beperken.

Identiteits-hack

Als je erachter komt dat iemand zich online voordoet als jou, kun je het rapporteren volgens Jaspers. Maar hij weet dat sociale media niet erg happig zijn om accounts te verwijderen. “Dan kun je nog wel eens tegen een muur aan lopen. Die sociale media hebben natuurlijk geen helpdesk die je kunt bellen, zodat je kunt vragen of ze het profiel verwijderen.”

Wat vooral belangrijk is: “Bescherm jezelf tegen identiteitsfraude door de privacy-instellingen van je sociale media accounts aan te passen, sterke wachtwoorden te gebruiken en een twee-staps verificatie in te stellen, zodat je je telefoon nodig hebt om in te loggen. Vraag jezelf af: als ik nu iets plaats, wie kan dat dan allemaal zien? Het is belangrijk om daar bewuste keuzes in te maken,” adviseert Jaspers.

Bovendien is het strafbaar om andermans identiteit aan te nemen, ook online. “Dat valt onder identiteitsfraude,” vertelt Salome. “Dus als dat je overkomt, kun je ook daarvan gewoon aangifte doen bij de politie.”

Shaming

Hoekman vertelt dat shaming (het publiekelijk vernederen van een persoon) een lastiger probleem is om aan te pakken, omdat slachtoffers vaak via Whatsapp of Telegram worden exposed – met hun gegevens erbij. Exposing gebeurt namelijk meestal in privé-chatgesprekken en groepsgesprekken, die je niet zo makkelijk kunt rapporteren. Je kunt wel de schade beperken. “We zien regelmatig dat er contact met slachtoffers wordt opgenomen door mensen van die exposed-groepen via hun Instagram account. Zorg er dus voor dat je sociale media-accounts afgeschermd zijn, zodat mensen je niet zo makkelijk kunnen vinden, contacteren, of informatie van je profiel vandaan kunnen halen,” zegt Hoekman. En als mensen je wel vinden? “Probeer dan in ieder geval niet te reageren, en de mensen die je benaderen te blokkeren en te verwijderen.”

Kleijer benadrukt dat bij elke vorm van online misbruik geldt: erover blijven praten. “Je wordt op zo’n moment aangevallen, en het is lastig om dat in je eentje te verwerken.” Ik vraag haar wat je moet doen als je het moeilijk vindt om steun te zoeken, omdat je je misschien schaamt. “Vaak zijn slachtoffers inderdaad heel bang voor de oordelen van de mensen om zich heen,” vertelt Kleijer. “Maar je ouders of andere mensen in jouw omgeving komen er in veel gevallen toch wel achter. Ook al is dit het allerergste dat jou tot nu toe is overkomen, kun je het in zo’n situatie toch beter aan je ouders of vertrouwenspersoon vertellen.”

Volgens Kleijer zijn er ook "allerlei instanties die je kunnen helpen om het aan je omgeving te vertellen, bijvoorbeeld Lumens, Jarabee, Pretty Woman, Qpido en Fier. Je kunt altijd ondersteuning vragen bij wijkteams, particuliere coaches of de huisartsondersteuner."

Ook het online shamen van mensen is strafbaar, legt politiewoordvoerder Salome uit: “Als je in zo’n exposed-groep staat, dan valt dat onder smaad en laster. Het zijn mensen die jouw goede naam aantasten, en daar kun je aangifte van doen. Dat raad ik ook zeker aan. Hoe meer informatie wij over die exposed-groepen hebben, hoe beter de politie iets aan het probleem kan doen.”