gezondheid

Wanneer vertel je een date over je psychische problemen?

“No way dat ik op een eerste date vertel dat ik complexe PTSS en terugkerende depressies heb.”

door Gwen van der Zwan; illustraties door Titia Hoogendoorn
12 juli 2019, 8:21am

Illustratie door Titia Hoogendoorn

Iedereen die weleens last heeft van psychische problemen, weet dat dit voor een partner ook ingrijpend kan zijn. Daarom is het soms ook lastig om erover te vertellen als je iemand net leert kennen – stel je voor dat je nieuwe liefje erop afknapt.

Zelf heb ik het exploderend-hoofd-syndroom en lange tijd last gehad van paniekaanvallen. Ik vind het lastig om daar open over te zijn als ik een oogje op iemand heb. Zo heb ik weleens bij een nog niet ingelichte vlam ‘s nachts gillend rechtop in zijn bed gezeten. Dan heb je ineens iets uit te leggen.

Wanneer vertel je iemand over je problemen? Meteen op de eerste date? Of zwijg je erover totdat je door de mand valt? Het is een ingewikkelde vraag en het antwoord verschilt per persoon. Ik vroeg vijf mensen met psychische problemen wanneer ze daarover vertellen aan mensen waarmee ze daten, en hoe erop wordt gereageerd.

Merel (33), heeft een bipolaire stoornis

Meestal vertel ik op de tweede date dat ik een bipolaire stoornis heb. Ik zeg dan iets als: “Ik vind het heel erg leuk met je, maar voordat we verder gaan, wil ik dat je iets weet.” Ik heb mezelf geaccepteerd zoals ik ben, dus ik ben niet bang voor negatieve reacties. Ik wil dat iemand verliefd op me wordt om wie ik ben, niet om hoe ik me voordoe. Als mensen er niet mee om kunnen gaan, dan zoek ik gewoon verder naar iemand die dat wel kan. Ik vind het belangrijk dat ik hier vrij snel open en eerlijk over ben, juist zodat ik weet of iemand kan omgaan met mijn depressieve en manische episodes. Ik ga niet riskeren dat ik al helemaal voor iemand ben gevallen, en dat dan blijkt dat diegene er niet mee om kan gaan.

Toch begin ik er op de eerste date niet over. Bij een onenightstand doet het er gewoon niet toe. Als ik serieus met iemand aan het daten ben, vertel ik het tijdens het tweede afspraakje. Ik vind het fijn als iemand op een eerste date nog met een open blik naar me kan kijken.

Ik ben ooit bijna een jaar opgenomen geweest in een inrichting. Als ik dat vertel, komt het weleens voor dat mensen daarvan schrikken. Dat ik een bipolaire stoornis heb, zegt op zich niet zoveel. Maar als ik vertel over mijn suïcidale periodes en het leven in een psychiatrische inrichting, schrikken mensen. Als ik merk dat iemand er echt heel erg van schrikt, weet ik eigenlijk meteen dat het niet gaat werken. Dan zet ik er vaak zelf een punt achter.

Sebastiaan (34), heeft complexe PTSS en terugkerende depressies

Er is op internet veel over mij en mijn psychische problemen te vinden; ik zit in voorlichtingsfilmpjes over suïcide en geef weleens interviews over mijn psychische problemen om dit onderwerp uit de taboesfeer te halen. Mensen hoeven dus mijn naam maar te googelen, en ze weten precies wat er met me aan de hand is. Ik heb weleens meegemaakt dat iemand waarmee ik datete er op die manier achter kwam.

Ze reageerde erg geschrokken, wat ik me ergens wel kan voorstellen. Het is ook nogal wat. Toch vind ik niet dat ik verplicht ben om er meteen over te beginnen. Er wordt meteen zo’n stempel op je gedrukt. Ik vind dat je er pas over moet beginnen als je daar zelf zin in hebt. Dat kan op de vijfde date zijn, maar ook op de tiende. Het is belangrijk dat ik iemand vertrouw voordat ik me kwetsbaar opstel. No way dat ik op de eerste date meteen zeg dat ik PTSS heb en depressief ben. Dan ziet iemand helemaal niet meer wat ik daarnaast nog meer ben, zoals lief en grappig.

Manuela (27), is autistisch en heeft een dwang- en eetstoornis

Naast autisme, een dwangstoornis en een eetstoornis, heb ik ook de diagnoses borderline persoonlijkheidsstoornis, depressie, ADHD en sociale fobie gehad. Ik zeg weleens: ik heb het hele pretpakket. Ik heb moeite met omschakelen; mijn dagplanning kan niet zomaar omgegooid worden, want dan krijg ik kortsluiting in mijn hoofd. Verder heb ik veel dwangroutines rondom eten. Voordat ik ga eten voer ik bepaalde handelingen uit, ik eet altijd op vaste tijdstippen en er moet iets specifieks te zien zijn op televisie. Ik eet ook niet in het openbaar. Als ik me niet aan deze regels houd, krijg ik een rotgevoel. Dat hangt ook weer samen met mijn autisme.

Als ik date, is het belangrijk dat de ander weet hoe hij ermee om moet gaan. Ik heb twee lange relaties gehad. De laatste duurde tweeënhalf jaar en is net uit. We hebben elkaar ontmoet op Happn, waar ik sinds kort ook weer af en toe op zit. Datingapps werken voor mij meestal beter dan uitgaan, want dat zorgt voor te veel prikkels. Op de eerste date vertel ik altijd meteen wat er met me aan de hand is. Alleen mijn eetstoornis houd ik wat langer voor mezelf. Ik heb het idee dat er op eetstoornissen een groter taboe rust dan op dwang. Bij dwang denken mensen aan een goed geordende kledingkast of dingetjes moeten rechtleggen - dat is ergens nog wel charmant. Maar een eetprobleem wordt weleens gezien als een beperking op het sociale leven dat je samen kunt hebben. Daarom stel ik het benoemen van mijn eetprobleem het liefst uit totdat iemand met me uit eten wil. Dan moet ik het wel vertellen.

Ik heb weleens meegemaakt dat jongens niet met me wilden daten omdat ik aangaf dat ik vanwege mijn stoornissen moeite heb met buiten de deur afspreken. Dat vond ik nogal lomp. Maar ondanks dat ik weleens vervelende reacties heb gekregen, vertel ik het toch het liefst meteen op de eerste date. Het wordt op de lange termijn gewoon niks als de ander er niet mee om kan gaan.

Brenda (37), is autistisch en heeft eetproblemen

Ik ben nu twee jaar samen met mijn vriend. We hebben elkaar ontmoet via een datingsite. Op de eerste date was ik al open over mijn psychische problemen. We waren allebei op zoek naar een vaste relatie, en daarom vond ik dat hij het recht had om te weten wie hij voor zich had. Ik vind dat je als je aan het daten bent, je niet per se je diagnoses hoeft te benoemen, maar wel wat je gedrag in het dagelijks leven betekent voor de ander. Zo heb ik het dus ook benaderd tijdens onze eerste date. Ik heb hem uitgelegd dat als er op een dag meerdere dingen op de planning staan, er ruimte moet zitten tussen de afspraken. Of dat ik soms ‘s middags een uurtje moet gaan liggen. Als ik dat niet doe, raak ik overprikkeld, word ik angstig, wordt eten moeilijk en kan ik boos en geïrriteerd worden.

Ik vind het niet spannend om te vertellen over mijn gebruiksaanwijzing. Ik was op zoek naar een serieuze relatie en als iemand daar echt van schrikt, houdt het gewoon op. Ik heb niet de neiging om me beter voor te doen dan ik ben. Uiteindelijk snij ik mezelf dan in de vingers, want hij komt er toch wel een keer achter. Bovendien is het ook gewoon onpraktisch als hij het niet weet. Omdat mijn vriend weet van mijn eetproblemen, houdt hij er rekening mee. Als ik het druk heb, eet ik niet meer. Hij herinnert mij er dan aan. Dat is fijn voor ons allebei.

Maartje (24), heeft PTSS

Door meerdere traumatische ervaringen, waaronder misbruik in mijn jeugd, heb ik PTSS ontwikkeld. Binnen liefdesrelaties speelt dat een rol omdat ik een seksueel trauma en hechtingsproblematiek heb. Sinds ruim twee jaar heb ik een vaste relatie met mijn vriend. Ik ontmoette hem tijdens een vakantie op een boerderij in Frankrijk. Hij wist toen al een beetje wat er met mij aan de hand was; ik ben er vrij open over en zodoende had hij het al van anderen gehoord. Ik heb veel littekens van automutilatie op mijn lichaam, dus daar kan ik ook niet echt omheen. Wel heb ik iets langer gewacht met vertellen dat ik seksueel misbruikt ben, omdat niet iedereen daar altijd even fijn op heeft gereageerd. Ik heb weleens meegemaakt dat een jongen zei: “Met jou kan ik dus niet aankomen bij mijn familie.” Dan merk je dat er nog een enorm stigma rust op psychische problemen. Toen ik mijn huidige vriend ontmoette, automutileerde ik niet meer en ging het al veel beter met me. Dat maakte het ook makkelijker om het te vertellen. Toch was ik alsnog bang om afgewezen te worden. Gelukkig oordeelde mijn vriend niet.

Ik vind het belangrijk om over mijn problemen te vertellen als ik met iemand date, omdat het, net als mijn verleden, onderdeel is van wie ik ben. Toch vind ik het tegenwoordig minder belangrijk om te benoemen dan eerst, omdat mijn problemen nu minder aanwezig zijn. Ik heb een tijd last gehad van dissociaties. Dan werd ik uit het niets slap en viel ik op de grond. Om praktische redenen moesten mensen dan weten wat er met me aan de hand was, anders schrikken ze zich rot en bellen ze een ambulance terwijl dat niet nodig is.

Als ik met iemand date, wil ik ook graag weten wat er in diegene omgaat en waar ik rekening mee moet houden. Maar dat is iets anders dan dat ik op de eerste date verwacht dat er een lijst aan diagnoses gepresenteerd wordt. Ik denk dat iedereen moet doen wat goed voelt. Als het relevant is, vertel je het. Maar voel je niet verplicht om het overhaast te doen. Je bent meer dan je psychische problemen.