FOTO’S DOOR EDWARD SCHELLER

MET DANK AAN ANDO GILARDI EN PATRIZIA PICCINE VOOR DE ARCHIEFBEELDEN
Een tijdje geleden reden we in de Noord-Italiaanse regio Piemonte iets voorbij Genua het slaperige gehucht Ponzone binnen om Ando Gilardi te ontmoeten. Gilardi is een 89-jarige Italiaanse fotograaf, schrijver, journalist, redacteur en de perverste oude viezerik van het schiereiland—een man waarvan we met schaamte moeten bekennen dat we tot een paar weken geleden niet wisten dat hij bestond. Op een glorieuze dag in Milaan vonden we in een tweedehands boekwinkel echter twee van zijn tijdschriften, Fhototeca Materiali en Phototeca. Het leek op niks dat we ooit gezien hadden.
Zijn tijdschriften staan vol met aansprekende, vaak erotische plaatjes, gesorteerd in vrij specifieke maar obscure iconografische thema’s. Hun extravagante layout kan variëren van een twee pagina’s beslaande collage van pijpbeurten tot een gecombineerde spread vol Victoriaanse vieze plaatjes en videocovers van pornofilms uit de jaren ’80. Met schijnbaar volledige willekeur zijn door de collages gedichten en fragmenten van zweverige teksten gewoven. Het talent van deze man voor het bedenken van titels en thema’s voor zijn tijdschriften is ongeëvenaard: ‘Racistische Hufters en Hoerenzonen, Er Is Vanavond Een Pogrom En Ik Heb Niks Om Aan Te Trekken’, ‘De Kunstmatige Hoer’, ‘Kontocratie’ en ‘Rampen, Verdomde Pech en Laatste Reddingen’ zijn daar een paar glanzende voorbeelden van. We kwamen er al snel achter dat deze wondermooie werkjes slechts een bescheiden selectie zijn van een oeuvre van een half dozijn titels die Ando in zijn werkende leven heeft gepubliceerd. We wilden meteen nooit meer zonder hoeven doen.
Maar, zo blijkt, Ando’s onberispelijke smaak in schurende fotografie is allesbehalve de enige reden om hem te willen spreken. Hij was ook co-curator van de fotografische documentatie van de Holocaust—wat later als bewijs bij de processen van Neurenberg gebruikt werd—schreef een dozijn boeken over fotografie en diverse andere onderwerpen, maakte een van de grootste archieven van erotische plaatjes van de wereld en deelde van 1960 tot 1962 redactionele verantwoordelijkheden met Pier Paolo Pasolini bij het wekelijkse vakbondsblaadje van de Italiaanse Communistische Partij, Vie Nuove.
We werden verwelkomd in Ando’s huis door zijn vrouw, Luciana, en Patrizia Piccini, sinds jaar en dag Gilardi’s assistent en medewerker. We gingen zitten in hun rood-, groen-, en oranjegekleurde woonkamer/studio en spraken een paar uur lang gemoedelijk over alles. Van fotografie tot waarom Ando denkt dat vrouwen een hekel hebben aan seks.
Vice: Ik kan niet veel informatie vinden over uw fantastische tijdschriften. Er zijn er zo veel, maar als ik een favoriet moest kiezen zou het Fhototeca Materiali zijn. Kunt u me vertellen wie er de ballen had om zo’n blaadje uit te geven?
Ando Gilardi: De uitgever was een producent en distributeur van pornovideo’s.
Dat klinkt aannemelijk. Hoe begon uw samenwerking met hem?
Een paar jaar voor Fhototeca Materiali waren we een tijdschrift begonnen dat Phototeca heette. Het was een groot tijdschrift, en ieder issue was ingevuld rond een specifiek thema. We vonden heel veel plaatjes die aan een thema gerelateerd waren—oude en nieuwe, maar de meeste heel oud—en die stopten we dan allemaal samen in een tijdschrift. Phototeca werd gefinancierd door een uitgever die wat geld over had. Hij investeerde het voornamelijk uit ijdelheid. Mijn geluk én ongeluk was dat deze uitgever me ervan wist te overtuigen dat ik een goede schrijver was. Ik wou dat ik nooit geschreven had! Ik was al uit de Communistische Partij en uit de redactie van de communistische krant L’Únita getrapt, omdat mensen me ervan overtuigd hadden dat ik goed kon schrijven. Uiteindelijk doekte de uitgever de boel op. Hij zei, “Oooh, die Gilardi, we moeten van die vent af. En hij is ook een Jood, moet je nagaan!” Dus hij verkocht het blad aan een andere uitgever, die de naam veranderde.
Toen werd het Fhototeca, met een “F”?
Patrizia Piccini: Ja. De uitgever waar Ando het over heeft—die Phototeca verkocht—was ook de uitgever van Photo Italia. En deze nieuwe uitgever verving de “P” door een “F”.
Ando: En toen, na een tijdje, werd die ook opgedoekt.
Patrizia: Hij wilde het niet echt distribueren. Hij was alleen geïnteresseerd in het uitgeven. Hij begon in de kosten te snijden, stuurde de redacteuren en de art director naar huis, en uiteindelijk waren alleen Ando en ik nog over.
Ando: Maar we vonden het zo leuk om te doen dat het ons niet uitmaakte. En toen, uiteindelijk, zijn we nog een ander tijdschrift begonnen, die je als eerste noemde—Fhototeca Materiali. Het was meer van hetzelfde, maar met nog meer oude plaatjes, en dan voornamelijk erotische.

Vanaf linksboven met de klok mee: “Pak het Blad Op!”, Fhototeca N° 40, mei/juni 1988; “Andersgezinden, Dronken Homo’s en Beschamende Koppels”, Phototeca N° 6, lente 1982; “De Kunstmatige Hoer”, Fhototeca N° 41, juli/april 1989; spread uit “Onschuldige Spelletjes en Zondige Flirts”, Phototeca N° 16, winter 1984; “Kontocratie 2”, Fhototeca N° 39, maart/april 1989
Oké, even voor de duidelijkheid: voor Phototeca, Fhototeca en Fhototeca Materiali, werkte u voor een tijdschrift dat Photo 13 heette, en na die eerste vier startte u Fhototeca Index en Index: Storia Infame della Fotografia Pornografica?
Patrizia: Ja, zo is het gegaan. Ando is ze allemaal begonnen. Met het verstrijken van de jaren gingen ze allemaal meer en meer over erotische fotografie.
Al uw tijdschriften hadden dezelfde tagline op de cover, “Alleen voor beschaafde volwassenen”.
Patrizia: Ja. Kijk, we waren verplicht om als disclaimer “Alleen voor volwassenen” op de cover te zetten, maar dat vonden we niet zo leuk. Dat zou zonde geweest zijn. Dus we hebben er onze eigen draai maar aan gegeven.
Zijn alle plaatjes van jullie zelf?
Ando: We hebben een paar dozijn kasten gevuld met negatieven en dia’s.
Patrizia: We zijn rondgegaan en hebben collecties doorzocht, en we hebben wat we leuk vonden gekopieerd. Het zijn geen originelen.
Ando: Patrizia! Je leert het ook nooit. Je hoort te zeggen: “Ja, we hebben alle originele plaatjes.”
Patrizia: Dat is gedeeltelijk eigenlijk ook wel waar. We hebben een hoop originelen in ons archief in Milaan.
Wat dreef u ertoe dit soort tijdschriften te maken, met zo weinig tekst en zo ontzettend veel vieze plaatjes?
Ando: Dat is een goede vraag, maar ook een heel stomme. Ons tijdschrift was normaal, alle andere tijdschriften zijn gewoon van poep gemaakt.
Goed punt. Maar hoe werd uw interesse in fotografie in het algemeen gewekt?
Dat is erg lang geleden gebeurd. Na de oorlog—ik was actief in het verzet—werden me door een Joodse kapitein in ruil voor mijn diensten voedselbonnen voor de Amerikaanse legerkantine aangeboden. Ze zochten fotografen die foto’s van de Shoah, de Holocaust, konden afdrukken en kopiëren. Dat was voor de processen van Neurenberg. Er was in elk geval geld mee te verdienen. Ik begon foto’s af te drukken die we bij gevangenen vonden, plaatjes die verborgen waren door Joden, van alles. Op dat moment besefte ik dat woorden gebruikt worden om dingen te verbergen, terwijl foto’s gebruikt worden om dingen te laten zien. Toen besloot ik dat ik met fotografie wilde gaan werken.

Spread uit “Rampen, Verdomde Pech en Laatste Reddingen”, Phototeca N° 5, winter 1981. Er staat zoiets als “Schaduwen, ratten, tanden, konten, mummies en piemels: Voortekenen van Verval zijn Destructieve Signalen van het Einde. Of niet?”
U noemde uw periode bij de Communistische krant L’Unita, die opgericht is door de grote politieke theoreticus en filosoof Antonio Gramski. Hoe was die tijd?
Ik heb daar ontzettend lang gewerkt, maar het is niet best afgelopen. Ik werd bij L’Unita weggeschopt omdat ze het weer eens niet waardeerden dat ik zo goed kon schrijven. Maar ze gooiden me niet uit de partij. Ik had daar veel vrienden. Ze hadden in die jaren een soort eigen, intern tribunaal dat recht sprak over mensen en problemen binnen de partij. Ze daagden je om politieke en culturele redenen. Ze dachten dat ze me niet konden vertrouwen—niet omdat ik de boel bedroog maar omdat ik slim, ontwikkeld en belezen was. De redenering was niet dat ik iets fout had gedaan, maar dat ik in de toekomst misschien iets fout zou doen. In die tijd zonden ze een partijgenoot voor straf naar de vakbond. Die werd beschouwd als een soort verbanning. Maar ik heb de partij nooit verlaten. De partij verliet mij! Ik was er tot het einde, toen de oude partij stierf.
Wat gebeurde er met u in de vakbond?
Jammer genoeg realiseerden ze zich weer dat ik kon schrijven en dat ik deel uitmaakte van een inferieur ras. Daarom zonden ze me naar Lavoro, wat een dagelijkse krant was waarvan de bazen hadden besloten het om te vormen in een wekelijks vakbondstijdschrift. Ik werkte met de grote dichter Gianni Toti en een vrouw die Lietta Tornabuoni heette, die uiteindelijk een beroemde journaliste is geworden. Ze was voor straf weggestuurd van NoiDonne, het historische Italiaanse feministische blad, omdat—en ik weet dat ik haar hiermee een groot compliment maak dat ze weet te waarderen—ze een neukmachine was die niet van ophouden wist. Ze neukte alle mannen binnen een straal van 10 kilometer. Alle andere feministen haatten haar, natuurlijk. Daarom maakten we samen dat wekelijkse blad. Maar al snel realiseerde ik me dat zo’n vakbondsblad nooit zou werken.
Waarom niet?
Ten eerste, een tijdschrift kan niet zonder adverteerders. Maar grote bedrijven zullen nooit adverteren in een vakbondstijdschrift. Dan zouden ze namelijk dezelfde mensen financieren die stakingen organiseren in hun fabrieken.
Natuurlijk. En de andere reden?
Omdat er geen grotere hufters zijn dan linkse intellectuelen. Ze kunnen gewoon niet logisch redeneren—en ik praat dan in het bijzonder over het naoorlogse links. Ga maar na: je werkt jezelf in een fabriek of in de velden uit de naad en verdient geen hol. Je wordt elke dag wakker en vervolgens vrolijk in je aars genomen. En terwijl je werkt voel je dat, voel je dat je het in je reet neemt voor een paar cent per uur. Dan, na een hele dag van ruwweg anaal gepakt worden ga je naar huis, en wat? Je leest een krant die precies aangeeft op hoeveel manieren je anaal gepakt bent. Een krant die zegt: “Je dacht dat je het in je aars nam? Nee, jij ongeletterde arbeider, laat mij je de ogen openen! Lees hier, ik vertel je precies alle andere manieren waarop je anaal genomen bent. Manieren waar je geen weet van had. Je dacht dat je het tot je prostaat kreeg, maar nee, kameraad, je neemt het tot aan je strot.” Deze kranten werden in theorie alleen intern gedistribueerd. Dat betekent dat dezelfde arbeiders die lezen over anaal genomen worden, in hun eigen tijd een paar van die tijdschriften zouden moeten meenemen, ze in hun kleren moeten verbergen en—een boete of zelfs hun baan riskerend—hun medearbeiders en kameraden moeten informeren over de herhaaldelijke, klassebrede anale verkrachting.
Dat is een beetje als een tijdschrift over de voor- en nadelen van de elektrische stoel en de dodelijke injectie in elkaar laten zetten door ter dood veroordeelden. Maar goed, ik neem dus aan dat u plezier hebt gehad met het maken van dat blad?
Het was fantastisch! Ik was de eerste fotograaf die een kleurenfoto van Sophia Loren publiceerde. Ze was zo lief en mooi. Haar foto stond op de cover van Lavoro, voor een nummer over de Dag van de Arbeid.

Spread uit “Normale Mensen”, Phototeca N° 10, lente 1983
En toen werd de stekker uit Lavoro getrokken, en ging u werken voor het inmiddels legendarische tijdschrift van de Communistische Partij, Vie Nuove. Exemplaren van dat blad gaan nu voor meer dan honderd dollar op eBay.
Ja. In Vie Nuove schreef ik alleen editorials over fotografie. De enige andere editorials daarin waren geschreven door Pier Paolo Pasolini. En Pasolini, nouja. Hij was Pasolini. Ik heb hem nooit zo gewaardeerd als alle andere mensen schenen te doen, maar hij was toch Pasolini. Een enorme naam! Wil je een goed Pasolini-verhaal horen?
Absoluut.
Er was toen natuurlijk geen internet, dus we hadden een jongen op kantoor die altijd naar Pasolini’s huis ging om de kopij van zijn editorials op te halen. Op een dag kwam die jongen rood aangelopen en woest terug van Pasolini’s huis. “Die flikker!”, zei hij, “Hij zat aan mijn kont! Hij wilde dat ik hem een pijpbeurt gaf!” En wat deden ze? In plaats van die jongen te ontslaan, die nobody die diep vereerd en knielend Pasolini’s piemel had moeten verwelkomen, wat deden ze? Ze ontsloegen Pasolini bij de krant en uiteindelijk gooiden ze hem uit de partij. Ik zeg het je, linkse mensen zijn zo onwaarschijnlijk dom.
En terwijl u daar zat bouwde u uw eigen plaatjesarchief op?
Ja. Ik heb altijd een passie voor historische fotodocumenten gehad. Ik heb mijn hele leven door verzamelingen en musea gesnuffeld. Alles wat ik leuk vond kopieerde ik, zoals ik dat deed voor de processen van Neurenberg. Ik had verschillende technieken die ik perfectioneerde zonder dat iemand het merkte. En dat alles in een tijd waarin er nog geen camera’s met flitsers waren. Ik ontwikkelde dingen—zoals koffers, bijvoorbeeld—waar ik al het materiaal dat ik nodig had in kon verbergen. En ik droeg zo’n koffer dan overal mee naartoe.
Er moet toch een moment geweest zijn waarop u heeft betaald voor een foto die op geen enkele manier te kopiëren viel?
Wat? Je klinkt als die jongen bij Vie Nuove! Denk je nou echt dat Ando Gilardi ooit een foto zou kopen? Je bent niet helemaal lekker. In het ergste geval vroeg ik de directeur van het museum of hij een kopie van het plaatje wilde. Maar alleen als hij de kosten voor het ontwikkelen en de kosten van de film vergoedde. Ik heb nooit iets gekocht. Ik sjouwde gewoon altijd mijn spullen rond en deed wat ik deed en reproduceerde wat ik kon zonder opgemerkt te worden. Ik geloof dat ik begin te begrijpen waarom wij joden uiteindelijk toch altijd aan het langste eind trekken.
Oké, oké. Ik snap het. U heeft een bijzonder talent. Maar die shit moet loodzwaar geweest zijn. Hoe heeft u dat dag in dag uit voor elkaar gekregen?
Ik kan je niet al mijn geheimen uit de doeken doen, maar ik ben er erg trots op. Je moet weten dat ik als kind leed aan polio, en dat één van mijn benen toen verlamd geraakt is. Dat heeft me extreme ijdelheid en trots gegeven. Je zou denken dat er voor een manke partizaan een zekere behendigheid en moed nodig is om te vechten. Maar nee, oorlog is eenvoudig. Het moeilijkste is poepen. Partizanen poepen in het bos. En om in het bos te poepen moet je hurken. Nou, probeer maar eens te hurken met maar één been om je staande te houden. Zelfs daarvoor moest ik creatief zijn.
En, hoe kon u dan hurken?
Een van de eerste wapens die ik had was een Britse Sterling. Die stak ik dan in de grond en gebruikte ik als steun wanneer ik in het bos moest poepen. Een fenomenale uitvinding.

“Zweepjes, Rode Wangen en Pijnlijke Orgasmes”, Phototeca N° 9, winter 1982; “Dieven, Hoeren en Slechterikken”, Phototeca N° 1, november 1979
Terug naar uw archief. U heeft tienduizenden foto’s in uw bezit die eigenlijk niet van u zijn. Ik neem aan dat u niet gelooft in het concept ‘copyright’?
Plaatjes behoren niemand toe. Ik ben daar heel principieel in. Een plaatje is van degene die het op dat moment ziet. Een plaatje zien betekent dat je het bezit, dat je het je herinnert. Laat ik het zo zeggen: je maakt een schilderij en dan stel je die tentoon. Ik kom naar je show met mijn camera en neem foto’s van je schilderij. Ik bega alleen een misdaad op het moment dat ik die foto uitprint, verkoop en het geld hou. Maar als ik het in mijn huis wil hangen, ernaar wil kijken, ermee wil spelen, er een snor op wil schilderen, zoals Duchamp—dat is mijn zaak.
Tijd om de erotiek te bespreken. Dat is uiteindelijk de belangrijkste reden dat ik u wilde spreken. U heeft nogal unieke pornoblaadjes gemaakt.
Ik geloof dat ik een van de grootste porno-experts van de wereld ben.
Dat doet me denken aan de disclaimer die in Fhototeca stond: “Een obscene foto is nooit een verloren foto.”
Ja, dat heb ik geschreven. Het is waar!
U bent altijd geïnteresseerd geweest in plaatjes vanuit een functioneel opzicht—of dat nou historische documenten, politieportretten of pornobeelden zijn—en niet echt in plaatjes die mooi zijn om de mooiwezerij alleen. Erotische plaatjes hebben duidelijk een functie. Zijn er, naast de voor de hand liggende reden dat kijken naar naakte mensen een uitstekende manier is om tijd te doden, nog andere redenen dat u zo tot ze aangetrokken bent?
Ik heb een boek geschreven dat Infamous History of Pornographic Photography heet, omdat ik het pornoplaatje—niet per se de fotografie, want foto’s zijn alleen de nieuwste manier om vorm te geven aan dat plaatje—van fundamenteel belang vind. Denk alleen al aan de grotten in de Pyreneeën; een van de meest voorkomende afbeeldingen in die door de Paleolithische Homo Sapiens beschilderde grotten is die van de vagina. Het symbool voor de vagina was een van de eerste pure symbolen: een simpele V, of een V met een lijntje door het midden. Het is ontzettend interessant om te zien hoe dat beeld door de afgelopen 50.000 jaar heen ontwikkeld is. De nieuwste ontwikkeling op dat gebied is de geschoren poes. Dat is pas sinds kort gebruikelijk. Schaamhaar had alleen een bestaansreden toen vrouwen als aapjes op vier benen rondliepen, en het schaamhaar bescherming bood. Toen mensen eenmaal gingen staan was het ineens niet echt meer nodig. Ik vind de tendens van het scheren van schaamhaar erg interessant, omdat nu pas het beeld van de blinkend naakte vagina terug is in de iconografie. Fantastisch, zoals veel amateuristische pornofotografen zowel de vagina als het gezicht van de vrouw in beeld proberen te krijgen, en ze beiden in focus houden. Ik zou graag een boek schrijven over de geschiedenis van digitale pornofotografie.
Bent u een fan van YouPorn en dat soort videosites?
Ik vind xnxx.com de leukste. Ik ga graag naar hun tagspagina om te kijken welke tags populairder en minder populair worden. Het is een massafenomeen waarvan je wel erg achterlijk moet zijn om het niet serieus te nemen.
Denkt u dat dit soort sites uw werk overbodig maken?
Helemaal niet. Ik denk dat ze heel duidelijk het belangrijkste verlangen van de mens aan het licht brengen: voyeurisme. Als je goed naar mensen kijkt, zie je dat we minder graag neuken dan dat we kijken naar andere mensen die aan het neuken zijn.
Hoe komt u daarbij?
Nou, neuken stinkt een beetje, het is vermoeiend, belachelijk en nep. Het is best afstotelijk, als je er over na gaat denken. En als je het eenmaal echt aan het doen bent kun je niet wachten om klaar te zijn zodat je kunt gaan plassen. Dat is vooral voor vrouwen het geval. Vrouwen hebben een hekel aan seks. Dat moet je toch wel eens opgevallen zijn? Kijk, miljoenen jaren geleden waren er twee soorten apen. In één van deze soorten stierven alle mannetjes uit en overleefden alleen de vrouwtjes. Bij de andere soort gebeurde het omgekeerde. Dus wat gebeurde er toen? De vrouwtjes van de ene soort begonnen zich voort te planten met de mannetjes van de andere. Vrouwen haten seks met mannen die niet van hun eigen soort zijn.
Oh, kom op. Er moeten toch een páár vrouwen zijn die wel graag neuken?
Nee hoor, dat denk ik niet. Alle vrouwen haten seks. Geloof mij maar.

Spread uit “Zwepen, Rode Wangetjes en Pijnlijke Orgasmes,” Phototeca N° 9, winter 1982
Dit interview verscheen eerder in het februari-issue van 2010.