Sport

Zo werd de Nigeriaanse verdediger Albert Yobo een echte Zwollenaar

“Yobo in de spits olé olé!”

door Sam van Raalte
15 juli 2019, 2:10pm

Foto door Proshots

De Afrika Cup is momenteel aan de gang. Tijdens het toernooi hebben we een drieluik gemaakt met Afrikanen die ooit naar Nederland kwamen om te voetballen. Na Jatto Ceesay en Zico Tumba is dit deel drie: Albert Yobo.

Supporters van PEC Zwolle zingen in het seizoen 2003/2004 massaal “Yobo in de spits olé olé!” De Nigeriaanse verdediger Albert Yobo speelt dan een seizoen in Zwolle. Hij is de oudere broer van Joseph Yobo, die jarenlang in de Premier League speelt voor Everton en meer dan honderd interlands aantikt voor het nationale elftal van Nigeria.

De carrière van Albert Yobo loopt anders dan die van zijn jongere broer. Na mislukte periodes bij Auxerre, VFL Osnabruk en Grazer AK, speelt Albert Yobo in het seizoen 2003/2004 meer dan 20 wedstrijden voor PEC Zwolle. Eigenlijk is dit het enige succesvolle seizoen in zijn carrière. Albert Yobo speelt daarna nog even in de Segunda Division van Spanje en stopt op zijn 27ste met profvoetbal, na een slepende knieblessure.

En wat doe je dan? Dan ga je terug naar de enige plek waar het wel goed ging: Zwolle. Yobo woont er nu nog steeds. VICE Sports sprak de voetballer over zijn huidige werk in een kruidenfabriek, een eigen doelpunt tegen PSV en liefde voor Zwolle.

VICE Sports: Ha Albert, hoe gaat het met je?
Albert Yobo: Goed man, ik heb er net een nachtdienst op zitten bij mijn werk. Ik had de hele week nachtdiensten.

Wat voor werk doe je nu?
Ik had tot twee jaar geleden nog nooit gewerkt. Maar toen besloot ik: ik moet iets gaan doen met mijn leven. Ik kreeg de kans om te gaan werken bij Euroma, waar ze kruiden maken. Dat doen ze al honderd jaar. Ik werk er nu een jaar of drie als kruidenmaker. Ik geniet er net zo van als van mijn voetbalcarrière.

Wat doe je precies in de kruidenfabriek?
Ik krijg bijvoorbeeld een lading bladeren, en moet dan een heel proces met de machines volgen om er kruiden van te maken. Dat gaat per ladingen van soms wel duizend kilo, dus ik werk met een grote machine. Ik mix allerlei ingrediënten om de kruiden te maken. Ik ben erg blij met de baan.

Je kwam in 2003 naar Nederland om bij PEC Zwolle te voetballen. Wat herinner je nog van dat seizoen?
Het was geweldig. Ik had daarvoor in Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk gezeten. Maar Zwolle was anders, omdat ik me er thuis voelde. Het voelde alsof ik in Port Harcourt speelde, snap je? Dat is mijn thuisstad in Nigeria. Het voelde goed bij PEC Zwolle door de mensen op de club en de supporters. Dat is een van de redenen waarom ik later terug ben gekeerd naar Nederland.

Jouw trainer was Peter Boeve en je speelde samen met spelers als Jasar Takak en Bert Zuurman.
Dat zijn goede gasten, net als Diederik Boer, Albert van der Haar en Marco Roelofsen. Mijn Nederlands was niet goed, dus ik had alle hulp nodig. Ze steunden me heel goed. Als ik nu nog weleens terug ga naar PEC Zwolle om een wedstrijd te kijken, zie ik Albert van der Haar bijvoorbeeld nog steeds elke keer.

Wat is jouw hoogtepunt geweest bij PEC?
De wedstrijd tegen Ajax, tegen Zlatan Ibrahimovic. De trainer zie vooraf tegen me: “Jij hoeft niks anders te doen dan Zlatan uit de wedstrijd halen.” Ik gaf hem mijn woord, omdat ik het gevoel had dat ik het kon, ook al was Zlatan een enorm sterke spits. We hadden stevige duels. Ik herinner me nog dat Zlatan soms geïrriteerd was, omdat hij goed wilde spelen en scoren, maar ik zat hem in de weg. Hij werd boos, maar dat hoort erbij. Dat was mijn beste wedstrijd. Ajax won wel met 1-0, maar Zlatan scoorde niet. Ik heb trouwens ook een mooie herinnering aan de wedstrijd tegen PSV, waar Mateja Kezman toen speelde. Ken je hem nog?

Zeker, hij was een goede spits. Wat gebeurde er tussen jullie?
Ik maakte die wedstrijd een eigen doelpunt. Mateja Kezman stond toen vlak achter me. Na de eigen goal zei hij tegen me: “Kom op Yobo, je kunt dat gewoon aan mij overlaten.”

Albert Yobo
Albert Yobo voor PEC Zwolle in 2003. (Foto: Proshots)

De supporters van Zwolle hadden een speciaal lied voor jou, herinner je dat nog?
Ja natuurlijk: “Yobo in de spits olé olé!” Dat zongen ze toen ik mijn basisplaats had verloren. Ik speelde steeds minder, wat ik wel begreep. Maar de supporters zongen altijd mijn naam als we achter kwamen, zodat ik mee moest gaan doen in de aanval. Zoiets heb ik nergens anders meegemaakt. De supporters waren dol op me. Als ik nu naar het stadion ga, herkennen supporters me nog steeds. Daar word ik elke keer weer blij van. Zwolle is mijn club.

Jouw laatste wedstrijd voor Zwolle liep minder goed. Tegen Feyenoord werd je al na een kwartier gewisseld. Hoe was dat voor jou?
Tsja, toen speelden we tegen de grote jongens. Ik kwam toen terug van een blessure aan mijn hamstrings, volgens mij. Hennie Spijkerman was toen onze trainer. Hij had heel veel vertrouwen in mij, dus wilde me opstellen, ook al kwam ik net terug van een blessure. Ik had eigenlijk wat wedstrijdritme nodig. Het stond na een kwartier al 3-0 voor Feyenoord. Toen werd ik gewisseld, en uiteindelijk verloren we met 7-1. Maar ja, het kan niet altijd zo gaan als je wil.

Waarom ben je na jouw carrière als profvoetballer weer in Zwolle gaan wonen?
Na een seizoen ging ik van Zwolle naar Pontevedra in Spanje. Mijn familie bleef in Zwolle wonen. Het ging prima in Pontevedra, maar ik kreeg er wel een knieblessure. Ik moest van de club blijven spelen met injecties. Dat was niet verstandig. Na dat seizoen keerde ik terug naar Zwolle, hopend op een nieuwe club. Ik woon nu nog steeds in precies hetzelfde huis als waar ik woonde toen ik bij Zwolle speelde. Een transfer naar Cyprus ketste af, en ik moest een operatie aan mijn knie moest ondergaan. Die operatie ging ook nog eens niet goed, dus ik moest stoppen met profvoetbal en wat anders gaan doen. Nu werk ik in de kruidenfabriek. Vanavond heb ik weer een dienst.

Veel succes, Albert. Bedankt voor het gesprek!
Geen dank!