De vrolijke feminist die de redactie van de Margriet bezette

Samen met andere Dolle Mina’s floot Saskia Poldervaart naar langslopende mannen en zette ze een enorme penis op de Dam neer.
9.3.19
Dolle Mina's op de Dam
Dolle Mina's vieren eenjarig bestaan – foto via Anefo/Rob Mieremet

Op 20 februari 1970 verscheen er ineens een groepje wonderlijk geklede vrouwen op de redactie van tijdschrift Margriet. Ze hadden stofdoeken om hun hoofd gebonden, ouderwetse bloemenschortjes om hun middel geknoopt en in hun handen droegen ze zwabbers, emmers zeepsop en andere schoonmaakmiddelen. “Poetsen, poetsen!” riepen sommigen, terwijl ze natte sponzen over de ruiten wreven. Anderen spoten bussen deodorant leeg in de verbaasde gezichten van de kantoormedewerkers, of drukten ze een stencil in de hand met de tekst: “U met uw suikerzoete (ouwe) hoernalistiek bedwelmt het Nederlandse huisvrouwenproletariaat”.

Deze vrouwen waren lid van de beroemde actiegroep Dolle Mina, en Saskia Poldervaart was een van hen. Uiteindelijk duurde de bombastische bezetting van de redactie van de Margriet maar een half uurtje, maar het maakte diepe indruk. “Dolle Mina’s geven blad Margriet beurt” meldde het Nieuwsblad van het Noorden destijds.

1552054633501-Margriet-aksie-dolle-mina

Versierde kutten

“Wij vonden de Margriet een vreselijk truttenblad, met zijn receptjes en huishoudelijke tips,” zei Saskia hier later over in een interview met de Volkskrant. Saskia was in januari 1970 bij de Dolle Mina’s gegaan, nadat ze op een verjaardagsfeestje een van hun pamfletten had gezien. Vooral het feit dat de aanwezige mannen zo kwaad om dat pamfletje werden, intrigeerde haar: “Ik was meteen nieuwsgierig en dacht: morgen ga ik langs bij Dolle Mina. Als het zoveel agressie opwekt, is er kennelijk iets aan de hand met die mannen.”

Dolle Mina was toen nog maar net opgericht, door een groep studenten die elkaar kenden van de Socialistische Jeugd en andere studentenbewegingen. De naam moest verwijzen naar vroege feminist Wilhelmina Drucker, maar eigenlijk vooral aantrekkelijk klinken: eerdere voorstellen als ‘IJzeren Mina’ (zoals Wilhelmina Drucker eigenlijk bekend stond), ‘Witsj’ (als in heks) en ‘Versierde Kutten’ werden daarom afgewezen.

1552055752155-dolle-mina

Dolle Mina's op de Dam – foto via Wikimedia Commons

Vergeleken met andere emancipatiebewegingen was Dolle Mina nogal mediageniek. De leden waren over het algemeen jonge vrouwen, die het patriarchaat liever bestreden met een melige actie dan met een diepgravende theoretische verhandeling. Vooral in de eerste jaren zorgde Dolle Mina voor enorm veel vrolijke ophef: ze deelden condooms uit aan studenten van de secretaresseopleiding Schoevers, ze verzamelden zich op straat en floten alle langslopende mannen na, ze zetten een enorme penis van papier-maché op de Dam (die te gebruiken was als damestoilet) en ze schreven ‘Baas in eigen Buik!’ op hun ontblote buiken, nadat ze een conferentie voor gynaecologen waren binnengevallen.

Die opgewekte manier van actievoeren leek goed te passen bij Saskia Poldervaart. Ze had eerder al meegeholpen met de Maagdenhuisbezetting in 1969, en ze demonstreerde fanatiek tegen de oorlog in Vietnam. Op de middelbare school toonde ze zich al actiegezind en niet bang van zich te laten horen: omdat sommige klasgenoten op haar neerkeken (Saskia’s vader werkte als drukker, haar moeder was schoonmaker) maakte ze zichzelf extra zichtbaar: ze droeg wijd uitstaande petticoats, “stijf van het stijfsel”, en zorgde dat haar kapsel zo wild mogelijk zat. Bij Dolle Mina bleef ze gedurende de jaren zeventig vooraanstaand lid.

Een doos vol bh’s

De acties van Dolle Mina zijn beeldbepalend geweest voor de tweede feministische golf in Nederland: het archetype van de woedende feminist die haar eigen bh in de fik steekt, bijvoorbeeld, is gebaseerd op Dolle Mina’s die voor het standbeeld van Wilhelmina Drucker ritueel een korset verbrandden.

1552054806972-dolle-mina-borstenaksie

Zelf organiseerde Saskia een andere bh-gerelateerde actie, nadat een vrouwelijke soldaat van het Namibische Bevrijdingsleger bij een lezing op haar af was gestapt met de vraag waarom Nederlandse feministen hun bh’s wegdeden. “Wij moeten vaak rennen om te ontsnappen aan het Zuid-Afrikaanse leger, dan springen onze borsten op en neer, en dat doet pijn. Kun je die bh’s niet opsturen?” Vanaf dat moment zette Saskia bij bijeenkomsten en lezingen een kartonnen doos neer met ‘bh’s voor Namibië’ erop geschreven. De opbrengst was meestal groot.

Vrouwenstudies

In 1975 begon Saskia als docent aan de katholieke Universiteit van Nijmegen, waar ze de werkgroep ‘emancipatie en socialisme’ gaf. In die tijd was er voor haar zoontje op de crèche geen plaats, dus nam ze hem gewoon maar mee naar haar werk. Daar stonden ze op de universiteit wel van te kijken, maar ze kwam er mee weg. Drie jaar later ging ze werken aan de UvA bij de vakgroep Vrouwenstudies (de voorloper van genderstudies), die toen net was opgestart. Vrouwenstudies is een heel breed begrip, maar het algemene doel ervan was de positie van vrouwen binnen verschillende academische disciplines te bestuderen, en zo ook vrouwen een stevigere plaats te bezorgen in de wetenschap.

1552055223363-Saskia-Poldervaart-bewerkt-1

Saskia Poldervaart – foto met dank aan Jens van Tricht

Nederland was een van de eerste landen waar Vrouwenstudies een serieus vakgebied werd, maar dat betekende niet dat het onomstreden was. In 1992 kwam een slecht rapport uit over Saskia’s vakgroep, die teveel in zichzelf gekeerd zou zijn en te weinig zou publiceren. Saskia verweerde zich fel in Het Parool: “Iedere zin waarin iets positiefs staat, wordt gevolgd door een snerende bijzin. Het rapport is stemmingmakerij.” Twee jaar later werd ze coördinator van Vrouwenstudies aan de UvA.

Utopische Fransen

In haar wetenschappelijk werk was Saskia ook geïnteresseerd in activistische groepen en alternatieve levensvormen. Zo deed ze onderzoek naar woongroepen, en promoveerde ze op de ‘Saint-Simonisten’: een groep Franse utopische socialisten, die al in 1830 veel aandacht hadden voor de verhoudingen tussen vrouwen en mannen. Deze utopisten spoorden arbeiders aan om zich te verenigen in coöperaties, en publiceerden daarnaast teksten als ‘geen vrouw wordt als huisvrouw geboren’ en ‘mannen moeten zorgzamer worden’, want ze vonden dat ook het persoonlijk leven politiek was. Aan de Volkskrant vertelde Saskia dat ze haar ogen niet kon geloven toen ze voor het eerst over de Saint-Simonisten las; de standpunten van de Dolle Mina’s en andere feministen van de tweede golf bleken in een veel langere traditie te staan dan gedacht.

Zo schreef Saskia mee aan een geschiedenis waar zij zelf onderdeel van werd. Want sinds die keer dat ze met een natte spons over de redactievloer van de Margriet was gerend, bleef ze zich altijd opgewekt inzetten voor een betere wereld. Haar lessen op de universiteit sloot ze af met een kort overzicht van aanstaande acties en demonstraties, en zelf liet ze zich door haar studenten meenemen naar veganistische restaurants in kraakpanden en anarchistische festivals.

In 2009 werd er kanker bij Saskia geconstateerd. In een van haar laatste interviews, in Pakhuis de Zwijger, wisselt ze in razendsnel tempo de ene wijsheid met de andere af. “We zouden moeten proberen het met elkaar een beetje op te lossen,” zegt ze. “Het is allemaal zwaar, zwaar, zwaar, maar er worden nooit dingen met elkaar gedaan. En dat vind ik jammer.”