Advertentie
Munchies

Jonge marktkooplieden over markante klanten en werken in weer en wind

“Er zijn hier op de Albert Cuypmarkt vaak dronken mensen die om gratis eten vragen. We sturen ze altijd vriendelijk weg, maar het mondt soms uit in een klein handgemeen.”

door Roos Barneveld
12 december 2018, 2:19pm

Alle foto's door de auteur

Een gezellige verzameling hardwerkende mensen die in weer en wind buiten staan om hun waar aan je te slijten: de markt is niet weg te denken uit het Nederlandse straatbeeld. Een marktkoper maakt lange dagen, en als op een regenachtige dag alle klanten besluiten hun dagelijkse boodschappen bij een supermarkt te halen of online te bestellen, verdient-ie niks. Niet zo gek dus dat veel jonge mensen bedanken voor een baantje op de markt. Achter de kassa bij de super zit je tenminste droog, en aan het einde van een lange werkdag hoef je niet ook nog die hele handel op te doeken.

Ondanks de zware arbeid zijn er gelukkig nog genoeg jonge mensen die op de markt verse vis, brood en gegrilde kip willen verkopen. MUNCHIES sprak de jongste generatie marktkooplui om erachter te komen waarom ze voor deze baan kiezen, hoe ze hun toekomst op de markt zien en of er nog genoeg mensen zijn die speciaal voor hun brood, kaas en groenten een ommetje over de markt maken.

Jeroen en Robin (32) staan met Pietersma Snacks op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam

1544619831171-IMG_3909

MUNCHIES: Jeroen, wat gezellig met z’n tweeën in de kraam. Zijn jullie familie?
Jeroen: Ja, klopt we zijn tweelingbroers. Onze familie is al sinds 1950 op de Albert Cuypmarkt te vinden.Wij zijn de vierde generatie. Het begon in 1950 met een haringkar, in 1959 werd het een friettent met vers gesneden friet en die hebben wij drie jaar geleden overgenomen.

We hebben eerst tien jaar aan onze eigen carrières gewerkt, maar toen we geen zin meer hadden om voor een baas te werken, besloten we om toch maar de zaak van onze ouders over te nemen. We staan hier meestal met z’n tweeën en twee dagen per week springt onze vader nog bij. Het werken op de markt geeft veel vrijheid, het verdient goed, en het is gezellig met elkaar en de mensen om ons heen. We hebben met veel vaste klanten een leuke band opgebouwd. Dat gebeurt automatisch als mensen één á twee keer per week komen.

Gaat het wel goed om elke dag met je tweelingbroer te werken?
Eigenlijk wel. Vroeger hadden we veel ruzie, maar nu helemaal niet meer. We lijken niet echt op elkaar. Robin is de jongere van ons twee; ik ben wat volwassener. Maar we vullen elkaar goed aan en samen kunnen we het allemaal aan.

Een dag op de markt is nooit hetzelfde. Soms gebeuren er leuke dingen, soms is het minder. We hebben weleens last van dronken mensen aan onze kraam die om gratis eten vragen. We proberen ze altijd eerst nog vriendelijk weg te sturen, maar op een gegeven moment kan dat uitmonden in een klein handgemeen. Je beschermt jezelf en je zaak. Dus als het nodig is, kan dat escaleren. Maar ondanks soms een negatieve ervaring heb ik altijd zin om te werken. Ik ben nog nooit opgestaan met het gevoel dat ik niet wilde werken. Dat had ik wel toen ik nog voor een baas werkte. Ik kan nu wel thuisblijven, maar dan verdien ik niks.

Jullie vader werkt nog twee keer in de week mee in de kraam. Heeft hij wel eens kritiek op hoe jullie zijn oude bedrijf runnen?
Hij heeft zeker zijn mening over dingen, maar die hebben wij ook. Toen we de zaak overnamen, hebben we ook heel expliciet gezegd dat we het op onze manier gaan doen en dat hij zich daar bij neer moet leggen.

Jullie zijn nu drie jaar bezig. Wat is de volgende stap?
We hebben afgesproken dat we eerst vijf jaar kijken hoe het gaat, maar we hebben wel de ambitie om op verschillende plekken kramen te openen.

En dan uiteindelijk opgevolgd worden door een kleine Jeroen of Robin?
Dat zou wel het allermooiste zijn. Dan is dat de vijfde generatie, dat zie je niet zoveel meer. Volgend jaar bestaan we 60 jaar, dus dat moeten we groots vieren!

Robin (21) werkt bij Bakkerij Le Perron in Amsterdam. Ze staan op verschillende markten in Amsterdam, Haarlem en Zeeburg

1544620381035-Robin-van-den-Bor

MUNCHIES: We staan nu even in jullie winkel, maar jij staat ook vaak op de markt. Hoe ben je daar terecht gekomen?
Robin: De bakkerij waar we nu staan is van mijn ouders en daarmee staan we ook op de markt. Ik was vroeger nooit van plan om bij mijn ouders te gaan werken. Mensen zeggen altijd: met je familie moet je wandelen, niet handelen.

Maar nu doe je dat toch. Gaat dat wel goed?
Ik ben nu nog in loondienst, maar in de toekomst wil ik de zaak zeker overnemen. Als ik eerlijk ben, had ik er anders ook niet voor gekozen. Dan had ik wel doorgeleerd en was ik iets anders gaan doen.

Wat is er zo leuk aan het werken op de markt?
Op de markt maak je altijd wat mee. Mijn moeder geeft op de markt in Haarlem altijd het overgebleven brood mee aan een zwerver. Je ontmoet ook veel leuke mensen: Frank en Ronald de Boer komen vaak langs. Ik voetbal op hoog niveau en vroeger keek ik best wel tegen ze op, maar nu maak ik gewoon een praatje met ze. Het zijn ook gewoon mensen die brood komen halen.

Ik ben een hele sociale jongen en daarom vind ik de markt ook zo leuk, lekker kletsen met vaste klanten. We hebben ook een goede band met de verkopers die bij ons in de buurt staan. De visboer komt dan bij ons brood halen en ik haal daar vaak een visje. We betalen elkaar bijna nooit.

Die gezelligheid van de markt probeer ik in de winkel ook te creëren. Ik heb de marktinstelling echt meegenomen. We hebben niet het goedkoopste product, maar wel een goed product. Klanten zeggen ook vaak dat ze door de medewerkers weer bij ons terugkomen.

Denk je dat er nog toekomst is voor de markt?
Ja dat denk ik wel. Dat komt door de kwaliteit van de producten op de markt. Wij gebruiken bijvoorbeeld geen conserveringsmiddelen, en in de supermarkt is amper brood te vinden zonder suiker of e-nummers. Daarmee kunnen wij het verschil maken.

"Je moet een goed concept én een gunfactor hebben. Als jij met je chagrijnige kop op de markt gaat staan, dan kun je nog zo’n goed product hebben, maar kom niemand wat bij je halen."

Op dit moment regent het hard buiten. Heb je weleens geen zin om in de kou te staan?
Mijn vader belde me net nog: “Blij dat je lekker binnen staat vandaag?” Maar als ik op de markt sta, irriteert het me nooit. We kunnen onze kar helemaal dicht bouwen met zeilen, we hebben ovens staan om de broden af te bakken, dus het blijft lekker warm.

Zou je het leeftijdsgenoten aanraden om een eigen kraam te beginnen?
Je moet wel een goed concept hebben. Een kraam met louter knakworsten zal denk ik niet veel winst maken. Of je moet op festivals gaan staan, dan kun je veel geld verdienen. Je ziet vaak genoeg dat mensen op de markt komen te staan en al snel weer vertrekken. Mensen onderschatten dat het hard werken is. Maar met alleen een kraam red je het ook niet. Je moet ook een gunfactor hebben. Als je met je chagrijnige kop op de markt gaat staan, dan kun je nog zo’n goed product hebben, maar komt niemand wat bij je halen.

Anne-Lynn (24) staat met Kees Kaas op de Dappermarkt in Amsterdam

1544620605071-IMG_3905

MUNCHIES: Hoi Anne-Lynn, hoe ben jij op de markt terecht gekomen?
Anne-Lynn: Via mijn ex-schoonmoeder. Zij stopte bij deze kaasboer en toen zochten ze iemand om op de zaterdag te komen verkopen. Sindsdien ben ik er niet meer weg te slaan. Ik doe het nu vier jaar en werk hier nu fulltime op. In januari begin ik zelfs een vof om Kees Kaas over te nemen!

Hoe heeft de markt je hart veroverd?
Dat komt echt door het klantencontact. Ik heb ook een tijd op een kantoor gewerkt, maar daar hangt zo’n andere sfeer. Iedereen is bezig met z’n eigen werk en je bent ook nooit klaar. Hier kom je ‘s ochtends aan, pakt lekker uit en zijn de mensen blij dat je er weer bent. Ze komen met plezier naar je toe en ze komen ook altijd weer terug. Hoewel het werk steeds hetzelfde is, is elke dag toch een beetje anders. Iedere dag spreek je andere mensen en hoor je nieuwe verhalen.

Het is heel bijzonder om te zien hoe dicht je bij je klanten staat, en hoe fijn het is om ze net dat stukje extra persoonlijk contact en warmte mee te geven. Het is ook heel gezellig met de marktlieden onderling. Iedereen kent elkaar hier. Een café uit de buurt loopt elke dag met een trolley over de markt om thee, koffie en soep aan de marktlieden te verkopen. Je bouwt vriendschappen op en leert elkaar zo goed kennen dat het bijna als familie voelt. Je ziet andere marktlieden ook veel vaker.

Wat is het bizarste wat je hebt meegemaakt tijdens je werk?
Dat is sowieso het meisje wat een epileptische aanval kreeg voor onze kraam. Ze zakte zomaar in elkaar. Het was heel heftig, maar gelukkig liep het goed af. Er zijn ook altijd mensen die ruzie krijgen in de rij. Maar die akkefietjes zijn nooit zo serieus. Wat nooit went, is als je vaste klanten ineens een tijd niet meer ziet, en ze dan weer terugkomen en vertellen dat ze heel erg ziek zijn geweest. Een man die vaak kaas komt kopen kreeg een herseninfarct. Daar raak je toch over aan de praat en ik vraag nu elke week even hoe het met hem gaat. Je bent toch begaan met je klanten. Hij kwam laatst naar me toe en zei: “Dit doet me goed, even een peptalk van iemand die eigenlijk niet heel dichtbij staat, maar wel blij is dat ik er weer ben.” Dat is heel bijzonder.

Het miezert nu en het is een graad of vier. Denk je ‘s ochtends nooit: vandaag even niet?
Die dagen zijn er zeker als ik een nacht niet goed geslapen hebt of niet lekker ben. Ik werkte een lange tijd zes dagen per week en dat was wel echt erg zwaar. Maar in de vier jaar dat ik dit werk doe, heb ik me nog nooit een dag ziek gemeld. De klanten wachten op je en als je niet gaat, verdien je ook geen geld. Dat motiveert me altijd.

Er zijn steeds meer supermarkten en ze worden ook steeds goedkoper. Denk je dat de markt daar nog tegenop kan?
Het is leuk om te zien dat er de laatste tijd steeds meer jongeren naar de markt komen. Het grootste voordeel wat wij hebben tegenover de supermarkt is het kwaliteitsverschil. Bij de supermarkt is het massaproductie, dus zijn onze producten zijn kwalitatief gewoon beter en verser. Het klantcontact is op de markt ook heel anders. In de supermarkt zitten vaak van die 16-jarige meisjes die niet eens de moeite nemen om je gedag te zeggen. Ik denk dat het food-gedeelte van de markt niet zo snel zal verdwijnen. Ik durf alleen niet te zeggen of de marktkramen met kleding het gaan redden.

Vanaf januari run jij dus hier de boel. Hoe zie je jouw toekomst op de markt voor je?
Ik heb geen uitgestippeld toekomstplan. Voor nu is het gewoon hier zijn en lekker mijn eigen bedrijf hebben. Geen baas boven me, heerlijk. Het voelt nu ook niet alsof eigenaar Kees mijn baas is. Hij voelt meer als een vader voor me.

Ik vind het wel spannend. Maar ik moet ook maar zien hoe het komende jaren loopt. Laatst zag ik weer een nieuwe jonge marktkoopman hier op de Dappermarkt en als die ontwikkeling doorzet en we veel jonge mensen trekken, heeft de markt zeker een mooie toekomst.

Maurice (32) staat met Benny's Chicken op de Albert Cuypmarkt

1544621061213-Benny-en-Maurice
Maurice en zijn vader

MUNCHIES: Hoi Maurice, we staan hier bij Benny’s Chicken. Hoe ben je hier terechtgekomen?
Maurice: Ik ben al de derde generatie die hier werkt. Als kleine jongen was ik elke zaterdag al op de markt te vinden. Ik keek een beetje rond, leerde wat en zo is het begonnen. Uiteindelijk ben ik in de business beland en nu ben ik de eigenaar. Mijn vader Benny werkt ook nog steeds in de kraam. We zijn samen Benny’s Chicken.

Waarom besloot je het bedrijf van je vader over te nemen?
Iedere dag op de markt is compleet nieuw. Je ziet allemaal verschillende mensen, en er is veel reuring en beweging. Dat maakt het voor mij veel leuker dan op een kantoor werken – al zal dat voor andere mensen vast leuk zijn. We hebben prima contact met de mensen om ons heen, maar ik zou het geen vriendschappen noemen. We hebben nooit ruzies of zo, maar we blijven natuurlijk wel elkaars concurrenten.

Hoe houden jullie je staande op de markt?
We zijn in de loop der jaren een begrip geworden. Hét adresje voor lekkere kip. Ook toeristen weten ons te vinden, omdat we gebruik maken van Facebook en YouTube. Ik denk dat de markt altijd blijft bestaan. Het is goedkoper en er is altijd iets mogelijk; in de supermarkt kun je niet gaan afdingen, maar hier wel. Mensen onthouden dat.

Hoe zie je jouw toekomst op de markt?
Ik ben altijd bezig met de toekomst en vind het belangrijk om met de tijd mee te gaan. We doen ons best om heel actief te zijn op social media en zitten in diverse vlogs van influencers uit de foodsector. Vaak horen we van klanten terug dat ze dat leuk vinden of dat ze ons daardoor hebben leren kennen. Dus het werkt wel en het maakt het werk extra leuk.

Is het leven op de markt voor iedereen weggelegd?
Ik zou het zeer aanraden, maar je moet wel sterk in je schoenen staan. Er gaan veel uren in zitten, maar als je daar tegen kunt, is het marktleven misschien wel iets voor jou.

Volg MUNCHIES op Facebook, Instagram en Flipboard.