Illustratie door Vivian Shih
Illustratie door Vivian Shih 
Identiteit

Waarom zien we single zijn nog als een ziekte waarvan je snel moet genezen?

Een leven zonder geliefde is niet per definitie ongelukkig of onaf, net zoals een leven mét een relatie niet altijd gelukkig is.
Noor Spanjer
Amsterdam, NL

Deze tekst komt uit het boek Dertig Dates Cadeau, dat in februari 2017 verscheen bij Nijgh & Van Ditmar

Als je in je bed ligt weg te kwijnen met een lekkende vleeswond, een allesverlammende nierbekkenontsteking of een onduidelijke maagdarminfectie, hoopt iedereen om je heen dat je snel weer beter wordt. Je bent ziek en wat er moet gebeuren is gezond worden, genezen van je kwaal. Het gekke is dat als je om en nabij de dertig bent én single, mensen net zo goed hopen dat dit zo snel mogelijk over is; single zijn is blijkbaar ongezond.

Advertentie

Als je dan ook nog eens een vrouw bent, wordt de situatie helemaal kritiek. ‘Dit moet heel gauw over zijn’, lees je in de ogen van je moeder of tussen de regels van de sms’jes van je vrienden. ‘En, hoe gaat het met de liefde?’ is denk ik de meest gehoorde vraag voor iedere single die geen achttien meer is. Dit líjkt misschien een open vraag, maar er is slechts een beperkt aantal antwoorden mogelijk. ‘Mijn liefdesleven is non-existent,’ hoort daar niet bij. Als single moet je een verhaal hebben, een uitzicht op een mogelijk einde van dit minderwaardig bestaan, deze onvolmaaktheid. Compleet of geslaagd als mens ben je pas met een lief aan je zij.

Dit is niet alleen de diepe wens van je sociale omgeving, oftewel je vrienden en je moeder. Ook maatschappelijk, sociaal en politiek gezien blijft het single zijn de mindere optie, een (vaak ongewilde) tweede keus. De eenpersoonsmagnetronmaaltijd van de Albert Heijn ligt schaamtevol op de kassaband en met je ogen probeer je te communiceren naar de andere mensen in de rij: ‘Nee, ik bén niet eenzaam, gewoon hartstikke druk!’

'De single’ maakt een wezenlijk onderdeel uit van onze huidige samenleving, maar singlediscriminatie is er volop.

Die maaltijden illustreren de staat waarin een single in deze tijd verkeert: er zijn wel middelen en mogelijkheden die dit bestaan erkennen, maar erg fraai zijn ze nog niet. Heb je ooit lekkere voorverpakte piri piri gegeten? Echt taboe is single zijn misschien niet meer, maar als het te lang duurt moet je wel kunnen uitleggen aan de mensen om je heen hoe het zover heeft kunnen komen. Alles is maakbaar of te koop in onze tijd, dus gewoon domme pech kan het niet zijn. Toch?

Advertentie

Volgens het cbs zijn er in Nederland steeds meer singles en steeds meer eenpersoonshuishoudens: in 2016 al bijna 3 miljoen. Dit cijfer zal volgens het onderzoeksbureau in de komende drie decennia met nog eens een miljoen oplopen. ‘De single’ maakt dus een wezenlijk onderdeel uit van onze huidige samenleving, maar singlediscriminatie is er volop – van belastingvoordelen voor getrouwden tot buitensluiting in sociale kringen. In juli 2015 vertelde een alleenstaande moeder in de Belgische krant De Morgenhoe verschillende woningverhuurders haar een huis ontzegden omdat ze alleenstaand was, en ook mannen die in hun eentje een huis zoeken lopen tegen vooroordelen aan over onverzorgde huishoudens en onverantwoordelijk gedrag. In oktober 2014 kwam het zelfs zover dat het College voor de Rechten van de Mens een afwijzing van een makelaar ‘discriminatie op grond van geslacht’ noemde, omdat die makelaar als excuus ‘slechte ervaringen met alleenstaande mannen’ had aangevoerd.

Waarom mag je naar een huwelijksfeest wel iemand meenemen die je je geliefde noemt, maar niet iemand die gewoon je platonische vriend of vriendin is?

Ikzelf ken singlediscriminatie – of singlism, zoals de Amerikaanse psycholoog Bella dePaulo het noemt – vooral van sociale situaties. Op het theaterfestival waar ik werkte in de zomermaanden bijvoorbeeld, daar mag je als medewerker één of twee keer iemand van buitenaf laten langskomen voor een logeerpartijtje, míts die logé je verkering is. Voor medewerkers die geen relatie hebben geldt: geen logés (vandaar dat al het single personeel uiteindelijk maar bij elkaar in de caravan kruipt). Waarom mag je naar een huwelijksfeest wel iemand meenemen die je je geliefde noemt – zelfs als het een nieuw iemand is, die het bruidspaar nog niet kent –, maar niet iemand die gewoon je platonische vriend of vriendin is? Op de huwelijken die ik de afgelopen jaren heb bezocht mocht ik alleen iemand meenemen als die persoon mijn liefje was. Je koopt een cadeau en een dure jurk voor de grote dag van je vriend of vriendin, luistert naar huilende schoonvaders en ziet twintig keer dezelfde serie gelukkige foto’s voorbijkomen, en als dank mag je als vrijgezel in je eentje gaan staan dansen tussen dronken stelletjes, een nichtje van veertien en een vrijpostige oom die net gescheiden is – om uiteindelijk maar met de barman (de enige knappe single) naar huis te gaan. Ook voor vakanties kon ik de afgelopen jaren niet terecht bij mijn relatievrienden – die wilden alleen nog maar met hun lief of samen met een ander stel op reis. En ook voor etentjes werd ik minder vaak uitgenodigd; het was dan stelletjes onder elkaar. ‘Wel zo gezellig voor de mannen,’ was de verklaring van de tuttigste onder mijn vriendinnen.

Wanneer is dit begonnen? Het was rond mijn dertigste levensjaar dat deze dingen mij in elk geval begonnen op te vallen. Steeds meer trokken mijn relatievrienden naar elkaar toe, zij deelden immers dezelfde problemen: beige of peach, huilende kinderen, zeurende schoonouders, vreemdgaanverleidingen en saaie seks. Of er werden gezamenlijk toekomstplannen besproken: Bali of Sri Lanka, Billy of Pax, nu al een tweede of toch eerst maar wat nachtrust? Soms zat ik erbij en praatte wel mee, maar hoe belangrijker de vraagstukken werden (baby versus Ikeakast), hoe minder ik erover kon zeggen, wilde zeggen en mocht zeggen. Wat wist ik daar tenslotte van? Het volwassen singleschap bleek een hoop voordelen te hebben. Ik kon naar bed met wie ik maar wilde, in mijn vrije tijd hoefde ik niet te overleggen wat ik zou gaan doen, er waren geen verplichte burgerlijke bezoekjes aan schoonouders. Lastig voor mij daarbij was dat ik zelf eigenlijk net die relatietrein uit kwam die keihard je twintigerjaren verlaat, weg van nachtelijke avonturen en onverantwoordelijk gedrag, richting op tijd naar bed en woontijdschriften. Maar in mijn trein werd er aan de noodrem getrokken door mijn toenmalige verkering, die vervolgens de trein uit sprintte, de wijde wereld in, en ik kreeg de machine niet meer aan de praat. Ik stond stil ergens tussen de afterparty’s en de meubelboulevard, gestrand op een verlaten spoor. Maar al vrij snel had ik het daar naar mijn zin. Natuurlijk waren er ook anderen die geen geliefde hadden, en genoeg relatievrienden die gelukkig net zoals ik niet aan singlediscriminatie deden. Ik vond een soort evenwicht tussen de katers en een opgeruimd huis, en het volwassen singleschap bleek een hoop voordelen te hebben. Ik kon naar bed met wie ik maar wilde, in mijn vrije tijd hoefde ik niet te overleggen wat ik zou gaan doen, er waren geen verplichte burgerlijke bezoekjes aan schoonouders en ik had genoeg tijd voor mijn werk zonder dat mij dit door iemand werd aangerekend. Maar eenzaam was het zeker af en toe ook, en dat was niet leuk. Ik had niet alleen verdriet omdat ik mijn geliefde miste, maar ook omdat het goed voelt iemand te hebben die graag en veel met jou bezig is. Ik had het leven met z’n tweeën hartstikke leuk gevonden, dus dat was sinds het uit was absoluut iets waar ik weer naar uitzag, in de toekomst, ooit. Niet meteen; eerst moesten mijn aan gruzelementen liggende hart en zijn zelfvertrouwen weer opgekalefaterd worden. Daarna zou ik wel verder zien. Maar de hele wereld om mij heen, inclusief mijn eigen brein, dacht daar anders over. De plek waar mijn trein was gestrand bleek in de ogen van anderen niets meer dan een tussenstation, en daar blijven rondhangen was geen optie. Ik stond in de wacht en was op weg naar iets beters, iets echters, iets waardevollers. Maar in de wacht staan is geen fijne voorwaarde om in te leven; het is alsof het nu niet telt. Bovendien is het nogal onrustig als mensen maar blijven vragen of je dat tussenstation inmiddels achter je hebt kunnen laten.

Door steeds met die vraag geconfronteerd te worden, ga je vanzelf zitten wachten tot het wachten voorbij is. In plaats van gewoon te leven. Alleen of niet alleen. Het is tijd om het leven van singles uit de wachtstand te halen en voor vol aan te zien – een leven zonder (vaste) geliefde is immers niet per definitie ongelukkig of onaf, net zoals een leven mét een relatie niet altijd gelukkig is. Het is gewoon leven.

In Pakhuis de Zwijger in Amsterdam is er vanavond een programma over Liefde en de Stad, waarin verschillende gasten (waaronder ik) bespreken hoe feminisme 4.0, datingapps en hook-up-cultuur elkaar beïnvloeden. Toegang is gratis, en hier vind je meer info over het evenement.