Identiteit

De Syrische vluchtelingen die worden opgevangen in de regio

VICE reisde naar de grens tussen Syrië en Libanon om met jonge vluchtelingen te praten wiens jeugd verwoest is door de oorlog.

door Maddison Connaughton
20 april 2018, 10:41am

Alle foto's door Andrew Quilt

Er staan overal tenten in de Libanese Bekavallei. Als je langs B-weggetjes rijdt, zie je krakkemikkige tentjes, gemaakt van UNHRC-dekzeil. Ze staan in de zorgvuldig onderhouden wijngaarden waar de superrijken van Libanon naartoe komen voor wijnproeverijen. Die wijngaarden zijn het thuis van een miljoen Syrische vluchtelingen die de grens met Libanon overstaken sinds de oorlog begon. De instroom van mensen verkleint de kloof tussen arm en rijk; de velden naast statige vakantiehuizen die eruitzien als paleizen zijn gevuld met tentjes.

Het is moeilijk voor te stellen dat aan de andere kant van de grens, op een steenworp afstand, Syrië implodeert.

Vorig weekend werden tientallen burgers vermoord tijdens een dodelijke aanval met chloorgas in Douma, vlakbij de ooit zo glorieuze hoofdstad Damascus. De foto’s die uit de door rebellen bezette enclave lekten waren verschrikkelijk – dode kinderen, hun huid verbrand door gif, met schuim op de mond. De Amerikaanse president Donald Trump voerde als vergelding samen met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk een raketaanval uit tegen het regime van Bashar Al-Assad. Rusland, dat de Syrische president onvermoeid blijft steunen, heeft gezegd dat er “consequenties” zullen zijn voor alle drie de landen.

Het is nu zeven jaar geleden dat de oorlog in Syrië begon. Het land verkeert na al die tijd nog in totale chaos.

Maar over de grens in Libanon gaan de dagen trager voorbij. De jongste vluchtelingen wachten het conflict hier af, op een paar uur rijden van hun geboortedorp waar ze niet naar terug kunnen keren. Jezelf bezighouden is een overlevingstechniek in de Bekavallei. Het laatste wat deze mensen nodig hebben is meer tijd om na te denken over wat ze hebben meegemaakt, of wat nog zal komen. Een doel kan ze afleiden van hun zorgen over eten, spullen en geld. Soms.

“Soms… soms voel ik de druk,” zegt Ibrahim, een twintigjarige jongen uit Aleppo. Hij is de oudste van zes kinderen en woont nu in de Bekavallei. Zijn twee oudste zussen zijn allebei getrouwd en wonen nog in Syrië. “Ik ben de enige die hier voor de familie kan zorgen.”

Het in lunchtijd en we zitten in de ruïne van een huis dat hij vandaag aan het schilderen is. De vloer ligt bezaaid met stukjes cement en de ramen zijn allemaal kapot. Beelden van gebombardeerde huizen in Aleppo komen naar boven. Maar dit gebouw wordt juist gerenoveerd, zodat de eigenaar het kan verhuren aan vluchtelingen die zich meer kunnen veroorloven dan een tent. De familie van Ibrahim hoort daar niet bij.

“Ik werk en spaar zodat ik de huur van de tent kan betalen. De eigenaar van de tent komt langs om zijn geld te eisen,” legt hij uit. “Je krijgt geen kans om uit te rusten. Geen dag vrij om bij te komen of te relaxen. Dat kan niet. We moeten blijven werken. Soms is er niet genoeg werk om eten of huur te betalen. Het is zwaar. Het is een zware situatie.”

Een kamp in de Bekavallei. Foto Andrew Quilty
Foto door Andrew Quilty

Door de implosie van Syrië is het aantal mensen dat wereldwijd noodgedwongen moest vluchten nu hoger dan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Rond de vijf miljoen Syriërs zijn hun thuisland ontvlucht sinds de oorlog uitbrak op 15 maart 2011. Volgens de VN zijn er van die vijf miljoen nu 900.000 geregistreerd in Libanon. Het land barst hierdoor uit zijn voegen. Volgens de lokale bevolking is het aantal mensen dat de grens over vluchtte eerder twee miljoen. Met zoveel vluchtelingen is onderdak een vruchtbare markt geworden. In de Bekavallei vragen landeigenaren tot wel honderd euro per maand aan huur – een niet te bevatten bedrag voor iemand die net alles kwijt is geraakt in een oorlog.

De druk die op families ligt om de huur te kunnen betalen heeft ervoor gezorgd dat Syrische kinderen in Libanon massaal van school af zijn gegaan. Volgens Sana’a Maalouf, die in het Libanese kantoor van de non-profitorganisatie World Vision werkt, zijn er ongeveer 200.000 Syriërs onder de achttien in de Bekavallei. De VN schat dat drie procent van hen het redt tot de middelbare school. Het aantal schoolverlaters rijst de pan uit.

“Toen ik voor het eerst naar Libanon kwam, realiseerde ik me dat het belangrijk was om mijn middelbare school af te maken,” zegt de negentienjarige Ghoussoun, die in 2012 met haar familie uit Aleppo vluchtte. “Mijn droom was om te gaan studeren aan de universiteit, omdat iemand zonder scholing niet hetzelfde waard is. Soms is het lastig, gezien de omstandigheden.”

Ghoussoun (left) en haar zus. Foto door Andrew Quilty
Ghoussoun volgt een kookcursus bij World Vision in de Bekavallei. Ze hoopt hierdoor in een restaurant te kunnen werken. Foto door Andrew Quilty

Ghoussoun heeft geprobeerd om naar school te blijven gaan, maar de lange reis heen en terug bleek teveel voor haar ouders. Dochters worden dichtbij gehouden in de vluchtelingenkampen in de vallei. Seksueel geweld vormt een reële dreiging. Volgens de VN lopen “getrouwde meisjes, waaronder tienermoeders, jongens en meisjes zonder begeleiding, vrouwen en meisjes met een handicap, oudere vrouwen, vrouwelijke gezinshoofden en sociaal gemarginaliseerde groepen” het meeste risico.

“Het is momenteel geen optie om mijn droom na te jagen, omdat de omstandigheden dat niet toelaten,” zegt Ghoussoun terwijl ze in de bescheiden woonkamer in de tent van haar familie zit. Alles is brandschoon en netjes verzorgd. Ze zegt dat ze architect wilde worden, maar nu maakt ze zich klaar om te gaan trouwen.

“Ik ga niet liegen. Toen we nog in Syrië woonden, was ik niet van plan om nu al een relatie te hebben. Ik ben nog maar negentien,” zegt ze. “Ik wilde eerst studeren en dan pas gaan nadenken over trouwen. Toen we hier kwamen en ik me realiseerde dat we niks te doen hadden, zei ik tegen mezelf dat er geen reden was om mijn huwelijk uit te stellen om me te focussen op studeren.”

Ik vraag haar of haar leven hier in de Bekavallei op pauze staat.

“Nee, zo voelt het niet helemaal. Hoe leg ik dit uit. Als iemand geen droom heeft, geen doel dat ze actief najagen, dan heeft het allemaal geen zin,” zegt ze. “Ik bedoel, ja, op het moment zijn onze levens gebaseerd op hoop, maar als ik niks heb om na te jagen, dan leef ik zonder doel. En er is hier en nu niks dat ik probeer na te jagen of te bereiken. Zoals ik zei, onze dromen over studeren zijn dood. Alles is weg.”

Hamad, 18, bouwt een schuilplaats in de vallei. Foto door Andrew Quilty

Hamad, 18, bouwt een schuilplaats in de vallei. Foto door Andrew Quilty

Voor ongeschoolde jongeren is het werk vaak fysiek zwaar. Volgens lokale NGO’s verdienen de meeste ontheemde Syriërs in Libanon twee of drie euro per dag. “Libanon draait op goedkope Syrische arbeidskrachten,” zegt een jonge, Libanese hulpverlener met een zuur gezicht.”

Het is niet ongewoon om jongetjes te zien die bovenop gammele steigers klimmen met een emmer verf in de ene hand en een kwast in de andere. Moeders en hun kinderen zwoegen in de groene velden van de Bekavallei, om de prijswinnende wijngaarden uit de regio te onderhouden. In Beiroet worden de huizen en kantoorgebouwen van de elite uit de hoofdstad gebouwd door kinderen. Ze leggen wegen aan en voeren werkzaamheden uit aan het riool. Syriërs zijn overal in Libanon, onzichtbaar en onontkoombaar tegelijk.

Een moeder kijkt naar haar kind in hun tent in de Bekavallei. Foto door Andrew Quilty

Waarom ze niet weggaan? Ze kunnen nergens heen, zullen ze antwoorden.

Ondanks berichten over mensen die terugkeren naar Aleppo is het voor de meeste mensen nog te gevaarlijk om naar huis te gaan. Er is geen werk. Er zijn geen scholen. Ziekenhuizen hebben te weinig geneesmiddelen. En dat is dan enkel in de steden die niet met de grond gelijk zijn gemaakt door bombardementen van Assads regime. Of overgenomen zijn door Turkse strijdkrachten. Of nog steeds in handen zijn van IS.

“We kunnen nu nog niet terug. Als de oorlog in Syrië niet ophoudt, dan kunnen we niet terug. Ik ben twintig, dus ik moet in dienst,” zegt Ibrahim. “Als je twintig bent, moet je het leger in om te vechten.”

De oversteek naar Europa maken met een smokkelaar is alleen weggelegd voor de rijken. Daar komt nog bij dat het aantal sterfgevallen op de Middellandse Zee tijdens de migrantencrisis van 2015 niet snel vergeten zal worden. “Het is te gevaarlijk om per boot te reizen, en bovendien is het erg duur,” legt Ibrahim uit. “Voor één persoon kost het al gauw zevenduizend euro, en dan moet je via zee reizen. Er is geen garantie dat je levend aankomt. Je riskeert je leven.”

Aan blijven kleven echter ook een hoop risico’s. De spanningen tussen de Syriërs en de lokale Libanese bevolking lopen al jaren op terwijl het land zucht onder het gewicht van de hoogste concentratie vluchtelingen per hoofd van de bevolking ter wereld. Er zijn meer dan een miljoen Syriërs in Libanon, plus 500.000 Palestijnse vluchtelingen, die al decennia op de vlucht zijn van hun eigen conflict. Dit alles in een land dat slechts vier miljoen inwoners telde voordat de oorlog begon.

Een Syrische vluchteling, 18, houdt zijn broertje vast. Foto door Andrew Quilty
Een Syrische man verzorgt de duiven in de Bekavallei. Foto door Andrew Quilty

Kun je je voorstellen hoe dit er op een andere plek zou uitzien? Het zou hetzelfde zijn als wanneer er 4 miljoen vluchtelingen naar Nederland zouden komen, of 81 miljoen in de VS, in een tijdsbestek van slechts een paar jaar. Er zouden rellen uitbreken.

De geschiedenis tussen Libanon en Syrië is beladen. In 1976 vielen Syrische troepen Libanon in onder het mom van het stabiliseren van een land dat verwikkeld raakte in een burgeroorlog. Pas in 2005, na de aanslag op de Libanese premier Rafik Hariri, werden de Syrische troepen het land uit gedreven door demonstranten die geloofden dat de Syrische overheid medeplichtig was aan Hariri’s dood. Pas een paar jaar nadat de soldaten vertrokken vluchtten miljoenen Syriërs de grens over.

Foto door Andrew Quilty

Toch is Libanon niet vervallen in chaos. Het is bijzonder om te zien hoe het land golf na golf van Syrische vluchtelingen heeft opgevangen. Zelfs nadat de instroom van mensen zorgde voor hogere huurprijzen, overvolle ziekenhuizen en regelmatige stroomuitval. De afvalcrisis in het land – die begon nadat de burgeroorlog bijna dertig jaar geleden eindigde – begint langzaam de stranden en straten over te nemen.

Geschat wordt dat de Syrische vluchtelingencrisis de Libanese economie 18,15 miljard dollar heeft gekost. Jongeren vangen de zwaarste klappen hiervan op. De jeugdwerkeloosheid is drie of vier keer hoger dan die van de gehele bevolking. In Wadi Khaled, bij de noordelijke grens nabij de Syrische stad Homs, is de jeugdwerkeloosheid 58 procent.

Zelfs in Beiroet, waar de meest geprivilegieerde jongeren van het land wonen, is er een groeiende ontevredenheid over de toekomst. Studenten die van de beste school van het land komen, de Amerikaanse Universiteit van Beiroet, hebben moeite om werk te vinden. En dat met de hulp van wasta, vertellen twee jonge Libanese mannen me in een bar in de hippe wijk Gemmayze in de hoofdstad, terwijl ze uitleg geven over het ingewikkelde systeem van gunsten, vriendschappen en steekpenningen waar Libanon om draait.

Ik vroeg of er een letterlijke vertaling van wasta is. Een van de jongens lachte en zei: “Corruptie.”

Jongens roken een waterpijp in de Bekavallei. Foto door Andrew Quilty

Zijn vriend, een jonge advocaat die bij een groot accountantsbureau werkt, vertelt me met een ernstig gezicht: “Je moet de waarheid vertellen over wat er hier gaande is,” nadat hij uitlegt hoe moeilijk het is om een baan te vinden in deze economie.

En de waarheid van wat er gaande is, is dat in een land dat draait op wasta, er serieuze problemen aankomen als jongeren die afstuderen van de meest prestigieuze universiteit van het land bang zijn dat ze geen baan kunnen vinden. Slimme jonge mensen met weinig uitzichten, die zich beginnen af te vragen waarom de dingen zijn zoals ze zijn. In mei zullen veel van hen voor het eerst in hun leven gaan stemmen tijdens de Libanese parlementsverkiezingen, die al acht jaar niet meer zijn gehouden.

We drinken onze glazen leeg, en ik maak me klaar om op te stappen, maar de student houdt me tegen. Hij wil iets verduidelijken. Hij heeft geen problemen met de Syriërs, zegt hij, maar met de grotere krachten die meespelen en hun levens zo lastig maken. “Ik heb niet gekozen om Libanees te zijn, net zoals zij niet kozen om Syrisch te zijn. Ik heb niet gekozen om sjiitisch of soennitisch te zijn. Zij ook niet.”

De frustraties van deze jongeren hoor je ook terug in de Bekavallei. Er is een hele generatie van jonge mensen die een groot deel van het afgelopen decennium wachten tot hun levens weer beginnen. In de media staan ze bekend als “de verloren generatie.” Het is niet voor te stellen hoe het eruit moet zien om volwassen te zijn als je jeugd je is ontnomen door oorlog.

Aahed, 19, in haar tent. Foto door Andrew Quilty

De 19-jarige Aahed woont in een tentenkamp in de Bekavallei met haar ouders, broer en haar jonge dochter Douaa. “Dat betekent bidden. In het islamitische geloof maken we douaa, we roepen onze God aan,” legt ze uit terwijl ze de peuter op schoot neemt. “Mijn man koos de naam, niet ik.”

Hij stierf in Aleppo, haar man, toen er een bom viel op het huis dat ze deelden. Als het anders was gelopen, had ze maanden gerouwd om zijn dood, zonder met mensen buiten haar familie te praten, zoals de traditie voorschrijft. Maar nu werd de oorlog elke dag erger. “Er was daar niemand meer voor mij,” vertelt ze over Syrië.

Met de zeven maanden oude Douaa trok Aahed van Aleppo richting de bergen die Syrië van Libanon scheiden. Het plan was om haar ouders te zoeken die anderhalf jaar eerder gevlucht waren naar de Bekavallei. In de chaos van de oorlog werd de reis die een paar uur zou moeten duren er eentje die een paar dagen duurde. Uiteindelijk werd ze herenigd met haar familie, iets wat Aahed niet durfde hopen toen haar ouders Syrië verlieten.

Douaa en Aahed

Hoeveel andere manieren zijn er nog om het verhaal van de Syrische oorlog te vertellen?

In de zeven jaar nadat de oorlog begon, hebben veel journalisten getracht om dit conflict te duiden. Elke draad werd gevolgd; door het Midden-Oosten naar Europa en verder. Ze gaven de wereld een plekje op de eerste rang terwijl de vluchtelingen alles riskeerden – geslagen worden, vervolging, tragedie, racisme en de verstikkende bureaucratie van het humanitaire hervestigingsprogramma – tijdens hun wanhopige zoektocht naar een veilige plek. Maar ontsnappen van de constante dreiging van sterven is iets anders dan daadwerkelijk leven.

“Ze hebben Syrië verwoest, weet je?” zegt mijn chauffeur in Beiroet tegen me, zachtjes, terwijl we door de straten van de stad rijden. Elke bocht die hij maakt gaat gepaard met een duw op de claxon. Ik voelde de noodzaak niet om te vragen wie hij bedoelde met ‘ze’. Iedereen heeft zijn eigen theorie over wie verantwoordelijk is voor de verschrikkingen waar de wereld nog steeds mee worstelt, ook na zeven jaar.

Op een bepaalde manier is de Syrische oorlog een verhaal over hoe de mensen die zeiden dat ze van een land hielden, dat land eigenlijk verwoestten. Hoe een despoot uit angst voor afzetting, rebellen en de opmars van een nieuwe wereldwijde terroristische dreiging en meedogenloze proxy-oorlogen, letterlijk een land verscheurde.

Douaa and haar opa spelen met hun kat. Foto door Andrew Quilty
Aaheds moeder Sourayya, Douaa, en Aahed. Foto door Andrew Quilty

Op een andere manier is deze oorlog het verhaal van hoe een land nooit echt vernietigd kan worden. Hoe er iets blijft voortbestaan – zelfs door aanvallen met chemische wapens, ontvoeringen, groepsverkrachtingen, marteling, moord, kruisigingen, het helse vuur van kanonnen, de verdwijningen en de publieke executies. Hoe sommige dingen niet gedood kunnen worden, omdat ze al lang geleden de grens over zijn gesmokkeld.

“Syrië is mijn moeder,” zegt Aaheds moeder Sourayya tegen me op een middag in de kleine keuken achterin de tent van de familie. Verderop maakt Aahed de oven aan om de lunch klaar te maken.

“Er is veel dat ik haar zal vertellen over Syrië,” zegt Aahed, terwijl ze naar Douaa gebaart. “Ik zal haar vertellen over hoe we leefden. Hoe onze levens waren, en hoe ze werden na de oorlog. Alle mooie delen van onze levens die we mee hebben gemaakt.”

Ze verstilt. Heel even ziet ze eruit als een meisje van 19.

“Ik hoop dat haar leven beter wordt dan dat van ons,” gaat Aahed verder, terwijl ze naar haar dochter kijkt. “Insjallah. Ik hoop dat we terug kunnen naar Syrië. Ik zou vandaag gaan als het kon. Ik hoop dat de situatie beter wordt, zodat we terug kunnen naar hoe het was, en het nog beter maken.”

Foto door Andrew Quilty
Foto door Andrew Quilty
Foto door Andrew Quilty
Foto door Andrew Quilty
Foto door Andrew Quilty
Foto door Andrew Quilty
Foto door Andrew Quilty
Foto door Andrew Quilty
Foto door Andrew Quilty
Foto door Andrew Quilty

Tagged:
ISIS
BASHAR AL-ASSAD
aleppo
Fotografie
vluchtelingen
Free Syrian Army
Douma
vluchteling
Afrin