Advertentie
Dit artikel is meer dan vijf jaar oud.
Stuff

Deze lijken zien er beter uit dan jij

Paul Koudounaris fotografeerde decadent versierde skeletten van dode heiligen. Glimmertjes zijn blijkbaar al eeuwen fashion.

door Tanja M. Laden
23 oktober 2013, 11:00am

Sint-Valerius, na al die jaren nog zo stijlvol. 


Hedendaagse westerse begrafenispraktijken zijn best wel suf. Je krijgt een jurk of pak aan, wordt in een kist gestopt, begraven, en dan begint het eindeloze wegkwijnen. Dat het niet altijd zo saai is geweest blijkt uit de foto’s van Dr. Paul Koudounaris. Deze hoogleraar kunstgeschiedenis bracht onlangs een boek uit, Heavenly Bodies: Cult Treasures and Spectacular Saints from the Catacombs, dat barst van de foto’s van rijkelijk versierde skeletten.
 

Saint Luciana

Koudounaris begon een kleine vijf jaar geleden aan zijn skeletproject. Hij begon met het fotograferen van knekelhuizen ¬– een soort kluizen vol botten. “De skeletten werden mijn leven,” zegt hij. “Ik had het gevoel dat het een soort goddelijk dictaat was, dat ik dit verhaal moest vertellen. Ze werden altijd gezien als historische of religieuze objecten, maar ik vond dat te kort door de bocht. Een modern publiek zal ook zien dat het ongelooflijke kunstwerken zijn, en dat is precies de context die ik ze wou geven.”

De meeste van de tweehonderd skeletten vond Koudounaris in Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland. Halverwege de 16e eeuw, tijdens de Contrareformatie, werd het daar een gewoonte om dode mensen uitgebreid te versieren. Als ik hem vraag wat de prijs van zo’n glinsterende dode is, zegt hij dat ze onbetaalbaar zijn. De prijs wordt niet alleen bepaald door de waarde van de echte juwelen, maar ook door de waarde van de neppe edelstenen, die destijds veel lastiger te maken waren dan nu. “Het ging allemaal om de presentatie,” zegt Koudounaris. “Het was geen kostenbesparing.”

Van Koudounaris mogen we een reeks nog niet eerder vertoonde beelden laten zien. Ze zijn  afkomstig uit zijn boek en uit zijn expositie die binnenkort in een galerie in LA te zien zal zijn.

Sint-Felix riep ooit de wind op om te zorgen dat een brand niet naar de stadsmarkt overwaaide. Zijn troon in de kerk van Friedenweiler in Duitsland werd als gevolg daarvan onderdeel van een populaire pelgrimstocht. Volgens Koudounaris had Sint-Felix heel veel met de wind: hij had ook de kracht om scheetjes af te wenden.

Over rare luchtjes gesproken: Sint-Canditus zou in staat geweest zijn stinkende voorwerpen weer lekker te laten ruiken. Koudounaris zegt dat het onmogelijk is om uit te vinden hoe deze mythe ontstaan is, maar blijkbaar was er in dezelfde kerk (de kloosterkerk in Irsee in Duitsland) nog een relikwie dat naar de hel rook. Misschien is de geur verdwenen rond het moment dat de dode heiligen arriveerden, en ging men er vanaf dat moment vanuit dat ze de kracht hadden om nare geurtjes te neutraliseren.

De overblijfselen van Sint-Pancratius werden in 1672 naar de St. Nicolaaskerk in het Zwitserse Wil gebracht. Koudounaris vertelt dat er een vrouw was die de heilige meteen om hulp vroeg. Ze had namelijk huwelijksproblemen omdat ze sinds de geboorte van haar baby een ernstig blaasprobleem had. Ze beloofde dat ze elke dag Ave Maria’s zou reciteren als Sint- Pancratius haar zou helpen. Kort daarna was ze genezen. Toen dit verhaal rondging kwamen mensen van heinde en verre naar Sint- Pancratius, omdat ze geloofden dat hij incontinentie kon verhelpen. Dat, en voetklachten. 

Koenraad II – te vinden  in het klooster van Mondsee in Oostenrijk – is eigenlijk geen heilige, maar hij kreeg een quasi-heilige status omdat hij een martelaarsdood stierf. Koudounaris zegt hierover: “Het verhaal ging dat als je bang was om vermoord te worden, je je tot hem kon wenden en hij je zou beschermen.”

Sint-Leontius was een Romeinse edelman die schijnbaar op orders van keizer Diocletianus onthoofd werd, en vervolgens op de grill werd gelegd. Zijn overblijfselen liggen in de kloosterkerk van Muri in Zwitserland, en zouden de kracht hebben om kinderen terug te kunnen halen uit de dood – zij het voor slechts een paar minuten. In elk geval lang genoeg om de baby’s te dopen, zodat ze de hemelpoort konden betreden.

Sint-Albertus, die in de St. Joriskerk in het Duitse Burgrain ligt, zou dieren kunnen steriliseren. Koudounaris weet niet precies waar deze overtuiging vandaan komt, “maar het schijnt dat als je een huisdier bij de achterpoten nam, zijn benen spreidde en dan een gebed tot Albertus richtte, het dier daarna onvruchtbaar zou zijn.”  

Nadat Sint-Maximus in 1682 aankwam in de kerk van Bürglen in Duitsland, begon zijn skelet een vreemde, gele, zoet ruikende vloeistof uit te scheiden. Kort daarna zagen de dorpelingen steeds een grote witte kat, die zich graag schuil hield in het altaar waar ook de botten van de heilige lagen. De kat bezocht de huizen van arme mensen, dus telkens als er een kat verscheen dachten mensen dat ze geld zouden krijgen.

Sint-Munditia was een icoon voor arme textielwerkers omdat ze spinsters aan een echtgenoot zou helpen. De met juwelen opgesmukte overblijfselen liggen in de St. Peterskerk in München. Ze is decennialang opgeborgen geweest, omdat er steeds minder interesse in haar was.

Koudounaris vond Zuster Faustina in een opslagbox in een parkeergarage in het Zwitserse Porrentruy. Ze lag bedolven onder een stapel kapotte kerkmeubelen. 

Toen een Anglicaanse priester halverwege de negentiende eeuw voor het eerst de versierde overblijfselen van Deodatus tegenkwam, noemde hij deze “echt een afschuwelijk gezicht.” De kerk in het Duitse Moosburg was het daar blijkbaar mee eens, aangezient Sint- Deodatus lange tijd 'verdwenen' was. “Zie je die kist die daar op tafel staat? Daar heb ik hem in gevonden,” zegt Koudounaris. “Hij heeft daar misschien wel tweehonderd jaar lang verborgen gelegen.”

Tagged:
Fotografie
Kunst
Vice Blog
Dr. Paul Koudounaris
The Empire of Death: A Cultural History of Ossuaries and Charnel Houses
døden
skeletten