FYI.

This story is over 5 years old.

Stuff

Lisbeth En Maarten Van Voetvolk Zijn De Punkers Van De Dans

En ze dansen op woorden.
16.2.12

Als je me nu ziet zou je nooit geloven dat ik tien jaar lang klassiek ballet heb gedaan. Bij ballerina's denk je wellicht aan de graatmagere Natalie Portman en Mila Kunis die onkuise handelingen bij elkaar uitvoeren, maar ik denk dan terug aan de periode waarin ik een mollige puber was die zich onzeker voelde in maillot maar toch elke woensdagnamiddag tussen een tiental boezemloze meisjes dubbele pirouettes ging draaien. Nee dat is een leugen, de dubbele pirouette heb ik nooit onder de knie gekregen, net zoals ik er nooit in geslaagd ben om een spagaat of split uit te voeren. Ik was de zwakke schakel van de balletgroep. Ik kon geen pasjes onthouden omdat ik  afgeleid werd door de schoonheid van de Chopin études en stond altijd achteraan tijdens de optredens. Dat klinkt zielig maar ik amuseerde me te pletter.

Advertentie

Ik vertel jullie dit verhaal omdat ik vorige week Voetvolk ging interviewen over hun voorstelling It's going to get worse and worse and worse my friend. Voetvolk bestaat uit danseres/choreografe Lisbeth Gruwez en muzikant/componist Maarten Van Cauwenberghe en ik sprak met hen af op een koude namiddag in het Antwerpse. Het was zo'n namiddag waarop je niet doorhebt dat je eigenlijk aan het werken bent. We dronken koffie, The Velvet Underground & Nico stond op in de achtergrond en Lisbeth en Maarten vertelden me interessante dingen.

VICE: Hoe zijn jullie begonnen met Voetvolk?
Maarten Van Cauwenberghe: We hebben elkaar tien jaar geleden leren kennen toen we allebei werkten voor Jan Fabre. Ik was componist en Lisbeth danste. We hebben een viertal voorstellingen samen gedaan onder regie van Jan en in 2007 hebben we zelf Voetvolk opgericht. Sindsdien hebben we samen vier voorstellingen gemaakt. Bij onze meest recente voorstelling  It's going to get worse and worse and worse my friend hebben we de groep rond Voetvolk verder uitgebouwd. Bart Meuleman is onze dramaturg en Veronique Branquinho doet de styling. Je voelt dat het een heel goed team begint te worden.

Is er iets dat jullie bindt als groep?
Maarten: We hebben allemaal een donker kantje.Iemand zei me eens na een voorstelling dat we er altijd in slagen om de sfeer van 6-7 uur 's morgens op te roepen. Het feestje loopt op zijn einde, je bent een beetje misselijk en denkt "Shit wat zit ik hier nu nog altijd te doen". Dat moment wanneer alle donkere gedachten naar boven komen.
Lisbeth Gruwez: Onze voorstellingen zijn altijd een beetje een reis naar het einde van de nacht. We willen het publiek meenemen in een enge trip. Het grootste compliment kreeg ik van iemand die de spanning van een voorstelling zodanig voelde dat hij de hele tijd met zijn billen tegen elkaar gepitst heeft gezeten. Zo wordt het ook een fysieke ervaring.
Maarten: We zijn ook allemaal allemaal een beetje rock 'n roll.
Lisbeth: Onze voorstellingen duren nooit langer dan 45 minuten, op dat vlak zijn we echte punkers. Rechttoe rechtaan, we gaan de mensen niet langer bezighouden. Niemand van ons is fan van échte dans of abstracte dans à la De Keersmaecker. We gaan er wel naar kijken maar vinden dat snel saai. We zitten in een rare situatie, want dans is ons medium.
Maarten: Wat wij doen kan je eerder performance noemen. 
Lisbeth: Want iedere voorstelling is anders. We hebben bepaalde afspraken en we weten wat we gaan doen maar soms kloot ik hem en kloot hij mij. Misschien is dat wel het idee van performance?

Advertentie

Maarten: Bij onze laatste voorstelling It's going to get worse and worse and worse my friend staat Lisbeth alleen op scène en wordt de muziek op een hele technische manier gemanipuleerd. 
Lisbeth: De relatie tussen muziek en dans is heel belangrijk bij Voetvolk. We zijn eigenlijk een soort van band. Alleen zing ik niet, ik dans. Vroeger werkten we vooral met ritmes en noise maar in It's going to get worse and worse and worse my friend dans ik op woorden. Ons vertrekpunt was What The Bible Says About Drugs, een speech van de tele-evangelist Jimmy Swaggart. Maarten heeft bepaalde zinnen en woorden uit die speech gehaald heeft het in een sampler gestoken waarmee je afzonderlijke woorden kan afvuren. 
Maarten: Er zijn verschillende delen in die voorstelling: in een deel heeft Lisbeth één beweging per woord en van daaruit bouwt het stuk zich heel langzaam op. Het begint met letters en klanken en het eindigt met heel veel tekst. 
Lisbeth: We zijn begonnen met het idee van mensen die zichzelf verliezen in een speech. Mensen die ranten, fulmineren, schelden. Wanneer het lichaam begint te spreken omdat men zo hard opgaat in wat men zegt. We zijn op zoek gegaan naar een manier om zo'n rant fysiek op het podium te brengen.

Verlies je jezelf soms tijdens een voorstelling?
Lisbeth: Maria Callas heeft ooit gezegd dat ze tijdens een goede voorstelling voor 50 procent aanwezig en heel gecontroleerd is en voor de overige 50 procent volledig weg is. Op het einde van de voorstelling moet ik de hele tijd schudden en dan ben ik zelf ook weg. Dus ik verlies mezelf wel eens, ja.
Maarten: We zetten de muziek niet op tape zodat we kunnen improviseren, dingen langer of korter kunnen maken. Het is heel levendig. We willen het niet dood structureren.

Jullie gebruiken de speech van een tele-evangelist. Vinden jullie die obsessieve religieuze Amerikaanse cultuur fascinerend?
Maarten: We zijn niet specifiek op zoek gegaan naar religieuze speeches. De voorstelling gaat voornamelijk over de kracht van de retoriek. Het was voor ons belangrijk om die religieuze context eruit te halen want wij wilden niet dat de mensen een tekst hoorden die over de bijbel ging en over wat de bijbel over drugs vertelt.
Lisbeth: We zijn meer bezig met de begeestering, de manier waarop iemand iets zegt.

Lisbeth, hoe heb je de overgang van danseres naar choreografe gemaakt?
Lisbeth: Ik ben een vreemde choreografe omdat ik altijd mijn eigen choreografieën zelf dans. Ik ben de naam choreografe pas waardig wanneer ik erbuiten sta en kijk naar wat ik gemaakt heb. Maar ik denk niet dat ik ooit zo'n choreografe ga worden omdat ik een echte performance niet uit andere dansers kan halen.
Maarten: Bij een echte choreografie werkt men in patronen, op een bijna mathematisch manier. Bij ons is dat nooit het vertrekpunt. Het gaat eerder over een bepaalde sfeer of om een beeld. 
Lisbeth: Een choreografie is tekenen in de ruimte en daar zijn wij niet mee bezig. 
Maarten: Choreografie is gewoon niet echt ons ding.
Lisbeth: Daarom passen wij ook niet in dat vakje van de dansers.

Waar halen jullie de  ideeën voor jullie voorstellingen?
Maarten: Lisbeth heeft meestal het basis idee en ik heb daarnaast altijd ideeën op muzikaal gebied. 
Lisbeth: Maarten heeft altijd platen klaarliggen met de juiste sfeer. We bellen elkaar vier keer per dag. 
Maarten: We inspireren elkaar. 
Lisbeth: Bij de volgende voorstelling willen we iets doen met heel enge clowns en angst.  Veronique Branquinho gaat dat heel goed doen. We zijn nu veel aan het luisteren naar platen van bijvoorbeeld Suicide, zoals Frankie Teardrop en inspireren ons op de clown tortures van Bruce Nauman en een beeld van een clown die zichzelf ophangt. Een heel gruwelijk beeld. Die sfeer willen we oproepen.

Klinkt gezellig!