Drugs

Ik bracht 24 uur door met een dealer op Dour

"Het was een nipte. Ze hadden drugshonden bij zich, en natuurlijk werd ik geroken."

door Matéo Vigné; foto's door Sanne Moonemans
20 juli 2018, 4:00am

Soms wil je langer feesten dan je lichaam toelaat. Dan ga je op zoek naar verkopers van glimlachen, van energie, van sfeer, van een roes. Naar festivaldealers. Ook het Belgische festival Dour ontsnapt (uiteraard) niet aan deze natuurwet. Ondanks de alerte ogen van politiemannen en -vrouwen op het station, bij de ingang van de camping, en op het festivalterrein zelf. Welke technieken gebruiken dealers om drugs te vervoeren en te verhandelen in zo’n mijnenveld van bewaking? Hoe organiseren ze een illegale markt in het hart van een massa-evenement zoals Dour?

Emilio* komt uit een buitenwijk van Antwerpen en groeide op in een normale familie. Hij heeft een vader die in de muziekindustrie werkt, een grote broer, en vrienden die hij nooit uit het oog verliest. Emilio is altijd al heel beschermend geweest tegenover de mensen om hem heen – zeker sinds hij op jonge leeftijd zijn moeder verloor. Hij stopte vroeg met school en ging werken. Niet alleen om zijn familie te helpen, maar ook zijn laaggeschoolde, werkloze vrienden.

“Maat, ‘t was een nipte. Ze hadden drugshonden bij zich, en natuurlijk werd ik geroken."

Emilio was vijftien toen hij voor het eerst met drugs in contact kwam. Op de eerste keer drugs nemen volgden zijn eerste handel en een netwerk. Nu is hij een jongeman van vierentwintig die eerder opstaat dan ik en zowat overal komt. Hij heeft met zijn halflange blonde haar en blauwe ogen haast een engelengezicht, en draagt doodgewone kleren. Zijn uiterlijk lijkt te helpen in deze industrie: in 2017 werd Emilio gepakt met 10 gram cannabis aan de ingang van een festival. Hij zat 24 uur vast, en werd vervolgens vrijgelaten.

De politie controleert de spullen van een festivalganger op Dour

Om negen uur ‘s ochtends sta ik Emilio op te wachten bij de aankomst van de pendeldienst vlakbij Dour. Anderhalf uur later – mijn huid begint al moeite te krijgen met de zon – zie ik in de verte Emilio verschijnen, met een glimlach op z’n gezicht. Hij haast zich naar mij toe en begint met veel gebaren een uitleg: “Maat, ‘t was een nipte. Je weet toch dat ze op Dour regelmatig van die gigantische controles doen. De politie heeft mijn pendelbus tegengehouden en vroeg ons één voor één uit te stappen en onze zakken leeg te maken. Ze hadden drugshonden bij zich, en natuurlijk werd ik geroken. Ik had heel wat shit bij me dus je kan je voorstellen wat voor paniek dat bij mij veroorzaakte.” Emilio heeft behoorlijk geavanceerde tactieken als het om drugs verstoppen gaat. Hij maakt gaten in schoenen, vult een thermosfles met een mengsel van soep en kleine zakjes drugs, smeert sandwiches met stukken tomaat waarin enkele grammetjes zitten… Maar deze keer zat hij, zoals gezegd, in de shit.

“Maar goed, aangezien ik daar dus was kon ik geen kant uit", vervolgt hij, "Ik had 10 gram wiet bij me en 30 gram coke. Goed verstopt, behalve de wiet: ik wist niet meer waar ik die had gestopt. Toen ze me controleerden, heeft de hond waarschijnlijk de wiet geroken. Dus heb ik meteen opgebiecht dat ik die had, maar het strategische toppunt van mijn verhaal is dat ik die thuis ben vergeten. Vervolgens werd ik gefouilleerd door een politievrouw die best vriendelijk overkwam, dus besloot ik haar te manipuleren. Ik vertelde haar wat ik in mijn rugzak had: de thermos, de sandwiches, enzovoort. Ik had ook nog een flinke portie spaghetti bolognese gemaakt zonder drugs in, gewoon ter afleiding. En ik had geluk: dat is het enige dat ze hebben gecheckt. Om relaxed over te komen, grapte ik nog dat ze er gerust van mocht proeven, en vertelde ik haar welke ingrediënten ik had gebruikt. Ze hebben me dus gewoon weer laten gaan, met mijn eten én mijn drugs.”

De drugsmarkt is steeds meer verzadigd. Steeds meer toeristen die denken dat ze drugsdealers zijn, komen naar festivals om met hun handeltje hun uitgaven terug te verdienen.


Na de verschillende securitychecks bij de ingang vertelt Emilio me op het festival zelf nog meer anekdotes en heldendaden: “Op een dag haalde ik het plots in mijn hoofd om naar Tsjechië te rijden om wiet te gaan verkopen. Negen uur in de auto dus. Toen ik daar was, wilden ze me niet toelaten op het festivalterrein. Ik weet zelfs niet meer waarom. Dus heb ik dan maar een paar gram verkocht op de parking en ben ik weer teruggereden. Op dezelfde dag, ja.”

Vorig jaar was Emilio een echte wandelende apotheek: speed, keta, 2C-B, LSD, GHB… hij had het allemaal. Dit jaar heeft hij zich helemaal toegespitst op cocaïne. Hij zegt dat de politiecontroles steeds moeilijker te overleven zijn, en coke is gemakkelijk te verbergen, omdat je het kan verdelen in vele kleine zakjes. Bovendien heeft hij gemerkt dat het zinloos is geworden om zo’n drugssupermarkt te runnen. Hij praat in economische termen: de markt is steeds meer verzadigd. Steeds meer toeristen die denken dat ze drugsdealers zijn, komen naar festivals om met hun handeltje hun uitgaven terug te verdienen. Hij vertrouwt me toe: “Kijk, voorheen verkocht ik van alles, maar ik kreeg het nooit allemaal verkocht. En da’s niet goed. Ik moet meer risico’s nemen voor niets. Daarom heb ik me dit jaar gespecialiseerd in cocaïne, omdat dat het beste verkoopt en ik de prijs ervan kan aanpassen. Aan Belgen verkoop ik voor €50 à €60 de gram, aan toeristen voor €80 à €100. En de andere drugs laat ik over aan de andere dealers. Wij dealers gaan niet met elkaar in oorlog. Ieders zijn eigen business, ieders zijn eigen gezeik.”

Mensen chillen op de festivalwei van Dour

"Sinds die schoudertassen enkele jaren geleden mode zijn geworden, met al die kleine fuckboys die er nu mee rondlopen, heeft dat onze simpele business wel een beetje geruïneerd."

Hoe promoot je een product dat illegaal is? Welke soort marketing en communicatie gebruik je om op te vallen tussen je concurrenten en je te onderscheiden? Het antwoord van Emilio is sober: “Vroeger was het gemakkelijker: als je een schoudertas droeg, was de kans één op twee of drie dat je iemand iets probeerde te verkopen. Maar sinds enkele jaren zijn die schoudertassen mode geworden, met al die kleine fuckboys die er nu mee rondlopen, en dat heeft die simpele business wel een beetje geruïneerd. Maar een simpele blik gevolgd door een knik of een knipoog volstaan meestal wel.” Ik geloof er niet veel van, maar het werkt. De ene na de andere klant wordt verder geholpen, en de handel gebeurt in alle kalmte, of de ontmoetingsplek nu voor een podium, bij de WC’s of gewoon op het gras tijdens het blowen is. Ze vinden elkaar elke keer weer met gemak. Ik heb hem ook al een klant zien weigeren, volgens hem omdat hij toch een zekere ethiek naleeft. En die ethiek is heel simpel: voor mensen die te jong, te dronken, high of trippy zijn, is en blijft zijn antwoord nee. Hij zegt dat hij genoeg drama heeft meegemaakt in zijn eigen omgeving, en daarom geen deel wil uitmaken van zo’n helse machine.

“Kijk, een leven met een perfect onderhouden gazon, een vrouw en mooie kinderen die ik meeneem naar de voetbalwedstrijd… dat zou ik ook niet slecht vinden.”

De helft van zijn voorraad is al verkocht wanneer de namiddag op z’n einde loopt. Met nog 12 gram coke op zak heeft hij al zo’n €1.200 bijeen. Tijd om even naar de camping te gaan en de buit veilig te stellen. Onderweg vertelt hij me dat hij ook een gewone full-time baan heeft: hij werkt voor een grote Duitse onderneming in Brussel. Daarmee verdient hij een mooi loon, maar hij helpt een heleboel mensen met hun problemen, en dat kost hem veel tijd en geld. En daarom dealt hij. Wanneer we bij zijn tentencirkel aankomen, wordt er van overal naar hem geroepen. In de blikken van zijn vrienden zie ik een mix van vertrouwen en bewondering. Net op dat moment verschijnt een van zijn vrienden met een onbekende, een Fransman die natuurlijk iets wil kopen. Emilio verkoopt hem een gram coke voor €90, wat niet veel langer duurt dan de tijd die je nodig hebt om een biertje open te trekken en een sigaret op te steken.

Tijdens het avondeten vertelt Emilio, terwijl hij een flinke dosis spaghetti verslindt, dat hij nog niets heeft betaald voor de handelswaar die hij bij heeft. Hij werkt met een groothandelaar. Antwerpen is de cocaïnehoofdstad van Europa, en volgens hem worden minder dan 10 procent van de arriverende containers gecontroleerd, met alle gevolgen van dien. Voor hem betekent het vooral lage prijzen voor spul van hoge kwaliteit. Zijn leverancier eist geen extreem grote marge: ongeveer €20 van elke €60 die Emilio krijgt voor een gram coke. Het is dus een behoorlijk lucratief zaakje.

Volgens Emilio worden de festivalgangers, en ook de druggebruikers, elk jaar jonger. Daar is hij niet bepaald blij om: hij wil niet dat mensen eindigen zoals hij. Dat blijkt wanneer hij me zijn toekomstvisie toevertrouwt: “Kijk, een leven met een vrouw, een hond met een prachtige vacht, een perfect onderhouden gazon en mooie kinderen die ik meeneem naar de voetbalwedstrijd… dat zou ik ook niet slecht vinden.”

Een festivalganger geniet van een fris pilsje en een joint op Dour

Na het eten is het back to business. Wanneer de avond valt op Dour, zetten zelfs de meest katerige geesten zich weer in gang om te gaan zweven op elektronische muziek. Emilio zegt dat hij eigenlijk ook pas rond middernacht naar het festivalterrein zou kunnen gaan, om dan in vier uurtjes zijn volledige voorraad te verkopen. Ik geloof hem niet, maar vraag me toch af of hij het waar zou kunnen maken. Eens op de wei is er een constante toestroom van klanten die na een snelle transactie weer vertrekken met een klein zakje poeder. Met steeds meer geld in zijn schoudertas kijkt Emilio me aan met een onweerstaanbare glimlach die zijn gelijk uitstraalt. De avond verloopt zonder problemen en twee uurtjes later heeft Emilio nog maar 4 gram coke over. “Ik heb serieus doorgewerkt, dus ik denk dat ik nu ga stoppen en nog even goed ga feesten”, besluit hij.

"Dat doe ik normaal gesproken nooit. Waar ik slaap, is waar ik mijn geld en drugs verstop, dus dat hou ik bewust geheim. Maar op dat moment was er geen andere oplossing. Da’s gewoon pech, kan gebeuren."

Rond vijf uur ‘s ochtends gaan we terug naar de camping om te zien of er nog een leuke afterparty is bij de dealers. Plotseling roept Emilio één voor één de namen van zijn kameraden. Daarna draait hij zich naar mij en zegt verbaasd: “Er is niets meer. Geen cash. Geen drugs. Ik vind mijn gsm zelfs niet meer.” Tijdens onze nachtelijke expeditie is zijn tent volledig leeggeplunderd. “Het tasje waarin de drugs zat is het enige dat geopend is geweest. Het geld is er niet meer, en het spul ook niet.”

Hij besluit zijn volledige tent ondersteboven te keren, en gaat ook in de tenten rondom ons horen, maar alles wat hij kan vinden is een klein zakje wiet dat niet eens van hem was. De andere plekken waar hij geld had verstopt zijn ook leeggehaald, net zoals een doosje Xanax van een vriend en €350 cash uit een tent naast die van hem.

Dit moet het werk zijn geweest van een doelgerichte dief die met voorbedachte rade te werk is gegaan, en al op voorhand exact wist wat er in de tent zat. Een vriend van Emilio komt naar me toe en zegt: “Da’s Dour godverdomme, da’s gewoon Dour.” Emilio vertelt me dat er bendes zijn die speciaal van Frankrijk komen om te rippen van dealers of gewone festivalgangers. Duidelijk walgend vervolgt hij: “Ik ben blij dat ik ook gewoon een baan heb en hier niet afhankelijk van ben. Ik heb nog steeds het geld van wat ik vanavond verkocht heb, en ik ga m’n leverancier misschien €500 moeten betalen, maar dat is deel van het spelletje. Ik vind het gewoon verschrikkelijk dat ik zoveel risico’s genomen heb voor niets.” Ik vraag hem of hij een vermoeden heeft wie de dief zou kunnen zijn, en hij antwoord me meteen vol overtuiging: “Het was die Fransman die mijn maat had meegenomen naar onze tenten. Dat doe ik normaal gesproken nooit. Waar ik slaap, is waar ik mijn geld en drugs verstop, dus dat hou ik bewust geheim. Maar op dat moment was er geen andere oplossing. Hij zag er ook behoorlijk onschuldig uit … maar goed, ik eigenlijk ook. Da’s gewoon pech, kan gebeuren.”

De volgende ochtend krijg ik een bericht van hem. Hij schrijft dat hij zijn telefoon teruggevonden heeft, nadat de politie die had afgepakt van een groep jonge Nederlanders. Van het geld en de drugs was nog steeds geen spoor.

* Emilio is een schuilnaam, zijn ware identiteit is bekend bij de redactie.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op VICE BE.

Tagged:
Drugs
cocaine
dealer
Dour
wiet
politie
criminaliteit