Wetenschappers digitaliseren hun gespietste insectencollectie

Het project Zoosphere digitaliseert fragiele exemplaren van opgezette insecten om ze zo beschikbaar te maken voor entomologen over de hele wereld.
04 juli 2016, 7:32am

Minuscule biologische exemplaren per post versturen naar entomologen in verschillende landen zit vol risico's. Soms raken ze beschadigd onderweg naar hun eindbestemming of raken ze zelfs kwijt.

Onderzoekers van het Berlijns Natuurwetenschappelijk Museum wilden deze problemen aanpakken met een project genaamd "Zoosphere." Voor dit project hebben ze ongeveer 80 insectsoorten gedigitaliseerd uit een collectie van een paar miljoen exemplaren, zodat ze de details zonder risico's kunnen delen met collega's.

"We sturen liever geen insecten rond omdat die kwijt kunnen raken in de post. Maar zo kunnen onze collega's in vergelegen delen van de wereld veel onderzoek niet doen, tenzij ze naar ons toe komen," vertelde Thomas von Rintelen, projectmanager van Zoosphere mij over de telefoon. "Zoosphere is een tool die 3D beelden maakt van deze insectsoorten. Zo wordt onze collectie gratis voor iedereen beschikbaar."

De Pancala viridescens. Beeld: ZooSphere

Om een insectsoort in kaart te brengen, moeten de onderzoekers het insect op een speciaal dienblad leggen. Vervolgens moeten ze er rondjes mee draaien, zodat de camera het insect vanuit elke hoek kan bekijken. Het proces neemt een paar uur in beslag. In totaal worden er een paar honderd foto's gemaakt, waarvan vervolgens een 3D plaatje gemaakt kan worden. Het uiteindelijke resultaat geeft gebruikers de mogelijkheid om het insect vanaf hun computerscherm vanuit alle hoeken te bekijken. De beelden zijn gelinkt aan de soortnaam en worden door entomologen gebruikt als referentiepunt wanneer ze vergelijkbare soorten van dezelfde familie beschrijven en categoriseren.

Volgens Martin Pluta, een bioloog en programmeur van het Berlijns Natuurwetenschappelijk Museum, hebben de digitale modellen een aantal voordelen boven de echte exemplaren. Gebruikers kunnen inzoomen en de exemplaren vanuit elke hoek bekijken zonder bang te zijn dat ze het beschadigen. Ook hoeft het museum de waardevolle exemplaren niet meer rond te sturen. Op deze insectsoorten worden nieuwe namen en beschrijvingen van nieuwe soorten gebaseerd.

De gespiesde Canthon auricollis lijkt door de lucht te zwemmen. Beeld: ZooSphere

Pluta en von Rintelen erkenden wel dat er nog steeds een aantal dingen waren die de beelden niet in kaart brengen. Wanneer onderzoekers bijvoorbeeld de genitaliën van een insect zouden willen bestuderen dan is dit erg moeilijk – die zitten namelijk binnenin.

In hun volgende stap willen ondezoekers hun project opschalen. Ze hopen de insecten in de toekomst sneller in beeld te kunnen brengen en daarbij hun software en apparatuur beschikbaar te maken voor andere musea en onderzoekers.

De Eucorysses iris. Beeld: ZooSphere

Pluta stelde voor om betere camera-apparatuur te gebruiken voor 4D beelden, wanneer dat voor een redelijke prijs beschikbaar zou komen. "We willen de technologie verbeteren, aangezien het in beeld brengen van een insect momenteel twee tot vier uur duurt," zei hij.

Uiteindelijk hopen Pluta en von Rintelen dat de ontwikkelingen in technologie het binnenkort ook voor andere musea in de wereld mogelijk maken om hun exemplaren van fragiele insecten op spiesjes te bewaren, in naam van de wetenschap.