FYI.

This story is over 5 years old.

Het eerste kraakpand van Istanbul

In plaats van punk en bier dans je er tango en drink je er thee.
14.3.14

De scène had zich in ieder kraakpand kunnen afspelen. Een groep mensen staat bij een zelfgemaakte kachel te discussiëren of het ding nou wel werkt of niet. Ondertussen wordt er – geheel naar Turkse traditie – eindeloos thee gedronken. 's Avonds brandt de kachel en staat er een workshop tangodansen op het programma. Een autobatterij en een paar buislampen zorgen voor licht. Sfeervol, dat wel. De dag ervoor ging het er serieuzer aan toe: toen liep de zaal vol voor een lezing over antikapitalisme en islam. Don Kişot, het eerste kraakpand van Istanbul, leeft, zoveel is duidelijk.

Het pand, meteen herkenbaar aan de graffiti buiten, ligt in Yeldegirmeri, een buurt in het stadsdeel Kadiköy op de Aziatische oever van de Bosporus. Het huis stond jaren leeg, en werd in feite nooit afgewerkt. Het geïmproviseerde dak is bijvoorbeeld werk van de krakers, en ook op de bovenverdieping ­– waar de freeshop is – valt nog wel wat werk te verrichten. Maar de krakers zijn enthousiast over hun plek, dus dat komt wel goed.

Don Kişot is een uitloper van de Gezi Park-beweging. Na de afloop van de protesten begonnen mensen door heel Istanbul in de parken van de stad samen te komen om er te discussiëren over politieke kwesties, en workshops en concerten bij te wonen. Dat werkt goed in de zomer, maar ook in Istanbul wordt het koud in de winter. Daardoor groeide het idee om een plek te kraken, en die plek werd Don Kişot. Ondertussen is er al een andere groep krakers bezig om een tweede pandje op te knappen. Istanbul zal nooit meer hetzelfde zijn.

Eser is een van de voortrekkers van het pand. Speciaal voor dit project zette ze haar promotie-onderzoek op pauze. “Vóór de protesten in Gezi Park zou dit nooit mogelijk geweest zijn. Er is toen echt iets veranderd. We leerden geloven in onszelf. De overheid wou ons de laatste openbare ruimte afpakken, maar dat ging dus niet door. We hebben Don Kişot ook niet gekraakt voor onszelf, maar als publieke plaats voor de buurt.”

Natuurlijk is kraken niet nieuw in Istanbul. In de zogenoemde Gecekondu, gekraakte grond aan de randen van de stad, wonen honderdduizenden, misschien wel miljoenen mensen. De naam van de zelfgemaakte bouwsels, haastig opgetrokken op grond van de overheid, vertaalt zich als “huizen van één nacht”. Hier wonen vooral Koerden die Turks Koerdistan moesten ontvluchten tijdens de ergste dagen van de repressie en andere mensen die om economische redenen het platteland achter zich lieten. Don Kişot is het eerste pand dat bedoeld is als sociaal centrum – kraken Europese stijl, zeg maar.

Maar Istanbul is Amsterdam niet. Turkije staat niet bekend om de tolerante politieke sfeer. Volgens Eser ligt het moeilijk. “Kadiköy is een gemengde buurt. Er wonen hier veel jonge mensen, maar evengoed veel conservatieve mensen. Ook voor hen is het idee dat jonge mensen een huis bezetten en er iets mee doen compleet nieuw. Er gaan heel wat roddels over ons de ronde. Maar we doen ons best de buurt zo veel mogelijk mee te krijgen.”

En de overheid, is die blij met het eerste kraakpand van de stad? “De politie heeft al eens voor de deur gestaan, maar daar is het tot nu toe bij gebleven. Er zal hier wel wat politie in burger rondlopen, maar goed. Natuurlijk liggen de zaken anders dan in Europa. De overheid grijpt veel vlugger naar geweld, we weten niet waar ze toe in staat zijn.”

“Don Kişot is belangrijk, niet alleen voor ons. Het is het eerste pand van de stad – een voorbeeld, dus. Tijdens Gezi leefden we in een droom, en die mis ik. Daarom steek ik er zoveel tijd en energie in. Ik zie een klein vonkje van Gezi hier in Don Kişot.”