We kunnen klimaatverandering stoppen, mits we deze wiskundige vergelijking oplossen

De mens zorgt ervoor dat klimaatverandering 170 keer sneller gaat.
17.2.17

Mensen die klimaatverandering maar onzin vinden zeggen vaak dat het klimaat altijd al veranderde, en klimaatverandering dus in feite normaal is. Dat klopt.

Al sinds het ontstaan van de aarde, zo'n 4,5 miljard jaar geleden, wordt het klimaat beïnvloed door allerlei natuurlijke variabelen. Klimaatverandering is namelijk niet nieuw, in feite verandert het klimaat op aarde continu. Milankovich cycli (de banen van de aarde rond de zon waardoor de hoeveelheid zonnestraling wordt bepaald) zorgen bijvoorbeeld al sinds het ontstaan van de aarde voor schommelingen in de temperatuur, waardoor de aarde warme en koude periodes kent.

Advertentie

Maar de snelheid waarmee ons systeem op dit moment verandert is hoger dan ooit, en dat komt door ons.

Tot nu toe lukte het wetenschappers niet goed om een indicatie te geven hoe groot die impact van de mens dan precies is,  maar vorige week kwam hier verandering in. Hoogleraar Will Steffen, verbonden aan de Nationale Universiteit van Australië, en Owen Gaffney, analyst van het Antropoceen aan de Universiteit van Stockholm, ontwikkelden een vergelijking die op 10 februari werd gepubliceerd in The Anthropocene Review - vernoemd naar het nieuwe geologische tijdvak het Antropoceen, het tijdperk van de mens.

In die vergelijking zijn de processen opgenomen die ervoor hebben gezorgd dat de aarde is zoals ze nu is. De Geofysische (G) en astronomische processen (A) hebben ertoe geleid dat de biosfeer van de aarde, oftewel al het leven op aarde, kon ontstaan. Een combinatie van vulkanische activiteit, verwering, plaattektoniek, zonnestraling en zwaartekracht bepaalden voor lange tijd de snelheid waarmee het systeem aarde veranderde. Al deze dingen bij elkaar noemen we Systeem Aarde (E).

Deze processen hebben ervoor gezorgd dat het leven op aarde kon ontstaan. Dit leven draagt ook bij aan de veranderingen in het systeem en deze biologische processen noemen we interne processen (I). Dit bij elkaar opgeteld levert de volgende vergelijking op.

Dit is de vergelijking die de 'natuurlijke' verandering van de aarde (dE/dt) weergeeft voordat de mens ontstond. Maar 200 duizend jaar geleden drong de mens (H) zich in deze vergelijking binnen. Deze nieuwe variabele bepaalt nu de veranderingen in het systeem aarde. Maar hoeveel impact maakt de mens daadwerkelijk? Om die vraag te beantwoorden hebben de onderzoekers de 'Antropocene vergelijking' ontwikkeld:

Hierboven is de Antropocene vergelijking te zien. De verandering van de Aarde hangt nu af van de mens en de invloeden van de natuur stellen hierbij niets voor.

Deze vergelijking laat zien dat de natuurlijk processen verwaarloosbaar klein zijn vergeleken met de invloed van de mens (H). Onze planeet is in 200 duizend jaar tijd geheel anders gaan functioneren. Systeem Aarde (E) wordt nu grotendeels de mens bepaald in plaats van door natuurkrachten.

En voor degene die denkt dat we nog wel even veilig zitten: deze veranderingen zijn acuut en merken we nu al. De gemiddelde temperatuurstijging is op het moment dat je dit leest al 170 keer hoger dan in het Holoceen. De poolkappen smelten sneller dan ooit tevoren en vriezen steeds langzamer weer aan. Jaarlijks verplaatsen wij namelijk meer grond dan alle rivieren bij elkaar, en creëren wij meer stikstof voor de landbouw dan alle bacteriën in de wereld - tot in de verste uithoeken van de aarde ligt een dun laagje plutonium, plastic en roet. Bovendien stoten we tientallen keren meer koolstof uit dan alle vulkanen bij elkaar. Als gevolg van al dit menselijke natuurgeweld is een zesde massa-extinctie niet ondenkbaar.

Dus ook al is klimaatverandering inderdaad een natuurlijk verschijnsel. De mens versnelt dat natuurlijke proces zo snel dat het leven dat nu op aarde woont daar niet mee om kan gaan. Ook dit is overigens volkomen natuurlijk. Cyanobacteriën, een soort algen, zorgden 2,5 miljard jaar voor iets dat in de literatuur de grote zuurstofcatastrofe heet. De microscopische beestjes pompte de atmosfeer helemaal vol met zuurstof, net als wij dat nu doen met koolstof. Veel van het leven op aarde was niet bestand tegen deze O2-vervuiling en een groot deel van al het leven op aarde stierf toen uit.

Dat was toen natuurlijk nogal een catastrofe, maar zonder deze gebeurtenis was de menselijke soort misschien nooit ontstaan. Het is eigenlijk vrij simpel: als wij willen blijven bestaan, dan moeten we de antropocene vergelijking zo snel mogelijk zien op te lossen. En dat kan door de impact van H drastisch te verminderen.