Jonge mensen spelen bij het water in Ilulissat in Groenland
Jonge mensen spelen bij het water in Ilulissat in Groenland. Image: Education Images/Contributor/Getty Images 

De Noordpool wordt toegankelijker en dat is slecht nieuws voor de Inuit

Doordat het poolijs smelt is de scheepvaart in de Noordwestelijke Doorvaart in een stroomversnelling geraakt, waardoor de leefomgeving van de Inuit ernstig bedreigd wordt.
25 september 2020, 8:37am

Tijd om wakker te worden. Tijdens de wereldwijde klimaatactiedag heeft VICE alleen verhalen over onze huidige klimaatcrisis. Klik hier om meer te lezen.

In Paulatuk, een afgelegen gehucht in de poolarchipel van Canada, kunnen oudere Inuit zich nog goed herinneren wat voor gigantische ijsbergen er ooit door de Noordwestelijke Doorvaart dreven, de beroemde waterweg die de Atlantische met de Stille Oceaan verbindt.

“Die zie je nergens meer,” zei een inwoner van Paulatuk bij een workshop, die deel uitmaakt van een project om in kaart te brengen hoe de Inuit de toekomst van de Noordwestelijke Doorvaart voor zich zien. De workshops, die gehouden werden in 2015 en 2016, waren georganiseerd door Inuit Tapiriit Kanatami, een non-profitorganisatie die opkomt voor de rechten van Inuit.

“Onze traditionele manier van leven is aan het veranderen vanwege de Noordwestelijke Doorvaart,” zei een deelnemer van een andere workshop, die gehouden werd in de nederzettingsregio Inuvialuit, aan de westkust van de waterweg. “De zeeën gaan open, het water bevriest later en dooit eerder, het seizoen zonder ijs duurt langer… Niks is hetzelfde.”

De Noordwestelijke Doorvaart, die ongeveer 1450 kilometer lang is, had naar de rest van de wereld altijd de reputatie van een ontoegankelijke en spookachtige plek. Veel mensen die de Noordwestelijke Doorvaart probeerden te verkennen wisten het grillige zee-ijs niet te overleven – denk bijvoorbeeld aan de beroemde ontdekkingsreiziger John Franklin, wiens bemanning spoorloos raakte. Vanwege dit gevaar is ook handel of kolonisatie er nooit mogelijk geweest.

Nu is het er echter een stuk drukker, omdat de warme temperaturen ervoor zorgen dat het ijs smelt en de schepen het makkelijker kunnen bevaren. Er vindt over het algemeen steeds meer commerciële activiteit in Noordpool plaats, dat een geopolitiek bolwerk aan het worden is waar andere landen al over zitten te bakkeleien. Of het nou om zakelijke of politieke belangen gaat – een hoop uiteenlopende partijen hopen een graantje mee te pikken van de toegenomen toegankelijkheid voor scheepsverkeer.

Inheemse mensen bevinden zich daardoor in het midden van een geopolitieke bom die ze daar niet zelf hebben neergelegd. Ze zijn sinds mensenheugenis gewend aan het zee-ijs, en moeten het nu ineens veel meer hebben van de landelijke gebieden en voedsel dat ze nog verder op zee moeten halen.

Maar wanneer het gaat om de toekomst van de Noordpool, zouden de rechten en wensen van de Inuit topprioriteit moeten zijn – zij hebben de meeste kennis van al deze kusten en zeegezichten.

“We kennen de wet van de zee,” zegt Dalee Sambo Dorough, voorzitter van de Inuit Circumpolar Council, een ngo die ongeveer 180.000 Inuit vertegenwoordigt in vier landen.

“Ieder internationaal rechtsinstrument zou onze visie als uitgangspunt moeten nemen,” vertelde ze vanuit Anchorage, een stad in Alaska. “Alles wat in de Noordelijke IJszee en de omliggende zeeën gebeurt is met elkaar verbonden, en wij weten dat.”

De poolbewoners ondervinden de impact van de klimaatcrisis al tientallen jaren. De Noordpool warmt bijna twee keer zo snel op als de rest van de wereld – op sommige plekken zelfs drie keer – waardoor er ieder jaar ijs smelt in waterwegen als de Noordwestelijke Doorvaart.

De gemiddelde temperaturen op de Noordpool zijn tienduizenden jaren niet zo hoog geweest, volgens een onderzoek uit 2014. Afgelopen juni werd nog een recordtemperatuur van 38 graden gemeten in Siberië, waar de afgelopen jaren ook steeds meer verwoestende megavuren uitbreken.

“De gevolgen van klimaatverandering zijn als eerst zichtbaar in het Noordpoolgebied, of het nou ter land of ter zee is, maar de Inuit ervaren dit het allervroegst van iedereen,” zegt Crystal Martin-Lapenskie tegen VICE News, de president van de National Inuit Youth Council.

De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering heeft als doel gesteld om de wereldwijde temperatuurstijging tot 1,5 graden te beperken, wat op dit moment lastig haalbaar lijkt. Als er weinig tegen de uitstoot van broeikasgassen wordt gedaan, zit het er dik in dat de temperatuur in 2100 in het gunstigste geval met 2 graden is gestegen.

“Dit maakt veel verschil voor de Inuit,” zei Natan Obed, president van Inuit Tapiriit Kanatami, in 2019 in een opiniestuk. “Het verschil tussen 1,5 en 2 graden bepaalt of je om de 10 of 100 jaar een zomer zonder zee-ijs hebt.”

Zulke snelle veranderingen hebben ook grote gevolgen voor de levens van de Inuit. Doordat de permafrost sneller dooit, raken er nu al huizen beschadigd, wat uiteindelijk voor miljoenen mensen het geval zou kunnen zijn. Kusterosie en extreme weersomstandigheden hebben er al toe geleid dat veel Inuit-gemeenschappen gedwongen naar een nieuwe woonomgeving moesten zoeken.

Veel Inuit-gemeenschappen zijn voor zowel hun eigen voeding als inkomen afhankelijk van de jacht en visserij, maar het voedselsysteem raakt nu al verstoord door de warmere temperaturen. Dat is onder andere het geval in Kotzebue, een stad in Alaska die ook wel bekendstaat als Qikiqtaġruk, waar sinds jaar en dag op zeehonden wordt gejaagd.

“Afgelopen jaren waren er veel mensen die niks konden vinden omdat het ijs zo snel weg was,” zei inwoner Lance Kramer afgelopen juli tegen VICE News. “We moesten kilometers zoeken naar ijslagen, om daar op zeehonden te jagen. En zelfs toen vonden we niet wat we nodig hadden. Zoiets heb ikzelf nog nooit meegemaakt, en mijn grootouders ook niet.”

Er zijn onderzoeken waarin wordt voorspeld dat het binnen tientallen jaren vrijwel geen zee-ijs meer op de Noordelijke IJszee zal liggen.

Gemeenschappen die meer op het land leven, jagen meer op landdieren zoals rendieren. Maar over het algemeen is het dieet van de Inuit grotendeels gebaseerd op zeedieren – en daarmee ook hun leven en tradities. Narwallen, witte walvissen, kleine zeehonden en walrussen zijn niet alleen een bron van voedsel, kleding en gereedschappen, maar een integraal deel van hun cultuur.

“Normaal gesproken lopen hun activiteiten synchroon met de mogelijkheden om zichzelf van plek naar plek te verplaatsen, maar nu niet meer,” zegt Alex Whiting, die zelf niet inheems is, maar wel tientallen jaren in het Noordpoolgebied heeft gewoond en nu de directeur is van het klimaatprogramma van Kotzebue.

“Niet alleen vissen, landdieren en vogels migreren volgens het winter- en zomerseizoen, maar ook traditionele bijeenkomsten en oogstactiviteiten gaan uit van dat natuurlijke ritme,” zegt hij tegen VICE News.

Naarmate waterwegen zoals de Noordwestelijke Doorvaart toegankelijker worden voor schepen en er dus meer gevaren zal worden, zal ook de druk toenemen op deze kwetsbare ecosystemen en de gemeenschappen die er zo onlosmakelijk mee verbonden zijn.

“Schepen vormen op meerdere manieren een bedreiging voor de zeedieren,” zegt zee-ecoloog Donna Hauser van het International Arctic Research Center aan de Universiteit van Alaska. Vanwege de fysieke aanwezigheid van de schepen an sich, maar ook de geluidsoverlast die ze produceren.

Zeedieren zijn een soort “schildwachters”, zegt Hauser. Daarmee bedoelt ze dat ze de eerste dieren zijn die gevolgen ondervinden van veranderingen aan hun leefomgeving, zoals klimaatverandering. Dat maakt ze een voorbode van wat de hele biodiversiteit van een regio nog te wachten staat.

Als er meer schepen varen, neemt ook de kans op ongelukken toe, zoals dat er olie in zee terechtkomt. Zoals in 1989, toen de olietanker Exxon Valdez een milieuramp veroorzaakte waar veel inheemse mensen onder leden.

“We zien de Noordwestelijke Doorvaart niet meer als route naar andere plekken, maar als nieuwe vorm van toegankelijkheid – die zich vooral vertaalt in meer transport, en een grotere kans op ongelukken en olielozingen,” zegt Nancy Karetak-Lindell, voormalig parlementslid van het Canadese territorium Nunavut.

De Inuit zelf verzinnen creatieve manieren om met dit dreigende gevaar om te gaan. Een goed voorbeeld daarvan is de oprichting van de Tallurutiup Imanga National Marine Conservation Area, dat 108.000 vierkante meter beslaat en aan de oostkant van de Noordwestelijke Doorvaart ligt.

“Dit gebied speelt een cruciale rol bij het beschermen van voedsel en hulpbronnen van mensen die hiervan afhankelijk zijn”, zegt Martin-Lapenskie

Iets oostelijker, streeft de door Inuit geleide Pikialasorsuaq-commissie ernaar om de biodiversiteit in een groot stuk open water tussen Groenland en Canada zoveel mogelijk te behouden.

Los van dat ze anticiperen op de problemen die zullen ontstaan, willen de Inuit ook profiteren van de toegenomen commerciële activiteit in de Noordwestelijke Doorvaart, zoals toerisme.

In een andere workshop van Inuit Tapiriit Kanatami lieten veel deelnemers weten graag toeristen te verwelkomen, maar uitten ze ook hun zorgen dat bezoekers hun cultuur niet zouden respecteren – door begraafplaatsen te verstoren, oude objecten mee te nemen of zelfs drugs te verhandelen.

“Ze willen de oude plekken zien waar onze grootouders hebben geleefd,” zei een deelnemer uit Cambridge Bay, in Nunavut. “Maar verstoren ze niks? Raken ze dingen aan? We hebben geen idee.”

Ook waren een aantal deelnemers “bezorgd dat mensen thuiskomen met uitgesproken meningen over de Inuit-cultuur, en over wat iedereen wel of niet zou moeten doen, vooral wanneer het aankomt op dingen als de zeehondenjacht.”

Deze zorgen laten zien hoe belangrijk het is dat de belangen van de Inuit en inheemse mensen centraal blijven staan bij welke ontwikkelingen hun leefomgevingen ook zullen doormaken.

“Inheemse kennis is gebaseerd op waarnemingen uit eerste hand, wat generaties lang is toegepast om te kunnen overleven,” zegt Martin-Lapenskie. “De Inuit hebben altijd heel open gestaan voor veranderingen in hun omgeving, van land tot dikke ijslagen en waterwegen – veranderingen die over meerdere generaties hebben plaatsgevonden.”

Martin-Lapenskie maakt deel uit van een nieuwe generatie activisten die grote stappen zetten voor het klimaat. Net als andere jonge Inuit-leiders benadrukte ze vorig jaar bij de VN-Klimaatconferentie in Madrid dat de poolgemeenschappen over voedselzekerheid, infrastructuur en transportmogelijkheden moeten beschikken. Deze boodschap kreeg ook veel bijval op social media, ondanks dat de internetverbinding in veel plekken op de Noordpool niet al te best is.

Dit soort inspanningen hebben voor bewustwording gezorgd, maar er is nog meer dan genoeg werk te verrichten om te voorkomen dat de toegenomen scheepvaart het leven van de inheemse bevolking moeilijker maakt.

“Discussies over de Noordwestelijke Doorvaart gaan vaak over grondstoffen, en dat die uit het Noordpoolgebied worden gehaald zodat de rest van de wereld er gebruik van kan maken,” zegt Dorough. “Mensen die zich alleen maar bezighouden met vaartijden en hoeveel brandstof ze per dag kunnen besparen, houden er tot op zekere hoogte nauwelijks rekening mee dat er ook gewoon mensen in dit gebied leven.”

Als je deze kortetermijnbelangen afzet tegen de culturele geschiedenis en de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, dringt al snel de gedachte aan de mislukte expeditie van Franklin zich op. De Noordpool was niet eens zo nieuw voor Sir John Franklin en zijn commandant Sir Francis Crozier – ze hadden er al jaren ervaring opgedaan. Maar ze kwamen er niet zelf vandaan, wat ook goed terug te zien is in de naam ‘Noordwestelijke Doorvaart’ zelf: die is niet alleen Eurocentrisch omdat het vanuit een Europees perspectief is geformuleerd, maar ook omdat impliceert dat het simpelweg als doorgang wordt gezien.

De belangrijkste aanwijzingen over wat er precies was gebeurd bij deze verloren expeditie kwamen een eeuw lang nota bene van de Inuit, die contact hadden met de overlevenden en dode lichamen hadden aangetroffen. Hun kennis werd echter niet alleen genegeerd in Engeland, maar zelfs venijnig ontkend in een lastercampagne.

De kennis van de Inuit wordt nog altijd gemarginaliseerd, volgens jonge mensen die een workshop van Inuit Tapiriit Kanatami volgden in Iqaluit. Sommigen zeiden dat Franklin bekendstond als “ontdekker van de Noordwestelijke Doorvaart”, maar dat “de Inuit het al langer kenden”. Anderen vertelden dat oudere Inuit de locatie van de schepen mondeling hadden doorgegeven. “Ze wisten altijd al dat het daar was, maar ze waren waarschijnlijk aan het wachten totdat ze ernaar gevraagd zouden worden.”

Sinds de expeditie van Franklin is de Noordwestelijke Doorvaart door meerdere landen bevaren. Het zee-ijs is nog altijd gevaarlijk voor bezoekers, maar de grootste bedreiging wordt gevormd door wat de rest van de wereld ermee doet. Er zijn maar weinig mensen zelf naartoe geweest, maar er zijn alsnog een hoop sporen achtergelaten.

De Noordwestelijke Doorvaart heeft de aandacht getrokken van veel internationale belanghebbenden. “Maar de Inuit zijn niet alleen belanghebbenden,” benadrukt Dorough. Het zijn rechthebbenden, die aan de lange termijn moeten denken, terwijl anderen niet verder kijken dan het volgende financiële kwartaal.

“Inuit hebben de verantwoordelijkheid om deze hulpbronnen en stukken land te beschermen, niet alleen hier en nu, maar ook in de komende eeuwen,” zegt ze. “Dat is een gigantische verantwoordelijkheid, en alleen al daarom zouden ze ook aan tafel aan moeten schuiven.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE US