Sport

Een Corona en een potje airhockey met Carlos Salcido in Mexico

“Voetbal was slechts onderdeel van de show.”

door Dirk Lotgerink
09 december 2019, 12:04pm

“Bienvenidos, hermano!” Carlos Salcido opent de voordeur van zijn riante villa in Guadalajara en groet me hartelijk. Hij geeft me een rondleiding door zijn woning, waar een grote bar, tafeltennis- en airhockeytafel tot de belangrijkste meubelstukken behoren. In de woonkamer neemt hij plaats op de bank. Hij is zo gastvrij dat ik me meteen thuisvoel. “Wil je nog iets eten of drinken, broer?”, vraagt hij een stuk of tien keer.

Ik ken Salcido al wat langer, door mijn werk als tolk bij PSV. Tijdens mijn reis door Mexico besluit ik hem op te zoeken. Hij is gekleed in een korte broek en een zwart hemd, waardoor de tatoeages op zijn bovenarmen duidelijk zichtbaar zijn. Salcido, die tussen 2006 en 2010 in Eindhoven speelde, begint te vertellen over zijn jeugd. Het begon in het kleine dorpje Ocotlán, waar hij het als jochie tussen zes broers en een oudere zus niet eenvoudig had. Zijn moeder overleed aan de gevolgen van kanker toen hij negen was. Zijn vader kon het daarna niet alleen aan en de familie viel uiteen. “Mijn broers vertrokken allemaal naar de VS om geld te verdienen en ik moest naar mijn tante in Guadalajara.”

Er zat wel een voorwaarde aan zijn komst: “Ik mocht blijven logeren, maar ik moest wel geld in het laatje brengen.” Van vrienden kreeg hij vervolgens een vaatdoek en een emmer in zijn handen geduwd. Daar ging hij de straat mee op. “Ik waste auto’s en werkte als parkeerwacht.” ‘Trapero’, noemen ze dat in Mexico. Ondanks de slechte reputatie van veel traperos, beviel het Salcido eigenlijk prima. “Ik vond het leuk en was er goed in. Ik verdiende veel geld,” zegt hij lachend.

1575888156092-Copyright-ProShots-301750
Carlos Salcido maait Luis Suárez onderuit. Foto via Pro Shots.

Tot zijn negentiende speelde zijn leven zich grotendeels op straat af. Op zoek naar meer stabiliteit probeerde hij zich bij zijn broers in de Verenigde Staten te voegen. Tot drie keer toe wilde hij illegaal de grens oversteken, maar telkens werd hij door de grenspolitie ontdekt en meteen het land uitgezet. Een leven in Guadalajara bleek het enige vooruitzicht: “Maar toen moest ik stoppen met het werk op straat vanwege de regenval. Mijn doorweekte voeten gingen te veel pijn doen.” Vervolgens deed hij allerlei klusjes en kwam hij in een glasblazerij en later in een ijzerhandel terecht. “Op een dag viel daar de zwaarbewapende politie binnen en werd die zaak opeens gesloten,” herinnert Salcido. “De baas had iets met drugshandel te maken, maar daar heb ik echt nooit wat van gemerkt.”

Wanneer hij even geen geld verdiende, voetbalde hij het liefste met vrienden. “Op een gegeven moment vroegen kameraden of ik een wedstrijdje mee kon spelen, want ze kwamen mensen tekort. Ik had werkelijk niets bij me, maar rolde mijn broekspijpen op tot mijn knieën en leende een shirt van een teamgenoot.” In Mexico moet je voor dit type ‘weilandvoetbal’, zoals de semiprofcompetitie bekend staat, ook speelgerechtigd zijn, maar Salcido had geen spelerspasje: “Ik leek een heel klein beetje op een teamgenoot en met zijn pasje mocht ik toch meedoen.”

Dat potje blufpoker bleek een belangrijk moment in het leven van de verdediger: "We hadden alsnog een mannetje minder en verloren dik, maar ik speelde erg goed." Langs de lijn werd dat goede spel opgemerkt door een scout van Chivas Guadalajara. “Na de wedstrijd vroeg de bekende Ramón Candelario of ik betaald voetbal wilde spelen, ik kon het niet geloven!” Op eigen verzoek kreeg hij alvast 1000 pesos (zo’n 45 euro) voorgeschoten. “Ik wilde zien dat het echt waar was.”

Omdat het inmiddels al middag is en iedereen trek begint te krijgen, bestellen Salcido en zijn vrouw Fabiola tortas ahogada. Alsof ik hier wekelijks op bezoek kom, spelen we tafeltennis en airhockey tijdens het wachten. Ik bak er niet veel van, maar Salcido is bloedfanatiek: “Schrijf je wel op dat je drie keer hebt verloren?” Niet lang daarna legt hij uit hoe je op authentieke wijze het broodje varkensvlees met pittige saus moet bereiden: “Dit zijn de lekkerste tortas van heel Mexico. Wel uitkijken met de pepertjes, hermano!” De waarschuwing blijkt niet voor niks. Ondanks een voorzichtige portie blijf ik minutenlang nablussen met Corona en water.

Carlos Salcido.

Ondertussen vervolgt hij zijn levensverhaal. Want in de stad waar hij auto’s liet blinken, brak Salcido definitief door op het voetbalveld. Hij speelde op het hoogste niveau met een team dat volgens clubfilosofie al decennia lang alleen met Mexicanen speelt. Hij werd international en na het wereldkampioenschap van 2006 in Duitsland haalde PSV hem naar Nederland. De eerste maanden in Eindhoven verliepen echter niet zo soepel als hij had gehoopt: “Ik had moeite met de taal, met het slechte weer en wist gewoon niet wat ik moest eten want ik verstond niemand!”

Radeloos at hij bijna dagelijks in de dichtstbijzijnde McDonald’s: “Daar kon ik tenminste de plaatjes aanwijzen en kreeg ik wat ik verwachtte. Ik at slecht en voelde me ongelukkig.” Het moest een keer misgaan: “Op een training voelde ik me ineens ontzettend beroerd, dus vroeg ik of ik naar het toilet mocht. Wat er daarna is gebeurd kan ik me niet herinneren, maar ze hebben me op de vloer van de wc gevonden, blijkbaar was ik flauwgevallen.”

Toenmalig persvoorlichter en vertrouwenspersoon van veel Latijns-Amerikaanse spelers in Nederland, Pedro Salazar, zag wat er gebeurde en lichtte een Spaanssprekende teamgenoot in. “Jefferson Farfán nam me mee naar een Spaans restaurant in Eindhoven en sindsdien ging het een stuk beter. Hij heeft mijn leven gered.” Eenmaal op het gezonde pad groeide de harde verdediger uit tot publiekslieveling en topper van de eredivisie. PSV werd dat jaar kampioen en won de Johan Cruijffschaal. Salcido is duidelijk trots op die tijd. Even verdwijnt hij naar zolder om terug te keren met een grote doos: “Dit zijn alle prijzen die ik heb gewonnen in Nederland.” Trots toont hij twee kampioensmedailles en twee kleine schalen: “Dit zijn replica’s – de echte mocht ik helaas niet meenemen.”

Carlos Salcido

Salcido was de eerste Mexicaan in Eindhovense dienst, waarna nog zes landgenoten zouden volgen: Maza Rodríguez, Andrés Guardado, Héctor Moreno, Hirving Lozano en nu Erick Gutiérrez. Bij de vrouwen keept Cecilia Santiago. Voordat al deze landgenoten een contract tekenden wonnen ze informatie in bij Carlos. Zelf ging het hem ook goed af in Brabant, waarna hij een transfer naar Fulham verdiende. In Engeland zou hij nooit zo gelukkig worden als in Eindhoven, en na twee seizoenen keerde hij terug naar zijn vaderland.

Na de uitgebreide lunch stel ik voor om naar de voetbalschool van Carlos te rijden, in zijn geboorteplaats. Ook al is het minstens anderhalf uur rijden naar Ocotlán, voor Salcido is dat geen enkel punt. Onderweg vertelt hij over de reden waarom hij een voetbalschool is begonnen: “Toen ik geld begon te verdienen met voetballen, droomde ik van een huisje op het platteland. Voor na mijn carrière, lekker met wat beesten erbij.” Als we bij zijn fraaie ‘complejo deportivo Carlos Salcido’ aankomen, is dat huisje op het platteland nergens te bekennen.

Hij heeft wel een prachtig complex laten bouwen, dat niet zou misstaan bij een profclub. Het complex ligt compleet binnen veilige muren, waar je via een controlepost naar binnen komt. “Ik bedacht me dat ik naast het huis een voetbalveld wilde hebben, waar ook de kinderen uit het dorp zouden kunnen voetballen, dus dat heb ik eerst laten aanleggen,” klinkt het haast verontschuldigend. “Maar dat veldje werd zo populair dat ik er nog maar eentje heb laten aanleggen.” Daar hield het niet bij op. Later kwam er nog de sportschool en een groot zwembad bij. Inmiddels heeft hij er ook nog een basisschool bij laten bouwen, voor de kinderen in het dorp.

Carlos Salcido.

Het huis met de beesten is er nooit gekomen, maar de lokale jeugd geniet volop van de faciliteiten die er in dit gedeelte van Mexico anders nooit waren geweest. Tijdens de rondleiding worden we een aantal keer onderbroken door moeders die hun kinderen komen ophalen na een training: “Sorry, maar ik wil alleen even zeggen hoe dankbaar ik ben voor alles wat jij voor Ocotlán hebt gedaan.”

De zon gaat inmiddels al bijna onder, en het wordt tijd om te gaan. De laatste twee seizoen heeft Salcido afgebouwd in Veracruz, bij Tiburones Rojos. Op 23 november speelde hij uitgerekend tegen zijn eerste club Chivas zijn laatste wedstrijd. Daarmee was de cirkel rond. “Voetbal was eigenlijk alleen maar bijzaak, iets moois dat er gewoon bij hoorde.” We nemen afscheid met een omhelzing, en ik beloof Salcido nog eens terug te komen. “Voetbal was slechts onderdeel van de show.”

Dit is een verhaal uit de serie Het Nieuwe Leven , waarin gestopte profvoetballers vertellen over hun nieuwe carrières. Zie hier alle verhalen uit deze serie van VICE Sports.

-

Naast onze geschreven verhalen en video's hebben we nu ook een podcast: De Wereld van VICE Sports. De afleveringen zijn hier te luisteren bij Apple of hier op Spotify:

Tagged:
PSV
Carlos Salcido