Zo ging het eerste gevecht van Joanna Jedrzejczyk

“Ik had een bloedneus en mijn vader vroeg of ik wilde stoppen, maar ik was verliefd op de sport.”

|
29 mei 2019, 3:05pm

Beeld door VICE Sports.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij Fightland US .

In deze serie vragen we vechtsporters naar het moment dat bepalend is geweest voor het begin van hun carrière. Dat kan het eerste officiële gevecht zijn, maar ook bijvoorbeeld een sparringsessie of vechtpartijtje op een schoolplein. Wanneer realiseerde deze vechter zich dat haar of zijn toekomst in de vechtsport lag?

Dit keer is het woord aan de Poolse MMA-vechter Joanna Jedrzejczyk. Ze vertelt over een gammel stadion, een bloedneus en de zenuwen van haar vader, die niet konden voorkomen dat deze sport haar grote liefde werd.


"In eerste instantie wilde ik alleen wat gewicht kwijtraken. Maar na een paar trainingen in de sportschool voelde deze sport voor mij als thuiskomen, en wist ik dat ik dit voor de rest van mijn leven wilde doen. Binnen twee maanden begon ik met sparren. Mijn trainer maakte er een spektakel van.

Dat is trouwens wel een grappig verhaal. We trainden in een kleine ruimte in Polen, waar een van de coaches zelf een ring had gebouwd. Daar had hij allemaal stoelen omheen gezet, zodat het leek alsof we een stadionnetje hadden. De coach nodigde best wat mensen uit, waaronder mijn hele familie. Er zat misschien vijftig man. Maar ik stond stijf van de adrenaline. Ik dacht: nu is het officieel!

Tijdens het gevecht begon op een gegeven moment mijn neus te bloeden. Maar natuurlijk wilde ik doorvechten: ik had toen al die wil om de beste te zijn. Ik won dat gevecht en zes maanden later kon ik in competities uitkomen. Ik vocht meteen elke maand, want in het kickboksen kan dat gewoon. Dat was trouwens wat ik eerst deed, voordat ik overstapte op MMA.

Mijn vader vond het in het begin allemaal wat minder leuk, zeker toen ik met een bloedneus uit dat eerste gevecht kwam. “Dit kan ik niet aan! Mijn dochter is een vechter,” zei hij. Maar ik was er niet vanaf te krijgen. Ik vond het zo mooi dat ik dit kon, dus ik wilde doorgaan. Ik had eindelijk het gevoel dat ik iets had gevonden dat van mij was. Ik werd verliefd op de sport."