Het artwork van Robyns album 'Honey'
Het artwork van het album

Robyn is er nog steeds om mensen te helpen met muziek

Het Zweedse icoon is na acht jaar terug met het album ‘Honey’. We spraken haar over therapie, de dood en hoe ze haar inspiratie weer terugvond.
30.10.18

“Mag ik een sigaret van je?”

Ik schrik van mijn eigen vraag. Is het gek om een sigaret te bietsen van Robyn? Ik twijfel. Ze geeft me er eentje. Ze steekt hem zelfs voor me aan met een lucifer. Ik probeer dit beeld zo goed mogelijk op te slaan in mijn geheugen. Haar blonde piekhaar. De brandende sigaret. Ik inhaleer en het moment gaat voorbij. Robyn is een icoon, niet alleen voor mij. In homobarren bestaat er een speciale blik die mensen elkaar toewerpen als een van haar liedjes worden gedraaid. Aan de ene kant om ons eindeloze liefdesverdriet een plek te geven, en aan de andere kant omdat we weten wat voor iets moois er komen gaat. Bovendien klinkt haar muziek fantastisch op goede speakers. Haar zeven albums, die tussen 1995 en 2010 uitkwamen, zijn allemaal ontzettend invloedrijk geweest binnen de popwereld. Sindsdien heeft ze op haar eigen tempo een soort sekte-achtige fanschare gecreëerd. Deze fans bevinden zich op de dansvloer in een donkere kelder vol roze en blauwe lichten, zijn vaak queer, drinken in een hoekje somber hun drankje door een rietje of slaan het in één keer achterover, om vervolgens terug te keren naar de zweterige massa van dansende lichamen.

Advertentie

Om die sekte te begrijpen, moet je dieper in de muziek duiken. Haar meest bekende liedjes – Dancing On My Own, Call Your Girlfriend, With Every Heartbeat – zijn allesverslindende, met synthesizers doordrenkte dancehits. Met een geluid zo hard als staal maar met net zo veel glitter, klinkt het nog het meest als een robot die met veel zorg in elkaar is gezet. Maar het is meer dan dat. Ze pakt de meest pijnlijke gevoelens – spijt, jaloezie, verlangen – en laat je ze omarmen. Ik kan geen andere artiest bedenken die dit kan zoals zij. “Het is gewoon zo meedogenloos,” zei Perfume Genius onlangs tegen Pitchfork toen hij sprak over With Every Heartbeat en het geluid van Robyn. “Ze zingt ‘And it hurts with every heartbeat’ en herhaalt het keer op keer. Ze wil je laten weten dat ze er nog steeds voor je is, ook al doet het haar pijn.”

Haar nieuwe album Honey, dat onlangs verscheen, combineert weer alle bovenstaande elementen. Toch klinkt de plaat ook als iets dat ze nooit eerder maakte. Zoals de naam misschien al suggereert, blijft het plakken, is het zacht en sensueel. De synthesizers zijn warmer, de beats minder klinisch, met haar stem die erboven zweeft. De harde elektronische klappen die uitgedeeld werden op oudere nummers als Don’t Fucking Tell Me What To Do zijn weg, en vervangen door een bad met daarin een warme, geleiachtige substantie. Ze wil nog steeds dat je je gevoelens omarmt, maar dit keer wil ze ook dat je soms even kalm aan doet en dingen laat gaan. “I’m never going to be broken-hearted, ever again,” zingt ze bijna zuchtend op de laatste track, om later te zeggen: “That shit got so lame.”

Ik spreek met Robyn af op een dakterras van een hotel in hartje Londen. Het eerste wat me opvalt is dat we identieke outfits dragen: een zwart colbertje, een zwarte broek, en een klein leren heuptasje dat we over onze schouders dragen. Haar handdruk is zo stevig dat mijn vingers er een beetje pijn van doen. We ploffen neer op een bank om te praten, en ik bedenk me opeens dat we ons allebei niet echt goed gekleed hebben voor deze onverwachte herfstwarmte. We zien eruit als een stel goths die smelten in de zon.

Advertentie

Robyn komt over als een kalm, weloverwogen, warm en observerend persoon. Alle chaotische energie die ik voelde aan het begin van het interview – de korte kennismaking, drankjes bestellen, met m’n opnameapparaat klooien – ebt langzaam weg als ons gesprek vaart begint te maken. Dat ze overal heel voorzichtig maar toch direct op antwoordt, helpt daarbij. Wanneer we weer afscheid nemen, spaart ze mijn vingers en geeft ze me een knuffel en nog een sigaret. Maar voordat dat zo ver is, hebben we het over hoe therapie haar heeft geholpen om dit album te schrijven, hoe verlies je ook kracht kan geven en waarom dansen een religieuze ervaring kan zijn.

Noisey: Het nummer Missing U komt nadat je acht jaar lang geen solomateriaal uitbracht. Ik vind het mooi dat je erin zegt dat iemand alleen maar meer aanwezig kan worden in je leven als je diegene verliest.
Robyn: Ja, dat gebeurt nu eenmaal als je mensen verliest. Een vriend van mij is overleden, maar het gebeurt ook als een relatie uitgaat. Bij mij gebeurde het allemaal tegelijk. Ik denk dat ik met dat nummer probeer te omschrijven hoe het is om iemand te verliezen. Het is heel persoonlijk. Ik wil dat mensen hun gevoel erin kwijt kunnen, dat ze hun emoties ermee kunnen beschrijven.

Verlies is een vreemd gevoel. Je kan het nergens mee vergelijken.
Het is vreemd en trippy. Je wordt er minder stabiel van, wat ook weer cool is. Net als alle trippy ervaringen kan het je veel leren en je kan er zelfs door groeien als persoon.

Advertentie

Op wat voor manier?
Je wordt er kwetsbaar van. We praten niet echt over dingen. Als je mensen verliest – zo werkt het in elk geval voor mij – ga ik nadenken over doodgaan, de zware dingen. Ik denk dat er in onze westerse levens niet veel ruimte is om bij dat soort dingen stil te staan. Toch moet iedereen er een keer mee omgaan.

Ik weet niet of dit ook voor jou opgaat, maar als je de dood van dichtbij meemaakt, worden de mooie dingen in het leven nog mooier.
Ja, het is een bitterzoet gevoel. Het is ook erg menselijk. Hoe meer je het leven waardeert, des te meer je bang wordt om het kwijt te raken.

Dit album is een stuk minder hard dan je andere platen. Hoe is dat zo gekomen?
Ik voelde me erg kwetsbaar. Als ik hiervoor uitdagingen had, duwde ik mezelf erdoorheen, maar ik denk niet dat ik dat dit keer kon doen. Toen ik dit album schreef was ik somber en deed ik veel aan zelfreflectie. Mijn instinct zei dat ik kalm aan moest doen en er meer voor mezelf moest zijn. Ik moest een comfortabele, relaxte plek vinden waar ik voor mezelf kon zorgen. Toen ik begon met muziek maken, deed ik het om mezelf goed te voelen. Ik luisterde naar muziek die ik leuk vond. Ik moest voor dit album mezelf weer op die plek krijgen, zonder druk, om weer dingen uit mezelf te krijgen.

1539775321339-Robyn-cr-Mark-Peckmezian-012_RGB_F1

Image by Mark Peckmezian via PR

Dansen heeft altijd een belangrijke plek gehad in je werk. In je video’s, maar ook door de manier waarop je muziek geconsumeerd wordt.
Ik heb dansen altijd fijn gevonden, al sinds ik een kind was. Mijn moeder was danser toen ze jonger was, mijn ouders maakten experimenteel theater, wat veel raakvlakken had met moderne dans. Ik werd ermee opgevoed. Als ik uit school kwam en mijn ouders waren er nog niet, zette ik muziek aan en ging ik dansen in de huiskamer.

Waar danste je toen op?
Een van de eerste albums waarop ik danste was het album dat Prince maakte voor de film Batman. Het was duister, conceptueel en vreemd. Een andere plaat die ik aanzette was Hounds of Love van Kate Bush.

Advertentie

Ik heb een hechtere band met je muziek gekregen door erop te dansen in clubs. Ik denk dat dit voor veel mensen geldt.
Dat is mooi. Ik denk daar veel over na. Ik luisterde toen ik opgroeide veel naar muziek door erop te dansen, of het nu Kate Bush was of Rhythm Nation van Janet Jackson. Ik vond de artiesten die een boodschap hadden altijd het vetst, ook al kende ik hun levensverhaal niet. Door naar hun muziek te luisteren, kon ik begrijpen hoe zij zich voelden. Muziek kan op die manier een tijdscapsule zijn, je kan bepaalde momenten herleven. Dat is hoe mijn fans zich kunnen vinden in mijn muziek, denk ik. Ik ben daar erg blij mee.

Dat moet ook bevreemdend zijn, toch? Dat je weet dat jouw persoonlijkheid anderen energie geeft?
Het is mijn manier om hoopvol te zijn. Het feit dat mensen elkaar zo kunnen beïnvloeden, dat ze op zo’n positieve manier dingen kunnen verwerken, of het nu met muziek of visuele kunst is, dat is prachtig en wonderbaarlijk.

Het is best gek dat de wereld zo’n verschrikkelijke plek kan zijn, maar dat mensen nog altijd naar een donkere ruimte gaan om te dansen tot de zon opkomt.
Maar dat zou eigenlijk helemaal niet gek moeten zijn. Het zou onderdeel moeten zijn van iedereens leven. In Zweden is religie helemaal niet zo’n groot ding, dus hier is dansen misschien onze manier van met dingen omgaan.

Laten we het nog even hebben over je nieuwe album. En dan in het specifiek over het laatste nummer: Ever Again. Je zegt daarop dat je nooit meer een gebroken hart wil ervaren. Maar je weet dat het weer gaat gebeuren toch? Het overkomt ons allemaal.
Ever Again is een nummer dat je kracht moet geven. Tuurlijk, je hart zal heus wel weer gebroken worden, slechte dingen gebeuren nou eenmaal. Je gaat ooit dood! Maar het is de manier waarop je het benadert, hoe je ermee omgaat. Je kan je hart zeker nog eens laten breken, maar laat het je niet kapotmaken.

Waarom heeft het zo lang geduurd voordat er een nieuw album was?
Ik wilde het eerder doen, maar het lukte niet. Toen ik Missing U schreef, het eerste nummer dat ik voor dit album schreef, probeerde ik de tekst af te maken, maar het kwam er heel erg banaal uit. Ik wist dat het wat tijd zou kosten om uit te vinden wat ik wilde zeggen. Dat was aan het einde van 2014. Ik wilde mijn muziek een bepaalde diepte geven, maar dat kon toen nog niet. Ik had net een disco-EP gemaakt met Mr. Tophatt, en ik had ook wat muziek opgenomen met Adam Bainbridge van Kindness. Ik nam gewoon de tijd en wachtte op het moment waarop mijn hoofd helder zou zijn. Ik was ook in therapie, dus er veranderde op dat moment veel voor mij. Heeft therapie je geholpen om weer bepaalde gevoelens en ervaringen te uiten?
Ik denk therapie daarvoor bedoeld is: uitvinden hoe je je voelt. Niet per se iets oplossen maar begrijpen wat er in je hoofd rondspookt. Het is een lang, gecompliceerd en indirect proces. Ik was daarna nog drie jaar in therapie. Kort daarna begon ik weer te schrijven, toen ik er ruimte voor had gemaakt. De therapie begon te werken en ik bracht bijna al mijn tijd door met het album vanaf de tweede helft van 2015. Dat was een rustige periode. Ik was terug in de studio in Stockholm, reisde soms wat rond om vrienden te zien, en werkte niet fulltime. Dat was een grote luxe.

Advertentie

Soms heb je wat vrije tijd nodig om weer productief te kunnen zijn, toch? Als iets ‘moet’, kan dat je ook tegenwerken.
Precies. Als je tourt en interviews moet doen, is er minder tijd voor zelfreflectie. Het is wel leuk om dit te doen en te praten over wat ik allemaal heb gedaan, maar ik kan pas weer muziek maken als ik minder te doen heb. Ik begin weer met schrijven als de tijd aanbreekt. Ik weet dat er liedjes zijn die ik wil opnemen, maar dat gaat nog wel een half jaar duren.

Hoe voel je je nu over dit album?
Ik ben op een bepaalde manier wel nerveus, want ik wil weten wat mensen denken. Ik er heb er veel werk in gestopt en ik hoop dat mensen het mooi vinden. Maar tegelijkertijd ben ik erg blij met wat ik gedaan heb, dus ben ik niet bezorgd. Ik kijk uit naar wat er nu gaat gebeuren, ik ben benieuwd wat voor een invloed popmuziek kan hebben, en of dat belangrijk is. Ik denk van wel, maar soms denk ik ook van niet.

Je denkt soms dat popmuziek niet belangrijk is?
Nou, ik denk wel dat het belangrijk is, maar toen ik dit album maakte, twijfelde ik. Waarom neem ik al deze ruimte in, wat wil ik nu echt zeggen, waarom eis ik iedereens aandacht op en hoe geef ik betekenis aan mijn muziek? Soms voelt het alsof het belangrijk is. Soms voel ik me machteloos, alsof er niets is wat ik kan veranderen.

Popmuziek is belangrijk omdat mensen erop kunnen dansen in een club. Die plekken zijn erg waardevol.
Ja, op dat vlak denk ik dat muziek belangrijk is, maar ik denk niet dat we daar de wereld mee veranderen. Muziek hoeft geen politieke lading te hebben, maar mensen kunnen zich er wel mee opladen om vervolgens belangrijke dingen te doen.

Dit artikel verscheen eerder op Noisey UK