Het meeroudergezin van Sara Coster. Tekening door een dertienjarig klasgenootje van haar zoon.

Het wordt nu echt tijd dat meeroudergezinnen door de wet worden erkend

Precies een jaar geleden verscheen er een rapport waarin werd geadviseerd om meerouderschap te erkennen. Inmiddels zijn we een jaar verder, en is er weinig veranderd.

|
dec. 7 2017, 11:11am

Het meeroudergezin van Sara Coster. Tekening door een dertienjarig klasgenootje van haar zoon.

Wanneer een homostel of lesbisch koppel een kind op de wereld wil zetten, kunnen ze hulp inschakelen van een draagmoeder of donorvader. Zelf ben ik bijvoorbeeld opgevoed door twee moeders, en werd ik alleen door hen opgevoed. Mijn biologische vader speelde dus geen ouderlijke rol.

Had hij dat wél gedaan, dan hadden we onszelf een meeroudergezin kunnen noemen: een gezin waarbij meer dan twee ouders zich verantwoordelijk stellen voor de opvoeding van een kind. Dat kunnen drie ouders zijn, maar ook vier, bijvoorbeeld wanneer twee homoseksuele mannen en twee lesbische vrouwen een gezamenlijk ouderschap aangaan. Twee jaar geleden verscheen er op VICE een interview met een gezin dat zelfs uit vijf ouders bestond.

Maar volgens de Nederlandse wet bestaan gezinnen in deze vorm eigenlijk helemaal niet. Kinderen kunnen namelijk maar twee juridische ouders toegewezen krijgen, waardoor elke ‘extra’ ouder wettelijk gezien niets over het kind te zeggen heeft. Deze ouders mogen hun kind bijvoorbeeld niet inschrijven bij een school, maar kunnen ook in de problemen komen als ze met hen op vakantie gaan, en bij de grens niet kunnen aantonen dat ze ouder-en-kind van elkaar zijn. Hoog tijd dat daar dus iets aan gaat veranderen, vinden de actiegroep Ouderschapscoalitie en stichting Meer dan gewenst, die zich beiden inzetten voor het roze ouderschap. De wetgeving moet eens flink op de schop.

Om erachter te komen waar deze meeroudergezinnen precies tegenaan lopen, en hoe ze door een nieuwe wetgeving geholpen zouden zijn, belde ik er een aantal op. Maar voordat we daar naartoe gaan, zetten we eerst even een paar stappen terug in de tijd. Exact een jaar, om precies te zijn.

Op 7 december 2016 presenteerde de commissie Wolfsen namelijk het rapport ‘Kind en ouders in de 21ste eeuw.’ Deze staatscommissie, een team van deskundigen op het gebied van kinderrechten en het Nederlandse personen- en familierecht, is in 2014 door de overheid in het leven geroepen om te onderzoeken of zo’n wetswijziging ook het beste voor het kind zou zijn, en hoe het er vervolgens concreet uit zou kunnen zien.

Het advies dat in dit rapport stond, was dat een kind door maximaal vier ouders erkend zou moeten kunnen worden, en dat er vier ouders gezag zouden moeten kunnen uitoefenen. Voor de geboorte zou er dan een meerouderschapsovereenkomst moeten worden getekend. Daarin staan bijvoorbeeld afspraken over zorg- en opvoedingstaken en de verdeling van de financiële lasten. Voordat de bevruchting plaatsvindt moet die overeenkomst worden voorgelegd aan een rechter, en die beoordeelt vervolgens of de afspraken wel waterdicht genoeg zijn, en in het belang van het kind.

De commissie Wolfsen adviseerde ook dat er een goede regeling voor het draagmoederschap moet komen, aangezien die ontbreekt. Daardoor kunnen zowel draagmoeders als wensouders in een kwetsbare positie terechtkomen – bedenk maar wat er gebeurt als een van de twee zich vroegtijdig uit het traject terugtrekt.

Hoewel het vandaag dus alweer precies een jaar geleden is dat dit rapport uitkwam, is er nog steeds nauwelijks iets mee gedaan. Pas vorige week liet de verantwoordelijke minister Sander Dekker weten dat hij met deze aanbevelingen aan de slag gaat. Dat wil zeggen: eerst moeten er nog een aantal onderzoeken plaatsvinden – bijvoorbeeld naar hoe deze voorstellen aansluiten op de huidige wet. Wanneer deze onderzoeken uitgevoerd gaan worden, en door wie, zal hij in januari bekend maken.

Dat dit tot nu toe allemaal wat langer heeft geduurd, valt natuurlijk deels te wijten aan het trage verloop van de kabinetsformatie. Maar ook niet iedereen ziet het belang in van zo’n wetswijziging. Hoogleraar Jeugdbescherming Ido Wijers vroeg zich bijvoorbeeld in een opiniestuk in het NRC af of meeroudergezinnen “in de huidige situatie werkelijk zo slecht af” zijn; voor alle dingen waar ze tegenaan lopen zijn volgens hem binnen ons rechtssysteem genoeg oplossingen te verzinnen. Dus welk verschil zou zo’n nieuwe wet nou precies maken?

Tijd om het de meeroudergezinnen zelf te vragen. Te beginnen met Timo Huijzendveld (33), die samen met de moeders Eke en Cornely Krijnen een drie-oudergezin vormt voor de zes maanden oude Jakob Tonke. Timo is de biologische vader van Jakob Tonke, maar wettelijk gezien niet.

"Uiteindelijk kunnen we hem heus wel opvoeden zonder alledrie officieel ouder te zijn,” zegt hij. “Waarschijnlijk. Hopelijk. Maar er zal zich net een situatie voordoen waarin de wet niet voorziet, zoals voogdij- en omgangsregelingen bij overlijden van de juridische ouders. En dan zijn zowel ouders als kind de dupe."

“Een goede wetgeving zou ook kunnen bijdragen aan emancipatie,” gaat Timo verder. “Misschien dat mensen het dan eerder vanzelfsprekend gaan vinden dat dit soort gezinnen bestaan.”

Ido Weijers zei ook dat meeroudergezinnen überhaupt niet goed zijn voor een kind. Want hoe meer ouders een gezin heeft, hoe groter de kans is dat er een scheiding plaatsvindt. Het gevolg daarvan is volgens hem een situatie die voor het kind “bijzonder complex en instabiel” is.

Timo brengt daar tegenin dat er geen enkel bewijs is dat meeroudergezinnen vaker scheiden, en dat ook twee-oudergezinnen heus geen garantie zijn voor een probleemloze opvoeding. Maar eigenlijk gaat die hele discussie voorbij aan waar het nu echt om gaat, zegt hij. “Die gezinnen zijn er nu eenmaal, of je het leuk vindt of niet. Dan kunnen we er ook maar beter meteen voor zorgen dat de wet op de realiteit aansluit. Want áls het misgaat tussen meeroudergezinnen, dan is het van belang dat het goed geregeld is, juist om te voorkomen dat het kind in een 'bijzonder complexe en instabiele situatie' komt."

Cijfers over het aantal meeroudergezinnen zijn moeilijk te vinden, omdat ze niet geregistreerd worden. Maar volgens Sara Coster (52) groeit het aantal snel. Sara coacht mensen die een co-ouderschap overwegen, en is bestuurslid van Meer dan gewenst. Voor deze stichting organiseert ze informatiebijeenkomsten en speeddatesessies, en daar komen steeds meer mensen op af. “Vooral de homoseksuele mannen lijken nu echt een inhaalslag te maken. Lesbische stellen hebben die stap al veel eerder gezet.”

Sara is zelf moeder in een meeroudergezin. Samen met een homoseksueel stel – Simon en Luca – kreeg ze twee zoons: Lorenzo (12) en Claudio (10). Simon is de biologische vader van Lorenzo, en Luca van Claudio. Aangezien de zoons naast Sara maar één andere juridische ouder mogen hebben, is Simon dus wettelijk gezien niet de vader van Claudio, en Luca niet die van Lorenzo.

Sara legt uit dat het allereerst gevoelsmatig nogal vreemd voelt om de ouder van een kind te zijn, terwijl je dat voor de wet niet bent, zegt Sara. “Toen we voor de eerste keer bij de notaris zaten voor Lorenzo, vroeg de notaris: Wie wordt níet de vader van het kind? Dat was erg pijnlijk.”

Als Luca een keer met Lorenzo op pad gaat is het te hopen dat er geen ongelukken gebeuren: dan mag hij geen toestemming geven voor een doktersbehandeling. Toen Lorenzo een keer daadwerkelijk naar de eerste hulp moest, vroeg Luca daarom aan Sara of zij met Lorenzo mee wilde gaan. “Gelukkig is het nooit heel erg misgegaan,” zegt ze. “Maar je moet er wel altijd rekening mee houden.”

Ook met oog op de toekomst is het problematisch dat niet elk kind door iedere ouder erkend kan worden, benadrukt Sara: “Als een van de ouders later oud is en behandeld moet worden, moet je daar als kind ook toestemming voor kunnen geven. Je wil er toch voor je ouders kunnen zijn?”

Het gezin van Hein Rijkenberg (54) bestaat zelfs uit vier ouders. Samen met zijn vriend Peter Sweers en de moeders Yvonne Koene en Jet de Waard hebben ze twee zoons grootgebracht: Floris en Lennart. Zelf is hij biologisch gezien - en wettelijk - alleen de vader van Floris, en Peter juist alleen van Lennart. Ook de vrouwen hebben allebei één van de twee kinderen erkend.

Floris en Lennart zijn inmiddels 23 en 21 jaar oud, en nemen hun eigen beslissingen. Eigenlijk is de eventuele wetswijziging dus wat aan de late kant voor dit gezin. "Als we onze zonen allemaal hadden kunnen erkennen, had dat ons meer zekerheid gegeven," zegt Hein. "Het regelen van het erfrecht was bijvoorbeeld een enorm gedoe. We hebben veel met juristen gezeten, wat trouwens ook een hoop geld kost. Uiteindelijk hebben we een ingewikkelde constructie bedacht. Iedereen is tegelijkertijd de pleegouder van het kind dat hij of zij niet erkend heeft. Dat zou niet nodig moeten zijn."

Deze meeroudergezinnen zien de wetgeving dus liever vandaag dan morgen veranderen. Er is in ieder geval één reden tot optimisme: als de Tweede Kamer namelijk eenmaal voor de wetswijziging gaat stemmen, is er een grote kans op een meerderheid. Acht partijen ondertekenden eerder dit jaar het Regenboos Stembusakkoord – waarmee ze aangaven vóór zo’n wetswijziging te zijn.

Voordat het zover is, moeten er eerst een aantal onderzoeken worden uitgevoerd. Wat in principe logisch is, want je moet nu eenmaal goed uitzoeken welke gevolgen zo’n nieuwe wetgeving heeft voor de huidige situatie. De commissie Wolfsen gaf nota bene zelf in haar adviesrapport aan wat er nog moest worden uitgezocht: de fiscale gevolgen bijvoorbeeld, of wat het betekent dat kinderen vaker een meervoudige nationaliteit krijgen.

De ouders uit meeroudergezinnen die ik sprak hopen echter wel dat het hierbij blijft, en dat er geen onderzoeken worden gedaan naar onderwerpen die de commissie niet heeft genoemd. Dat dreigt namelijk wel te gebeuren: op het lijstje van minister Dekker staan ook de onderwerpen echtscheiding, alimentatie en de positie van grootouders. Voor de stichting Meer dan gewenst is het hoe dan ook duidelijk: “Het is in het belang van alle ouders en betrokken kinderen dat de minister het gaspedaal verder indrukt, om de wet in werking te stellen.”

Het zou overigens niet de eerste keer zijn dat een wetgeving rondom ouderschap wat lang op zich laat wachten. Kinderen mogen zich ook pas sinds 2014 laten erkennen door een tweede moeder – zelf was ik toen allang meerderjarig. Al moet ik mijn moeders nageven dat ze er ook wel erg vroeg bij waren. Voor deze meeroudergezinnen is het in ieder geval te hopen dat het gaspedaal daadwerkelijk stevig wordt ingedrukt.

Meer VICE
VICE-kanalen