nieuws

De vluchtelingenkampen in Libanon zijn de hel op aarde

Meer dan een miljoen Syrische vluchtelingen verblijven in Libanon, waar de omstandigheden bar en boos zijn. VICE sprak mensen in Libanese kampen.

door Sulome Anderson
21 september 2015, 4:36pm

De stank in de leerlooierij waarin twaalf gevluchte families uit Syrië leven, is bijna niet te bevatten.

Het verlaten gebouw staat in een stoffig veld buiten Saida in Libanon. Deels ontbonden dierenhuiden liggen in stinkende stapels op de grond. De lucht is zwaar door de ontbinding en de prikkende chemicaliën die gebruikt worden om de huiden te veranderen in leer. Geen mens zou hier één minuut langer dan strikt noodzakelijk willen verblijven, maar toch zijn er mensen die hier leven, wonen en eten. Tientallen magere kinderen met vieze gezichtjes rennen rond in het gebouw met twee verdiepingen. Ze spelen tussen de rottende vachten en de machines. Ze hoesten vaak en dat klinkt dan eerder als het geluid dat een zware roker maakt dan het geluid van een kinderhoest.

Ze is pas tien, maar het is duidelijk dat Rima een prachtige vrouw wordt. Ze heeft fijne, delicate gelaatstrekken, dikke bruine wimpers en een elegantie die niet past bij haar smerige roze Minnie Mouse-shirt. Haar ogen staan vol tranen als ze vertelt hoe haar familie onlangs rond twee uur 's nachts wakker werd van het geluid van bulldozers, die bezig waren het kamp waar ze pas net in terecht waren gekomen plat te rijden, op het moment dat iedereen lag te slapen.

"We waren zo bang," vertelt ze. "Ze sloopten gewoon het gebouw terwijl we erin lagen te slapen. De kinderen begonnen te huilen en te schreeuwen. Ik bezeerde mijn hand, waardoor die onder het bloed zat. De politie nam alle mannen mee. Ze zeiden dat onze vaders zo terug zouden komen, maar mijn broer rende weg. We stonden te huilen, en de politie maakte foto's van ons en ze lachten ons uit. Toen ik viel lachte een agent me uit en noemde me een hond."

Terwijl Europese landen zich pas net realiseren hoe groot het migrantenprobleem is, worstelt Libanon er al mee sinds het begin van de oorlog in Syrië. De toch al fragiele economie van het land kraakt onder het gewicht van de vluchtelingen en de regering lijkt zich steeds harder en haatdragender op te stellen.

Er staan nu meer dan 1,1 miljoen Syrische vluchtelingen geregistreerd in Libanon. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk veel hoger: in een Libanees dorp schijnen meer vluchtelingen te leven dan in de hele Verenigde Staten. Aanvankelijk konden vluchtelingen relatief makkelijk Libanon binnenkomen, maar dit jaar zijn er wetten opgesteld die Syriërs verplicht om over een visum te beschikken. Degenen die er al wonen moeten hun verblijf elke zes maanden opnieuw verantwoorden. Om dat te doen moeten ze documenten overhandigen, waaronder een ondertekende belofte niet te werken en een huurovereenkomst van hun huisbaas. Ook moeten ze een bedrag van 180 euro betalen.

Ondertussen neemt het geweld tegen Syriërs in Libanon toe. Bewoners van dorpen in de buurt van de onofficiële tentenkampen staan erom bekend de tenten van hun nieuwe buren in de fik te steken. Al jaren zijn er berichten dat Syrische vrouwen verkracht worden, of gedwongen worden te trouwen met een Libanese man. Human Rights Watch kwam in 2014 met een rapport waarin ze tot in detail vele mishandelingen en gevallen van misbruik van vluchtelingen beschreven. Soms waren Libanese veiligheidsdiensten de schuldige.

Rima en haar familie waren blij toen ze hoorden dat Fadi Chamieh, die een lokale ngo (Humanitarian Association Collaboration) leidt, een stuk land voor ze gevonden had. Op dat land bouwde hij een kamp met gebouwtjes van baksteen, plastic en metaal. Ze verlieten de leerlooierij, betrokken de nieuwe huisjes, pakten hun spullen uit en gingen slapen. Diezelfde nacht werden ze wakker van het gebrul van bulldozers die de gebouwen afbraken. De familie beweert dat het kamp vernietigd werd door de Libanese binnenlandse veiligheidsdienst.

Een van de gevluchte vrouwen maakte een filmpje van de chaos. Te zien is hoe een andere vrouw flauwvalt terwijl haar kinderen gillen en haar vasthouden, terwijl hun onderdak wordt gesloopt.

"Ik wilde niet toestaan dat ze dit ook nog van ons afpakten: onze huizen, onze laatste trots," zei de vrouw die het filmpje maakte, met een soort overwinning in haar stem. "Ze hebben alles al afgepakt, maar ik wilde dat de wereld het dit keer zou zien."

"Over het algemeen is Libanon één grote gevangenis voor de Syriërs. Het is geen veilige plek voor ze." –Nabil Halabi

Er is in Libanon geen samenhangend beleid voor Syrische vluchtelingen, volgens Nabil Halabi, directeur van het Libanese Institute for Democracy and Human Rights, een ngo dat mensenrechtenschendingen documenteert.

"Een van de nieuwe wetten verbiedt Syriërs te werken in Libanon. Maar ze moeten betalen voor hun papieren om te blijven," zegt Halabi. "Waar halen ze dat geld vandaan? Sommigen wenden zich tot de criminaliteit, omdat ze geen andere keuze hebben. En dan zeggen de Libanezen: 'Kijk, het zijn allemaal misdadigers.'"

"Er zijn ook mensen die ze helpen," voegt hij toe. "Niet alle Libanezen behandelen de Syriërs slecht... Maar over het algemeen is Libanon één grote gevangenis voor de Syriërs. Het is geen veilige plek voor ze."

Veiligheidsdiensten vallende kampen vaak binnen, zogenaamd om te voorkomen dat terroristen de kampen infiltreren. Meestal liggen de kampen op privéterrein, aangezien de regering de bouw van officiële vluchtelingenkampen heeft verboden. Bij een klein kamp in de Bekavallei zegt een jonge man dat het een belachelijk idee is dat er hier terroristen zitten.

"Ze zeggen dat ze op zoek zijn naar wapens en terroristen," lacht hij. "Ik ben al twee dagen op zoek naar genoeg geld om een pakje sigaretten te kopen, hoe zou ik een wapen kunnen betalen?"

Een oudere man legt uit waarom zijn kinderen het enorme risico namen in een bootje van Libanon naar Europa te stappen. Zijn kleine tent stinkt naar zweet en viezigheid, maar ondanks de armoede om hem heen straalt hij waardigheid uit.

"Mijn kinderen gingen zondagochtend met een boot naar Europa," zegt de man. "Ze zijn hier eerst negentig dagen gebleven, tot ze naar Cyprus konden varen. Ze zijn twee of drie keer bijna omgekomen op zee, maar dat was beter geweest dan de ellende hier te verduren... De Libanezen behandelen alsof we minder dan mensen zijn. Het leger en de politie stoppen ons bij checkpoints, en als we geen papieren hebben slaan ze ons. Een van hen bedreigde me zelfs met de dood."

De oude man lacht bitter, als ik hem vraag naar de stortvloed van media-aandacht voor de vluchtelingencrisis in Europa. "De Europeanen werden erg laat wakker. We lijden en sterven hier al jaren, en ze zien het nu pas? Maar goed, beter laat dan helemaal niet. Het enige wat ik nu hoop is dat de Libanese overheid ons met rust laat en de wetten aanpast. Het kost zoveel geld om hier te wonen, of zelfs om legaal te verblijven. Ik heb geen cent, ik kan mezelf nauwelijks voeden. Hoe kan ik dat dan ooit betalen?"

Een vrouw wijst naar een andere vrouw in een hijab. "Dat meisje was zes maanden zwanger, toen de soldaten het kamp binnenvielen en haar zo ernstig toetakelden dat ze haar baby verloor," fluistert ze. "Ze praat er nooit over. Waarschijnlijk omdat ze nog steeds doodsbang is. Maar we hebben het allemaal gezien."

Bij de leerfabriek in Saida schreeuwt een andere oude man over hoe hun huizen werden platgewalst in hun slaap. "Ze kwamen en vernietigden ons kamp. Ze vernederden ons voor iedereen," buldert hij. "Ik trek het niet meer. Ze denken dat we terroristen zijn. Dat zijn we niet! We zijn geen IS! Zie jij hier IS? Dit zijn vrouwen en kinderen. We vragen niets van ze. Niets. We willen gewoon met rust gelaten worden. Ze zouden hun honden nog niet zo behandelen, maar we mogen er niets van zeggen."

Kamal Kozbar, de gemeentewerker van Saida die verantwoordelijk is voor vluchtelingenzaken, bezocht het vernietigde kamp, nadat hij erover hoorde. "Ik ging naar het kamp, en daarna naar de plek waar ze nu wonen. Ik heb een uur lang gehuild," zegt hij. "Ik zou mijn hond nog beter behandelen dan hoe deze mensen behandeld worden."

"Alle Syriërs in Libanon proberen een uitweg te vinden... Deze mensen zijn wanhopig." – Kamal Kozbar

Kozbar zegt dat de situatie voor vluchtelingen uit Syrië in Libanon bijzonder slecht is, vanwege de fragiliteit van het gastland en het grote aantal migranten.

"Het is een ramp," zucht hij. "Alle Syriërs in Libanon proberen een uitweg te vinden. De illegale manier om dit land te verlaten zie je elke dag op tv: met boten. Deze mensen zijn wanhopig. Ze betalen vaak met hun leven voor deze reis, maar ze hebben het gevoel dat ze niets te verliezen hebben, dus wagen ze het erop. De Libanese regering behandelt Syriërs niet als vluchtelingen, maar als een ongewenste last waar ze graag vanaf willen. De regering is daardoor een deel van de ellende."

De minister van Sociale Zaken, Rashid Derbas, verkondigde in mei 2014 aan de pers wat het nieuwe vluchtelingenbeleid is. "Libanon heeft de top van haar capaciteit bereikt, mede doordat er geen echte steun wordt geboden vanuit andere landen," zei hij. "De situatie in Libanon kan niet verdergaan zoals nu. In het verleden werd het beleid verwaarloosd en genegeerd, omdat gedacht werd dat het om een paar duizend vluchtelingen ging. We hebben er nu een paar miljoen, en ze blijven hier mogelijk jaren."

"De internationale gemeenschap behandelt Libanon als een pakhuis... Maar dit pakhuis heeft een limiet," zei Derbas.

Bij het kantoor van de Humanitarian Association Collaboration in Saida, trekt Chamieh een met pijn vertrokken gezicht. "De omstandigheden bij de leerlooierij zijn verschrikkelijk," zegt hij. "We besloten een poging te wagen deze mensen een nieuw thuis te geven op een stuk land dat iemand had gedoneerd. Maar toen het project klaar was, viel de veiligheidsdienst aan, midden in de nacht. De veiligheidsdienst gaf als excuus dat de gebouwen illegaal waren. Maar het land was privé-eigendom, dus ze hadden dat recht helemaal niet. We spraken met het hoofd van de politie in het gebied, en die zei dat ze bang waren dat er kampen zouden ontstaan in de omgeving van Saida. Het was gewoon discriminatie. Ze zijn bang dat Syriërs komen stelen of andere misdaden zullen plegen."

Nadim Houry, onderdirecteur van de divisie Midden-Oosten en Noord-Afrika van HRW, weigert te reageren op het voorval in Saida. Zijn groep moet het namelijk nog onderzoeken. Hij gaat wel in op de verschrikkelijke situatie van vluchtelingen in Libanon.

"Er zijn gevallen in de Bekavallei waar het leger kampen heeft ontmanteld, meestal met als excuus dat ze te dicht bij legerbarakken lagen, of gebruikt kunnen worden door gewapende extremisten," zegt Houry. "Er zijn ook gemeenten die gevraagd hebben of kampen verwijderd konden worden uit gezondheidsoverwegingen. Er zijn geen officiële kampen voor vluchtelingen, dus ze gebruiken alles wat ze kunnen gebruiken, vaak in verschrikkelijke omstandigheden zoals leerlooierijen en verlaten fabrieken. Er zijn spanningen tussen landeigenaren of gemeenten, en daarnaast is het hygiënisch gezien een ramp. Er is geen beleid voor de huisvesting van vluchtelingen, en deze kampen worden vaak met geweld uiteen geslagen, zonder goed alternatief."

Kolonel Joseph Moussallem, woordvoerder van de binnenlandse veiligheidsdienst, zegt dat zijn dienst formeel nooit betrokken is geweest bij de sloop in Saida. "Fadi Chamieh probeerde illegaal huizen te bouwen," zegt Moussallem aan de telefoon. "Hij probeerde deze gebouwen te verhuren, om winst mee te maken. Het was niet voor humanitaire doeleinden."

In een tweede telefoongesprek zegt Kolonel Moussallem: "De eigenaar van de grond wist niet dat Chamieh het land aan Syriërs zou verhuren. Er waren veel klachten van mensen in de omgeving die bang waren dat er Syriërs zouden komen te wonen.

"De rechtbank gaf hem drie dagen, vanaf zondag, om de boel af te breken, en de Syriërs waren er nog niet gaan wonen," gaat Moussallem verder. "Hij besloot alles zelf te slopen. Niemand wist dat de Syriërs er waren. Wij hebben het niet gesloopt, we hebben geen geld voor dat soort dingen."

Moussallem is verontwaardigd als hij wordt geconfronteerd met het feit dat de rechtbank op zondag niet open is, en dat iedere getuige volhoudt dat ze zijn verdreven door mensen van de veiligheidsdienst. "Ze weten niet wie van de veiligheidsdienst is, en wie niet," zegt hij geïrriteerd. "Ze zouden het niet kunnen herkennen. Als er iets slechts gebeurt in Libanon, is het altijd de schuld van de veiligheidsdienst. Misschien kwam de veiligheidsdienst wel kijken wat er voor commotie was. Maar de landeigenaar besloot zelf om de gebouwen te slopen. Er zitten criminelen tussen de Syriërs, en mensen in het dorp zijn bang om ze om zich heen te hebben... We hebben geen Syriërs gezien. Niemand wist dat ze daar waren. Alles wat we wisten, was dat er een illegaal gebouw gesloopt werd."

Uiteraard had Mohamad al Bekai, de landeigenaar, een andere versie van het verhaal.

"Ik gaf ze [Humanitarian Association Collaboration] mijn toestemming om vluchtelingen onderdak te bieden op mijn land, op voorwaarde dat ze toestemming zouden krijgen van de gemeente," zei hij. "Ze zeiden dat ze verbaal toestemming hadden gekregen... Ik was er niet bij toen ze het kamp hebben platgewalst."

Huilend vertelt Rima wat er aan de vernedering in Libanon voorafging in Syrië.

"Mijn zusje was net geboren toen de oorlog begon," zegt ze. "We legden haar altijd onder het bed om haar te beschermen tijdens bombardementen. De sluipschutters schoten op ons huis. Toen kwamen we naar Libanon voor de veiligheid, maar mijn broer werd ziek en stierf. En sinds de dag dat mijn broer dood is, is mijn vader ook ziek. Hij heeft hartproblemen. Als we hier over straat lopen, beledigen ze ons," zegt ze met de vermoeide stem van een oude vrouw. "We bidden elke dag, en we lezen de Koran in de hoop dat er vrede komt en we terug kunnen naar Syrië. In Syrië speelden we en hadden we mooie kleren. Hier hebben we niets."