FYI.

This story is over 5 years old.

In New York zijn witte heteromannen niet meer welkom in bands

In Nederland is het gesprek over een gebrek aan vrouwen in muziek voorzichtig aangezwengeld, in Amerika gaat het er al een stuk militanter aan toe.

Foto door M Carek

De muziekindustrie is een mannenwereld. Het festival in Nederland met het hoogste percentage vrouwen in de line-up (bands met één vrouw meegerekend) is Magneet Festival: 17,58 procent. Het zijn cijfers die je zou verwachten bij de toch wat meer testostorongedreven financiële sector, om maar wat te noemen. Niet een industrie die zich van oudsher beroept op haar vooruitstrevendheid en grenzeloosheid en creativiteit. Rock n’ roll betekent vrijheid en is er voor iedereen – toch? Jawel. Maar ook weer niet echt. VICE Nederland onderzocht de line-ups van twintig festivals in Nederland en kwam tot bovenstaand percentage. Het dancefestival Welcome To The Future wist dit jaar slechts één vrouwelijke dj te vinden. Vorige zomer deed The Guardian iets soortgelijks. Ze onderzochten de line-ups van twaalf grote Britse festivals en vonden dat 86 procent van de artiesten mannen waren. De krant haalt in zijn artikel een onderzoek aan waaruit blijkt dat van alle baantjes in de Engelse muzieksector 67,8 procent wordt ingevuld door mannen. En van de achthonderd onafhankelijke muzieklabels die bij het Engelse Association of Independent Music aangesloten zijn, is maar 15 procent in handen van vrouwen. Ook in Nederland hebben vrouwen in muziek het niet altijd even makkelijk. Vraag het aan Bells of Youth. In een opiniestuk op Noisey (‘Bells of Youth bestaat inderdaad uit TIEN TIETEN, nou en’) spraken ze zich uit tegen de mannenblik waardoor ze vaak bekeken worden. Recensenten die verrast zijn dat ze niet de vriendinnetjes van de band zijn, maar de band zelf. Of potentiële boekers die moeite hebben te geloven dat ze de muziek zelf geschreven hebben. Vraag het aan Annelotte de Graaf, de vrouw achter Amber Arcades. Ze stipte aan dat ze de enige vrouw was in de 12 van 3voor12. En dat in recensies over haar werk vooral vaak benoemd wordt hoe lief haar stem en liedjes zijn – zonder inhoudelijk op de muziek in te gaan. Harde cijfers zijn er niet, maar wie zich in de Nederlandse muziekindustrie beweegt, weet: boekers? Vrijwel altijd mannen. Festivalorganisatoren? Vrijwel altijd mannen. Muziekjournalisten (zoals ik)? Vrijwel altijd mannen.

Advertentie

Het is een discussie die hier in Nederland voorzichtig is aangezwengeld door onder meer bovenstaande bands. Maar in de Verenigde Staten gaat het er al een stuk militanter aan toe. In New York, waar ik eerder dit jaar een tijd woonde, kwam ik een scene met bands en artiesten tegen die, hoewel ze in genres uiteen rijken van springerige highschoolpunk tot lieve folk, zich vinden in een gemeenschappelijke vijand: de witte, heteroseksuele man.

Het is een scene waar de witte, heteroseksuele man niets te zoeken heeft, en zelfs een beetje wordt geweerd. Zo moet iemand als ik (een witte, heteroseksuele man) voor feestjes meer betalen dan andere bezoekers. Het is een scene met bands als , een vierkoppige punkband die uit meerdere transgender muzikanten bestaat met – sommigen van hen – een Afrikaans-Amerikaanse achtergrond. Hun muziekstijl? “Homopop”, of “queercore”, zoals ze het zelf omschrijven. In elk geval “non-college bullshit”. Of , een gekleurde muzikante die stemmige altfolk met beats maakt. Of

T-Rextasy

, een sympathieke, jonge punkband die volledig uit vrouwen bestaat en puntige liedjes over objectificatie maakt.

Het schrikbeeld waartegen geageerd wordt, heeft ook een naam: de cis-man. Een sleutelbegrip in deze New Yorkse kringen. De oorspronkelijke definitie hiervan doelt op mannen van wie de seksuele identiteit overeenkomt met het biologische geslacht waarmee ze zijn geboren. Dat kan, en daar is niet veel mis mee. Maar voor deze bands en artiesten is het woord cis-man vergroeid tot het symbool van alles wat er fout is aan de volgens hen seksistische, maar ook racistische muziekindustrie.

Advertentie

Het zijn bands en artiesten die ik tegenkwam in barretjes en tijdens bandjesavonden in Bushwick, een rauwe wijk in Brooklyn die nog niet geheel (maar wel bijna) in de greep is van gentrificatie. Daar vinden veel van deze bands elkaar, tijdens avonden als

Grrrl Fest

:

“a

benefit celebrating young women in the arts, supporting and empowering females & anyone who identifies as such.”

Of tijdens

Femmequerade Ball

,

georganiseerd door feministische artieste

Mima Good

. Dat is een feest dat in augustus plaatsvond en in het teken stond van alles wat niet wit, mannelijk en heteroseksueel was. Compleet met optredens van drag queens en een geldinzamelingsactie ter genezing van “toxic masculinity”. Witte, heteroseksuele cis-mannen moesten 18 dollar entree aan de deur betalen (tenzij ze een masker opdeden), alle anderen 15 dollar.

Of dat niet evengoed discriminatie is, vraag ik Mima Good in een e-mail. “Ik geloof niet in omgekeerde discriminatie,” schrijft ze terug. “We hebben [in de muziek] genoeg gehoord vanuit het perspectief van de heteroseksuele witte cis-man. Het is saai. Als heteroseksuele cis-man liggen de rolmodellen en manieren om jezelf uit te drukken voor het oprapen. Maar als je vrouw, gay of niet blank bent, heb je te maken met een erg beperkte afschildering van jezelf in de media en daardoor beperkte ideeën over wat je zou kunnen zijn.”

Deze bands verenigen zichzelf in hun missie: de alomtegenwoordigheid van de witte man in de muziekindustrie doorbreken, om zo een nieuw normaal te creëren. De witte, heteroseksuele man die misschien nu nog dominant is, maar wiens tijdperk spoedig voorbij is. In ieder geval: zo leek het daar in Brooklyn. Witte heteromannen in bands kunnen gewoon niet echt meer. Ik ving een glimp ervan op tijdens een bandjesavond in Bushwick. Het was in The Silent Barn, een bar die meer als een soort culturele broedplaats dient. Vier bands stonden geprogrammeerd: Dog Island (drie vrouwen), de eerder genoemde T-Rextasy (vijf vrouwen), Fern Mayo (frontvrouw en een bassist met een jurk aan) en Cutters (drie mannen, van wie een niet-wit, en een genderloze zanger). De grotendeels uit mannen bestaande punkband Cutters leek hier zelfs een beetje uit de toon te vallen. Dit ondanks de genderneutrale zanger, die het publiek in rende en wild in het rond schreeuwde. Maar dit publiek - jonge New Yorkers, vaak met gekleurde haren – keek toe met de armen over elkaar gevouwen. En toen stapten de vrouwen van T-Rextasy het podium op. De tieners kwamen in beweging en zongen de liedjes mee.

Advertentie

Ik dacht het einde van het tijdperk van de witte man in de muziek ook te merken bij de albumreleaseshow van Hinds, een garageband uit Madrid, bestaande uit vier vrouwen. Ze speelden in Palisades, een kleine, rokerige concertzaal pal gelegen onder de rammelende J-Z metrolijn, ook in Bushwick. Er was toen al een kleine buzz gaande rond Hinds, maar de tientallen meters lange rij voor de deur – die zelfs de hoek omging – leek me buiten proportie. Tijdens de show leek het feit dat Hinds een vrouwenband was iets los te maken bij de toeschouwers, die van ongeveer dezelfde samenstelling waren als bij The Silent Barn. Dus: voornamelijk tieners met een evenwichtige verdeling van jongens en meisjes van allerlei afkomst en seksuele voorkeur. De show van Hinds was niet eens zo goed, maar het publiek werd wild. Er werd gestagedived. Ze zongen mee. Tieners die losgaan tijdens een show: het zal niet de eerste keer geweest zijn. Maar toch. Door de combinatie van dat jonge, gemêleerde publiek en die vier vrouwen op het podium, voelde het op de een of andere manier als een grote fuck you naar de witte man.

“Het standaardidee over bands is dat ze alleen maar uit mannen moeten bestaan,” zegt de blonde bassist van T-Rextasy, Annie Fidoten, via Skype. “Wij, en een boel met ons, willen die verwachtingen vernietigen. Er is hier (in New York, red.) sprake van een soort eenheid, niet alleen tussen vrouwen, maar ook tussen andere mensen die zich niet identificeren als cis-mannen. Bands die traditionele rollen van geslacht en seksualiteit uitdagen.”

Aye Nako Is het niet tegenstrijdig, vraag ik aan frontvrouw Lyris Faron van T-Rextasy, dat haar band zich zo duidelijk profileert als vrouwelijke act? Onderstrepen ze daarmee niet tegelijkertijd ‘het andere’ aan vrouwenbands? Ja, zegt ze. Het is iets waar de band mee worstelt. “Door ons als vrouwenband in de markt te zetten, benadrukken we het idee dat vrouwen de uitzondering zijn. Terwijl het eigenlijk helemaal niet speciaal zou moeten zijn.” Ze noemt Potty Mouth, een andere band uit New York. Die dragen bewust niet uit dat ze een vrouwenband zijn. Ze hebben shirts met de tekst: Gender doesn’t equal genre. Faron: “Zelf zijn we er nog niet zo over uit wat de juiste manier is om dit aan te pakken.”

Toch voelt het misschien vreemd, deze kruistocht voor een betere positie voor onder meer vrouwen in de muziekwereld – alsof Patti Smith, PJ Harvey, Kim Gordon, The Breeders en Hole nooit bestaan hebben. Maar toch zijn de traditionele geslachtsrollen hardnekkig, zeggen de leden van T-Rextasy. Er was die keer dat ze twee uur voor aanvang van hun show met instrumenten in de handen bij de concertzaal aankwamen voor de soundcheck. De man bij de deur hield ze tegen: “Sorry, dames. Jullie mogen nog niet naar binnen. T-Rextasy speelt straks.” Of die keren dat een gitaar of versterker niet werkt tijdens optredens. Ongevraagd stappen mannen uit het publiek dan op het podium. Annie: “Dat zie je nooit bij mannelijke bands. Als een gitaar kapot gaat, kijkt iedereen dan toe en zien ze wel wat er gebeurt. Maar bij ons komen mensen uit het publiek zonder onze toestemming ons podium op en beginnen ze dingen te maken. Als we iets gemaakt moeten hebben, doen we het zelf wel.” Terug naar de festivals in Nederland, en de onevenredige verdeling hier. Is wat er in New York gaande lijkt een oplossing voor dit probleem? Festivals staan het eind van de keten, het is onderop waar de verandering gegenereerd moet worden. En juist dat lijkt in New York een beetje te gebeuren. Hoe klein ook, wat ik in Brooklyn zag was een voorzichtige kentering van de traditionele verdeling in de popmuziek. Witte heteroseksuele mannen zijn er niet meer de standaard. Vrouwelijke muzikanten, muzikanten met een andere huidskleur of seksuele voorkeur zoeken elkaar actief op. Niet alleen dat, ook krijgen zij van plekken als The Silent Barn of op feestjes als Femmequerade Ball een podium. Klein, ja. Maar belangrijk, zegt de Filipijns/Afrikaans-Amerikaanse Mars Ganito van de New Yorkse queerpopband Aye Nako. Want het creëert in ieder geval bewustwording van het probleem. “Natuurlijk hou ik ook van bands die bestaan uit alleen maar witte, heteroseksuele cis-dudes. Maar dat is op dit moment gewoon een uitgemolken structuur. Ik ben meer geïnteresseerd in mensen die nauwelijks een stem krijgen, mensen die niet gehoord worden omdat ze zich in de marges bevinden.” In Trouw zei Amber Arcades: “De kern van het probleem ligt volgens mij dieper. Het heeft met opvoeding te maken, met de maatschappij. Meisjes zien muziek minder snel als een mogelijke carrière.” Dat is wat bands als T-Rextasy, Aye Nako en Mima Good nastreven: aan meisjes, gays, transgenders, mensen met een andere afkomst laten zien dat het cool en normaal is om in een band te zitten. Dat gebeurt ook al in bredere kring. Bands als Savages, Haim en Grimes surfen de laatste jaren mee op wat door sommigen de vierde feministische golf wordt genoemd en zijn succesvol in het internationale, alternatieve popcircuit. Goed, en die witte, heteroseksuele man in muziek, dan? Is er in de toekomst helemaal geen plek voor hem weggelegd? Jawel hoor, zegt Mima Good. Alleen niet meer bovenaan de voedselketen. “Een acceptabele blanke, heteroseksuele cis-man is een feminist. Een man die geeft om gerechtigheid voor de mensen die niet van zijn privileges profiteren en elke mogelijkheid neemt om daartegen te vechten.”

Deze week schijnt VICE een licht op het oogverblindende gebrek aan vrouwen op festivalline-ups, en besteden we aandacht aan de vrouwelijke artiesten die er wél op staan. Bekijk meer stukken over dit onderwerp op onze festivalpagina.