gezondheid

We beginnen vrouwelijke hormonen eindelijk serieus te nemen

Eindelijk lijkt het cliché van ‘die tijd van de maand’ te veranderen naar een goed begrepen realiteit.

door Hannah Ewens; illustraties door Kim Cowie
05 juli 2019, 11:16am

Toen Eleanor Morgan uitgevers benaderde met het idee voor een boek waarin het effect van hormonen op de gezondheid van vrouwen werd onderzocht, waren ze daar niet echt over te spreken. “Vrouwen, menstruaties, bloed, vagina’s – het was blijkbaar niet makkelijk te verkopen. Dat bleek wel uit de mails van de verkoopafdelingen,” vertelt ze. “Het kwam te veel over als literatuur van een ‘boze feminist’ – en wie wil dat nou lezen? Ik weet nog dat ik dacht: de halve wereldbevolking. Werkelijk elke vrouw die de leeftijd heeft bereikt waarop ze zich kan voortplanten, heeft weleens iets meegemaakt dat gerelateerd was aan haar baarmoeder. Dat is de realiteit.” Het leek erop dat het boek misschien wel nooit gepubliceerd zou worden.

Maar Hormonal: A Conversation About Women’s Bodies, Mental Health and Why We Need To Be Heard kwam er toch. In het boek voegt Morgan haar persoonlijke verhaal samen met uitgebreid wetenschappelijk onderzoek en interviews met experts. Ze wil dat we anders over onze hormonen gaan nadenken. Daarnaast is het boek onderdeel van een bredere commerciële trend in de literatuur, die zich richt op vrouwen die hun reproductieve gezondheid willen begrijpen. Onlangs verschenen Vagina: A Re-education van Lynn Enright, Period Power: A Manifesto for the Menstrual Movement van Nadya Okamoto, Period Power: Harness Your Hormones and Get Your Cycle Working For You van Maisie Hill en twee boeken die allebei Period heten van Natalie Byrne en Emma Barnett – om er maar een paar te noemen. De plotselinge verspreiding van al deze boeken roept de vraag op: zal al deze aandacht impact hebben op de gezondheidszorg voor vrouwen?

Het verhaal van Morgan is vergelijkbaar met dat van mezelf, en waarschijnlijk van talloze anderen: na een heftige geschiedenis met het premenstrueel syndroom (PMS) ga je uiteindelijk naar de huisarts. Daarna probeer je verschillende methodes uit om je PMS onder controle te krijgen, van anticonceptiemiddelen tot hormoonvervangende therapie. In mijn geval werd ik doorverwezen naar een gynaecoloog. Verschillende behandelingen leidden tot andere hormoongerelateerde onderzoeken en uiteindelijk tot een diagnose – die ik niet had gekregen als ik niet meerdere artsen kwaad had gemaakt en maandenlang obsessief in facebookgroepen en de krochten van Google had doorgebracht. Ergens vind ik het raar dat Hormonal in eerste instantie niet gepubliceerd zou worden, gezien de vele discussies die ik op social media voorbij zie komen. Maar als ik weer denk aan hoe frustrerend leeg de blikken van mijn artsen waren toen ik mijn symptomen beschreef, is de reis die het boek heeft doorgemaakt ook weer niet heel verrassend.

Morgan ontkent niet dat PMS en het minder bekende, ernstigere type, premenstrual dysphoric disorder (PMDD), bestaan. “Het is de realiteit voor elke vrouw die daarmee om moet gaan in haar leven.” Maar ze plaatst wel vraagtekens bij de culturele, politieke en sociale kaders om PMS en PMDD, en waarom we ze behandelen als probleem. De realiteit is dat niemand precies weet waarom vrouwen eraan kunnen lijden. Experts leggen aan leken meestal uit dat sommige vrouwen misschien “intoleranter” zijn voor de schommelingen, of zelfs “allergisch” zijn voor hun hormonen. Maar onze persoonlijke ervaringen kunnen nooit voor honderd procent worden verklaard met biologie, vertelt Morgan me via de telefoon.

“Ik moest echt opnieuw beoordelen wat mijn ervaringen precies betekenden: het verdriet, de angst, en dat alles erger wordt tijdens de tweede helft van mijn cyclus,” zegt ze. “Wat is er bij mij biologisch en wat niet? Kan het echt zo zijn dat hormonen gelijkstaan aan verdriet of een slecht humeur? Ik moest gaan uitzoeken waarom ik het eigenlijk zo moeilijk vind om angstig en verdrietig te zijn. En het is echt een marteling om voortdurend te proberen je geestelijke gezondheid in evenwicht te houden.”

Menstruaties en hormonen staan al eeuwenlang symbool voor humeurigheid bij vrouwen (wiens vader heeft niet ooit een keer dat vermoeiende “het is weer die tijd van de maand, hè” uit z’n moppentrommel getrokken?). Het is mogelijk dat vrouwen daarom hun humeurschommelingen vaak hebben ontkend, in een poging dat seksisme tegen te gaan. Het is nog verwarrender als je bedenkt dat veel vrouwen over het algemeen helemaal niet worden beïnvloed door hun hormonale cyclus.

Zijn onze hormonen slechts een waarheidsserum dat ons in staat stelt om uit te drukken wat we nodig hebben als we rond onze menstruatie woedend en betraand zijn? Wat als de druk om alles te onderhouden – carrière, relaties, vrienden, enzovoort – net zo goed bijdraagt aan ernstige PMS als onze hormonen? Ik heb het idee dat ik als vrouw redelijk goed doorheb wat er zich in mijn lijf afspeelt, maar toen ik Hormonal las, werden mijn ideeën over mezelf op de proef gesteld. Ik vond het meeslepend en frustrerend.

Een boekentrend lijkt veelbelovend, maar het wetenschappelijk onderzoek is nog steeds gevaarlijk oppervlakkig – iets wat Morgan in haar boek ook aankaart. Kan populaire literatuur een wetenschappelijke verandering veroorzaken? Ik vroeg het aan Nick Panay, een toonaangevende expert in PMS en PMDD uit het Verenigd Koninkrijk. “Ik denk dat die verandering heel belangrijk is, en ik geloof dat de revolutie in de omgang met hormonale gezondheidskwesties zal worden aangestuurd door vrouwen zelf,” zegt hij. Artsen en politici zullen volgens hem uiteindelijk wel moeten luisteren en ernaar gaan handelen.

Morgan is het daar tot op zekere hoogte mee eens. Ze benadrukt het belang van Invisible Women: Exposing Data Bias in a World Designed for Men van Caroline Criado-Perez, dat afgelopen maart verscheen. Er is veel overlap tussen haar boek en dat van Criado-Perez, beide onderstrepen dat de geneeskunde zich vooral richt op het mannelijk lichaam. Morgan werkt als assistent-psycholoog en heeft gehoord dat Invisible Women besproken wordt door professionals in klinieken en ziekenhuizen. “Ik hoop dat deze boeken onderdeel uitmaken van een beginnende verandering, maar als je het realistisch bekijkt zal het nog heel wat tijd kosten om honderden jaren aan stigma’s ongedaan te maken. De medische wereld heeft zich te lang niet gericht op de gezondheid van vrouwen en hormonen. De boodschap voor vrouwen moet eigenlijk zijn: als je beschikt over de juiste kennis, kun je om meer en betere zorg vragen.”

Ze heeft een simpel, maar goed punt. Dit zagen we bijvoorbeeld met een ziekte als endometriose. Het publiek leerde hierover via beroemdheden als Lena Dunham en zanger Halsey. De literatuur en de media volgden, en nu lijkt het alsof veel vrouwen ineens weten waarom ze zo lang pijn hebben geleden. In facebookgroepen wordt veel van de mentale en fysieke pijn gedeeld, met name van PMDD, en tips uitgewisseld over hoe je de pijn kan verlichten. Maar ook hiervoor geldt: je moet weten wat je hebt om om hulp te kunnen vragen.

De interessantste (en frustrerendste) vraag van Morgan blijft door mijn hoofd spoken: waarom zouden we het onmogelijke gevecht voor een evenwichtige geestelijke gezondheid niet gewoon opgeven? Ik deel Morgans zorgen over de boeken waarin vrouwen worden aangemoedigd om hun cyclus als iets positiefs te zien, een superkracht die je kunt gebruiken. Die houding kan leiden tot de conclusie dat PMS en PMDD niet bestaan, waarmee je vrouwen die daaraan lijden ernstig tekortdoet. Hoewel Morgan gelooft dat elke vorm van informatie of hoop voor mensen met klachten positief is, en dat elke vrouw haar hormonen moet benaderen op een manier die voor haarzelf werkt, vindt ze deze houding toch problematisch: “Als we onze cyclus beschouwen als iets wat in ons voordeel kan werken, of als we het zo aan onszelf verkopen, gaat het er uiteindelijk alsnog om hoe je een ‘leuke vrouw’ kan zijn – terwijl je lichaam of geest ondertussen razend tekeergaat.”

Hormonal: A Conversation About Women’s Bodies, Mental Health and Why We Need To Be Heard van Eleanor Morgan verschijnt op donderdag 4 juli 2019.