FYI.

This story is over 5 years old.

Volgens psychologen zullen we altijd bang zijn voor spinnen

Volgens psychologisch onderzoek kiezen we er eerder voor om op een naald dan op een spin te trappen
10.4.15
​Beeld: Wikimedia, Thomas Netsch | Public Domain

​Gatver, een spin. Hoewel de slaapkamer groot genoeg is voor ons tweeën, is het voor mij onmogelijk om in dezelfde kamer als een spin te slapen. De wetenschap dat het kleine diertje volkomen onschuldig is helpt daar niks bij. Het enige dat me kan helpen is mijn buurman met een glas.

De angst voor spinnen is, net als de angst voor slangen of kwade gezichten, een neurologisch verankerde oerangst die ons al duizenden jaren achtervolgt. En dit genetisch afgedwongen respect voor onze voorvaderen begint nu wel een beetje achterhaald te worden. Al is het alleen maar omdat er echt nul dodelijke spinnen en slangen voorkomen in deze hoek van de wereld.

Advertentie

Uit onderzoek van twee psychologen blijkt nu dat we de aanwezigheid van spinnen zo goed als automatisch in onze hersenen wordt geregistreerd, zelfs als we onze blik op iets anders richten. We kunnen die achtpotige kriebelbeestjes gewoon niet negeren. In de loop van de evolutie zijn we onze mechanismen voor spinnenherkenning nooit kwijt geraakt en het zit nog steeds diep in ons onderbewuste verstopt. Daarom kunnen we de angst voor spinnen nauwelijks vermijden, omdat ons bewustzijn bar weinig controle heeft over deze reactie.

Aaaaahh! Afbeelding: Pixabay,Josch13 | Public Domain

Al klinkt "Spiders at the Cocktail Party: An Ancestral Threat That Surmounts Inattentional Blindness" meer als een detective die je tweedehands ergens voor een euro uit zo'n bak vist, is het toch de titel van een wetenschappelijk onderzoek dat in Evolution and Human Behavior werd gepubliceerd.

De evolutionair psychologen Joshua New en Tamsin German voerden met honderden studenten een perceptie-experiment uit. De proefpersonen kregen een betrekkelijk eenvoudige taak: het aanwijzen van de langste van twee gekruiste lijnen op een computermoinitor. Na een paar runs lieten de onderzoekers een object 200 milliseconden lang op het scherm flitsen. Nauwelijks waarneembaar werden er beelden van moderne angstaanjagende voorwerpen zoals injectienaalden getoond en volkomen onschadelijk dingen zoals vliegen of spinnen.

De uitkomst van het onderzoek is dat slechts 15 procent van de proefpersonen de naald waarnam en maar tien procent zag de vlieg. De deelnemers waren zo druk bezig met uit te vogelen welke van de twee lijnen het langste was, dat ze de afbeelding, die slechts een fractie van een seconde op het scherm verscheen, amper opmerkten.

Maar wanneer de onderzoekers een afbeelding van een spin gebruikten, werd het door meer dan de helft van de proefpersonen opgemerkt. Zijn konden zelfs met zekerheid zeggen in welk kwadrant van het kruis de spin verscheen.

"Stel, je loopt in een bos en je kunt óf op een naald óf op een spin stappen," zo vat New de onderzoeksresultaten samen voor USA Today, "dan ben je meer geneigd om op de naald te stappen, dan op de spin." En dat terwijl we allemaal weten dat die naald pijn zal gaan doen.

Deze genetische erfenis uit de oertijd, zorgt er dus voor dat we domme keuzes maken. Tot bloedens toe. Die genetische informatie zullen we nog een hele tijd bij ons dragen, dus je kunt jezelf voorlopig maar beter niet in een dilemma tussen naalden en spinnen storten.