​Het tijdperk van de mens hoeft niet per se met een atoombom te beginnen

Het hoeft niet.
30.8.16
Beeld: Wikipedia

Maandag hebben wetenschappers van de Werkgroep van het Antropoceen (WGA) definitief hun advies uitgebracht aan de vereniging van geologen (ICS): we leven daadwerkelijk in het tijdperk van het antropoceen.

Het begin van dit tijdperk van de mens wordt nu op het jaar 1945 gepind, vanwege de laag plutonium die vanaf dat moment overal op aarde lag. Elk tijdperk heeft een beginpunt nodig, en de eerste twee atoombommen zijn een overtuigend startschot. In de meeste kranten, zo ook in The Guardian, stond dan ook zo'n soort foto:

Welkom in het antropoceen!

Het is nogal morbide, en het speelt in op onze neiging tot Apocaholisme. Maar het beginpunt is belangrijk, omdat we daaraan de menselijke relatie tot de natuur zullen meten. Is die enkel destructief, of kunnen wij ook iets goeds doen? Het is duidelijk welke van de twee zienswijzen nu de overhand heeft. Andere gegadigden voor een begintijd zijn namelijk 1492, toen de pest zich kon verspreiden van Europa naar Amerika, de kleine ijstijd in 1610, een gevolg van de enorme sterfte, of The Great Acceleration in 1950. Dat is het moment dat de moderne economie op gang kwam en de natuur bedekt raakte onder een dikke laag plastic en CO2.

De mens maakt de aarde kapot. Dat is wat deze startpunten zeggen. Het is al moeilijk genoeg om een constructieve toekomst te formuleren, maar als er continu zo'n molensteen van schuld om onze nek hangt wordt het nog iets lastiger.

Laat het duidelijk zijn: de opkomst van de moderne beschaving is zonder enige twijfel gepaard gegaan met een gigantische destructie van de natuurlijke wereld. De invloed van de mens op de natuur is groter dan die van de natuur zelf. Jaarlijks verplaatsen wij meer grond dan alle rivieren bij elkaar, creëren wij meer stikstof voor de landbouw dan alle bacteriën in de wereld en stoten we tientallen keren meer koolstof uit dan alle vulkanen bij elkaar. Tot in de verste uithoeken van de aarde ligt een dun laagje plutonium, plastic en roet.

Een van de gevolgen hiervan is dat het tempo waarmee dieren op dit moment uitsterven nog nooit zo hoog heeft gelegen – in ieder geval niet sinds die komeet 66 miljoen jaar geleden insloeg. Er zijn naar schatting 10 miljard dierensoorten op de wereld, waarvan we er nu pas 2 miljoen kennen. "We sluiten het evolutionaire boek voordat we het gelezen hebben," zei de vooraanstaande Britse kosmoloog Lord Martin Rees gister in The Guardian.

Elk tijdperk heeft een startdatum nodig. Als we nu inderdaad in een begintijd leven, laten we dat begin dan zoeken in iets waar we op voort kunnen bouwen

We moeten een nieuwe omgang met de natuur vinden, zo veel is wel duidelijk. Maar de mens staat niet alleen voor destructie en dood. Als we nu inderdaad in een 'begintijd' leven, laten we dat begin dan zoeken in iets waar we op voort kunnen bouwen.

Ik sprak kort met Christian Schwaegerl, een Duitse journalist die sinds 2010 over het antropoceen schrijft en er een boek over publiceerde. Hij is geen blinde optimist, en hij wil de mens niet verexcuseren door er een mooi plaatje aan te hangen. Maar er zijn elegantere startpunten denkbaar. Volgens Schwaegerl zijn de kabels van glasvezel evengoed een aankondiging van het antropoceen die overal ter de wereld te vinden zijn – in de grond, op de zeebodem en langs rivieren. Of de kristallen van ballpoints, waarvan er miljarden schadeloos in het gesteente van de toekomst opgenomen zullen worden. Mensgemaakt en onnatuurlijk, maar evengoed erg mooi.

We moeten ons volgens Schwaegerl richten op "waar ideeën vandaan komen," zoals steden. "Steden bestaan al duizenden jaren, maar de megasteden van de 21ste eeuw zijn uniek. Als die straks 3 tot 5 procent van het landoppervlak bedekken, dan hebben we het over een totaal nieuw landschap." Steden zijn efficiënt en in sommige gevallen natuurlijker dan het platteland. Een stad als Berlijn is veel dierrijker dan de rest van Oost-Duitsland, waar een industriële monocultuur het leven voor de meesten dieren onmogelijk heeft gemaakt.

De stad als ecologisch brandpunt. Een plek waar de integratie tussen natuur en cultuur voor het eerst succesvol is. Dat zou een mooi symbool zijn voor de 21ste eeuw. Een streven, in plaats van een zelfvervullende dystopie.

Het antropoceen kan dan nog steeds beginnen rond 1950 – de tijd van de Great Acceleration en het moderne leven dat wij kennen. Alleen hoeft niet elk bericht over het antropoceen meer met dit plaatje te beginnen:

Maar kan het ook een keertje zo:

Niet om te ontkennen dat de invloed van de mens op de natuur schadelijk is. Niet om een blind techno-optimistisme aan te moedigen, maar als alternatief op het loodzware apocaholisme dat zo oververtegenwoordigd was in de berichten die de afgelopen 24 uur overal ter wereld op de voorpagina belandden.