Eten en drinken verkopen in de trein is de beste bijbaan die ik ooit heb gehad

We spraken een jongen die koek en koffie verkoopt in de trein, en hij vindt dit de beste bijbaan ter wereld – het gaf hem een gespierd lijf, mensenkennis en de mogelijkheid om met ontzettend veel knappe meisjes te flirten.

door Anoniem
|
10 december 2015, 4:10pm

Foto door Niké Donker.

In Restaurantontboezemingen lees je over dingen die zich achter de schermen van de horeca afspelen. Smakelijke verhalen die je als bezoeker van je favoriete eet- en drinkplekken normaal gesproken niet krijgt voorgeschoteld, worden op deze plek anoniem gedeeld. Deze keer spreken we met een railcateraar die zijn baan niet alleen gebruikt om koffie en stroopwafels te verkopen, maar ook om zijn telefoonnummer uit te delen aan zo veel mogelijk knappe meisjes.

Mensen lachen wel eens als ik vertel dat ik een van de wandelende winkels van de NS ben. Mijn bijbaan staat bij weinig studenten op het verlanglijstje, maar dat is gewoon omdat ze niet beter weten. Inderdaad, het ziet er enorm knullig uit als iemand met een gigantische rugtas vol eten en drinken door het gangpad waggelt, maar het is de beste bijbaan die ik ooit heb gehad.

Ik werk ondertussen al bijna een jaar lang zo'n vijftien uur per week bij railcatering. Het is de meest flexibele bijbaan op aarde: je kunt kiezen hoeveel uren per week je werkt en welk traject je het liefste doet. Het populairste traject is de internationale trein naar Antwerpen. Voor die shift vechten we bijna. De rit is langer waardoor je meer kunt verkopen, en er zitten vaak veel lieve, vrijgevige mensen op die trein. Toeristen bijvoorbeeld, of knappe Belgische meisjes met een schattig accent.

"Ik stond twintig minuten klem tussen een hoop mensen en kon me niet bewegen. Dan sta je daar, ongemakkelijk, en iedereen kijkt je aan met die bak."

Je begint je shift altijd met het vullen van je bak, en ik zweer het je, dat ding is de meest praktische rugbak-zak in de geschiedenis van rugbak-zakken. Er zit een plastic zak met gekookt water in, dat met een slang naar de buiten-zijkant loopt zodat we op elk moment van de rit bekertjes kunnen vullen met heet water voor koffie, cappuccino, thee of kippensoep. Aan de zijkant zit overal klittenband waar je bekersleeves, blikjes en koeken tussen kan klemmen. Ik zorg altijd dat mijn winkel er zo gezellig mogelijk uitziet, met felle kleurtjes van de frisdrankblikjes en vrolijke eetverpakkingen. Niet-Nederlanders kennen vaak de gevulde koeken en stroopwafels niet, dus die kopen ze dan uit nieuwsgierigheid.

MEER LEZEN: Lessen in fooi geven en ontvangen

Elke verkoper beslist zelf wat er in zijn of haar bak gaat, maar er is een standaardindeling van veertig koffie, dertig cappuccino, tien thee, vijf cola, vijf water en vijf bier. Qua eten moeten we in de ochtendshift meer croissantjes meenemen dan snoepgoed, maar de focus ligt vooral op drank. In de zomer dragen we een extra koelbox mee vol koude blikjes en ijsjes.

"Je traint werkelijk al je spieren: bovenbenen, rug, buik, kont, armen. Mensen die van eten houden maar niet willen aankomen, moeten gewoon dit gaan doen."

Het inpakken van je bak is in het begin nog een lastige klus, maar geleidelijk leer je trucjes die het makkelijker maken. Blikjes frisdrank achteraan bijvoorbeeld, zodat je wat meer balans hebt voorin. Ze moeten ook niet te hoog liggen achterin, anders val je als de trein remt gewoon achterover. Leren lopen met zo'n winkel op je rug is in het begin ook lastig, je lichaam moet enorm wennen aan het gewicht. Ik zweer het je, de eerste week had ik spierpijn. Voeten ontwijken, om bagage heen lopen, over kinderwagens en fietsen klimmen, bukken, bak af en weer op – ik heb een collega die soms gewoon die bak op zijn hoofd zet als de trein te vol is, en zo langs de mensen loopt om te verkopen. Je traint werkelijk al je spieren: bovenbenen, rug, buik, kont, armen. Mensen die van eten houden maar niet willen aankomen, moeten gewoon dit werk gaan doen. Hier krijg je echt een gespierd lijf van.

Binnenlandse treinen zijn erg kut omdat de deuren zo smal zijn dat je er met je winkel tegenaan botst en een soort van klem komt te zitten. Op spitstijden heb ik ook vaak geklungeld, vooral de intercity naar Schiphol is dan onmenselijk druk. Het is me wel eens overkomen dat de trein zo vol zat dat ik er maar net in paste, en nog geen halve coupé kon lopen. Ik stond twintig minuten klem tussen een hoop mensen en kon me niet bewegen. Dan sta je daar, ongemakkelijk, en iedereen kijkt je aan met die bak op je rug. In zo'n situatie moet je er maar het beste van maken. Ik koos voor een creatieve aanpak en riep hardop wat ik allemaal verkocht, en na tien minuten gaf iedereen elkaar koffie en munten door, zodat ik toch kon verkopen. Geweldig was dat.

"Sommige collega's zingen of rappen hun omroep, anderen voeren een heel toneelstuk op over de intercom."

Om goed te verkopen is je omroep echt cruciaal. Dat is het eerste contact met de reizigers en je zet de sfeer voor de rest van de rit. Mensen moeten weten dat je eraan komt, en vooral dat je een toffe gozer bent. Mijn collega's en ik proberen de gekste dingen uit. Ik speel meestal in op het weer, bijvoorbeeld dat het wel koud is maar dat mijn drankjes en ik de temperatuur in de trein zullen doen stijgen. Iedereen is dan direct goedgemutst. Een tijdlang speelde ik voordat ik begon te spreken het liedje Feeling Good af, want als de reizigers zich goed voelen, stijgt de verkoop en zijn de gesprekken leuker. Sommige collega's zingen of rappen hun omroep, anderen voeren een heel toneelstuk op over de intercom.

Als je de coupé inloopt moet je laten horen dat je er bent, maar niet op een irritante, overdreven manier. Je moet geen clown zijn. Ook moet je een beetje verzorgd uit zien – ik droeg een tijdje wijde shirts en liet toen ook mijn baard groeien, maar toen verkocht ik een stuk minder goed. Toen ik naar de kapper was geweest en wat strakkere shirts aantrok, ging de verkoop gelijk een stuk beter.

Er zijn mensen die hoe dan ook spontaan in de slappe lach schieten als ik een coupé binnenkom. Ze kunnen me niet serieus nemen door die winkel op mijn rug. Maar dat is gelukkig de minderheid, de meeste mensen zijn heel blij om ons te zien. De truc is zelfverzekerdheid: als je het gevoel hebt dat je voor lul loopt, straal je dat ook uit. Je moet die lompe bak gewoon rocken, en dan vallen de mensen voor je als een baksteen. Ik kreeg zelfs een keer een gedicht van een passagier:

Hij loopt altijd vol zekerheid door de coupé niet iedereen koopt wat, sommige mensen zeggen nee toch vertrekt hij met een glimlach en dat is wat ik aan hem mag.

"Ik ga soms een uitdaging aan met mezelf. Dan zeg ik: vriend, je gaat nu voordat we in Roosendaal aankomen in elke coupé een knap meisje uitzoeken en haar je nummer geven."

Flirten is zeker een van de leukste dingen aan mijn baan. Op de trein kom je heel veel knappe meisjes tegen, en het gebeurt zelfs dat ze mijn telefoon uit mijn broekzak vissen en hun nummer erin zetten. Van de drie dagen per week die ik werk, geef ik minstens op twee dagen mijn telefoonnummer aan iemand. Het is erg om te zeggen, maar zodra je de smaak te pakken hebt gaat dat gewoon vanzelf. Ik heb collega's gehad die voor de start van hun shift briefjes schreven met daarop hun nummer en een compliment, en dat dan aan allemaal verschillende meisjes gaven.

LEES OOK: De avonturen van een pizzakoerier: drugsdeals, seks en berovingen

Ik ga soms een uitdaging aan met mezelf. Dan zeg ik: vriend, je gaat nu voordat we in Roosendaal aankomen in elke coupé een knap meisje uitzoeken en haar je nummer geven. Het is spannend om hun reactie te zien en te speculeren over of ze al dan niet contact op zullen nemen. Als knappe meisjes iets kopen, schrijf ik vaak mijn nummer op de bon, en als ze om mijn naam vragen weet ik dat ze in meer geïnteresseerd zijn dan een koffie. Het werkt hartstikke goed: negen van de tien keer krijg ik een appje.

Sommige collega's hebben vaste flirtgrapjes. Een van mijn collega's met een donkere huidskleur vraagt aan de meisjes of ze van chocola houden: "Je kan kiezen uit Snickers, Mars of mij," zegt hij dan.

"Als ik wil regel ik aan de lopende band meisjes."

Het gebeurt ook wel eens dat moeders ons vragen of we een vriendin zoeken, ze willen ons dan aan hun dochter koppelen. Ik moet wel toegeven dat ik nauwelijks op date ga met de meisjes waar ik op de trein mee flirt. Ik ben op drie of vier dates geweest, maar meer niet. Mijn collega's en ik doen het vooral voor de kick.

Het leukste is de hechte band tussen railcateraars. We zijn vrienden, ook met de conducteurs en de machinisten, maar vooral met elkaar. Onze leidinggevenden zijn niet de typische bazen die je elders ziet, we overleggen alles onderling en komen samen tot beslissingen en oplossingen. Alle verkopers hebben een hechte band, we steunen elkaar in alles. Dit klinkt emotioneel misschien, maar het is waar.

Ook is er een gezonde competitiesfeer. We jutten elkaar op om zoveel mogelijk fooi en omzet te halen. Meestal schommelt de fooi rond de veertig euro per rit. Dat is heel mooi, maar als je met meer komt aanzetten ben je echt een baas. Daar gaan we dan samen op drinken.

Railcatering heeft me op persoonlijk gebied helpen ontwikkelen: ik ben minder timide, kan gemakkelijker mensen benaderen, heb genoeg ballen om de trein naar Rotterdam te overleven, en als ik wil regel ik aan de lopende band meisjes. Als mensen dit een kutbaan noemen, is het omdat ze niet beter weten.

Zoals verteld aan Stefanie Staelens

Wil je ook lekkere verhalen schrijven? MUNCHIES zoekt vanaf januari stagiairs. Mail je sollicitatie naar felicia.alberding@vice.com.