Waarom wordt het krijgen van een kind in Nederland nog steeds gezien als een vrouwending?
Foto via Flickrgebruiker Ryan Ruppe
Identiteit

Waarom wordt het krijgen van een kind in Nederland nog steeds gezien als een vrouwending?

Het zaad van een man is verantwoordelijk voor vijftig procent van een kind, maar die lijn wordt in Nederland totaal niet doorgetrokken als het gaat om de rol van de vader.
Noor Spanjer
Amsterdam, NL
08 augustus 2016, 9:32am

Ik zit in het begin van mijn dertigerjaren, dus is het onvermijdelijk: de ene na de andere vriend 'moet me wat vertellen'. Er floepen baby's uit vagina's als champagnekurken uit flessen op oudejaarsavond, er verschijnen steeds meer foto's van verfrommelde en bemutste wezentjes in mijn timeline op Facebook – per stuk sowieso goed voor meer dan 200 likes. Bij de baby's (of vooral ouders) die ik leuk vind ga ik op kraamvisite: wolkjes van kinderen, maar blij als ik na het beschuit weer naar huis kan, of naar de kroeg.

Weinig vreselijkers dan stellen die zeggen 'we zijn zwanger'. Nee, een vrouw is fysiek zwanger en baart het kind, samen worden jullie de ouders – vader en moeder, of in wat voor samenstelling dan ook. Maar waar begint dat ouderschap voor een man? Als het aan de zwangerschapsfolders ligt duidelijk niet in de negen maanden dat het kind gedragen wordt; voor mannen bestaat dat soort voorlichtingsmateriaal bijna niet. Het zaad van een man is verantwoordelijk voor vijftig procent van een ongeboren baby, maar die lijn wordt totaal niet doorgetrokken als het gaat om de rol van vader; en dat blijkt niet alleen uit (het gebrek aan) een paar lullige foldertjes. Nederland is, anno 2016, nog bijna volledig ingericht op een zorgende moeder en een werkende vader.

Mijn beste vriendin is op het moment van schrijven vijf maanden zwanger, en vorige week ging ze voor een check naar de verloskundige. Haar geliefde Niels, tevens de vader van het ongeboren kind, ging mee. De afspraak stond op naam van mijn vriendin, dus toen de verloskundige in de wachtkamer verscheen, zei ze: "Mirte, ga je mee?" Niels stond ook op, en de vrouw zei: "O ja, jij mag ook wel mee." "Goh, fijn," antwoordde hij sarcastisch.

Ik moet me elke keer opnieuw voorstellen als ik meega naar de verloskundigepraktijk, en een hand geven ze me niet.

Dat deze en andere medische afspraken voor de boekhouding worden ingepland op 'patiënt' Mirte, dat begrijp ik; zolang mannen nog geen baarmoeder hebben, blijft het dragen en het bevallen van een kind een vrouwenzaak. Wekelijks mee naar een pufcursus lijkt me dan ook onnodig voor mannen, maar voor het emotioneel en maatschappelijk buitenspel zetten van aanstaande vaders zie ik geen reden (meer).

Na afloop van de afspraak bij de verloskundige ontmoet ik mijn vrienden voor een kop koffie, en Niels vertelt over het voorval in de wachtkamer. Ik vraag hem of hij altijd meegaat: "Ja," zegt hij, "en ik moet me elke keer opnieuw voorstellen. Bij het echopunt is het nog erger – als ik daar niet op tijd opsta en meeloop, krijg ik nog net de deur niet in mijn gezicht. Een hand geven ze me daar niet eens." Waarom hij mee wil naar alle afspraken? "Het is praktisch, met z'n tweeën onthoud je veel meer en ik wil weten wat er allemaal gezegd wordt. Ik wil betrokken zijn – ik word vader."

Zo'n kind krijgen is natuurlijk een hele bevalling (vergeef me), en aangezien je behoorlijk wat tijd krijgt om je daarop voor te bereiden, staan de schappen in de supermarkt en de planken in de boekwinkel vol met voorlichtingsmateriaal; tijdschriften met titels als Kek Mama en Kindje op komst lichten (aanstaande) moeders voor met artikelen over huilbaby's, seks met een dikke buik en hydrofiele doeken. Zwangerschapsboeken loodsen een bevruchte vrouw soms van dag tot dag door de negen maanden heen, met plaatjes van cashewnoten en croissants om de grootte van de foetus te illustreren.

Een vader met een kind – een zeldzaam beeld in Nederland

Mijn moeder schreef samen met zeven vriendinnen het eerste Nederlandse zwangerschapsboek Bevallen & Opstaan, wat heel veel moeders in de afgelopen veertig jaar hebben gelezen – het beleeft inmiddels de 32e druk. Dit boek kwam voort uit het feit dat er in die tijd (eind jaren zeventig) nog niets vergelijkbaars was en mijn moeder na de geboorte van mijn zus behoefte had aan meer informatie voor bij een eventuele volgende zwangerschap. Ze vertelde me dat ze op een blocnoteje alles bijhield wat de vroedvrouw en later de kraamzorg zei, omdat ze geen idee had wat ze moest doen.

Dat gaat, mede dankzij mijn eigen moeder dus, tegenwoordig anders – ik denk dat geen enkele (Nederlandse) zwangere vrouw zonder zich te hebben ingelezen een kind op aarde zet. Hoe anders is dat voor mannen? In al die boeken en tijdschriften worden vaders niet tot nauwelijks aangesproken. Enkel met wat 'tips & trics' die zo algemeen zijn dat je je afvraagt of de tekst is gekopieerd uit een willekeurig zelfhulpboek met de titel Hoe leef ik gewoon een beetje normaal, en die adviezen gaan dan met name over het 'ondersteunen van de partner', oftewel hoe je om moet gaan met een uitdijende, misselijke, hormonale vriendin. Uitstekend idee om daar wat informatie over te geven, maar het heeft weinig te maken met de verandering in een mans leven van het 'vader worden'.

Ook de uit Amerika overgewaaide trend van een babyshower is een vrouwending. Je kunt je afvragen of het überhaupt verstandig is om het leven van een baby te vieren nog voordat-ie uit de buik is, en of in een kringetje zitten, taartjes eten en rammelaars uitpakken een waardig feest is om een nieuw mensenleven mee in te luiden, maar dat zijn kwesties van smaak. Veel kwalijker is het dat vaders of mannen niet betrokken worden bij dit soort partijtjes, en vaak zelfs expliciet verboden zijn om te komen, alsof het een vrijgezellenfeestje is. Ook ik heb me hier schuldig aan gemaakt. Omdat je maar nooit weet of je eigen vrienden al zwanger zijnde opeens zijn veranderd in mensen die ze nooit waren, vroeg ik Mirte of ze ook zoiets wilde, met luiertaarten en muffins. Godzijdank bleek ze nog gewoon Mirte te zijn, natuurlijk wilde ze dat niet, maar achteraf nam ik het mezelf kwalijk dat ik Niels er helemaal niet naar had gevraagd.

Twee dagen vaderschapsverlof is de grootste middelvinger die de Nederlandse overheid maar kan opsteken richting nieuwe vaders.

Hoe onbenullig iets als een babyshower ook lijkt, het draagt indirect bij aan het in stand houden van een stereotiepe rolverdeling van een werkende vader en zorgende moeder, en in het verlengde daarvan aan ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Serieuzere kwesties in dit vertoog zijn het vaderschapsverlof van een armoedige vijf dagen, en het idee van een 'papadag'. Om bij die laatste te beginnen: die belachelijke term onderstreept alleen maar hoe niet-vanzelfsprekend het is om als man (emotioneel en in de praktijk) fulltime vader te zijn – het klinkt meer als een oppasmiddagje. Het idee dat vaders werktijd inleveren om een deel van de zorg voor een kind op zich te nemen is iets om aan te moedigen, maar juist door dat woord kan niemand het echt serieus nemen; de vaders zelf niet, maar ook de bazen met wie ze moeten onderhandelen over deze 'vrije' dag niet.

Dan vaderschapsverlof: twee betaalde en drie onbetaalde dagen. Dit is de grootste middelvinger die de Nederlandse overheid maar kan opsteken richting (nieuwe) gezinnen en hun eventuele poging om iets van een gelijkwaardige taakverdeling te realiseren. Zelfs na advies van de Europese Commissie in 2013 om dit verlof te verlengen naar twee weken, bleef Nederland lekker in jarenvijftigstijl hangen bij 48 uurtjes voor kersverse vaders. Online krant De Correspondent haalde in het artikel 'Zo krijg je mannen achter het aanrecht'(februari 2014) een Amerikaans onderzoek aan van professor Jennifer Hook, die onderzocht dat hoe langer de man vrij heeft direct na de geboorte van een kind, hoe gunstiger dit uitpakt voor een (eerlijkere) verdeling van zorg voor kind en huishouden. Dit klinkt logisch – als je na twee bizarre dagen alweer gewoon achter je bureau zit en letterlijk niet ziet wat er allemaal nodig is om het leven van een baby 24/7 draaiende te houden, hoe minder begrip je hier waarschijnlijk voor hebt.

In 2015 gaven bedrijven als Facebook, Spotify en Netflix het goede voorbeeld. Je kan daar nu als moeder én als vader fulltime ouderschapsverlof opnemen van 4, 6 en zelfs 12 maanden; net zo vooruitstrevend dus als het innovatieve product dat deze bedrijven verkopen. In Nederland hebben vaders naast die luttele 2 dagen dus recht op nog 3 onbetaalde dagen kraamverlof, en op 26 keer het aantal werkuren per week, wat ze kunnen opnemen tot het kind 8 jaar oud is. De afgelopen 10 jaar groeide het aantal vaders dat hier gebruik van maakte van 6 naar 11 procent. Een vooruitgang natuurlijk, maar nog steeds: 11 procent. Het nieuwsbericht dat nieuws wer d vorig jaar enigszins enthousiast ontvangen, maar het had ook anders ingestoken kunnen worden: 'Godverdomme nog maar 11 procent van de vaders maakt wat tijd vrij voor zijn eigen kinderen – wat is hier in hemelsnaam aan de hand?

Mannen hebben het al zwaar genoeg als aanstaande vaders – des te meer reden om ze op alle momenten dat het kan wél te betrekken bij het krijgen van een kind.

Eind vorig jaar bleek uit onderzoek dat de loonkloof tussen de seksen nog altijd niet overbrugd is: vrouwen in Nederland verdienen gemiddeld 7,2 procent minder dan mannen. Een van de belangrijkste oorzaken daarvan is dat vrouwen veel vaker (28 procent tegenover 2 procent) hun carrière onderbreken in naam van de kinderen – voor zwangerschapsverlof, maar ook wanneer een kind ziek is bijvoorbeeld. In dat laatste schuilt het venijn; zolang vaders níét als vanzelfsprekend verantwoordelijk worden gehouden voor de helft van de zorg voor een kind, blijft het kroost – in veel gevallen – een taak van de moeder.

Mijn ouders woonden niet samen toen ze mij kregen, en toen ik twee jaar was gingen ze ook niet verder als geliefden. Maar wel als mijn ouders, en vanaf het aller begin heeft mijn vader de (helft van de) verantwoordelijkheid voor mij opgeëist. Zelfs tot verbazing van mijn moeder kwam hij mij als baby al ophalen om voor mij te zorgen, en dat is hij altijd blijven doen. Niet een weekend per week plus een woensdagmiddagje, gewoon precies de helft van de tijd; hij zag geen enkele reden waarom dit anders had moeten gaan.

Mannen hebben het al zwaar genoeg als aanstaande vaders. Zij krijgen geen fysieke klaarstoompan van negen maanden en moeten de emotionele band met hun ongeboren en pasgeboren kind helemaal zelf opbouwen. Des te meer reden om op alle momenten dat het kan, vaders wél te betrekken bij hun kind – als ze dat uit zichzelf niet al doen. Aan biologische buitensluiting kunnen we (nog) weinig doen, aan maatschappelijke des te meer.

Dit betoog verscheen in een iets andere versie in de bundel Vrouwen Schrijven Niet Met Hun Tieten , dat dit voorjaar uitkwam bij Atlas Contact en werd samengesteld door Wiegertje Postma , die ook dol is op vaders.

-

Vrouwen praten misschien veel, maar we horen ze te weinig. Daarom is Broadly Nederland er. Like onze pagina.