Een korte geschiedenis van vrouwen die hun plek veroverden in de architectuurwereld

De architectuur is nog altijd een mannenbolwerk, maar vrouwen als Zaha Hadid en Margaret Staal-Kropholler wisten er subtiel hun stempel op te drukken.

|
nov. 3 2018, 9:14am

Tijdens Museumnacht Amsterdam geeft Charlotte Thomas samen met Nikki Manger een lezing over de onderbelichte rol van vrouwen in de architectuurgeschiedenis, bij Museum het Schip. We vroegen haar of ze alvast een voorproefje kon geven.

Sinds #metoo vragen mensen zich weleens af of ze nog naar films kunnen kijken met Kevin Spacey erin, of om een grap van Bill Cosby mogen lachen. In de wereld van de architectuur ligt dat minder voor de hand. Of je moet toevallig weleens door het stadhuis van Den Haag hebben gelopen, beseffen dat Richard Meier dat heeft ontworpen, en ook nog eens weten dat deze Amerikaanse architect eerder dit jaar door vijf vrouwen beschuldigd is van seksueel overschrijdend gedrag.

De architectuur is een masculiene wereld – het kent met #movetheneedle zelfs haar eigen #metoo-variant. Uit een survey van Dezeen bleek vorig jaar dat van de honderd meest toonaangevende architectenbureaus, slechts drie door een vrouw werd geleid, en volgens cijfers van architectuurmuseum Het Nieuwe Instituut bestaat maar 22% van de 10.000 Nederlandse architecten uit vrouwen. En toch zijn er in de geschiedenis genoeg vrouwelijke architecten geweest die zich door het mannelijke bastion heen wisten te worstelen, en subtiel hun stempel op de architectuurgeschiedenis hebben gedrukt. Laten we het daar eens over hebben.

Bauhaus
Het Bauhaus, de kunst- en architectuuracademie die in 1919 zijn deuren opende in het Duitse Weimar.

Toen het Bauhaus in 1919 zijn deuren opende, werden er gelijk al vrouwen toegelaten – er waren dat eerste jaar zelfs meer vrouwen ingeschreven dan mannen. Maar dat wil niet zeggen dat ze gelijk werden behandeld: de man werd gezien als ‘het sterke geslacht’ en hield zich bezig met architectuur, en de vrouw, ‘het mooie geslacht’, moest zich tevreden stellen met weven.

De eerste Nederlandse vrouw die je echt als autonome architect kunt bestempelen, was Margaret Staal-Kropholler (1891-1966). In de tijd van de Amsterdamse School zette ze zich in voor ‘vrouwvriendelijke bouwkunst’, waarmee ze vooral doelde op modern wooncomfort om het leven van de huisvrouw te vergemakkelijken. Ze pleitte voor huizen met doorgeefluiken, stortkokers, een afzonderlijke ruimte om te wassen en drogen, en een verwarming die wat hoger was, zodat kleine kinderen er niet bij konden. Haar feminiene schuchterheid en afkeer van het ‘mannelijke rationalisme’ leidde tot een sensuele, idealistische vormentaal.

Holendrechtstraat
Margaret Staal-Kropholler, Holendrechtstraat, Amsterdam. Via Janericloebe/Wikimedia Commons.

Op het terrein van woninginrichting waren er in de jaren vijftig meer vrouwen actief dan mannen. Een daarvan, Cora Nicolaï-Chaillet (1919-1975), gaf cursussen interieurdesign om vrouwen aan te sporen zelf praktische oplossingen te bedenken. Wat architectuur in de buitenruimte betreft, waren vrouwelijke architecten eerder uitzondering dan regel. Een van die uitzonderingen was Wil Jansen, die met de RVS-flat in 1958, ook wel bekend als ‘de juffenflat’, haar bijdrage leverde aan de Rotterdamse wederopbouw. Een functionalistisch flatgebouw voor alleenstaande werkende vrouwen en eenoudergezinnen, waarbij licht, lucht en ruimte belangrijke uitgangspunten waren.

1541188225771-4-C-Nicolai-Chaillet-geeft-cursussen-in-interieurdesign-aan-de-Club-van-Drenthse-plattelandsvrouwen-1954-Fotograaf-onbekend-Collectie-Het-Nieuwe-Instituut
Cora Nicolaï-Chaillet geeft cursussen in interieurdesign aan de Club van Drentse plattelandsvrouwen, 1954. Fotograaf onbekend. Collectie Het Nieuwe Instituut.

Internationaal gezien geldt de Amerikaanse Marion Mahony Griffin (1871-1961) als een pionier. Ze was de eerste medewerker van Frank Lloyd Wright, die weleens ontwerptekeningen van haar zou overnemen zonder haar naam te vermelden. De frustraties die dit bij haar veroorzaakte schreef ze tussen 1938 en 1949 van zich af in haar ongepubliceerde memoires The Magic of America.

De Ierse Eileen Gray (1878-1976) maakte op haar beurt naam binnen het modernisme. Haar eerste project was de villa E-1027, die bestond uit een witte kubus op pilaren, en een reactie was op de huizen van de Zwitserse architect Le Corbusier. Die zouden te gestandaardiseerd zijn volgens Gray, en te weinig gericht op comfort. De naam E-1027 was overigens een geheime code voor haar toenmalige relatie met de Roemeense architect Jean Badovici, met wie ze dit huis ook samen had ontworpen: de E stond voor haar eigen voornaam, de 10 voor de tiende letter in het alfabet, de J van Jean, de 2 voor de tweede letter, de B van Badovici, en de 7 voor de derde letter, de G van Gray.

Niemand minder dan Le Corbusier zelf was zeer onder de indruk van dit ontwerp. Toen Badovici en Gray eenmaal gescheiden waren en Badovici het huis had gekregen van zijn ex-vrouw, nodigde hij Le Corbusier uit om er langs te komen – de twee waren bevriend. Daar besloot de Zwitserse architect acht kubistische portretten van naakte vrouwen op de muren te schilderen. Waarom hij dat precies deed is niet helemaal bekend, al schreef architectuurcriticus Rowan Moore destijds dat hij er "als een pissende hond zijn territorium afbakende." Zelf was Le Corbusier overigens ook naakt toen hij de schilderingen maakte.

Eileen Gray
Eileen Gray.

Pas in de jaren zeventig werd het enigszins als normaal gezien dat vrouwelijke architecten zelfstandig opereren, en dan nog moesten ze flink opboksen tegen hun mannelijke collega’s. De voortrekkers van deze generatie waren Lina Bo Bardi en Denise Scott Brown. De Braziliaanse Lina Bo Bardi (1914-1992) raakte pas na haar dood bekend bij het grote publiek, als een van de eerste architecten die het idee van herbestemming de wereld in hielp: het toekennen van een nieuwe identiteit aan een bestaand complex. In haar geval ging dat om een fabriek die ze tot cultureel centrum verbouwde, genaamd SESC Pompéia. Inclusief sportruimtes, zwembad en theater.

Denise Scott Brown (1931) is de vrouw van de recent overleden postmoderne architect Robert Venturi. Hoewel hij het nooit onder stoelen of banken stak welke impact zijn vrouw had op zijn werk, werd haar naam niet vermeld toen hij in 1991 de Pritzker Architecture Prize won. Scott Brown zelf sprak zich meerdere keren uit tegen het seksisme binnen de architectuur, en publiceerde in 1989 het essay Room at the top? Sexism and the Star System in Architecture.

paulisson miura
Lina Bo Bardi, SESC Pompéia, São Paulo. Via Flickr-gebruiker paulisson miura.

De grootste vrouwelijke architect van de afgelopen tijd was zonder twijfel de Britse Zaha Hadid (1950-1916). Met haar technisch hoogstaande, golvende gebouwen won ze in 2004 de Pritzker Architecture Prize. Ze was de eerste vrouw ooit die deze prijs wist binnen te slepen, en vooralsnog ook de enige. Haar plotse overlijden in 2016 is nog altijd een groot gemis voor de architectuur. Haar mentor, niemand minder dan Rem Koolhaas, noemde haar een “planeet in haar eigen, onnavolgbare baan.”

Ze werd ook wel de 'Queen of the curve' genoemd. Een bijnaam die ze zonder meer verdient, al had die in retrospectief ook goed gepast bij de vormentaal van Margaret Staal-Kropholler.

Het programma van Museum het Schip over de rol van vrouwen in de architectuur begint zaterdag 3 november om 19:00. Op de website van Museumnacht Amsterdam vind je meer informatie.

Zaha Hadid
Zaha Hadid, Galaxy SOHO. Via Flickr-gebruiker 準建築人手札網站 Forgemind ArchiMedia.
Meer VICE
VICE-kanalen