FYI.

This story is over 5 years old.

Stuff

Ik moest doen alsof ik onder hypnose was om te ontsnappen aan de hondenadem van de hypnotiseur

Ik bezocht de show van een bekende hypnotiseur, die dreigde met zijn hondenadem in mijn gezicht te blazen als ik niet onder hypnose bleek te zijn.
Lisa Lotens
Amsterdam, NL
18 september 2012, 11:55am

Jos is een hypnotiseur die bekend is van de hypnoseshow Ik Weet Wat Jij Deed. Omdat ik altijd superverbaasd was door alle perikelen die tijdens dit programma plaatsvonden, en verbluft was door zijn magische krachten, bezocht ik een van zijn shows. Watertandend stond ik in de rij. Ik MOEST en ZOU meedoen. Maar hypnose bleek niet te zijn wat ik dacht dat het was.

Het tafereel speelde zich af in de Brakke Grond aan de Nes in Amsterdam. Het was een kleine, donkere zaal met een capaciteit van ongeveer honderd mensen. Het publiek was giechelig, maar ik was gefocust. Ik wist dat ik over een kwartier als een krijsende zeehond over het podium zou kruipen. Dat was mijn streven.

Na een kwartier van zenuwen en volle concentratie kwam Jos op. Dit was het eerste moment dat ik ging twijfelen aan hypnose, of eigenlijk aan Jos. Zijn gigantische omvang, kale zwetende kop, strenge blauwe ogen en zwarte nazipak deed me meer denken aan een zelfvoldane nazaat van Hitler dan een maatschappelijk geëngageerde man die graag verslavingsgevoelige of getraumatiseerde mensen wil helpen. Hij praatte met een lome, zware stem die me angst aanjoeg. Een rilling vloeide over mijn rug.

Voordat hij begon legde hij een aantal dingen over hypnose uit. Hypnose kan een oplossing betekenen voor een rookverslaving of onverwerkte trauma’s. Bovendien is hypnose altijd zelfhypnose. Dat betekent dat je het zelf echt moet willen, volgens Jos. Hierna attendeerde hij ons met zijn zware, lijzige stem op zijn Hyves-profiel en in welke shows hij allemaal wel niet had opgetreden, dat we dit allemaal terug moesten kijken want dat kan tegenwoordig via internet, dat hij ook een eigen site heeft én een Twitter, etcetera. Dat was zo saai, dat de hypnose eigenlijk al was begonnen.

Na dit reclamepraatje nodigde Jos de mensen die gehypnotiseerd wilden worden uit op het podium. Omdat ik was afgeschrikt door zijn afstotelijke voorkomen twijfelde ik of ik zou gaan, maar ik mocht me niet aanstellen van mezelf. Ik liep het podium op. Een rood zeshoekig licht werd op ons gericht. We moesten er lang in kijken, waarna we onze ogen dicht moesten doen. Jos bromde wat over ademhalen en zen worden. Dat deed ik, want ik wilde graag gehypnotiseerd worden. Na een tijdje hoorde ik hem dichterbij komen, kwam hij recht voor me staan en mompelde hij iets tegen me. Er walmde een graflucht mijn neus in. “Als ik in je gezicht blaas, doe je je ogen open en ga je terug naar het publiek, want dan ben je niet genoeg onder hypnose,” zei hij. Oké. Vanaf dat moment durfde ik niet meer af te wijken van wat Jos me opdroeg, want dan zou hij in mijn gezicht komen blazen.

Annelies vond het ook niet fijn als Jos haar in het gezicht blies.

Jos speelde duidelijk geen spelletjes. Als iemand niet genoeg in trance was, werd degene met een blaas en een klap op zijn wang terug naar het publiek gestuurd. Jos was dan woedend. “Terug naar het publiek,” gromde hij. Ze nemen mij niet serieus, dacht hij.

Op dit moment voelde ik nog vrij weinig. Ik probeerde me te concentreren. Na tien minuten moesten we gaan liggen van Jos, maar ik was net iets te apathisch voor zijn idee. Ik wilde namelijk graag eerst mijn billen op de grond plaatsen zodat ik een zachte landing kon maken. Daar was Jos het niet mee eens en hij hielp me een handje door zijn groteske hand vol op mijn gezicht te plaatsen, mijn hoofd naar beneden te drukken en met volle kracht tegen mijn schouders te duwen zodat ik wel MOEST gaan liggen. “SLAPEN, NU!”, schreeuwde hij. Op dit moment was ik niet meer bezig met gehypnotiseerd worden, maar was ik bezig met alles doen wat hij zei, omdat ik angstig was dat hij anders kwaad zou worden en zich dan met zijn logge lijf op me zou storten. Dus deed ik maar alsof ik sliep.

Handjes thuis, Jos

Intussen was iedereen op de grond gedonderd door Jos en deelde hij citroenen uit, maar alleen aan degene die zo ver met hun armen reikten als ze konden. Dus ik reikte zo ver als ik kon. Hij wilde ons laten geloven dat dit geen citroen was, maar een sinaasappel: “Eet je sinaasappeltje maar lekker op,” dwong hij. Met mijn zuurpapillen op scherp verorberde ik de citroen, eh, sinaasappel. Want dat moest, van Jos. Mijn gezicht vertrok zich direct tot een rimpelig gedrocht met hangende kaken en zodanig samengeknepen ogen dat ze begonnen te tranen. Ik moest happen naar adem. Ik probeerde dit met man en macht te forceren tot een mmm-gezicht, want Jos mocht niet zien dat ik de citroen smerig vond. Wat een lekkere sinaasappel, dacht ik maar.

Ik vreesde voor het moment dat Jos me door zou hebben. Dat ik deed alsof. Ik wilde niet meer hardhandig aangepakt worden, maar ook niet blootgesteld worden aan die afgrijselijke hondenlucht uit zijn mond. Op de een of andere manier had hij me door, die Jos. Hij blies in mijn gezicht. Ik moest mijn ogen open doen. Hij keek me indringend aan, alsof ik iets fout had gedaan, en foeterde me terug het publiek in. Dit had een van de mooiste ervaringen van mijn leven moeten zijn. Een verrijking. Een andere blik op de wereld. Maar Jos had mijn droom bij de keel gevat. Ik werd niet gehypnotiseerd. Ik werd gedomineerd.