Advertentie
Motherboard

Even een stapje terug in ons gevecht tegen klimaatverandering

Filosoof René ten Bos ligt niet wakker van de teloorgang van de wereld.

door Channa Brunt
17 februari 2017, 5:31pm

Terug naar de middelbare school: weet je nog de geologische tijdperken? Het mioceen, het plioceen, het pleistoceen, het holoceen? Officieel leven we vandaag de dag nog in dat holoceen, maar wetenschappers wereldwijd stellen voor een einde te maken aan dat tijdperk en met een – voor de één iets meer dan voor de ander – terugwerkende kracht een nieuw geologisch tijdperk uit te roepen: het antropoceen. 'Anthropos' van mens, omdat in dit tijdperk de mens de grote geologische kracht is. Enter het broeikaseffect, smeltende gletsjers en klimaatmigratie.

Weet je ook nog hoe leuk je die lessen over die tijdvakken vond? Grote kans dat ze een stuk leuker en in elk geval geestiger waren geweest als filosoof/hoogleraar René ten Bos destijds de aardrijkskundelessen verzorgde. In zijn boek Dwalen in het Antropoceen, dat hij vorige week uitbracht, verbindt hij inzichten van verschillende wetenschapstakken die zich met dat tijdperk bezighouden - om vervolgens zelf met de materie aan de haal te gaan met maar één bedoeling: ons volledig in verwarring te brengen. Zijn advies is om te dwalen en te heroriënteren voordat we een weg uit het antropoceen zoeken. Ik ontmoette René in zijn stamcafé in Nijmegen, waar hij me privéles gaf.

Proost! Allereerst: waarom een boek over het antropoceen?

De meest concrete aanleiding was een conferentie over het antropoceen waar ik moest spreken. Er waren op zeker moment twee prominente filosofen met elkaar in gesprek, en dat was allemaal zo warrig dat ik eigenlijk gewoon dacht 'dat kan ik beter uitleggen'. Daarnaast vraag ik me af hoe dat nou eigenlijk moet met jongere generaties, want sommige voorspellingen zijn helemaal niet vrolijk. Ik heb het boek niet voor niets aan mijn kinderen Julia en Boris opgedragen. Ik ga over 20 á 30 jaar de pijp uit, maar jouw generatie moet nog een heel leven.

Is het antropoceen een negatief geladen term?

Niet per definitie. Ik probeer in het boek ook te laten zien dat het een term is die heel wisselend geïnterpreteerd wordt, maar over het algemeen wordt er wel een hele keten aan catastrofes mee aangeduid. Niet iedereen is het ook eens over de naam. Sommigen stellen dat je door een tijdperk naar de mensheid te vernoemen de hele mensheid de schuld geeft. Dat kan je niet doen – door iedereen de schuld te geven geef je juist niemand de schuld. Andere wetenschappers stellen bijvoorbeeld voor om het kapitalisme de schuld te geven – het capitaloceen. Weer anderen stellen dat vrouwen geen schuld dragen, maar enkel mannen, het androceen dus. Mijn grootste bezwaar tegen de term antropoceen is dat de term de mens wederom vergoddelijkt.

Het is te narcistisch?

Ja. We kunnen er niet meer omheen om onszelf de vraag te stellen wat het nou eigenlijk betekent om mens te zijn. Is die mens nou echt iemand die de hele wereld kan beschouwen als iets wat alleen maar nuttig of niet nuttig voor hem of haar is?

Beeld: Erik de Mildt

In het boek spreekt u een paar keer over een contract tussen mens en milieu – de mens moet afspraken maken met de natuur. Ook schrijft u "een natuurlijk contract kan geen succes worden als het niet wereldomvattend gestalte kan krijgen". Is zoiets überhaupt denkbaar?

Nee, dat is zeker niet denkbaar, maar het is een interessant gedachte-experiment. Dat hele idee van een contract met de natuur komt van de filosoof Michel Serres. Wat belet mensen om elkaar de kop in te slaan? Het antwoord is een staatsmacht die dreigt met straf. Het idee van Serres is dat je de natuur ook handelingsvermogen toekent en haar vervolgens ziet als een gesprekspartner die dreigementen uit. Die dreigementen hebben we altijd veel minder serieus genomen dan menselijke dreiging, hoewel ze er altijd wel geweest zijn – denk overstromingen, tsunami's, tornado's of lawines. Toch richt onze angst zich eerder tot andere mensen, andere volken, andere religies. Denk hier aan de huidige discussies over vluchtelingen of over islamradicalen. Het gaat nauwelijks over de natuur. Als de legitimiteit van de staat erin bestaat om mensen te beschermen, dan is het vreemd dat de staat het nooit over de dreiging van de natuur heeft.

De urgentie lijkt minder groot.

Zeg dat maar eens tegen de inwoners van Kiribati op de Gilbert-eilanden. Die staan voor het einde van deze eeuw onder water. Nu voeren ze harde onderhandelingen met Australië en Nieuw-Zeeland over waar ze straks 110 tot 120 duizend Kiribati gaan huisvesten. Daar is de angst er al hoor.

Maar hier in het rijke westen lijkt die minimaal.

Dat is een discussie die ik ook voer – de ene groep mensen zal harder getroffen worden dan de ander, maar uiteindelijk gaan we allemaal naar de verdoemenis.

Het kapitalisme lijkt een van de grootste aandrijvers van klimaatveranderingen. Toch negeren westerse politici die enorme olifant in de kamer nog steeds grotendeels. Waarom is dat denkt u?

Omdat we nog geen alternatief hebben voor het kapitalisme. We geloofden ze allemaal, de politici uit de jaren tachtig en negentig – Reagan, Thatcher: there is no alternative. Iedereen lijkt het erover eens te zijn dat dit de beste van alle mogelijke werelden is. Ik heb er ook in mijn boek Water al voor gepleit dat er een fundamentele discussie over het kapitalisme moet komen, bijvoorbeeld over de verlangensstructuur die eraan ten gronde ligt. Dan komen we ook weer uit bij pornografie, want dat is de grootste industrie.

Hoe zag het verband dat u in uw boek maakt tussen de mannelijke ejaculatie en de vervuiling van de wereld door de mens er ook alweer uit?

Dat idee komt ook van Serres, die een prachtig boek schreef over eigendomsstructuren. Hij stelt dat je eigendom altijd creëert door bezoedeling. Geef je koffie maar eens – ik spuug erin, en jij hoeft 'm niet meer. Hij trekt dat door naar het moment dat een man ejaculeert in een vrouwenlichaam en daarna zegt 'dit lichaam is van mij'. Ik beschouw mezelf overigens als feminist en deze manier van iemand willen bezitten heb ik dus ook nooit begrepen. Hoe dan ook, die toe-eigeningsdrift is een van de grotere problemen van de wereld. Aan de andere kant: we weten ook dat als er geen eigenaarschap is, er ook niemand verantwoordelijkheid neemt.

Wat komt er na het kapitalisme?

Ik citeer in de aantekeningen in mijn boek de Amerikaanse filosoof Fredric Jameson, die stelt dat we ons het einde van het kapitalisme minder goed kunnen voorstellen dan het einde van de wereld. Je hoopt natuurlijk dat er een wereld komt die wat minder op verlangensstructuren draait. We doen door die verlangens heel rare dingen. Dit boek bijvoorbeeld schreef ik grotendeels in de Transsiberië Expres, waarna ik ook weer naar huis ben gevlogen. Dat vergroot mijn ecologische voetafdruk, maar toch vind ik kennelijk dat ik dat kan doen. Waarom? Omdat ik het wil. Waarom drink ik hier in dit café altijd zo veel wijn? Ook omdat ik dat wil – niet doordeweeks hoor, alleen in het weekend. We kennen het verschil tussen behoefte en verlangen niet meer en dat is een van de grote problemen.

Beeld: Erik de Mildt

Ik vind zelf een voorstel als 21% BTW heffen op vlees erg mooi. U waarschuwt in uw boek echter dat niemand zit te wachten op ecostalinisme. Hebben we straks nog een keus? Iemand moet toch de verantwoordelijkheid nemen en tegen de rest zeggen 'dit is hoe we het gaan doen'.

Ik probeer me een beetje voor te stellen hoe dat zal zijn. Singaporese toestanden: iedereen die op straat spuugt loopt het risico op celstraf. De grote vraag is natuurlijk wat er met onze democratie gebeurt als de situatie echt onhoudbaar wordt. Ik kom al veel wetenschappers tegen die het geloof in de parlementaire democratie kwijt beginnen te raken. Zij hebben het dan bijvoorbeeld over een deskundigenstaat.

Ik vraag me soms ook wel af of we dan niet beter af zouden zijn.

Ik merk dat veel jonge mensen dat doen. Dat is een zekere wanhoop die in jou zit. Als je jouw gedachte heel scherp formuleert, dan kan je zeggen 'als we de aarde kunnen redden door onze vrijheid op te geven dan moeten we dat maar doen'. Zouden we de aarde zo echt kunnen redden?

Als we zo doorgaan als nu doen we dat in elk geval niet.

Mijn dochter heeft een tijd in Sint Petersburg gewoond. Ze vertelde dat Russische jongeren helemaal niet meer geïnteresseerd zijn in politiek, die vinden politiek maar een hopeloze zaak. Ik begrijp dat wel, zeker in de context van Rusland, maar het stelt zo'n boef als Poetin wel in staat om lekker door te denderen. Ik weet niet of politieke onverschilligheid de weg is.

Op wie gaat u stemmen?

Ik denk momenteel aan de Partij voor de Dieren. Ik hou simpelweg heel erg van dieren. Kijk maar naar de tatoeages op mijn armen – dit zijn uitgestorven dieren, die heb ik uit liefde voor het dier op mijn arm gezet. Mijn vrouw zit helemaal onder de kevers, die heeft daar een complete sleeve van, en mijn dochter heeft een uil en een mus. Wij hebben iets met dieren.

Bent u vegetariër?

Ja. Ik denk overigens wel dat je over zoiets ook niet moralistisch moet willen zijn. Laatst was ik voor een lezing in Heythuysen. De daar aanwezige eierboeren en kippenslachters moet je echt niet moraliserend lopen vertellen dat ze geen vlees meer moeten eten. Terwijl ze heus wel over dit soort thema's willen praten. Als je te zwaar op moraal inzet, werk je polarisatie in de hand. Iedereen gaat op zijn eigen manier met de problemen om. Het is niet zo erg dat de neuzen niet allemaal in dezelfde richting staan.

Ik las laatst juist dat we na de teloorgang van religies behoefte hebben aan een nieuw groot verhaal dat ons bindt en een bepaalde richting op wijst.

Ja, het antropoceen zou dat grote verhaal kunnen zijn. Een naam is altijd het begin van een oriëntatie – als we dingen niet begrijpen, geven we het een naam en dan weten we in elk geval een klein beetje waar we het over hebben. We moeten alleen niet te snel denken dat we het allemaal wel snappen. Vandaar ook het woord 'dwalen' in de titel van het boek. We willen er alleen maar uit, maar dat werkt niet. Als jij verdwaalt bent in een bos raad ik je aan om eerst maar eens tegen een boom aan te gaan zitten en te kijken wat er om je heen gebeurt. Dan heb je veel meer kans dat je eruit komt dan wanneer je meteen paniekerig gaat lopen.

Dus we moeten niet te snel iets willen, maar eerst even heroriënteren?

Ja, niet meteen met allemaal rare oplossingen komen die ons alleen maar verder van huis brengen. Niemand weet wat de consequenties zijn van tijdelijke oplossingen als goedjes in de atmosfeer spuiten. Voor mij is het niet langer die Yes We Can-mentaliteit. Dat klinkt misschien niet heel optimistisch, maar ik ben er ook niet om alleen maar blije boeken te schrijven. Aan de andere kant: als je mij nu vraagt, slaap ik er niet goed om? Nee, ik slaap uitstekend. Ik heb oprecht zorgen maar je moet ervoor zorgen dat dat deze zorgen je niet bij de strot grijpen. Dat vreet energie en werkt verlammend. Je moet ook af en toe gewoon onverschillig kunnen zijn.