Hebben kunstenaars écht vaker psychische problemen?

Een beetje gekte maakt geniaal, hoor je weleens over kunstenaars als Van Gogh en Munch. Maar wat klopt daar eigenlijk van?

|
12 januari 2019, 12:43pm

De Schreeuw van Edvard Munch. Beeld: publiek domein.

Toen ik aan de kunstacademie studeerde, vond ik het idee dat kunstenaars een beetje ‘gek’ zijn vrij vanzelfsprekend. Mijn vrienden van buiten de academie noemden ons weleens “één grote gelukkige familie van ongelukkige, gekke mensen,” en dat werd door mij en veel van mijn studiegenoten erkend en zelfs gecultiveerd. Een beetje gekte maakt geniaal, toch?

Ik omarmde het stereotype van de gekke kunstenaar al snel, en heb eigenlijk nooit zo stilgestaan bij de vanzelfsprekendheid waarmee ik dat deed. Zelf maakte ik ook vreemde, verontrustende werken waarin waanzin doorschemerde, van schilderijen van vervormde gezichten tot video’s waarin iemand een trap af kruipt zoals Regan in The Exorcist. Dat vond ik een stuk interessanter dan stillevens van fruitschalen of landschapsportretten. De werken van beroemde creatieve waanzinnigen zoals Vincent van Gogh en Edvard Munch vormden mijn inspiratie. Gevoed door hun levensverhalen romantiseerde ik waanzin en begon ik erin te geloven dat veel kunstenaars hun creativiteit zelfs aan een stoornis ontlenen.

En toen belandde ik zelf bij de psychiater. Ik ontwikkelde tijdens mijn tijd op de kunstacademie een paniekstoornis en een depressie. Creatief werd ik er echter niet van – het was vreselijk en maakte me alles behalve productief. Ik kreeg niets meer voor elkaar en liep een jaar studievertraging op.

Nu, een aantal jaren en therapeuten later, ben ik inmiddels weer redelijk in goede doen. Maar ik vraag me nog steeds af wat de link tussen het kunstenaarschap en psychische problemen dan wél is. Hebben kunstenaars vaker psychische problemen, en zijn mensen met stoornissen creatiever? Ik zocht het uit door te kijken wat de wetenschap erover te zeggen heeft.

1547226887127-Vincent_van_Gogh_-_Self-Portrait_-_Google_Art_Project-1
Vincent van Gogh. Beeld: publiek domein.

De Amerikaanse psycholoog Kay Redfield Jamison, die zich vooral heeft gespecialiseerd in bipolaire stoornissen, zei al in de jaren negentig dat psychische stoornissen vaker voor lijken te komen onder creatievelingen – waaronder ze beeldend kunstenaars stond, maar ook bijvoorbeeld schrijvers. Volgens haar is de vurigheid die veel kunstenaars hebben als ze productief zijn van een soortgelijke aard als het temperament van bipolaire mensen tijdens een manie.

Het onderzoek van Jamison is echter omstreden. Albert Rothenberg, een voormalig professor in de psychiatrie aan de Harvard Medical School, zei nog afgelopen zomer in een artikel in Observer dat “als je het onderzoek van Jamison goed bekijkt, je ziet dat het vooral gebaseerd is op anekdotische bronnen.” Het verband tussen het kunstenaarschap en psychische problemen is nooit echt bewezen, benadrukte Rothenberg. Hij wees er ook op dat er nauwelijks andere beroepsgroepen zijn onderzocht op psychische problemen, en dat voordat je een conclusie kunt trekken over psychische problemen bij kunstenaars als groep, je natuurlijk ook andere beroepen op een soortgelijke manier zou moeten onderzoeken. En dat is nog te weinig gedaan.

Ook Judith Schlesinger, een Amerikaanse psycholoog en auteur van het boek The insanity Hoax, is vooralsnog niet zo overtuigd. In een interview met Psychology Today waarschuwde ze ook voor het romantiseren van dit stereotiepe beeld: dat kan er niet alleen voor zorgen dat we grote talenten pathologiseren, maar ook het harde werk en de rationele beslissingen die kunstenaars maken worden ontkracht.

Oké, we kunnen vooralsnog dus niet met zekerheid zeggen dat er bij alle kunstenaars sowieso een steekje los zit. Maar betekent dat ook dat er helemaal geen enkel verband is aan te wijzen?

Meerdere stemmen zeggen toch van wel. Een internationale studie uit IJsland wees er bijvoorbeeld op dat mensen die vatbaar zijn voor psychoses, nagenoeg op dezelfde manier dopamine in hun hersenen opnemen als mensen die aanleg hebben voor creativiteit – waarbij het in dit geval ging om zowel beeldend kunstenaars als schrijvers en muzikanten. “De resultaten suggereren dat creatieve mensen een genetische aanleg hebben om anders te denken, en dat dit tot een psychische ziekte zou kunnen leiden wanneer het gecombineerd wordt met schadelijke biologische aspecten of omgevingsfactoren,” lichtte auteur Robert Power destijds toe.

Dat zowel mensen met psychische problemen als creatievelingen “out of the box" kunnen denken, is iets dat de vrijgevestigde psychiater Joris Goedhart kan bevestigen. Al wil dat verder niet automatisch zeggen dat zij ook eerder een stoornis hebben, benadrukt hij aan de telefoon. “Een op de tien mensen hoort weleens stemmen, maar slechts een op de honderd mensen heeft echt schizofrenie. Daar zit natuurlijk een groot verschil tussen. Salvador Dalí mag dan in 1936 een lezing in een diepzee-duikpak hebben gegeven [waarin hij overigens bijna stikte], maar hij is nooit gediagnosticeerd als psychiatrisch patient.”

1547226779764-Salvador_Dali_NYWTS
Salvador Dalí is altijd heel gewoon gebleven.

Klinisch psycholoog en hoogleraar psychodiagnostiek Jan Derksen heeft veel onderzoek gedaan naar de belevingswereld van kunstenaars, en schreef daar onder meer over in het boek EQ en IQ in Nederland. Hij zegt dat de “bijzondere belevingswereld" van kunstenaars te verklaren is door het feit dat ze ook een hoge schizotypiescore hebben. “Die belevingswereld is aangeboren, en heb je niet als je een lage schizotypiescore hebt,” zegt hij. “De intelligentie en emotionele weerbaarheid bepalen vervolgens in hoeverre kunstenaars daarmee kunnen omgaan, en in hoeverre ze dit zullen omzetten in kunst.”

Als ik mezelf zou laten testen op mijn aanleg voor schizofrenie, zou ik volgens deze redenering dus waarschijnlijk een hoge score hebben. Dat zou me op zich niet verbazen. Maar ik heb wel gemerkt dat mijn stoornis mijn creativiteit echt heeft afgeremd: ik was niet alleen angstig en depressief, maar zette dit ook nog eens niet om in werk. Betekent dat dan dat ik niet weerbaar genoeg was? En geldt dat dan ook voor kunstenaars als Vincent van Gogh?

Dit soort kunstenaars hebben waarschijnlijk vooral gepiekt als ze even in een wat rustiger vaarwater zaten, zei emeritus hoogleraar abnormale psychologie Gordon Claridge een paar jaar geleden. Dus wat dat betreft zou het, nu ik me mentaal wat beter voel, geen slecht idee zijn om weer eens mijn kwast op te pakken – je weet maar nooit of ik weer in een diep dal terechtkom. En je weet ook maar nooit of ik dan misschien toch nog een briljante kunstenaar word.

Meer VICE
VICE-kanalen