De psychologie achter angst: waarom mensen van horrorfilms houden

Van de bioscoop tot het nieuws, onze consumptie van gruwelijke beelden spreekt boekdelen over onze psyche.
23.11.15
Een scene uit de psychologische thriller  Psycho uit 1960. Beeld met dank aan BFI en BFI Cult Strand.

Het horrorgenre bewandelt een dunne lijn tussen fictie en realiteit. Of je nou de nieuwste martelporno kijkt of het achtuurjournaal aanzet, angstgevoelens worden regelmatig via videobeelden geconsumeerd. Beeldbewerker Kieron Brennan staat al 25 jaar achter de camera. “We kijken nu eenmaal graag naar enge beelden,” zegt hij.

Veel psychologen zijn het met hem eens, van Freud in Uncanny tot Aristoteles in Catharsis. Anouchka Grose is psychoanalist en schrijfster. Ze vertelt: “Horrorfilms kunnen een hele positieve manier zijn om in een veilige omgeving te onderzoeken wat voor angsten mensen hebben, wat ze verontrust.” Grose legt uit dat menselijke impulsen als agressie en seks meestal onderdrukt worden om te kunnen functioneren in de maatschappij. Ze zegt dat dit soort driften meestal het podium krijgen in horrorfilms, naast ongepaste gedachten over het onmogelijke, schandelijke of onbekende. "De ontspoorde gedachten die ineens je hoofd in schieten als je op de trein staat te wachten, bijvoorbeeld."

Met voyeurisme en geweld een onprettige jeugd onderzoeken in de film  Peeping Tom uit 1960. Beeld met dank aan BFI.

“Met horrorfilms worden die gedachten in toom gehouden,” zegt Grose. “Het is een manier om ze te ervaren, om je er in onder te dompelen en ze dan achter te laten in de bioscoop.” Er zijn talloze redenen waarom horrorfilms zowel een gezonde manier zijn om te genieten van seks en geweld, maar ook een zeker risico voor de kijker met zich mee kunnen brengen.

Het British Board of Film Classification (BBFC) is een onafhankelijk orgaan dat videomateriaal herziet voor het publiek. Films krijgen een leeftijdsstempel en ze kijken of films mogelijk persoonlijke of maatschappelijke schade aanrichten. Een beetje zoals de Nederlandse Kijkwijzer dus. Volgens de richtlijnen van de BBFC moeten films misschien worden aangepast voor vertoon in een bioscoop, als ze de kijker “ongevoelig maken voor het effect van geweld, het empathisch vermogen verminderen of een ongezonde fantasie versterken”.

A Serbian Film, een controversiële horror uit 2010, is een goed voorbeeld. De film bevat misselijkmakende scènes met seksueel geweld, waaronder tegen kinderen. Om aan publiek vertoond te worden moest in totaal 3 minuten en 48 seconden film verwijderd worden.

Hellraiser, 1987. Nog een klassieke horror die beperkingen onderging voor de release. Hij is best smerig. Beeld met dank aan BFI.

Catherine Anderson, hoofd communicatie van BBFC, zegt dat vooral pornografische beelden grondig onderzocht worden. “Dat is om zeker te zijn dat er een professionele afstand bestaat, waardoor de negatieve invloed van herhaaldelijke blootstelling enigszins verminderd wordt.”

Gemiddeld bekijkt een enkele onderzoeker van BBFC ongeveer zeven uur aan beeldmateriaal per dag. Vanwege die continue consumptie van negatieve beelden “verzorgt de BBFC vertrouwelijke hulpverlening aan alle medewerkers,” zegt Anderson.

Toch maakt de associatie met een fantasiegenre als horror een film voor Brennan “geen bijzondere uitdaging”. Beelden in het nieuws, waar hij voornamelijk werkt, is een ander verhaal. “Ik ben niet ongevoelig voor grafisch materiaal,” zegt hij. “Je kunt iets vreselijks afschuwelijks één keer zien, maar voor videobewerking moet je het soms wel twintig keer bekijken. Dat is iets anders.”

Brennan heeft, net als veel editors en journalisten, bepaalde beelden van geweld of rampen die op zijn netvlies zijn gebrand. Beelden die nooit op televisie zijn gekomen, om de kijker te beschermen. “Ik wil nooit meer van die korrelige amateurfilmpjes zien,” zegt Brennan, refererend aan het bewerken van gruwelijk beeldmateriaal, gefilmd met een mobiele telefoon.

Regisseur John Carpenter gebruikt geluid om de beelden in zijn film tot leven te wekken. Dit is een scene uit de culthit The Thing uit 1982. Beeld met dank aan BFI.

Found-footage films als The Blair Witch Project, Cloverfield en Paranormal Activity spelen met dat idee. De techniek van gevonden beelden, of pseudo-documentaire, in horrorfilms probeert je bang te maken door realisme te gebruiken. Ze willen de kijker laten geloven dat wat ze zien echt is.

Michael Blyth, hoofd van het British Film Institute Cult Strand, denkt dat horrorfilms een onderliggend thema hebben uit de echte wereld. “Ik geloof dat horrorfilms, meer dan elke andere soort films, de wereld reflecteren waarin we leven. Het reflecteert de horror van de maatschappij,” zegt hij. Als voorbeeld noemt hij The Texas Chainsaw Massacre en de associatie daarvan met de oorlog in Vietnam. Blyth voegt daaraan toe: “Er zijn specifieke dingen waar mensen bang voor zijn. Ik denk dat die in de hele geschiedenis hetzelfde zijn. Alleen de manier waarop de verhalen verteld worden verandert.”

The Shining wordt door velen gezien als de engste film ooit. Het bevat alles waar we van houden in horrorfilms. Beeld met dank aan BFI.

Door technologische ontwikkelingen kunnen nu illusies gemaakt worden waarmee het publiek direct in een film gezet wordt. Maar muziek en belichting moeten ook meegenomen worden in de angstfactor van een film. “Een horrorfilm is het type film dat je fysiek beïnvloedt,” zegt blyth. “Het is een zintuiglijke ervaring. Door in de zaal te gaan zitten en te kijken of je publiek echt schrikt of niet, kun je zien of het een succes is.”

Horrorfilms, achtbanen en onvoorziene tragedies: angst lijkt een cruciale rol te spelen in het bestaan van de moderne mens. De kracht van beelden om een reactie te veroorzaken lijkt meer af te hangen van wie we zijn, dan van hoe authentiek de beelden in kwestie zijn. “Angstaanjagende beelden hebben het doel om de kijker direct te beïnvloeden,” zegt Brennan. Hij hoopt ooit zijn eigen horrorfilm te maken. “Bij meelevende personen is de grootste reactie op horrorbeelden dat ze willen helpen. Ze willen alles beter maken. Als je die angst ook in 2015 nog aan weet te boren, is dat een groot talent.”

In eerste instantie moest Alfred Hitchcok bepaalde scenes uit Psycho verwijdren, vanwege het gebruik van seks en geweld. Beeld met dank aan BFI