De eerste keer van Ruffneck
Alle foto's door Boris Postma

De eerste keer van Ruffneck

Ruffneck viert dit jaar zijn 25-jarig jubileum. Ik vroeg hem naar de eerste keer dat hij uitging (waar hij een balbreuk bij opliep) en de eerste keer dat hij een pil nam (nog nooit).
13.4.18

DJ Ruffneck (Patrick van Kerckhoven) lijkt een beetje kribbig als ik hem tref. Of misschien is afwezig een beter woord. Hij heeft zojuist gerepeteerd voor zijn optreden dat morgenvanavond in de Melkweg plaatsvindt. Dat optreden – zijn eerste live solo-show als Ruffneck – heeft nogal wat voeten in de aarde: hij heeft een waanzinnige hoeveelheid sampletjes geknipt die hij live tot een geheel gaat vormen met Ableton-controllers. Een flinke klus moet dat zijn, en er waait nu ongetwijfeld van alles door zijn hoofd. Het verklaart in elk geval waarom hij wat afwezig overkomt. Als we even later een eindje verderop koffie drinken in een café lijkt hij wel een ander mens. Hij vertelt geanimeerd over zijn leven en zijn carrière en de ene na de andere anekdote komt naar boven. Maar ja, dat krijg je als je 47 bent en sinds eind jaren tachtig actief bent als muzikant. Dit jaar viert Van Kerckhoven het 25-jarig bestaan van Ruffneck (vandaar ook dat optreden morgen). Het leek me een goede aanleiding om hem te vragen naar al zijn eerste keren. De eerste keer dat je een plaat kocht.
Dat was Love is all van Roger Glover, uit de jaren zeventig. Daar zat een videoclip bij met een kikker. Ik weet nog dat ik op bed lag en mijn moeder onderaan de trap stond te schreeuwen: “Pat! De kikker!” Dan racete ik de trap af. Ik was denk ik vijf jaar oud. Daarna ging ik naar Mud luisteren, glamrock. Blauwe pakjes erbij, wijde pijpen. Ik weet het nog goed. Mijn oom was mijn grote voorbeeld in die tijd, die had lang haar en hij was heel stoer. Ik wilde hem zijn. Samen met hem luisterde ik dan naar Status Quo, en gingen we samen headbangen.

De eerste keer dat je housemuziek hoorde.
Volgens mij was dat in 1986. Toen was ik al een jaartje of drie aan het draaien. Ik had een plastic draaitafel van de buurvrouw gekregen. Van Philips, met opklapboxjes. Bruin. Er zat volgens mij niet eens een naald aan, maar een spijker. Dan nam ik de singletjes van mijn vader, Alle 13 Goed, dat soort dingen, en daar ging ik dan mee scratchen. Er lag niet eens een slipmat op dat ding. Ik weet nog dat mijn broer toen binnenkwam, en zei: “Klinkt best oké, Pat! Daar moet je wat mee gaan doen.” We woonden in Alblasserdam, en daar was een platenwinkel waar ze een bak hadden met importdingetjes uit Amerika. Daar ontdekte ik platen van The House Sound of Chicago. De eerste housetrack die ik hoorde was Love Can’t Turn Around van Farley Jackmaster Funk. Ik zette die track op, en het leek wel alsof er iets explodeerde in mijn hoofd: dit is de shit. Dit is wat ik mijn hele leven onbewust al in mijn hoofd heb.

Bij die platenwinkel hadden ze ook een boxset van The House Sound of Chicago, met 12 platen. Die kostte 230 gulden; een fortuin voor een ventje van 16 met een krantenwijk. De eigenaar van die winkel wilde hem wel apart voor me houden, dus elke week bracht ik een deel van het geld naar hem. Na maanden mocht ik eindelijk die doos meenemen. Toen ik ‘m net had, kwam er godverdomme een nieuwe box uit, met nog meer platen erin. Nog duurder. Maar ja, die moest ik natuurlijk ook hebben. Ik heb ze nog steeds, trouwens. Ik heb bijna al m’n vinyl weggedaan, maar die platen staan nog altijd in mijn studio. De eerste mixtape die je maakte.
Met vrienden maakten we thuis mixjes met een cassettedeck, door op het goede moment op de pauzeknop te drukken en dan weer verder op te nemen. Dat was nog best lastig, want je moest precies op het goede moment drukken. Later kreeg ik eindelijk de heilige bandrecorder. Dan kon je knippen in de tape, en weer aan elkaar plakken. Als je dan bijvoorbeeld een stottereffect wilde, moest je dat tien keer opnemen en dan steeds knippen en plakken. De eerste keer dat je een liedje maakte.
Ik had ergens een Roland TB-303 gekocht. Ik was al veel bezig met acid, dus dan is het onvermijdelijk dat je een keer op een 303 stuit. Als je niet weet wat dat is en je hebt het nog nooit gehoord, zou je zo’n ding eens neer moeten zetten, zonder handleiding. Dan ga ik erbij zitten en kijken hoelang het duurt voordat je er geluid uit krijgt. Ik heb uren, dagen gezeten. Het wordt nog sneuer, want ik had dat ding eindelijk uitgevogeld toen ik mijn eerste muziekpartner kreeg. Die bracht me een keer thuis. Ik had de 303 onder mijn jas. Ik stap uit, en op het moment dat hij wegrijdt, valt de 303 onder mijn jas vandaan en rijdt hij er zo overheen. Janken, jongen. Verschrikkelijk. Later vond ik gelukkig een nieuwe. Nou, ik had er op een gegeven moment wel vijf staan. Die sound was toen helemaal uit, dus ik kreeg ze aan de straatstenen niet kwijt. Ik heb ze voor vijftig gulden verkocht. Nu krijg je er vijftienhonderd euro voor.

De eerste keer dat je in een club was.
Nou, dat vergeet ik nooit meer, want daar heb ik een balbreuk aan overgehouden. Mijn broer was vijf jaar ouder en die ging al uit. Ik mocht een keer mee, ik denk dat ik twaalf of dertien was. Iedereen in de vriendengroep van mijn broer vond me tof, want ik was zo’n knuffelventje. Een van mijn broers vrienden tilde me op, zo van: heuhhh Patrick! Toen wilde hij me weer neerzetten, maar hij had zo’n riem met een hele grote gesp. Daar viel ik precies op. Dat was wel pijnlijk. De eerste keer dat je in een studio was.
Nou, ik zag mijn eigen kamer als studio. Er stond een bed, maar de rest was eigenlijk alleen maar apparatuur. Ik had een heel ding in mekaar getimmerd van hout, met spulletjes en speakers erop. Ouwe apparatuur: draaitafels, een cassettedeck, totaal niet professioneel. Wist ik veel. De eerste keer dat je je eigen muziek op vinyl in handen had.
Ik had een nummer gemaakt met mijn toenmalige muziekpartner, Jayant Edoo. Stanley Foort, de neef van Lucien Foort, had een stukje voor ons gerapt, en met een TR-808, de 303 en wat samples. We hadden een bandrecorder gehuurd om het op te nemen. Met dat nummer zijn we naar IMC gereden, een label uit Roermond, om het daar te laten horen. Ze zeiden: “Wat is dit nou?” Wij: “House.” Zij: “Nee, we noemen dit cultmuziek.” Wij keken elkaar aan: nou ja, prima, als jij het uit wil brengen. Met die muziekpartner en mij liep het niet goed af. We hadden op een gegeven moment een label, 80Aum, en daarop brachten we Dominator van Human Resource uit, wat een enorme hit was, en waar natuurlijk een hoop geld bij kwam kijken. Maar ja, ik was een nerd die alleen maar in de studio zat en met muziek bezig was. Laten we het erop houden dat ik goed ben opgelicht.

De druppel was toen we een keer moesten optreden in Rotterdam. Ik stond daar met alle apparatuur en hij was er niet. Maar ik moest beginnen. Ik kon het nog wel even rekken, een half uurtje, maar toen moest ik toch echt op. Hij was uren te laat. Ik ging alleen het podium op en precies op het moment dat ik de eerste track aanzette, kwam hij binnen. Hij was laaiend dat ik zonder hem was begonnen. Na de show kreeg ik de volle laag. Toen maakte hij een grove fout, door mijn vriendin uit te schelden. Dat was het enige wat hij niet had mogen doen. Diezelfde avond heb ik al mijn apparatuur bij hem weggehaald.

De eerste keer dat je geld verdiende met muziek.
Volgens mij moet dat nog komen. Och, dat had zo leuk geweest. Nee, het verhaal gaat verder. Ik stopte dus bij 80Aum. Maar we hadden Human Resource getekend en ik was officieel nog labelmanager. Toen ging ik een keer bij IMC, het moederlabel, vragen hoe het zat met al die verkochte platen. Komen daar nog royalties van? Bleek dat er al die tijd gewoon betaald was, maar niet aan mij. Dat is het: ik ben gewoon te goed van vertrouwen, te naïef. De eerste keer dat je het Ruffneck-logo zag.
Het logo is gemaakt door Patrick Moerland, die later ook nog op Ruffneck Records muziek uitbracht onder de naam Reanimator. Het logo is gebaseerd op mijn hoofd, maar dan iets bozer gemaakt. In die tijd had ik een blockhead, en je kunt zien dat de bovenkant van het logo ook plat is. De eerste keer dat je herkend werd op straat.
Dat weet ik niet meer, maar ik weet nog wel wanneer ik het voor het eerst fucking vervelend vond. Ik was boodschappen aan het doen en ik liep door zo’n gangpad en ik merkte ineens dat de mensen die daar werkten allemaal naar mij staarden. Wat verwachten ze dat ik doe? Dat ik een draaitafel tevoorschijn tover en ga scratchen? Ik vond dat zo vervelend. De druppel was toen ik een keer thuis zat en er werd aangebeld. Stond er iemand voor de deur die vroeg: “Woont DJ Ruffneck hier?” Toen was ik er echt klaar mee. Dat was gewoon niet meer cool. Ik weet dat ik een publiek figuur ben, maar ik probeer wel mijn privéleven gescheiden te houden. De eerste keer dat je een pil nam.
Nou, dat moet nog gebeuren. Heel veel mensen geloven het niet, maar ik heb nog nooit drugs gebruikt. Ik heb zelfs nog nooit gerookt, of zelfs maar een sigaret vastgehouden. Muziek is altijd mijn drugs geweest. Mensen vragen altijd: hoe kan je daar nou van genieten? Maar ik zie de geluiden. Ik zie ze gewoon. In kleur en al. Veel mensen hebben dat niet, maar dat is echt heel mooi. Als ik een nummer hoor, dan hoort daar een kleur bij. Dominator van Human Resource is bijvoorbeeld blauw. Donkerblauw. Ruffneck Rules the Artcore Scene is soms zwart en soms oranje. Ik snap niet waarom, want oranje past er eigenlijk niet bij.

De eerst keer dat je in de Melkweg optreedt.
Dat wordt ook meteen de eerste keer dat ik live solo optreed. Vroeger heb ik dat ook wel gedaan natuurlijk, maar dat waren shows met confetti en opblaaspiemels en weet ik het allemaal. Nu wordt het totaal anders. Ik heb een computer en daar hangen een aantal apparaten aan met losse samples. Ik gebruik Ableton Push en allemaal losse stukjes en samples die getriggerd moeten worden. Er is dus geen sequencer die meeloopt en iets blijft doen als ik nergens aanzit. Ik ga letterlijk ter plekke al die tracks verzinnen en opbouwen. Ik wilde in mijn jubileumjaar graag iets extra’s doen. Zo van: fuck jullie allemaal, ik ben beter dan jullie. Ik doe het wel live. Ik zie zo vaak bullshit. Grote namen die ‘live’ gaan en vet veel geld krijgen, en die dan gewoon een usb-stick erin douwen met de hele live-set erop. Ik moet nu echt aan het werk. En ik ga fouten maken, dat kan niet anders. Ik ga dingen te laat instarten, of ik druk ergens op en er gebeurt niets. Of mensen dat gaan merken dat weet ik niet, maar dat is dan maar zo.