De laatste overlevenden van Hiroshima vechten nog steeds tegen kernwapens
Dr. Shuntaro Hida met andere bezoekers op de conferentie. Beeld: Mari Shibata

De laatste overlevenden van Hiroshima vechten nog steeds tegen kernwapens

“Als ik iets moet kiezen dat na mijn dood voortleeft, dan is dat de strijd om kernwapens de wereld uit te helpen.”
13.9.18

Duizenden mensen verzamelden zich in augustus 2015 in het Park van de Vredesherdenking in Hiroshima. Ze houden een minuut stilte om alle slachtoffers te herdenken die 70 jaar geleden omkwamen door ’s werelds de eerste atoombom. De Japanse premier Shinzo Abe zei in een toespraak bij de ceremonie dat Japan, als het enige land ter wereld dat ooit geleden heeft onder een nucleaire aanval, een “belangrijke missie” had om nucleaire ontwapening te bevorderen.

Advertentie

Maar de toekomst van die missie wordt in twijfel getrokken door de overlevenden, die de pijn van die dag 70 jaar geleden nog steeds met zich meedragen.

De dag ervoor organiseerde Nihon Hidankyo, de enige nationale organisatie in Japan voor atoombomoverlevenden, voor de laatste keer een conferentie voor de overlevenden van de atoombommen in Hiroshima en Nagasaki - ook wel de Hibakusha genoemd. De secretaris-generaal van de organisatie, Terumi Tanaka, uitte zorgen dat het in hun leven niet meer zal lukken om hun gevecht voor een atoomwapenvrije wereld te winnen.

“Wij als Hibakusha, worden dit jaar gemiddeld 80 jaar oud. De moeite die we hebben gedaan om te lobbyen voor de gezondheidszorg van overlevenden duurt ondertussen al meer dan 50 jaar en het heeft zijn tol geëist,” vertelt hij aan Motherboard. “We zijn niet langer in staat om de lichamelijke en psychische gebreken die met ouderdom komen te boven te komen. We hebben hulp nodig van jongere generaties om ons erfgoed aan door te geven; als ik iets moet kiezen dat na mijn dood voortleeft, dan is dat de strijd om kernwapens de wereld uit te helpen.”

Terumi Tanaka, de secretaris-generaal van Nihon Hidankyo. Beeld: Mari Shibata

De 86-jarige Nobo Miyake - die maar 1,8 kilometer verwijderd was van het epicentrum van de Amerikaanse atoombomaanval op 6 augustus 1945 – is een van de weinige Hibakusha die zich nog steeds bij publieke gelegenheden uitspreekt in het gevecht tegen atoomwapens. Nadat hij net terugkwam van een twee weken durende boottour voor de vrede, stond hij vastberaden voor een publiek van zo’n 300 man om te delen wat hij heeft meegemaakt.

Advertentie

“Ik was die ochtend rond kwart over acht onderweg in een tram van het station van Hiroshima naar mijn moeder, toen ik plotseling een fel blauw licht zag op het plafond van de wagon” vertelt hij. “Ik wist niet wat het was, ik dacht dat er een ongeluk was gebeurd of iets dergelijks. En toen - terwijl ik probeerde te beslissen of ik uit de trein zou stappen of niet – sloeg de bom in.”

De uraniumhoudende bom ‘Little Boy’ werd 580 meter boven een t-vormige brug gegooid op de kruising tussen de rivieren Honkawa en Motoyasu. Zo’n 80.000 mensen waren op slag dood door de inslag of door de vuurstormen die erop volgden. De explosie, die gelijk stond aan 12.000 tot 15.000 ton TNT, vernietigde naar schatting twee derde van de gebouwen van Hiroshima binnen dertien vierkante kilometer. “Ik kon niets zien vanwege de rook en de as die een radioactieve zwarte regen veroorzaakten, dus ik bleef op de grond liggen” vertelde Miyake. “Toen die opklaarde, zag ik de totale vernietiging; er waren geen gebouwen meer over, de stad stond in brand.”


Bekijk onze nieuwe docu: ‘Atoomsoldaten: Proefkonijnen van de Koude Oorlog’


“Ik rende zo snel als ik kon met een verbrande hand naar het huis van mijn moeder,” ging Miyake verder. “Gelukkig was het maar vijf minuten van waar ik was en leefde ze nog toen ik haar vond. Ik vertrok naar het zuiden en droeg haar op mijn rug, voorbij de vele lijken die in de rivier dreven en alle mensen die schreeuwden vanwege hun ernstige brandwonden. Ze waren zo uitgedroogd dat ze het zwarte water vol chemicaliën van de bom opdronken. Ik kon het leger overhalen om mijn moeder mee te nemen met de andere gewonden in een truck. We hadden het geluk dat, nadat haar verwondingen werden verzorgd, ze het overleefde, hoewel ze jarenlang pijn bleef houden. Geen van de anderen op het voertuig overleefden de reis.”

De aanwezige Hibakusha werden tijdens de conferentie gevraagd om op te staan. Beeld: Mari Shibata

Nadat Miyaka zijn speech afsloot, viel hij op de grond. Het aanwezige publiek was geschokt en het personeel rende naar het podium om hem te helpen, vrezend voor het ergste. Gelukkig was hij niet op zijn hoofd gevallen. Enkele minuten later, stond hij op en nam hij plaats op zijn stoel.

Advertentie

Nu kreeg Susumu Nishiyama het woord, die vroeg om een stoel om zijn ervaring van Nagasaki kan delen, waar Amerikaanse strijdkrachten hun tweede atoombom gooiden op 9 augustus om 11.02 uur lokale tijd. De bom ontplofte ongeveer 500 meter boven de grond en doodde meer dan 70.000 mensen.

“Ik was aan het werk in een fabriek, 2,8 kilometer van het epicentrum verwijderd, toen ik een licht zag. Het was alsof ik een cameraflits zag, maar dan tienduizend keer tegelijk” zegt hij. “De fabriek werd spierwit. Op de vloer lag overal glas, als kruimels zeezout. Het geluid van de motoren stopten. Het enige wat ik daarna kon horen waren stemmen vanuit de schuilkelder van de fabriek. Ze schreeuwden om medicijnen en verband, terwijl buiten de rook de hemel volledig bedekte, boven een meer van vuur.”

Nishima, een schrijver en kunstenaar die al decennia lang zijn standpunten over een kernwapenvrije wereld deelt, is bezorgd over de toekomst van het land waar hij misschien binnenkort geen deel meer van uitmaakt.

“Het beste dat ik kan doen, is hier zijn en hopen dat toekomstige generaties onze verhalen zullen blijven vertellen.”

“Nu onze overheid wetten heeft goedgekeurd die het toestaan dat Japanse strijdkrachten voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog weer in het buitenland mogen vechten, maak ik me grote zorgen over de toekomst van dit land, dat terug lijkt te vallen op zijn oude manier van doen,” zegt hij. “Terwijl wij, de enige mensen die de consequenties van een atoombom volledig begrijpen, met steeds minder zijn, proberen ze ook deelname aan conflicten te rechtvaardigen. De VS moest het nucleaire wapen voor de tweede keer gebruiken op mijn stad, om de Japanse Keizer in te laten zien dat hij tegen zijn eigen volk had gelogen over hun prestaties in de oorlog. Het leidde uiteindelijk tot zijn overgave, nog geen week later op 15 augustus 1945. Ik wil dat mijn land zoiets nooit meer overkomt, zelfs niet na mijn dood.”

De oudste persoon in de kamer – die toevallig achter me zat – was de 98-jarige voormalig dokter Shuntaro Hida, die de atoombom in Hiroshima overleefde en daarna uitvoerig onderzoek deed naar zijn gevolgen. “Ik ben ook naar Londen geweest! Ik heb flink wat vrienden daar,” vertelt hij me enthousiast met een glimlach die zijn zachte stemgeluid overstemt. “Hoewel ik graag terug zou gaan om de hele wereld te overtuigen om afstand te nemen van kernwapens, is het onmogelijk voor me om nu nog te reizen. Terwijl ik me zorgen maak over de toekomst van dit land, gezien de recente ontwikkelingen, zit ik vast in deze rolstoel en is communiceren met mensen moeilijk. Het beste wat ik kan doen is hier aanwezig zijn en hopen dat toekomstige generaties onze verhalen zullen blijven vertellen.”

Te fragiel om zich veel te bewegen, begroette hij mede-overlevenden en jonge student-activisten. Zijn enthousiaste was oprecht en hij glimlachte voortdurend – maar toen een familielid bezorgd raakte over de hoeveelheid aandacht die hij kreeg, duwde zij hem vlug weg uit de zaal.

Volg Motherboard op Facebook, Twitter en Flipboard.