Advertentie
Stuff

Hoe ik dankzij het internet ontdekte dat ik zeventien broers en zussen heb

Ik ben het kind van een spermadonor, en heb in de afgelopen jaren dankzij een online database zeventien halfbroers en -zussen leren kennen die verwekt zijn door dezelfde donor.

door Claudia Beard
08 juli 2016, 5:00am

De auteur en haar halfzusje Eve (links) ontmoeten hun halfzus Charlotte (rechts). Alle foto's met dank aan de auteur

Als je me zou ontmoeten en een van die standaardvragen zou stellen – waar ik ben opgegroeid en of ik nog broers of zussen heb – dan zou ik je waarschijnlijk vertellen dat ik enig kind ben. Technisch gezien heb ik ook nog zeventien halfbroers en -zussen, en wellicht meer. Ik zal 't even uitleggen.

Ik ben verwekt met behulp van kunstmatige inseminatie. Mijn moeder had niet zoveel geluk op relatiegebied, en toen ze op haar veertigste nog single was, besloot ze dat het tijd was om haar kinderwens uit te laten komen – ook al stond ze er dan alleen voor. Ze bladerde bij de California Cryobank door een dikke catalogus vol spermadonors en wist al snel wie het moest worden. Haar keuze viel op een donor die gezond, lang, atletisch en creatief was. Deze man zou mijn vader worden.

Mijn moeder was vanaf het begin heel eerlijk over waar ik vandaan kwam. Sommige ouders vertellen hun kinderen dat baby's zijn wat je krijgt als "twee mensen heel erg veel van elkaar houden" komen. Mijn moeder vertelde me: "Je bent tijdens mijn lunchpauze verwerkt op de hoek van 79th Street en Park, er kwam geen man aan te pas."

Hoewel ik niet veel wist over m'n vader, bladerde ik soms wel door de donorcatalogus die mijn moeder in een grote bruine dossierkast in de woonkamer bewaarde. De beschrijving van mijn donor was kort maar informatief: hij had bruin krullend haar, deed aan atletiek en hield van kunst maken. Atletiek is de enige sport waar ik ooit goed in ben geweest. Ik maakte ook kunst. Ik had bruine krullen. Ik voelde een bepaalde band.

Toch had ik altijd het gevoel dat er iets miste. Mijn moeder en ik waren altijd maar met z'n tweetjes, ik had maar één opa en één oma, kende maar één kant van mijn stamboom. Ik was jaloers op vrienden die hele grote families hadden, of de broers en zussen die altijd met elkaar aan het kibbelen waren in films op het Disney Channel. Niemand haalde thuis ooit eens een geintje met me uit. Ik had geen broers waarmee ik kon stoeien, of zussen waarmee ik kleding kon uitwisselen.

Toen ik zeven jaar oud was, kwam mijn wens uit. Mijn moeder en ik gingen aan tafel zitten om te praten, en ze legde me uit dat ik wel broers en zussen had – twee, om precies te zijn. Ze had ze gevonden op Donor Sibling Registry, een website waar donorkinderen en hun ouders andere kinderen kunnen vinden die door dezelfde donor zijn verwekt.

Het is moeilijk in te schatten hoeveel kinderen er precies zijn in de VS die met donorsperma zijn verwekt, omdat "het nooit echt is bijgehouden," aldus Wendy Kramer, de directeur van het Donor Sibling Registry. Maar haar database alleen heeft al meer dan vijftigduizend leden, waarvan de meesten donorkinderen zijn. Elke spermadonor heeft een nummer, en je kunt dit nummer gebruiken om andere kinderen die door dezelfde donor zijn verwekt te vinden, als ze zich hebben geregistreerd in de database. Tot dusver heeft het Donor Sibling Registry meer dan dertienduizend halfbroers en –zussen met elkaar in contact gebracht.

De auteur met Gus en Macy

Die zomer gingen we naar Boston om mijn nieuwe broer en zus te ontmoeten. Gus was één jaar jonger dan ik, en Macy was drie jaar oud. Zij waren volle broer en zus van elkaar, en werden samen opgevoed door hun alleenstaande moeder. Ik wist niet wat ik van het bezoekje moest verwachten, maar ik herinner me wel dat ik me verlegen en ongemakkelijk voelde tijdens onze uitjes samen naar het park en het museum. We leken allemaal wel een beetje op elkaar, maar het voelde toch vooral alsof ik een vreemde ontmoette.

Het rare aan het vinden van je broers en zussen is dat je niet gelijk een familieband voelt. Je deelt wel DNA, maar je hebt geen gedeelde ervaringen of familievakanties, en je hebt ook niet samen je moeder af en toe tot waanzin gedreven. Maar toch voelt het ergens speciaal. De meest voorkomende reden waarom mensen naar hun broers en zussen zoeken op Donor Sibling Registry is om een "sterker gevoel van identiteit," te creëren, volgens een onderzoek onder meer dan achthonderd ouders. En hoewel ik toen ik Gus en Macy voor het eerst ontmoette niet gelijk het gevoel had dat ik er een broer en zus bij had, veranderde het wel de manier waarop ik over mijzelf en mijn familie dacht.

Elk jaar daarna verscheen er telkens weer een nieuwe broer of zus in de database, en elke keer draaiden we weer hetzelfde liedje af: "Hoi, ik ben Claudia, en blijkbaar delen we DNA."

Toen ik ongeveer elf jaar oud was, vierden we voor de eerste keer Thanksgiving als een "nieuwe familie." We waren naar het huis van Gus en Macy gegaan in de buurt van Boston, en daar ontmoette ik Eve en Matt voor de eerste keer, een broer en zus uit Californië. Eve en ik scheelden maar drie maanden, en we leken zoveel op elkaar dat we bijna door konden gaan voor een eeneiige tweeling. Onze ontmoeting voelde een beetje als een Parent Trap-moment. Onze levens waren compleet anders – ik groeide op in New York en zij in Californië; zij had een broer en ik was enig kind; ik was met mijn moeder opgegroeid en zij had twee moeders – maar we wisten dat we uit hetzelfde hout gesneden waren.

Die eerste Thanksgiving was raar en surrealistisch, maar tegelijkertijd ook heel erg normaal. Ik zat geplet op de bank tussen mijn twee broers en zussen en lachte met ze zoals ik altijd al had gewild. Onze moeders brachten veel tijd door aan de keukentafel, waar ze verhalen over onze jeugd uitwisselden, en onze sproetjes en schoenmaten vergeleken. Ze zetten ons op een rijtje tegen een witte muur zodat ze onze lengtes konden vergelijken. Er werden eindeloos veel foto's gemaakt, en wij stonden daar maar een beetje – ongemakkelijk, maar samen.

De jaren gingen voorbij, en we kwamen steeds achter het bestaan van meer broers en zussen. Ook al zagen we elkaar maar hoogstens één keer per jaar, we waren wel echt een familie geworden. We feliciteerden elkaar als iemand jarig was, hielden elkaar op de hoogte in een groepschat, en vlogen regelmatig naar de andere kant van het land om elkaar te zien.

De auteur en haar halfbroertjes en -zusjes bij een "familiereünie"

We hadden onze grootste "familiereünie" toen ik zestien jaar oud was. We waren met z'n zevenen plus m'n moeder, in het noorden van Californië, waar mijn halfzus Charlotte woont. Terwijl de moeders (of "donor-in-laws," zoals wij ze noemen) wijn dronken en verhalen uitwisselden, gingen wij (de"donakids") naar Charlottes kamer. We waren met te veel mensen om allemaal op haar bed te passen, dus gingen we op de grond zitten en praatten over onze levens. Sommigen waren enig kind, sommigen hadden volle broers of zussen, en sommigen hadden geen vader en waren alleen door hun moeder opgevoed. Sommigen waren naar privéscholen geweest en anderen weer naar openbare scholen; sommigen van ons woonden in de provincie en anderen weer in de grote stad. Maar al onze moeders hadden hard gevochten voor hun kind, en we wisten allemaal hoe het is om op te groeien zonder een beeld te hebben bij de andere helft van het genetische materiaal. We deelden meer dan alleen DNA, we deelden diezelfde ervaring.

We zijn nu allemaal ouder dan achttien, wat betekent dat we de optie hebben om onze donor te contacteren, maar geen van ons heeft dat tot nu toe gedaan. Als we het gaan doen, weet ik niet of hij weet wat hem te wachten staat – niet alleen het ontmoeten van zeventien donorkinderen, maar ook het feit dat we een "familie" hebben gecreëerd.

Vorige maand ontdekten mijn moeder en ik een nieuwe zus – de zeventiende die we hebben gevonden op Donor Sibling Registry. We ontmoetten haar en haar moeder drie dagen later. Mijn nieuwe zus had zich een jaar geleden geregistreerd bij het Donor Sibling Registry en had er eigenlijk niet zoveel van verwacht. Tijdens het diner zei ik haar dat ze zich maar schrap moest zetten: ze heeft zich misschien haar hele leven enig kind gevoeld, maar haar familie stond op het punt om een heel stuk groter te worden.