Een fictief verhaal over een wereld zonder mannen
Afbeelding via Imgur-gebruiker Nuzzaaaaa
fictie

Een fictief verhaal over een wereld zonder mannen

Voor de bundel 'Als dit zo doorgaat' schreef Alma Mathijsen een scifiverhaal over een wereld waarin vrouwen de dienst uitmaken.
14 maart 2017, 9:05am

_Toen Trump een week in het Witte Huis zat, en er in Europa een populistische shitstorm aan zat te komen, besloot schrijver Auke Hulst dat hij te bezorgd was over de wereld om niet iets doen. Hij besefte dat hij beter was in literatuur dan in verfbommen gooien, en dus bedacht hij een project. Hij vroeg een aantal andere schrijvers of ze een speculatief fictieverhaal wilden schrijven, over hoe de wereld er in de toekomst uit zal zien als alles op z'n slechtst uitpakt. Omdat literatuur kan helpen om vooruit te kijken en de toekomst invoelbaar te maken. _

_Hij vond 23 schrijvers die een verhaal wilden schrijven, en de verhalen zijn samengebracht in de bundel 'Als dit zo doorgaat', uitgegeven door Ambo|Anthos__. Je kunt het nu in de boekhandel kopen. We hebben er twee verhalen uitgekozen om hier op VICE te publiceren. Het eerste verhaal van Jamal Ouariachi kan je hier vinden. Het tweede verhaal is van Alma Mathijsen en heet 'Een wereld zonder mannen', en kun je hieronder lezen. _

'Stil.'
Ik lig plat op mijn buik in het gras.
'Eerste verdieping, linkerraam.'

Licht brandt in de villa, het gordijn wordt opzijgeschoven en valt gelijk weer dicht. Langzaam tijger ik naar voren, Doruntina, Lidewij, Alexia en Zulima in mijn spoor. Het gazon is net besproeid, vocht trekt in mijn broekspijpen. Een deur wordt op slot gedraaid, het licht gaat uit. We versnellen. De eerste sterren flikkeren aan de hemel, de maan schijnt op de villa en verlicht het fluwelen gordijn dat zachtjes heen en weer beweegt.

Bij de voorgevel van de villa trekken we onszelf op een lage uitbouw, onder het eerste raam houden we stil. Dit is routine geworden, elke beweging heb ik al eens eerder gemaakt, ik weet welke kant de scherven op vliegen. Ik sluit kort mijn ogen en sla dan met een elleboog het glas in. Vanuit de villa klinkt de gil van een meisje. Om de beurt bukken we om op precies dezelfde manier naar binnen te stappen. De slaapkamer is ingericht naar de mode van voor de Nieuwe Periode. In een van de hoeken staat een tweepersoonsbed dat keurig is opgemaakt, het satijnen dekbedovertrek glimt in het maanlicht, het behang is bedrukt met gouden zuilen. Ertegenover staat een kaptafel, Zulima trapt ertegenaan. We lopen door een gang en openen elke deur die we tegenkomen. Plotseling gaat helemaal achterin een deur open. Ik hou in, mijn team stopt. Het meisje dat eerder uit het raam keek, zet een aarzelende stap naar voren. Het is maanden geleden dat ik voor het laatst een kind heb gezien. Als op commando zakken we door onze knieën.

'Ik ben alleen,' zegt ze. 'Ik ben al tien, ik lijk jonger.'
Ik sta op.
'Ik denk dat je weet waarom we hier zijn.'
Het meisje schudt nee.
'Ik weet dat je dit eng vindt, het is ook eng.'
Het meisje heft lichtjes haar hoofd en kijkt me voorzichtig aan. 'Angst waarschuwt je voor gevaar, en dat moet ook. Maar wij zijn niet het gevaar.'
Het meisje loopt naar ons toe – we stappen opzij om haar ruimte te geven. Met haar wijsvinger glijdt ze langs de muren en stopt dan bij de trap. Ze wijst naar een kast op de begane grond.
Ik zeg Lidewij bij het meisje te blijven. Dan gaan we naar beneden.
Zoals wij allemaal is Doruntina uitgerust met het middel: een aluminium koker die levens in een nanoseconde kan beëindigen. Ik kijk Doruntina aan en zie dat zij er klaar voor is. Zulima en Alexia schuiven de kast opzij; de flessen whisky trillen ervan, een borrelglaasje valt op de grond. Er komt een deur tevoorschijn met een gat waar ooit de klink zat. Nog voor ik het bevel kan geven, trapt Alexia de deur in. Een donker gat, een trap. Gek dat ik ooit bang ben geweest. In de nadagen van de Onderdrukking, toen ik nog geloofde dat inclusiviteit haalbaar was. Ik woonde alleen in een huis achter duinen waar het altijd waaide. Mijn dagen waren ingedeeld op mijn angsten. Ik ging slapen wanneer de zon haar hoogste punt bereikte, zodat ik 's nachts wakker kon blijven om niets te missen dat onraad aankondigde. Na drie jaar waren mijn zenuwen versleten. Wachten op gevaar dat nooit komt, is dodelijk, nog dodelijker dan het gevaar waar ik op gespitst was. Dus besloot ik het op te zoeken, in plaats van te wachten tot het mij vond. Ik sloot me bij de Inrekenaars aan.

De trap eindigt in een ruimte met hoogpolig tapijt. Aan de wanden hangen oude plasmaschermen in gouden lijsten. Een zaklamp schijnt over mijn schouder, recht een smalle gang in die leidt naar een volgende kamer. Warm licht vult de ruimte, een olielamp is aangedraaid. Ik zie vier andere vrouwen met gestyled haar die elkaars handen vasthouden en een cirkel vormen, gehuld in identieke jurkjes.
'Welkom,' zegt een lage stem.
In het midden van de kring staat een VK, zijn huid wit, zijn armen harig. Hij draagt een bloes met opgestroopte mouwen en een beige pantalon. De rimpels in zijn gezicht lijken meer op kerven, alsof de tijd zijn huid heeft gebruikt om te turven.
'Daar zijn jullie dan eindelijk.'

Ik geef het teken.
'Kan ik jullie iets aanbieden?
Ik heb onlangs een kistje Riesling weten te bemachtigen. Alsof een engeltje over je tong pist.'
Doruntina, Alexia en Zulima staan al in V-formatie.
'Schatje, schenk eens wat in voor de dames. Gastvrijheid is een groot goed.'
Een van de vrouwen stapt uit de cirkel, de drie anderen kruipen gelijk dichter tegen elkaar om de kring gesloten te houden. Een tactiek die in de begindagen veel werd gebruikt om VK's te beschermen, een vrouw een andere vrouw nooit aan zal vallen. De vrouwen hebben dezelfde blik in hun ogen als het meisje dat we boven aantroffen: angst. De angst die je voelt als je weet dat je de controle hebt verloren. Ze durven ons noch de VK aan te kijken. De vierde gegijzelde komt terug met een dienblad vol glazen troebele, geelgroene wijn.
'Neem gerust. Het is niet verboden plezier te maken.'
Hij draait zijn grove lijf mijn kant op, trekt een mondhoek op, een glinstering in zijn ogen. Dan trekt hij een van de vrouwen naar zich toe. Met getuite lippen, het spuug in zijn mondhoeken, zoent hij haar ruw. Ik herken de holle blik in haar ogen – ze lijkt uit haar lichaam te treden.
Wanneer de VK haar weer loslaat, zegt hij: 'Gewoon een gebbetje.'
Dat is het moment dat de vrouw buiten de cirkel het dienblad laat vallen, en de anderen de kring doorbreken. De VK graait om zich heen, maar ze zijn te snel. Dit is onze kans. We rennen op hem af, Doruntina houdt de koker in de aanslag en dan is het gedaan. De VK zakt ineen, in zijn voorhoofd een zwart gat. Direct spuit Zulima isolatieschuim erin om te voorkomen dat het lichaam gaat lekken.
Angst verlaat een huis nooit geleidelijk, angst moet je verdelgen, als een giftige slang. Een vrouw raakt niet gewend aan angst, ze is hooguit sterk genoeg om die te verdragen. Om door te leven. Dat is nu voorbij.
Alles voelt anders in de villa. Er klinken kreten van geluk en opluchting, behalve van de oudste vrouw, die nerveus lijkt. Alexia en Zulima zijn intussen bezig het lichaam naar de wagen te tillen. We vervoeren het naar de Zijkant, waar het vernietigd zal worden. Dat gebeurt niet langer in de voortuinen. Dat was in de begindagen van de Nieuwe Periode, toen er nog een voorbeeld moest worden gesteld. Nu verdwijnen de overschotten, ontdaan van hun kracht, in een bestelwagen naar de Zijkant.
Toch feest ik niet mee. Dit is niet mijn bevrijding. Ik zie als enige die sportschoen met klittenband uit een luchtgat steken. Dan een been. Een jongen van een jaar of veertien komt tevoorschijn. Zijn ogen zijn diepbruin, zijn haar warrig. De puberteit heeft zijn gezicht nog niet aangeraakt, een trui hangt losjes om zijn schouders. Hij is nog jong, maar zijn spieren zijn al zichtbaar. Hij kijkt naar zijn vrouwen, wil op ze af rennen, maar ziet dan dat wij er nog zijn. Ik wil hem niet zien, maar ik zie hem. Alexia legt een hand op mijn arm. VK's met een jong uiterlijk mogen we niet hun kracht ontnemen, die moeten levend vervoerd worden naar de Zijkant.
'Nee,' krijst de oudste vrouw.
Het feestgedruis komt abrupt ten einde; Alexia en Zulima komen de trap af gerend. De jongen deinst terug en zoekt met zijn licht behaarde armen naar houvast. De vrouwen achter me wachten op mijn teken. Het protocol ligt vast, de uitvoering ervan is aan mij. De oudste vrouw uit de bevrijde groep gaat voor me staan.
'Wat is uw naam?' vraag ik – een naam delen is de eerste stap naar verbinding.
De oudste vrouw is stil, zet een stap naar achteren, schermt de jongen af. 'Mijn naam krijgt u niet. Vraag mij niet om mijn naam. Vraag me niet een wereld die krom is recht te buigen.'
In mijn ooghoek zie ik Doruntina in actie komen. De jongen kijkt verschrikt op en staart in de loop. Eén welgemikte tik en hij ligt op de grond. Doruntina en Alexia duiken op hem, Zulima probeert zijn moeder in bedwang te houden. De ellebogen van de jongen steken vreemd uit als hij wordt weggedragen.
De oudste vrouw staart me fel aan. Haar pupillen zijn zo klein als speldenknoppen.
'Dit is voor ons allen,' zeg ik, zonder overtuiging, 'de toekomst is vrouwelijk. De toekomst is hier.'
Ik wil dat ze wegkijkt, maar dat doet ze niet. 'De wereld verandert constant,' zegt ze. 'De tijd van alle mensen is geweest. De natuur huilt niet.'

Normaal gesproken ben ik degene die rijdt, maar dit keer kan ik mezelf er niet toe brengen. Ik ga naast Zulima zitten die het stuur losjes door haar handen laat glijden. Achterin ligt het overschot van VK39021 naast VK12. Mijn vrouwen zitten ernaast, ik hoor ze lachen door het veiligheidsglas. Nooit eerder heb ik een levende VK vervoerd.
'Wat gaan we met hem doen?' vraag ik.
'Naar de Zijkant, hoezo?' zegt Zulima.
'Laat maar.'
'Ben je daar weleens geweest?'
'Nee. Jij?'
'Zeker. Ik heb mijn vader erheen gebracht.'
'Sorry, dat wist ik niet, wat afschuwelijk.'
'Hoezo? Hij was een aardvreter.' Ze kijkt me aan: 'Soms begrijp ik jou niet.'
We zijn de enigen op de weg; lantaarnpalen springen aan als we naderen en gaan weer uit als we gepasseerd zijn. Ik hoor rumoer en kijk in de spiegel. Lidewij zit boven op de VK – zijn ledematen zijn volgens protocol gefixeerd. Lidewijs tenue hangt rond haar middel, haar borsten trillen mee met het ritme van de betonplaten. De VK slaat zijn hoofd van links naar rechts op het gladde plastic van de brancard. Lidewij legt haar handen op zijn oren en probeert zijn hoofd recht te houden, ik zie de spieren in haar bovenarmen aanspannen. Ze schuift op haar knieën tot aan de kin van de VK. Ik heb haar vagina nooit eerder gezien, de wildgroei op haar venusheuvel. De VK drukt zijn lippen stijf opeen, Lidewij perst haar vingers samen op zijn wangen, net zo lang tot zijn kaken losschieten. Zijn lippen raken haar schaamlippen, Lidewij laat haar hoofd naar achter hangen. Ik weet hoe het voelt, ik weet hoe het voelt als je voor het eerst op een VK gaat zitten. Een scheut van opwinding die naar boven siddert en als warme lucht uit je mond schiet. De euforie raast door je lijf, als een bal door een flipperkast. Dit is het toppunt, hier komt de geschiedenis op een hoogtepunt, schokkend en orgastisch. Normaal zou ik van het schouwspel genieten. Nu kijk ik voor me.

De Zijkant is een bescheiden gebouw, zoals alle gebouwen dat tegenwoordig zijn. Zulima parkeert de auto achteruit in, en een vrouw in een paars tenue klopt op het autoraam. Ze draagt een kap omlijnd met gouddraad. Ik open het portier en stap voorzichtig uit.
'Moeder,' zeg ik plechtig en ik merk dat ik een lichte buiging maak.
'Hou daar eens mee op,' zegt de vrouw. 'Daar zijn we al lang mee gestopt.'
Ik probeer mezelf te herpakken, maar voel me nu extra ongemakkelijk.
'Mijn naam is Sarehilde.'
'Mijn naam is Eleonora.'
'Twee op een avond.' Ze legt een hand op mijn schouder. 'En een VK, die zien we nog maar zelden in deze conditie.'
Zonder iets te zeggen knik ik. Achter ons wordt onze lading gelost.
'Ben je weleens binnen geweest?' Niemand die ik ken heeft de binnenkant gezien, alleen ingewerkten en rasmoeders mogen die betreden. Zonder mijn antwoord af te wachten pakt ze mijn hand. 'Kom, je hebt het verdiend.'
Ze neemt me mee naar een ruimte waarin een oranjebloesem staat die tot het hoogste punt van het gebouw reikt en daar zon opvangt – de bloemen zitten in de knop. Op het ronde plateau zitten groepjes Ingewerkten, sommige eten opgerolde pannenkoeken, andere praten en strelen elkaar over de armen. Een vrouw met lang zwart haar slaat argeloos de snaren op een rode elektrische gitaar aan en lacht naar me. Voor het eerst sinds jaren voel ik angst.
'Je mag zo lang blijven als je wilt,' zegt Sarehilde. 'Eerst wil ik je iets laten zien.'
Een schuifdeur opent zich en een donkere ruimte met een laag systeemplafond wordt zichtbaar. De muren zijn egaal grijs geverfd, op de vloer liggen donkerblauwe tegels. Ergens flikkert een tl-buis. Dan zie ik het. Ik had geruchten gehoord dat de VK1 ergens in mijn regio werd geoogst, maar dat zeggen ze vast overal. Zijn benen zijn geketend door twee aluminium klemmen, zijn armen gespreid. Voor hem staat een zalmroze dummy met een opening in het midden, erboven hangt een flatscreen. De VK1 heeft zijn hoofd naar beneden hangen, uit zijn neusgaten steken buisjes die naar een enorm apparaat leidden.
'Zo hoeven de rasmoeders nooit in contact te komen met de VK1,' zegt Sarehilde. 'Ook hier houden we ons aan de heersende orde.'
De ogen van de VK1 lijken uitgedroogd, het wit is niet wit maar geel.
'We insemineren de rasmoeders op een andere locatie. Het zaad uit dit exemplaar heeft de hoogste kwaliteit die we ooit behaald hebben. We werken nu uitsluitend met de VK1.'
Ik zie het huisje waar het altijd waait met de blauw geverfde veranda voor me. Het helmgras dat wordt overwoekerd door rozenbottelstruiken. In de herfst na de oogst van de vruchten, deed ik mijn uiterste best de planten te kortwieken. Ik was bang en onzeker, zelfs tijdens het snoeien. Ik trok de wortels er niet uit, misschien wilde ik ooit nog wel rozenbotteljam maken. Elke zomer verdween er weer meer wuivend gras. Het moet ergens rond de tijd zijn geweest dat het duin dichtgegroeid was met stekelige takken en dat ik vertrok.
Dat ik een besluit nam…
Ik trek het middel uit mijn binnenzak en loop op de VK1 af. Sarehildes ogen verwijden zich, haar lijf maakt een voorwaartse beweging. Ze gaat te laat zijn. De perslucht penetreert het voorhoofd van de VK1, hij knakt door zijn knieën, en komt bungelend tot stilstand in zijn beugels. De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn. En de natuur huilt niet.

Dan denk ik aan de jongen.

_'Als dit zo doorgaat' is nu verkrijgbaar via Ambo|Anthos. _