Demir
Kinderen van de oorlog in Bosnië

"Als ik terugga naar mijn geboortedorp, krijg ik altijd een naar gevoel"

Demir (27) kan zich herinneren dat vrienden van zijn ouders in Servië een kelder vol geweren hadden. Als er een nieuwe oorlog zou uitbreken, waren ze in elk geval voorbereid.
door Demir
foto's door Karim Jobe
zoals verteld aan Nina Stefanovski
08 juli 2020, 9:31am

Voorafgaand aan de herdenking van de Val van Srebrenica aanstaande zaterdag, sprak VICE met jongeren die geboren zijn, of een achtergrond hebben in verschillende delen van de Balkan. Zij dragen de gruwelen die daar hebben plaatsgevonden nog altijd met zich mee. We maakten er vijf lees- en luisterverhalen over: Kinderen van de Oorlog in Bosnië. Lees of luister hier een introductie, die je van historische context voorziet.

"Tijdens de oorlog besloten mijn islamitische ouders dat ze niet meer in het voornamelijk orthodox-christelijke Servië wilden wonen. De situatie werd daar te riskant. Ze pakten de auto en zijn naar Nederland gereden.

Het dorp waar wij vandaan komen, Priboj, is vandaag de dag uitgestorven. Jonge mensen verhuizen naar grote steden als Belgrado of Sarajevo om te studeren of werken. Altijd als ik in Priboj ben, krijg ik een naar gevoel. Ik vond het er eigenlijk nooit leuk – dat had ik als kind al. Dat komt echt door de nasleep van de oorlog. Er heerste angst. Ik kan me herinneren dat de vrienden van mijn ouders in Bosnië, na de oorlog, een kelder vol geweren hadden. Ze wilden voorbereid zijn voor het geval dat er een nieuwe oorlog zou uitbreken. Het huis waar de hele familie vroeger woonde is nu helemaal leeg. Zelfs mijn oma, die als laatste overbleef, is verhuisd naar Zweden. Het is alsof de tijd is stil blijven staan. Het lijkt wel een spookstad. Ik had daar met mijn ouders kunnen opgroeien, maar het fijne gevoel voor het dorp en de gemeenschap is weg.

Demir en zijn vader in Nederland

Demir en zijn zusje in Priboj, tijdens een van hun eerste reizen terug naar Servië

Het is voor veel mensen nog steeds onduidelijk wie er nou goed of fout was in de oorlog. Etniciteiten werden tegen elkaar opgezet, en de verschillen tussen religie en nationaliteit werden uitvergroot. Dat is schrijnend en triest. Wij hebben familie in zowel Bosnië als Servië, en dat laatste land wordt vaak als de boosdoener gezien. Hoewel er een duidelijke agressor was, vind ik het niet productief om een land te demoniseren, daar help je niemand mee vooruit.

Als mensen aan mij vragen wat mijn afkomst is, dan zeg ik meestal Joegoslaaf. Ik voel me erg verbonden met voormalig Joegoslavië, het land van verschillende afkomsten en religies, maar waar we allemaal gelijk waren. Vaak zeggen mensen dan dat ze de term ‘Joegoslaaf’ niet begrijpen, en dan geef ik aan dat ik in Servië geboren ben. Waar ik de meeste moeite mee heb, is dat ik mijn afkomst niet alleen in Nederland moet uitleggen, maar ook in Servië. Dat komt omdat ik Servisch spreek met een accent, omdat mijn geboortedorp aan Bosnië grenst en deel uitmaakt van een apart cultureel gebied. Vaak word je dan alsnog in een hokje geduwd. Het mooie aan de term ‘Joegoslaaf’ is dat het verwijst naar mooiere tijden, toen het gebied nog een eenheid vormde.

Soms kom ik door mijn afkomst in ongemakkelijke situaties terecht. Ik was op uitwisseling in Tsjechië en in de kamer naast mij verbleven twee meiden uit Servië en Bosnië. Op een avond hadden ze een feestje georganiseerd in hun kamer, waarvoor ze een aantal andere ex-Joegoslaven uitnodigden. Ik mocht ook komen. Het Servische meisje vroeg op een gegeven moment waar ik vandaan kwam. Ik wist niet wat ik moest zeggen en werd zenuwachtig, omdat je sinds de oorlog niet weet hoe andere Joegoslaven reageren op je afkomst, vooral als het Servië betreft. Ik zei dus Bosnië. Het meisje keek me heel raar aan, waarna iemand anders zei dat ik daar helemaal niet vandaan kom. Ik ben uit ongemak de kamer uitgelopen. Op dat soort momenten komen de verschillen en het conflict weer naar boven. Ik vind het jammer dat jongeren hier nog zo mee bezig zijn.

Ik ben opgegroeid met het beeld van mijn ouders over de Joegoslavische en islamitische cultuur. Maar hoe moet ik me verhouden tot die cultuur als ik in Nederland ben opgegroeid en niet-praktiserend moslim ben? Ik ben niet gelovig, maar een islamitische identiteit draag ik nog altijd met me mee. Het zorgt er ook voor dat ik worstel met allerlei vragen, zoals of ik later mijn zoontje moet laten besnijden, ook al ben ik niet gelovig.

Demir met zijn moeder en zusje in Priboj

Ik merk dat voormalig Joegoslaven na de oorlog conservatiever zijn geworden. In Sarajevo zie je zelfs ultraconservatieve moslims in gewaden lopen. Je merkt dat jongeren er nu best gelovig zijn, terwijl hun ouders niet per se hun geloof op zo’n conservatieve manier belijden. Ik denk dat die jongeren willen weten wie ze zijn. Ze zijn op zoek naar houvast, identiteit. Ze willen ergens bij horen. Ik heb het idee dat deze mensen, net zoals ik, worstelen met hun identiteit.

Mijn halfbroer woont nog wel in Servië. Hij is half-Bosnisch, half-Servisch en getrouwd met een Servische orthodox-christelijke vrouw. Omdat hij half-Bosnisch is, draagt hij de islamitische identiteit met zich mee. Cultuurverschillen zijn binnen onze familie geen probleem, maar ze zijn er wel: bijvoorbeeld met het suikerfeest en kerst. Wij vieren suikerfeest, zij kerst. Mijn halfbroer wist niet eens wat het suikerfeest precies inhield. Zo zie je maar weer hoe erg nationaliteit en cultuur aan een bepaalde religie is gekoppeld sinds de oorlog, zonder dat die religie echt wordt gepraktiseerd.

Het rare aan de oorlog vind ik ook dat er nog zoveel gruwelijke beelden online te vinden zijn. Die beelden heb ik pas gezien toen ik wat ouder was. In de video's zie je oorlogsmisdadigers die nog leven of niet opgepakt zijn. Heel absurd. Op die manier merk je ook hoe vers de oorlog nog steeds is.

Het verbaast me dat we in Nederland eigenlijk helemaal niet zoveel weten over Srebrenica. Het zou mooi zijn als er meer aandacht voor zou zijn in Nederland. Dat is niet alleen aan Nederlanders, maar vooral ook aan de Joegoslavische diaspora – we moeten erover blijven praten. Ik hoop dat mensen uit voormalig Joegoslavië, die nog steeds in de Balkan wonen, of elders in Europa, elkaars overeenkomsten opnieuw gaan benadrukken in plaats van elkaars verschillen. Want als ik een Kroaat, Bosniër of Serviër in Nederland tegenkom, dan merk ik dat er veel overeenkomsten zijn, en dat doet me goed. Ik hoop dat de jongere generatie kan doorgeven dat we allemaal uit hetzelfde hout gesneden zijn."

Tagged:Srebrenica