Ik ben doodsbang om over te geven

FYI.

This story is over 5 years old.

De week van de geestelijke gezondheid

Ik ben doodsbang om over te geven

Hoe ik leerde leven met emetofobie, de extreme angst voor kots, ziekte, en alles wat daarmee te maken heeft.
26.2.15

Als je mensen vertelt over je fobie, is de kans aanwezig dat ze denken dat je een malloot bent en dat ze je er op elk mogelijk moment mee zullen confronteren. Ook ik heb gelachen om volwassenen die bang zijn voor clowns, en om dat filmpje van die gast die doodsbenauwd wordt van perziken. Ik heb zelfs een keer een vriend met een diepe angst voor kaas vloeibare camembert in z'n neus gespoten zien krijgen.

Advertentie

Misschien is dat ook wel de reden waarom ik nog nooit iemand verteld heb over mijn braakfobie. Ik ben bang dat het de mensen om me heen zal veranderen in kotsfanaten die me de hele tijd willen besmetten met buikgriep. Ook ben ik bang dat ze mijn nu al rare gedrag ten opzichte van bepaalde dingen nog raarder gaan vinden.

Emetofobie voelt verlammend. Fobieën kunnen je leven verzieken, vooral als je angsten om iets draaien dat je in het dagelijkse leven continu tegenkomt, zoals bij pleinvrees. Het probleem met emetofobie is dat er altijd iemand in je omgeving ziek kan worden en over kan gaan geven. Emetofobie is niet alleen de vrees om je ontbijt een paar uur later op straat uit te kotsen, maar ook de constante angst voor andermans gebraak.

Het begon allemaal toen ik zeven was. Ik was thuis op de bank aan het springen samen met mijn zus, toen ik ineens begon te kokhalzen, naar de keuken rende en vlak naast de prullenbak kotste. Mijn vader stond te koken en lachte een beetje. Hij zei: "ach, liefje toch." Hij bracht me naar boven, naar mijn moeder, die me troostte terwijl ik nog een keer of drie over mijn nek ging. De volgende dag moest ik tijdens het ontbijt weer kokhalzen, maar lukte het om de boel binnen te houden. Daarna was het klaar.

De herinnering hiervan bleef me echter maar al te goed bij. Ik kreeg een ongelooflijke afkeer van kots en alles wat ermee te maken heeft. Vier keer overgeven was genoeg om me zo'n sterke angst en afkeer van kots te bezorgen, dat ik sindsdien nooit meer gekotst heb. Ik ben nu 21.

Advertentie

In tegenstelling tot andere lichamelijke uitdrijvingen is overgeven niet echt tegen te houden, en dat gebrek aan controle is precies wat me zo bang maakt. Doorgaans lukt het me wel om niet in m'n broek te poepen, maar door kots word je overvallen en vervolgens kun je er niks meer aan doen. Overgeven is bovendien ranzig en frustrerend voor anderen. Hierdoor kan het een gevoel van schaamte en schuld opwekken, zoals in nachtmerries waarin je naakt voor de klas staat.

"Mijn angst heeft veel dingen voor me verneukt. Ik was elke dag bang om over te geven, en ik ontweek allerlei leuke uitjes.

Mijn angst heeft veel dingen voor me verneukt. Ik was elke dag bang om over te geven, en ik ontweek allerlei leuke uitjes uit angst dat iemand wagenziek zou worden. Hoe zielig en raar lijk je als je als jonge gast tegen je familie moet zeggen dat je "bergbeklimmen, kanoën en quads niks aan vind."

Emetofobie gaat hand in hand met claustrofobie, agorafobie, en smetvrees, want je bent niet alleen bang om te kotsen, maar ook voor plekken zonder vluchtroute en andermans bacteriën. Achtbanen ontwijk je, vis eet je niet uit angst voor voedselvergiftiging. Je voelt je ongelooflijk angstig en je hebt last van paniekaanvallen. Als ik weer misselijk werd dan lag ik zo hard te schudden dat mijn enkels ratelden.

Emetofobie is een obsessieve angst, bestaande uit bijgeloof, routines en ontwijkend gedrag. Mensen die eraan lijden vermijden vaak alles dat ze ooit aan kots hebben gekoppeld. In de eerste klas kotste een vriend van me in de deuropening van het lokaal. Ik dacht dat het lag aan de melk die we 's ochtends gekregen hadden, dus die heb ik nooit meer gedronken. Mijn hele leven bestond uit patronen van ontwijkend gedrag.

Aan het eind van de middelbare school kwam ik er op internet achter dat mijn angst een officiële fobie was. Ik herinnerde me dat mijn tante enorm op zag tegen haar chemotherapie omdat ze het vreselijk vond om over te geven. Zij is de enige persoon die ik ooit gekend heb die er ook last van had. Ik weet wel dat enkele beroemdheden ook last hebben van emetofobie: Cameron Diaz, Charlie Brooker en naar verluidt ook James Dean.

Advertentie

Als ik erover probeer te praten, reageren mensen vaak door te zeggen dat "niemand graag kotst." Heb je 2 Girls 1 Cup ooit gezien? Of ze zeggen "van overgeven ga je niet dood." Ooit gehoord van John Bonham of Jimi Hendrix?

Zoals bij de meeste angststoornissen is er geen magische oplossing voor deze fobie, maar via cognitieve gedragstherapie en medicijnen kun je er wel mee leren leven. Er zijn manieren om het obsessieve ontwijkgedrag te doorbreken en jezelf niet langer te weerhouden van het vinden van een baan, of het onderhouden van een relatie.

Mijn leven nam een enorme wending door één gebeurtenis. Als tiener was ik door mijn smetvrees zo goed in het ontwijken van bacteriën (ik waste mijn handen 25 keer per dag, spoelde door met mijn ellenboog, etcetera) dat ik nooit ziek werd, en me ook nooit misselijk voelde. Ik was eigenlijk totaal vergeten hoe het voelde om misselijk te zijn.

Totdat ik op mijn vijftiende voor het eerst in jaren weer ziek werd. Ik herkende de gevoelens meteen. Ik voelde me zwak, koortsig, en mijn maag verkrampte. Ik voelde me misselijk, maar op de een of andere manier bleef het bij wat lucht en lukte het me om niet over te geven. Dit bewees voor mij dat je ook ziek kan zijn zonder te kotsen.

Ik snap dat dit heel logisch klinkt als je niet bang bent om over te geven, maar deze confrontatie gaf mij grip op mijn angsten. Eén specifieke ervaring kan irrationele angsten veroorzaken, maar een goede ervaring je kan je ook weer enorm helpen. Dit is precies waar blootstellingstherapie om draait: steeds een stapje dichter bij de confrontatie met je grootste angsten. In combinatie met ontspanningsoefeningen en uitleg over angststoornissen kan dit erg effectief zijn.

Tegenwoordig ben ik erg dankbaar voor een stel vrienden die zeer regelmatig kotsen, en dit doodnormaal vinden. Ik heb één vriend die kotsen ongeveer net zo normaal vindt als niezen. Het is erg geruststellend om anderen er op een rationele manier mee om te zien gaan, alsof het er gewoon even uit moet. Vorige week sliep ik bij een vriend op de bank, waar nog een emmer vol kots naast stond. "Sorry daarvoor," zei hij, voordat hij hem uitspoelde in de keuken. Hij zette hem naast mij neer, voor het geval dat ik hem nodig had. En ik had hem inderdaad nodig – niet om in te kotsen, maar om in te zien dat ik van ver ben gekomen.

Ik ben blij dat ik zo vroeg inzag dat emetofobie geen fysieke maar een psychologische kwaal is, en dat het als zodanig behandeld kan worden. De genezingspercentages van cognitieve therapie zijn erg goed. Als je er ook last van hebt: doe het! Wees niet bang voor stigma's en neem contact op met je huisarts. Veel te veel mensen zien hun ziekte als iets heel raars, vooral in het geval van fobieën voor dingen die ieder mens niet echt heel chill vindt. Misschien wil je het niet aan je vrienden vertellen, maar vertel het alsjeblieft aan je dokter. Niemand verdient een leven zonder gerookte zalm.

Als jij of iemand uit je omgeving worstelt met depressie, suïcidale gedachten, of andere psychische problemen, neem dan contact op met Stichting Korrelatie op 0900 1450, of kijk op korrelatie.nl.

Lees meer stukken over geestelijke gezondheid op onze themapagina.