De onbekende extreemrechtse geschiedenis van sciencefiction

Het futuristische genre heeft een hele duistere kant: er zijn zelfs awards genoemd naar de extreemrechtse schrijvers.
27.12.16

David Forbes is journalist en schrijver. Hij woont in Ashville in de staat North Carolina en schreef The Old Iron Dream, een kritische beschouwing van de invloed van rechtse denkbeelden op het scifigenre.

Voor buitenstaanders lijkt het alsof er de laatste jaren flink wat schandalen zijn binnen de sciencefictionwereld. Er was sprake van seksisme, racisme en er werd door rechtse schrijvers en hun fans valsgespeeld bij de Hugo Awards, de Oscars van de scifi. Het zogenaamde futuristische genre lijkt door zulke incidenten best wel achterlijk en triest.

Advertentie

Maar zijn het wel incidenten? Dit conservatisme lijkt vervlochten met de wortels van het genre. De grondleggers van de sciencefiction, wiens namen verbonden zijn aan prijzen en fundamentele ideeën, hielden er denkbeelden en gedrag op na dat we op z'n minst dubieus kunnen noemen.

Neem John Campbell, die lange tijd het blad Astounding Science Fiction redigeerde. Niemand minder dan Isaac Asimov, liberaal in hart en nieren, noemde Campbell 'de vader van sciencefiction'. Asimov prees Campbell omdat die het genre had geïnjecteerd met betawetenschap, schrijfkwaliteit en een boel interessante ideeën. Een van de belangrijkste scifiprijzen is nu naar Campbell vernoemd.

Maar Campbell had ook best wel uitgesproken autoritaire en racistische denkbeelden, die — elk op hun eigen manier — het genre hebben gevormd.

In zijn essay Constitution for Utopia (1961) pleitte Campbell ervoor om het stemrecht te beperken tot de rijkste twintig procent van de samenleving. En toen er op het hoogtepunt van de burgerrechtenbeweging rellen uitbraken in Amerikaanse steden, kwam Campbell met het essay Barbarians Within (1965), dat hij eerst Race Riots wilde noemen. Op basis van zeer twijfelachtige pseudowetenschap stelde hij dat de mensheid genetisch gezien uit twee soorten bestond: "burgers" en "barbaren". Burgers maken beschaving mogelijk, zei hij, en barbaren moeten vernietigd worden.

In buitengewoon racistische woorden beweerde Campbell dat de barbaren verantwoordelijk waren voor de rellen in de New Yorkse wijk Harlem, die uitbraken nadat de politie een zwarte tiener had doodgeschoten. Campbell schreef dat "een van de belangrijkste oorzaken waarom Negers zo slecht integreren, is dat Negers hun eigen mensen niet onder controle hebben."

Advertentie

Campbell suggereerde wat overheden konden doen om deze "barbaren" af te richten: "Heroïne en cocaïne kunnen hiervoor gebruikt worden. Ze houden een Barbaar gelukkig met waanbeelden en illusies. Als je ervoor zorgt dat de barbaar genoeg drugs heeft, dan zal hij weinig aanrichten. Bovendien zal het hem mentaal en fysiek slopen, wat gunstig is, en hij zal zich heus niet verzetten."

Robert Heinlein is een van de invloedrijkste sciencefictionschrijvers ooit, en hij was een van Campbells handlangers. Heinlein en Campbell zaten op dezelfde lijn.

Heinlein is de geschiedenisboeken ingegaan als een excentrieke libertariër, een imago dat hij deels te danken heeft aan zijn gezellige persoonlijkheid en zijn bereidheid om andere schrijvers te helpen. Ondanks zijn betrokkenheid bij de strijd voor gelijkheid na de New Deal in de jaren dertig, steunde hij op latere leeftijd vooral het Amerikaanse leger. Vanaf 1950 tot het eind van zijn leven zie je dit ook terug in zijn boeken. Heinlein geloofde dan wel dat rijke blanken niet gestraft moeten worden voor dingen als polygamie en drugsgebruik — wat je terugziet in zijn boek Stranger in a Strange Land — maar dat neemt niet weg dat hij voorstander was van een harde, autoritaire overheid.

In de jaren vijftig ging Heinlein zich bemoeien met de John Birch Society, een groep die zo conservatief was dat zelfs Republikeinen als Barry Goldwater en William F. Buckley zich ervan distantieerden. In 1958 begon Heinlein zijn eigen conservatieve beweging, de Patrick Henry League. Samen met zijn vrouw Virginia plaatste hij advertenties in nationale kranten om mensen ervan te overtuigen dat kernproeven goed waren, en dat men het leger moest steunen in de strijd tegen het communisme. Verder schreven ze veel brieven en organiseerden ze bijeenkomsten.

Advertentie

De Patrick Henry League vond dat tegenstanders van kernwapens niet alleen fout zaten, maar dat ze zelf communisten waren — iets dat de John Birch Society ook vaak deed. In de advertentie stond: "Als we nu niet sterk zijn, dan zal onze Oude Glorie binnen maanden of hooguit jaren vervlogen zijn, en dan zal de planeet in handen vallen van de Slagers van Budapest."

Dat is natuurlijk niet gebeurd. De Patrick Henry League had het moeilijk, en Heinlein kon het ook niet nalaten om president Eisenhower te beledigen, door hem "too soft on communism" te noemen. Heinlein schoof zijn plannen voor Stranger in a Strange Land even op de lange baan om de militaristische scifiklassieker Starship Troopers te pennen. Later kon Heinlein daar om lachen: "Mensen schrokken van mijn Patrick Henry-advertentie, maar door Starship Troopers waren ze echt woedend."

En ja, daar zit inderdaad wel wat in: Starship Troopers is een weinig subtiele verdediging van het militarisme. Het verheerlijkt een regime dat door een staatsgreep aan de macht is gekomen, en hoofdpersoon Johnny Rico zegt op een gegeven moment dat "we empirisch kunnen vaststellen dat elk ras dat zich niet voortplant wordt vertrapt door een ander ras dat dat wel doet."

Toen hij in de jaren tachtig in zijn Expanded Universe-bundel terugkeek op Starship Troopers, ontkende Heinlein dat de overheid in het boek echt zo autoritair was als critici beweerden. Toch bleef hij kritisch over democratie: "Als het volk eenmaal doorheeft dat ze ook voor brood en spelen kunnen stemmen, dan stort de democratie meestal snel in," schreef hij. Net als zijn leermeester Campbell vond hij dat de rijken stemmen moeten kunnen kopen, of dat stemrecht gebaseerd zou moeten zijn op IQ — alles om de massa buiten het verkiezingsproces te houden.

Advertentie

In Expanded Universe haalde Heinlein zelf zijn Patrick Henry-verleden uit de mottenballen, door in het voorwoord te schrijven dat hij "niet vraagt om vergeving en ook niet vergeten wil worden." Dat hij zich lang verzette tegen de dienstplicht nam niet weg dat hij vond dat er soldaten naar Vietnam gestuurd moesten worden. Hij tekende niet alleen een petitie, samen met andere scifischrijvers zoals Campbell, maar liet zich er ook vaak publiekelijk over uit. Ook na de Vietnam-oorlog bleef hij bij zijn standpunt. In de jaren tachtig voerde hij campagne voor de High Frontier Foundation, een lobbygroep die zich sterk maakte voor een Star Wars-achtig wapensysteem.

In de jaren tachtig liet de prominente oorlogs-scifischrijver Jerry Pournelle de essays van Campbell opnieuw uitgeven bij Bean Books, in zijn Imperial Stars-reeks, waarin hij militaire scifi vermengde met conservatieve editorials.

Extreemrechts en sciencefiction hebben vaak schouder aan schouder gestaan, zeker wat betreft de wapenindustrie. Dat zag je bij Heinlein in de jaren vijftig, en meer recent bij Newt Gingrich en zijn banden met een aantal scifischrijvers. Pournelle, een onvermoeibare netwerker, is hierbij een sleutelfiguur. In 1969 voerde hij campagne Sam Yorty, de racistische en reactionaire burgemeesterskandidaat voor Los Angeles. De campagne schilderde de zwarte politicus en voormalig politieagent Tom Bradley bijvoorbeeld af als een communist en een zwarte radicaal. Pournell zat in de redactie van het rechtse tijdschrift Soldier of Fortune, sprak zijn steun uit voor het fascisme van Franco en Mussolini, en schreef mee aan Reagans Star Wars-achtige defensiewetten.

Advertentie

Samen met Larry Niven — scifischrijver, libertariër en rijkeluiszoontje — schreef Pournelle blockbusters als Lucifer's Hammer en Oath of Fealty. Het zijn verhalen die zich uitspreken tegen het moderne stadsleven en voor het instorten van de sociale orde, zodat de democratie kan worden ingewisseld voor technocratisch feodalisme. Het doet denken aan Campbells tegenstelling tussen "burgers" en "barbaren".

In zijn Imperial Stars vertelt Pournelle ook dat hij op de universiteit een voorstander was van een systeem waarbij aankomende studenten genetisch getest zouden worden. Hij was woedend toen de Universiteit van Wisconsin dat idee afdeed als racistisch.

Kortom, dit soort activisme is niet simpelweg een overblijfsel uit de Koude Oorlog. In 1990 werd er een denktank van scifischrijvers gevormd, het SIGMA-forum, om de federale overheid van Amerika van advies te voorzien. Toen het forum in 2007 overleg voerde met Homeland Security, stelde Larry Niven voor dat de overheid "het gerucht moest verspreiden in Latino-gemeenschappen dat er bij de eerste hulp patiënten worden gedood om hun organen te kunnen verkopen."

Zoals ik in mijn boek The Old Iron Dream uitvoerig beschrijf, is er vanaf het begin ook een beweging binnen de scifi geweest die deze ultrarechtse ideeën tegenspreekt. De geschiedenis en ook de toekomst van de scifi zijn veel breder dan deze extremistische opvattingen. Sommige boeken, zoals The Iron Dream van Norman Spinrad uit 1972, waarop ik de titel van mijn boek baseer, uiten directe kritiek op deze mentaliteit, en het fascistisch genoemd. En meer in het algemeen vind je binnen de scifi ook veel progressieve, inclusieve ideeën, van Ursula K. le Guins feministische utopieën tot Kim Stanley Robinsons ultradiverse visie voor menselijkheid in het heelal, in 2312.

Het idee van aangeboren superioriteit en een oorlog tegen een minderwaardige 'ander' is een giftig en smerig idee, vooral ook in een subcultuur die zich richt op minderjarige mannen. Toegepast op politiek is het idee simpelweg vernietigend, een kanker voor de maatschappij. Campbell kon zich enkel een toekomst voorstellen die blank, mannelijk en kapitalistisch was. En Heinleins karakter Johnny Rico had enkel nachtmerries over woeste "rassen" die zich vermenigvuldigen, en iedereen om zich heen afslachten.

Het wereldbeeld van dit rechtse deel van de scifi gaat niet samen met meer liberale stromingen. Ze zien die als minderwaardig, en dromen al decennia van scenarios waarin zij, de sterken en hun superieure ras, een groot deel van de mensheid kunnen uitroeien.

Het is dus geen verrassing dat sciencefiction ook in 2016 nog grote problemen heeft met denkbeelden die racistisch en conservatief zijn. En terwijl de maatschappij over het algemeen opener en diverser wordt, worden deze mensen bitterder. Wil dit futuristische genre een toekomst hebben, dan moeten mensen wakker worden uit deze oude ijzeren droom.