Identiteit

Dit zijn de moeders die radioactieve straling in Fukushima meten

Toen een tsunami in 2011 de kernramp in Fukushima veroorzaakte, waren veel mensen bang voor radioactieve besmetting. Een groep vrijwilligers – voornamelijk moeders – pakken dit probleem nu aan.

door Bobbie van der List
17 maart 2019, 11:30am

Vrijwilliger Ai Kimura is onderdeel van de Citizen's Lab. Alle foto's door Tanja Houwerzijl

Een vrouw met een laboratoriumjas aan en een chirurgisch masker op analyseert een scherm met een heleboel data. Alleen mensen die iets van natuurkunde snappen – en, in dit geval, bang zijn voor straling – zullen iets uit de cijfers kunnen opmaken.

Ayumi lida (33) is één van de twaalf vrijwilligers bij Tarachine, een lokale non-gouvernementele organisatie in Fukushima, Japan. Ze runt het Citizens’ Lab, zoals de vrijwilligers hun laboratorium hebben genoemd. Vanuit het raam van de faciliteit kan je een glimp opvangen van de Stille Oceaan, waar acht jaar geleden een van de grootste natuurlijke rampen van de 21ste eeuw plaatsvond.

In maart 2011 werd Japan getroffen door een aardbeving met een kracht van 9.1 op de schaal van Richter, waaruit een verwoestende tsunami voortkwam dat alles in zijn weg naar de kust van Tohoku met zich meenam. Bijna 20 duizend mensen verloren hun leven, en nog veel meer mensen raakten hun hele hebben en houden kwijt in de maanden die op de ramp volgden.

“We hebben in zekere zin geluk gehad,” zegt lida, “omdat de tsunami Iwaki nooit heeft bereikt.” Destijds dacht ze dat haar woonplaats een kogel had ontweken. Maar de volgende ramp stond nog te gebeuren.

De tsunami leidde tot de kernramp van de Fukushima Daiichi kerncentrale, waardoor er radioactieve straling vrijkwam dat de omliggende gebieden trof. De Japanse overheid riep een nucleaire noodtoestand uit, en forceerde de evacuatie van alle mensen die binnen een straal van twintig kilometer van de kerncentrale woonden.

Noriko Tanaka (40) staat naast lida en heeft een chirurgisch masker op. Vandaag heeft ze de taak om eten te testen op radioactieve besmetting. Voor de kernramp was haar leven nog compleet anders. Ze was zwanger van haar eerste kind en keek ernaar uit om het moederschap voor het eerst te ervaren. Haar huisarts had haar aangeraden om rustig aan te doen. Maar in plaats daarvan hebben Tanaka en haar man destijds vrijwillig Iwaki verlaten. “We woonden niet binnen de geforceerde evacuatiezone, maar we bleven tien dagen weg, zodat we zeker wisten dat we veilig waren,” vertelt ze.

Toen ze terugkwam, wist Tanaka niet wat ze moest doen: was haar geliefde Iwaki besmet geraakt? “Er was toen geen enkele informatie beschikbaar,” zegt ze. “Iedereen ging er op z’n eigen manier mee om. Nadat ik was bevallen, besloot ik mijn kind geen borstvoeding te geven. Wat als ik haar zou besmetten?”

Wegens de onzekerheid rondom de mate van radioactieve straling en het gebrek aan gedetailleerde informatie van de overheid, besloot een groep Japanse moeders het heft in eigen handen te nemen. Ze begonnen een laboratorium dat stralingen meet.

Slechts één van de twaalf vrijwilligers bij het Citizens’ Lab is een man. Alle anderen zijn vrouwen, en bijna allemaal zijn ze moeders. De naam van hun NGO – Tarachine – betekent “de moeder die zorgt” in het Japans.

Volunteer Ai Kimura makes sure to use the right amount of oxygen and gas to treat the samples
Vrijwilliger Ai Kimura let erop dat ze de juiste hoeveelheid zuurstof en gas gebruikt om de monsters te behandelen.

Sommige vaders uit Fukushima zijn niet meer in beeld. Een van de andere leden uit het team, Ai Kimura (39), legt uit dat nucleaire- of atoom-scheidingen veel voorkomen in dit deel van Japan. “Mensen gaan uit elkaar vanwege de ramp, of sommige leden van een gezin verhuizen terwijl anderen hier blijven.”

In sommige gevallen – zoals bij Tanaka – zijn ze er wel, maar delen ze de zorgen van hun partners niet als het gaat om kans op straling. “Ik praat er nauwelijks over met mijn man,” zegt ze.

Anders dan in andere laboratoria in Japan – waarvan er na de kernramp veel zijn opgericht – hebben de vrouwen in Tarachine een goede training gehad op het gebied van nucleaire straling. Deze training kregen ze van experts op prestigieuze universiteiten. Ook hebben ze de juiste apparaten gekocht om hun testresultaten mee te analyseren.

“Alle medewerkers hier zijn ‘gewone’ mensen – we zijn geen specialisten, maar hebben alles geleerd nadat we ons bij het laboratorium hadden aangesloten,” zegt lida. “Hier inspecteren we verschillende soorten radioactieve nucliden. In de andere kamer inspecteren we cesium 134 en cesium 137, en hier checken we of er tritium en strontium in eten zit. Tritium is moeilijk te detecteren, en je hebt er een speciale behandeling voor nodig,” voegt ze eraan toe, terwijl ze naar de machines op de tafel wijst. De aanwezigheid van deze chemische elementen duidt op een potentieel gevaar – radioactief strontium, bijvoorbeeld, kan jarenlang in het lichaam blijven zitten, en botkanker of leukemie veroorzaken.

Er is een gespecialiseerde dokter die is getraind in het uitvoeren van tests voor schildklierkanker. Onderzoekers schatten dat er tussen 2011 en 2015 in Fukushima 160 kinderen zijn gediagnosticeerd met (vermoedelijke) schildklierkanker. Andere doktoren denken dat dit hoge getal komt door overdiagnose.

1552318571712-fukushima
Van links naar rechts: Ayumi Iida en Noriko Tanaka.

Wat de vrijwilligers het belangrijkst vinden, is om burgers te informeren over de stralingsniveaus in hun grond, eten en drinkwater. Mensen uit heel Japan sturen gras, zand en zelfs groenten om te laten testen. In het laboratorium ontwaar ik een gesealde zak met wortels die klaarliggen voor inspectie. Daarnaast liggen wat champignons op een weegschaal.

“Er was in het begin nauwelijks tijd om alles te verwerken,” zegt lida. “Toen waren de zorgen over straling nog erg aanwezig.”

Later gingen mensen zich over andere dingen dan straling zorgen maken. “Nu krijgen we maar zo’n 120 tot 130 monsters per maand. Een groot deel daarvan verzamelen we zelf. Vier keer per jaar gaan we op een boottocht, en varen we tot een paar kilometer bij de kerncentrale vandaan om het water te testen – dat nog steeds besmet is,” zegt lida. Ze voegt eraan toe dat er tot op de dag van vandaag besmet water uit de kerncentrale lekt.

Aerial view of Japan after 2011 tsunami
Een blik op de schade in Sukuiso in Japan, een week nadat de aardbeving en de tsunami het gebied hadden verwoest. Een US Navy foto door Mass Communication Specialist 3rd Class Dylan McCord/Released via Flickr gebruiker US Navy Page

De Japanse overheid heeft het gebied ondertussen als veilig bestempeld en de evacuatiezone opgeheft. Bewoners hebben een vergoeding gekregen van de Tokyo Electric Power Company (TEPCO), de eigenaar van de kerncentrale, en de dorpen binnen de evacuatiezone zijn ontsmet.

Voor de mensen die net buiten de evacuatiezone wonen – die niet zo’n vergoeding hebben gekregen, en wiens dorpen niet zo grondig zijn ontsmet – is er frustratie over de arbitraire grens die door de overheid is getrokken. Ze vragen zich af waarom die slechts 20 kilometer was.

“Alleen onze scholen zijn grondig schoongemaakt, en onze huizen één keer,” zegt lida. “De bossen en bergen zijn nooit ontsmet. Wat als het regent, en radioactief water naar onze tuinen en schoolpleinen stroomt?”

De vrouwen die de stralingen meten, geloven dat er meer openheid en transparantie moet zijn over de niveaus van straling. “We vertellen mensen niet wat ze wel en wat ze niet kunnen doen, want iedereen moet de vrijheid hebben om zelf te kiezen hoe ze hun kinderen op willen voeden,” zegt lida. “Maar we moeten er op z’n minst voor zorgen dat er duidelijkheid is over de veiligheid van ons eten en het land waar we op leven.”

Shiitake - Japanese mushrooms - are placed on a weighing scale right before treatment
Shiitake champignons worden vlak voor de behandeling op een weegschaal geplaatst.

Als je de websites van gemeenten en provincies in Japan bekijkt, vind je dagelijkse updates over de stralingswaarden, die in millisievert (mSv) gemeten zijn. Supermarkten checken het level van straling in eten. En mocht je je zorgen maken over hoge stralingswaarden in je huis, dan komen ambtenaren langs met een Geigerteller. Als er straling boven de 0.23 mSv wordt gemeten – het stralingsniveau dat door de overheid als acceptabel wordt gezien – dan verwijderen ze de aarde in je tuin, en ontsmetten ze je huis zonder dat je daarvoor hoeft te betalen.

“De tests die supermarkten uitvoeren zijn vooral een standaardaanpak geworden, een van de vele routines die na de kernramp plaatsvinden,” zegt lida. “Wat heb je eraan als je niet begrijpt waar de waarden voor staan?” Als het gaat over de ambtenaren die langskomen om de huizen van mensen op besmetting te checken, zegt ze: “ze graven maar tot één meter diep, maar wat als de straling veel dieper zit, zoals vijf of zes meter?”

Terwijl de vrouwen in het laboratorium elk jaar meer over de gevolgen van de kernramp te weten komen, zijn ze bang dat de herinneringen aan de ramp steeds meer worden vergeten door de andere bewoners.

Hoewel Kimura een chirurgisch masker draagt, is het verdriet over de groeiende stilte rondom de gevaren van straling van haar gezicht af te lezen. “Mensen hebben het er niet meer over. Mijn dochters zijn net begonnen op de middelbare school, en hun vrienden kunnen in de zee zwemmen en eten wat ze willen,” zegt ze. “Maar mijn dochters mogen dat niet van mij. Misschien denken andere ouders wel dat ik gek ben – ik weet het niet.”