Je kunt nu op satellietbeelden zien wat er in de grond onder je huis ligt

Archeologieopdekaart.nl is een gezamenlijk project van het Rijksmuseum voor Oudheden en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
3.11.16
Beeld: archeologieopdekaart.nl

Iedereen weet natuurlijk dat we slechts een splinter op het eindeloos lange houtsnipperpad van de geschiedenis zijn. Of een komma in de 26-delige Winkler Prins encyclopedie, een huismijt in een rol Leen Bakker-vloerbedekking, en zo voort. En iedereen weet natuurlijk ook dat er in Oldeholtwolde resten van een kampvuur uit 9650 voor Christus zijn gevonden.

Maar, hoe zag Oldeholtwolde er toen uit? Of de grond van jouw eigen stad bijvoorbeeld, of je wijk zelfs, je straat? Op de Reuvensdagen, het jaarlijkse congres voor archeologen, wordt vandaag de site archeologieopdekaart.nl gepresenteerd, waarop Nederland vanaf de vroegste prehistorie tot en met de Tweede Wereldoorlog extreem gedetailleerd in kaart is gebracht, namelijk zo ongeveer tot op perceelsniveau.

Advertentie

Archeologieopdekaart.nl is een gezamenlijk project van het Rijksmuseum voor Oudheden en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het is vooral zo tof omdat nu ook de leek gebruik kan maken van deze gedigitaliseerde kennis. Vanaf de tijd van de Neanderthalers is Nederland dus archeologisch gekarteerd met behulp van gegeorefereerde kaarten, 3D-reconstructies en filmpjes, voor iedereen toegankelijk!

Dat betekent dat je nu met de bekende satellietbeelden kunt inzoomen op bijvoorbeeld je geboortehuis om te kijken hoe dat er ten tijde van de Neanderthalers bij lag: op grasland, of misschien wel midden in een rivier, op een kustvlakte, in een oerbos. Als bonus krijg je daar de meest bijzondere vondsten uit de buurt bij. Mét plaatjes en uitleg! Dus click yourself out!

Hier een kleine introductie, met als voorbeeld mijn eigen stad. Ik zoom naar Amsterdam op de luchtfoto, en ter oriëntatie zie je daar de i, midden op de Kloveniersburgwal, waar glaskralen uit de zeventiende eeuw zijn gevonden op de plek waar nu Coffeeshop Basjoe is gevestigd. Dit plaatje is voor de meesten een redelijk bekend beeld:

  1. De omgeving rond Coffeeshop Basjoe, tegenwoordig

En dan met één klik terug naar het allervroegste archeologische vroeger, namelijk de oude steentijd (het paleolithicum), tevens de langste archeologische periode die ongeveer van 300.000 jaar geleden tot 8800 voor Christus liep. Hoe zag de Kloveniersburgwal met op de hoek van de brug coffeeshop Basjoe er toen uit? Nou, zo:

  1. Oude steentijd/neanderthalers

Dat i'tje is dus weer coffeeshop Basjoe, en je ziet dat de shop geluk heeft en op een grasvlakte ligt, en niet in de zogenaamde kronkelwaard die er langs schampt. De mogelijke passanten van de coffeeshop hadden weliswaar een ander uiterlijk dan die van tegenwoordig, maar stampten waarschijnlijk met evenveel bombarie langs de denkbeeldige gevel. Mammoeten, wolharige neushoorns, kuddes rendieren. En daar achteraan een op twee benen rennende Neanderthaler. Wat vindt men tegenwoordig terug van die types in Nederland? Vrijwel niets. Een stuk bot misschien, een brok bewerkt (vuur)steen en met heel veel geluk soms een schrabber of een vuistbijl.

En toen? Toen gingen alle Neanderthalers dood. Homo sapiens namen hun plek over en het werd warmer, de zeespiegel steeg, de bossen werden groter en het wild kleiner. Hertjes nu in plaats van mammoeten, en verder nog wat oerossen en zwijnen. En daar spoedden de jager-verzamelaars zich op hun beurt weer achteraan, altijd onderweg naar een volgend kamp, met genoeg vers voedsel voor de hele familie. En op de straathoek van coffeeshop Basjoe zag het er zo uit:

  1. Jager-verzamelaars

Niet al te best dus, want die lekkere bossen en ossen en zwijnen waren vooral verderop te vinden en Basjoe zakte weg in het stijgende water van de kustvlakte. Pas voorbij de plek waar nu de Bijlmer ligt, ten zuidoosten van de i dus, was het landschap weer geschikt om eventuele kampen op te slaan. Doorgaans overnachtte men op de hooggelegen rivierduinen (donken), zodat niemand natte voeten kreeg - van natte voeten werd echt nog nooit iemand vrolijk.

Ook deze rondtrekkende jager-verzamelaars lieten niet zo veel voor de archeologen van nu achter. Een paar vuurstenen werktuigen, wat sporen van haardkuilen en hier en daar een crematoir overblijfsel. Niemand woonde op een vaste plek - dat idee begon pas in de nieuwe steentijd post te vatten.

Advertentie

Boeren zijn tegenwoordig geen cultuurbepalers meer, en worden door de stadsmens vaak smalend 'boer' genoemd. Boer: de lompe mens. De oen. De sukkel. Maar de komst van de boer is een van de belangrijkste gebeurtenissen in de Nederlandse geschiedenis: alles veranderde met zijn komst. In plaats van bessen plukken en zwijnen najagen zetten de boeren het landschap naar hun hand om gewassen te kunnen verbouwen en vee te kunnen weiden. Ze vestigden zich op één plek, bouwden steeds grotere hoeven voor zichzelf én hun doden (de hunebedden bijvoorbeeld). Snel naar onze Basjoe in de tijd van die boeren.

  1. De eerste boeren

Nog steeds niet al te gunstig, de eerste boeren hadden hier in die zompige kustvlakte helemaal niets te zoeken. En kwamen er dus ook niet. Pas in de bronstijd, vernoemd naar de befaamde koper-tin-legering en bekend van de rituele offers die rond 2000 voor Christus hun intrede deden, werd de omgeving iets bewoonbaarder. Basjoe lag eindelijk weer eens op vast land, in de buurt van een rivier zelfs; een combinatie die het basisingrediënt voor haast alle succesvolle steden is gebleken.

  1. De bronstijd

In de ijzertijd werd het leven iets gemakkelijker, (maar het laden van de kaart op archeologieopdekaart.nl helaas even niet). Hier zien we coffeeshop Basjoe nog in zijn huidige gedaante door de ijzertijdvlaktes heen schemeren en waarschijnlijk lag de zaak dus net ín of net naast de rivier. Maakt ook niet uit, het is de tijd van het ijzer, waarvan het erts in tegenstelling tot koper en tin wél in Nederland te vinden was, iedereen blij. De mensen gingen dichter bij elkaar wonen, gingen steeds meer graan verbouwen, besloten voorraden op te gaan slaan en te verhandelen, af en toe was er zelfs een veldslagje gaande; het begon kortom al steeds meer trekjes van het huidige stadslandschap rondom Basjoe te krijgen.

  1. De ijzertijd

En de grond van de coffeeshop slaat zich kranig door de steeds grotere veranderingen heen, de Romeinse tijd bijvoorbeeld toen er westwaarts, in Velsen, twee gigantische forten verrezen; vervolgens de vroege middeleeuwen waar krankzinnig weinig over bekend is maar die wel tot de verbeelding spreken met de verspreiding van het Christendom en de Vikingen en de boomstamgrafkisten en dan uiteindelijk de volle en de late middeleeuwen, met een hoofdrol voor de mens vanwege zijn manische dijkenbouw, waar coffeeshop Basjoe overigens nog steeds van profiteert want zonder die dijken wás er niet eens een coffeeshop Basjoe geweest.

Uiteindelijk begon de verstedelijking. Zeehandel, stadsrechten, kloosters en kastelen; alles om ervoor te zorgen dat de stadskernen konden bloeien en woekeren en daar vind je nou eindelijk eens ontzettend veel van terug. Bijvoorbeeld op de stoep pal voor coffeeshop Basjoe: een verzameling glazen kralen. Van hetzelfde soort als waarmee Manhattan in de vroegmoderne tijd (een tijd die natuurlijk ook op de kaart van archeologieopdekaart.nl verbeeld is) gekocht werd door een Nederlander.

7. Glazen kralen op de stoep voor Coffeeshop Basjoe

En dan de moderne tijd. Met de veenontginningen en later de Deltawerken en de snelwegen en de bevolkingsgroei en de steeds groter wordende drukte tot het huidige toppunt van 5,34 miljoen toeristen per jaar in Amsterdam, allemaal potentiële klanten voor Coffeeshop Basjoe, één van de 193 Amsterdamse coffeeshops die de 1,5 miljoen in jonko's geïnteresseerde toeristen moeten bedienen met hun gezamenlijke 100.000 kilo softdrugs per jaar, aldus de site amsterdam.org, waarop nog veel meer interessante feiten en cijfers over de stad te vinden zijn, zoals het aantal dieren in Artis (6100), het aantal kilometer tramspoor (216), het aantal bloemenmarkten (1) en het aantal historische kerkorgels (drie keer raden. Je wéét dat je het op gaat zoeken).